| Het Prinselijk Schaduwcommando
deel 4
In de jaren zeventig en tachtig stond Slobodan Mitric (alias Karate Bob) te
boek als een gevaarlijke crimineel. Het Kleintje onthulde in het eerste deel
van dit verhaal dat hij desondanks uiterst aktief was voor een in het geheim
opererende groep onder leiding van Hans Teengs Gerritsen. Een vriend door dik
en dun van prins Bernhard. Onze poging om een wat duidelijker beeld van deze
groep te krijgen, bracht ons terug naar de Menten-affaire en de sinistere rol
van voormalig Abwehr-agent Michael graaf Soltikov in het leven van de familie
Zur Lippe Biesterfeld.
door Jan Portein
Soltikov had een niet gering aandeel bij het in Kleintje Muurkrant nummer 339
al vermelde oprollen van de Pools/Franse spionagegroep van Jurek Sosnovski in
februari 1934. Deze Abwehr-operatie stond onder leiding van Kptlt. Richard
Protze (alias Onkel Richard), die ook verantwoordelijk was voor het
"omdraaien" van Sosnovski's rechterhand kolonel Alexei
Pantchoulidzew, de levensgezel van prins Bernhard's moeder. Protze was een oude
vriend van admiraal Wilhelm Canaris, die begin 1935 het roer van de Abwehr
overnam. Op dat moment was de gezamenlijke operatie van de Abwehr-afdeling III
F en NW 7 om prins Bernhard aan de Nederlandse kroonprinses te koppelen al
enige tijd onderweg. Hoe belangrijk Canaris cs. deze liaison vonden bleek begin
1937. Kort na het huwelijk van hun "asset" met Juliana vestigde
Protze, de nestor van de Abwehr IIIF, zich op de Bloemcamplaan 36 in Wassenaar.
Later zou hij verhuizen naar een luxe villa aan de Wittenburgerweg 22. In het
bijbehorend tuinhuisje bewaarde hij relikwieën die herinnerden aan de
grote successen uit zijn roemruchte Abwehrcarriëre, waaronder het
Englandspiel. En volgens getuigen hingen in de hal van het huis portretten van
Wilhelmina, Juliana en Bernhard. Zo gefocust was hij op zijn laatste grote
opdracht.
Tiny en Alexei
Soltikov vertrok na afloop van de zaak-Sosnovski naar Parijs om aan de Sorbonne
zijn rechtenstudie voort te zetten. Een paar jaar later verhuisde hij naar
Oxford. Daar maakte hij ondermeer kennis met Roland Walter Fuhrop. Deze veel
jongere medestudent was in 1917 in een Brits concentratiekamp in India geboren.
Zijn vader had de pech Duitser te zijn en dat was voor de Britten, die het in
India toen nog voor het zeggen hadden, voldoende geweest om hem samen met zijn
vrouw en zijn twee andere zoons achter prikkeldraad te deponeren. Oorlog is
oorlog. Het vormde voor Fuhrop sr. echter geen enkel beletsel om zich met zijn
Brits/Nederlandse vrouw en zijn drie kinderen na de Eerste Wereldoorlog toch in
Engeland te vestigen en een pakketdienst in het leven te roepen tussen Hamburg
en Londen. Na een bescheiden beginperiode kwam senior handen tekort en huurde
daarom die van zijn twee oudste jongens in. Zijn derde, Roland, ging naar
Oxford. Maar ook hij liet af en toe zijn handen wapperen in de zaak van zijn
vader. In die periode leerde de jongste Fuhrop dus Soltikov kennen, die buiten
zijn studie er wat bij schnabbelde als vertegenwoordiger van een producent van
exclusieve Duitse limousines. Een solide cover voor de Abwehr-Sonderführer
die dankzij deze nieuwe, zorgvuldig gekweekte relatie over een eigen perfect
geëquipeerde verbinding met Hitler-Duitsland kon beschikken. Maar de
Britse veiligheidsagenten waren niet op de achterkant van hun gleufhoed
gevallen. Zij wisten wie Soltikov was en zetten hem in 1939 het land uit. De
graaf keerde terug naar Duitsland en vestigde zich opnieuw in Berlijn. Volgens
Britse bronnen verbleef hij in die tijd echter ook regelmatig in een
pied-à-terre in Kaldenkirchen, net over de Nederlandse grens bij Venlo.
Daar was het westelijk verdeelcentrum van de Reichspost gevestigd waar ook het
brief- en pakjesverkeer uit de westeuropese landen werden behandeld. Of langs
die weg de verbinding met Fuhrop, die na de oorlog zijn naam zou veranderen in
Tiny Rowland en furore zou maken als internationaal zakentycoon, verder in
stand werd gehouden vermeldt de historie niet. Mocht dat wel zo zijn dan duurde
het in ieder geval niet lang. Na het uitbreken van de oorlog namen Fuhrop's
twee oudste zoons dienst bij de Wehrmacht en verdween de jongste opnieuw achter
prikkeldraad. Ditmaal in Ierland. Hoe dit ook zij, vanaf diezelfde tijd
fungeerde de toen volledig in de Abwehr opgenomen Soltikov naar eigen zeggen
tot aan het eind van de oorlog wel als postale trait-d'union tussen prins
"Observator" Bernhard en diens op het familielandgoed Reckenwalde
achtergebleven moeder Armgard met haar Abwehrsecondant Alexei Pantchoulidzew .
De inhoud van de prinselijke correspondentie had voor een deel betrekking op
een plan dat door Pantchoulidzew na de gezamenlijke Poolse veldtocht van de
Wehrmacht en de SS-roedels was ontwikkeld. Zonder twijfel in samenspraak met
Bernhard. Het plan had de codenaam 3 F gekregen en hield in dat Nederland zich
niet gewapenderhand zou verzetten als Duitsland zijn invloedssfeer wenste uit
te breiden tot aan de Noordzee. En dat na die geruisloze overname prins
Bernhard met Juliana aan zijn zijde als Hitler's Reichsstatthalter zou
fungeren. Daarmee zouden de Nederlandse havens en vliegvelden als belangrijke
peilers van de Nederlandse economie intact blijven. Terwijl binnen die
constructie bovendien het bijvoorbeeld rijk aan olie zijnde
Nederlands-Indië de facto onder Duits gezag zou komen te staan en zo in
ieder geval behoed zou worden voor een eventuele Japanse bezetting. Een optie
die in politiek-Berlijn als uiterst aangenaam werd ervaren maar ook in
politiek-Den Haag aanhang genoot. Met name in de "inner circle"
(samengesteld uit minister-president De Geer, minister van Buitenlandse Zaken
Van Kleffens en minister van Oorlog Dijxhoorn) van het in augustus 1939
aangetreden kabinet. De neiging tot deze oplossing werd versterkt door de
alarmerende berichten van de Nederlandse militaire attaché in de Duitse
hoofdstad, majoor G.J. Sas, die een paar weken na Hitler's operatie in Polen
met eigen ogen de resultaten van de slachtpartij had mogen aanschouwen. Onder
begeleiding van zijn "vriend" kolonel H. Oster, de rechterhand van
Abwehrchef Canaris. De bedoeling was duidelijk. Daarna "verraadde"
Oster de voordurend opschuivende datums van de ophanden zijnde Duitse inval aan
Sas en verschafte deze op zijn beurt aan Oster de nodige gegevens over het
Nederlandse defensieapparaat. Voor wat hoort wat. Zeker in dit soort business .
Het voordeel voor de Abwehr was tweeledig. De dienst was via deze verbinding
namelijk niet alleen in de gelegenheid om gevoelige informatie over de
Nederlandse strijdkrachten en de militaire planning te verwerven, maar ook om
de druk te verhogen en het plan van Pantchoulidzew en Bernhard door de Haagse
strotten te wringen. Er was één probleem. Bernhard durfde het
plan niet te ondertekenen. Hij was bang dat zijn voorgenomen greep naar de
macht voortijdig zou uitlekken en dat hij dan gelyncht zou worden. Niettemin
bleef hij op het terrein van geruisloze overnames buitengewoon aktief voor de
Abwehr.
Bernhard en Leopold
Begin november 1939 zag het er even serieus naar uit dat de Tweede Wereldoorlog
zijn "phoney"-karakter zou verliezen . In de nacht van 6 op 7
november kwamen koning Leopold van België en zijn stafchef, de zeer
pro-Duitse generaal Raoul van Overstraeten, dan ook naar Den Haag voor
spoedoverleg met koningin Wilhelmina en prins Bernhard. Bij die gelegenheid zou
de prins volgens diens moeder tegen Leopold hebben gezegd: "Midden
november rukken de Duitsers binnen. Neem een besluit: vecht of geef zonder
strijd de havens en vliegvelden over, de tijd dringt". In hoeverre de toch
al van de Duitse overwinning overtuigd zijnde Belgische koning door de
uitspraken van onze "Observator" is beïnvloed zal misschien ooit
in deze eeuw nog eens uit stoffige dossiers worden opgevist. Maar opvallend is
wel dat de vorst der Belgen niet lang daarna de voormalige socialistische
voorman Hendrik de Man op pad stuurde met een geheim plan dat werd gesteund
door de top van het Belgische militaire apparaat en het Belgische bankwezen.
Het plan behelsde de vorming van een Belgisch militair bewind na een soepele
Duitse machtsovername. De leiding ervan zou berusten bij koning Leopold die op
zou treden als Gauleiter i.c. Hitler's vertegenwoordiger in Brussel .
Statthalter, Gauleiter, what's in a name? Vooral onder invloed van Frans/Britse
diplomatieke druk en militair-strategische voorbereidingsactiviteiten kwam van
deze geruisloze Duitse overnameplannen echter niets terecht. In tegenstelling
tot Bernhard bleef Leopold waar hij was toen in mei 1940 Hitler's tanks en
vliegtuigen de Lage Landen nog platter maakten dan ze al waren. Hij zou een
paar jaar lang als nutteloze marionet fungeren en na de oorlog de rekening
gepresenteerd krijgen voor zijn lafhartig gedrag.
Met Bernhard liep het anders. Nadat hij zijn schoonmoeder en zijn vrouw en
kinderen in Londen had gedropt keerde hij op initiatief van jonkheer H.F.L.K.
van Vredenburch, een topambtenaar van Van Kleffen's ministerie van Buitenlandse
Zaken, naar Nederland terug . Op het oog een onderneming die net zoveel nut had
als het uitbaten van een ijssalon op Nova Zembla en die door Wilhelmina
categorisch zou zijn verboden. Maar in het licht van het plan 3 F was het een
logische stap. Het aanstellen van een Statthalter die inmiddels de poten had
genomen naar Londen zou voor Berlijn immers ondenkbaar zijn. Dwars tegen de
richting Duinkerken vluchtende meute van burgers en militairen in reed de prins
dan ook met de moed der wanhoop in gezelschap van koningin Wilhelmina's
adjudant kolonel Phaff (!) en Van Vredenburch naar Sluis in Zeeuws-Vlaanderen.
Met wie hij vandaaruit contact heeft proberen te zoeken in verband met 3 F is
onbekend, maar door de toenemende chaos zal het kwartje niet gevallen zijn. Het
trio repte zich vervolgens naar Parijs, waar de prins via zijn oude
inlichtingennetwerk wellicht alsnog verbinding hoopte te maken. Het mocht niet
baten en het trio keerde na een paar dagen onverrichterzake naar Londen terug.
In de maanden daarop werden door het défaitistische kabinet De Geer nog
verschillende pogingen ondernomen om tot een separate vrede met
Hitler-Duitsland te komen . Bij één daarvan zou Soltikov
betrokken zijn geweest. Hij was volgens zijn eigen relaas in de zomer van 1940
door de Abwehr samen met Pantchoulidzew naar Zwitserland gezonden om met een
vertegenwoordiger van de Nederlandse regering opnieuw te onderhandelen over het
stadhouderschap van Bernhard. Mogelijk was die vertegenwoordiger wederom
jonkheer Van Vredenburch die in diezelfde zomer door Spanje, Portugal en het
nog niet bezette deel van Frankrijk rondbanjerde om in opdracht van de
Nederlandse regering steunpunten aan te leggen voor Nederlandse vluchtroutes.
Onder dat mom bracht hij echter ook een paar dagen in Zwitserland door en over
dat verblijf is altijd een diep stilzwijgen bewaard.
Op 24 april 1942, toen de Russen de Duitsers een halt hadden toegeroepen, het
linkse verzet in Nederland steeds driester optrad en in Nederlands-Indië
de Japanse vlag was gehesen, zou Bernhard tijdens een verblijf in Washington
het stadhouderplan van Pantchoulidzew weer uit de ijskast hebben opgediept. Op
die datum zou hij volgens een aantal artikelen in de Nederlandse pers een
schrijven naar Berlijn hebben gezonden waarin hij aan de Führer liet weten
graag als diens Statthalter te willen fungeren en Nederland in
nationaal-socialistische zin willen te besturen. Ondertekend en wel. En opnieuw
stond Nederland bij deze vrijage niet alleen. Er zijn aanwijzingen dat men in
kringen van de Belgische regering in Londen in diezelfde periode evenmin
afkerig was van een vergelijk met de Duitse bezetters en koning Leopold . Het
liep allemaal even anders.
Zur Lippe - Soltikov: 0 -1
Net als bij de affaire rond King Kong moesten na de oorlog om begrijpelijke
redenen ook bij de kwestie 3F loodgieters aan het werk om lekkages te
voorkomen. Zo werd een Nederlandse Abwehragent die beweerde over een copie van
de brief uit 1942 te beschikken in Fort Blauwkapel opgesloten en geroosterd
door een Brits/Nederlands debriefingteam van in totaal 22 man. Zijn vroegere
Duitse Abwehrmentor werd zelfs naar Nederland gehaald om hem te bewerken. Maar
vergeefs. Hoewel hij ruim en breed de doodstraf had verdiend, ondermeer voor
zijn formidabele aandeel bij het Englandspiel, werd hij in 1953 al op vrije
voeten gesteld en verdween in de vergetelheid.
Tussen 3 april en 1 mei 1946 verbleef ook de oude Richard Protze in Blauwkapel.
In hoeverre zijn debriefing serieus valt te nemen is de vraag. Op 25 juli
schreef hij vanuit zijn woonplaats Schönberg in Sleeswijk Holstein aan
één van zijn Nederlandse ondervragers, de BNV-er Hein Siedenburg,
een vriendelijk bedankbriefje voor de voortreffelijke manier waarop hij en zijn
vrouw in Nederland waren behandeld en de uitstekende begeleiding bij hun
terugkeer naar huis. Dat ruikt op zijn minst naar een fris boeketje deals.
Een groter probleem vormde Michael graaf Soltikov, die zich in het naoorlogse
Duitsland in de journalistiek had gestort. Om hem tijdelijk uit de roulatie en
in ieder geval monddood te krijgen beschuldigde de familie Zur Lippe
Biesterfeld de schrijvende graaf ervan tijdens de oorlog verantwoordelijk te
zijn geweest voor de executies van de gerenommeerde Duitse diplomaat Albrecht
graaf Von Bernstorff en van de jonge officier Ewald von Kleist. Tijdens het
proces versus Soltikov in München bleef van beide beschuldigingen geen
spaan heel. Von Kleist bleek zelfs nog in leven te zijn. De graaf ondernam na
zijn vrijspraak onmiddellijk een tegenaanval en wist langs gerechterlijke weg
een financiële genoegdoening wegens smaad af te dwingen. Prinses Armgard
zegde toe 100.000 gulden naar de rekening van Soltikov over te zullen hevelen
zodra zij een herstelbetaling zou hebben ontvangen voor haar landgoed, dat na
de oorlog in Poolse handen was overgegaan. Op aandringen van Konrad Adenauer,
Duitsland's eerste na-oorlogse Bondskanselier, beloofde graaf Soltikov op zijn
beurt niets over de Abwehrconnecties van de familie Zur Lippe en de operatie 3
F naar buiten te brengen vóór het aftreden van koningin Juliana.
Dat Soltikov goed beslagen ten ijs wilde komen als die gelegenheid zich in de
toekomst mocht voordoen, laat zich raden. Drie van zijn vroegere superieuren
bij de Abwehr (Rohleder, Von Bentivegni en Von Brandenstein) bleken begin 1956
op zijn verzoek bereid om schriftelijk te verklaren dat het plan 3 F wel
degelijk had bestaan en dat het door Canaris als een uiterst serieuze optie was
beschouwd. Zoals afgesproken zou Soltikov deze formidabele bom niet voor
Juliana's abdicatie tot ontploffing brengen. Maar dat hij in datzelfde jaar al
bijna de lont kon aansteken, zal hij nauwelijks hebben verwacht. Toen werd
namelijk de affaire rond de op Soestdijk actief zijnde gebedsgenezeres Greet
Hofmans via Der Spiegel en de Daily Express aan het rollen gebracht door een
oude bekende van zowel Bernhard als Soltikov: Sefton Delmer. Langs die weg
probeerden Berhard en diens moeder, geassisteerd door KVP-leider Romme Juliana
als niet helemaal fris weg te stoppen in de Ursula-kliniek van dokter Ed Hoelen
in Wassenaar .
Met in het nabije verschiet de abdicatie van Juliana. Een riskante onderneming,
maar wellicht waren de Zur Lippes van oordeel dat Soltikov's vuurwerk weinig
kwaad kon als zij eenmaal de koninklijke lakens uitdeelden. Het op Warmelo
uitgebroede plan mislukte en Soltikov moest wachten tot het midden van de jaren
zeventig voor hij opnieuw naar de lucifers kon grijpen.
Toen kwamen parallel aan elkaar de Lockheed-affaire en een nieuwe versie van de
zaak-Menten tot leven. En keren we terug naar waar we begonnen: de rol van
Karate Bob.
Jan Portein
Noten.
1. De spionagetak van IG Farben. Zie ook Kleintje 339.
2. Belangrijke burgerinformanten kregen bij de Abwehr de officieuze titel
Sonderführer.
3. Soltikov frequenteerde vaak dezelfde feesten als Sefton Delmer die ten
opzichte van de Britse geheime dienst dezelfde positie innam als Soltikov ten
opzichte van de Abwehr. Soltikov trad op als getuige in het proces tegen
Sosnovski. Dat kan Delmer nauwelijks zijn ontgaan.
4. Zie Kleintje 339.
5. Idem.
6. 3 F stond voor "Drei Frauen": Wilhelmina, Juliana en Armgard.
7. Sas' voorganger in Berlijn, kapitein Hasselman, deed hetzelfde (zie Het
Parool 29 augustus 1992). Sas werd tijdens de oorlog voor alle zekerheid veilig
weggestopt in Canada waar hij opgezadeld werd met de beveiliging van prinses
Juliana en haar kroost.
8. Daags na de Duitse inval in Polen begin september 1939 verklaarden Frankrijk
en Engeland de oorlog aan Hitler. Maar pas in mei 1940 werd het menens. De
tussenliggende periode werd betiteld als "Phoney-war" ofwel
schijnoorlog.
9. Zie "De mooiste jaren van een generatie" van Walter de Bock,
Berchem: uitgeverij EPO, 1982.
10. Van Kleffens was de vroegere secretaris van Shell-Führer Deterding,
die zowel met Bernhard als Pieter Menten te maken had gehad (zie Kleintje 339).
11. Bijvoorbeeld via KLM-direkteur Plesman en de Nederlandse gezant in
Istanbul, Visser.
12. Zie bijvoorbeeld het artikel "Oerwoud vol tegenstrijdigheden" van
Henk de Mari in De Telegraaf 22 januari 1977.
13. Zie "De mooiste jaren van een generatie" van Walter de Bock,
Berchem: uitgeverij EPO, 1982.
14. Samen met Kortenhorst betrokken bij de Remaco- en Mentenaffaire. Zie
Kleintje Muurkrant 339.
15. Na de oorlog wist Hoelen de van oorlogsmisdaden verdachte Pieter Menten een
tijdlang uit de gevangenis te houden door hem psychisch niet in orde te
verklaren en hem te laten verzorgen in de Ursula-kliniek.
Dit artikel is verschenen in Kleintje Muurkrant nr 340, 14 januari
2000
|