Prinses Lama
Prinses Juliana trekt zich 'steeds verder in haar eigen wereld terug', dwalende
door de paleisgangen met als hartekreet: "Ik wil neuken! Ik wil
neuken!" Omdat de prinses vaker geneigd is haar lakeien te bespugen wordt
ze aan het Hof 'de Lama' genoemd. Ik ontleen deze laatste informatie aan een
uitzending van 'In De Ban Van De Week' op BusinessRadioNews waarin presentator
Youri Albrecht enige vragen voorlegde aan Léon de Winter. Volgens De
Winter is 't wat hard om de dementerende grootmoeder des Vaderlands 'lama' te
nomen en had 'ie daar in zijn oneindige mildheid 'labrador' van gemaakt, 'want
dat vind ik een lief dier.'
Enfin, De Winter heeft zich volgens de Ombudsman van het Algemeen Dagblad in
een Duitse krant zo beledigend uitgelaten over labrador Juliana dat de
columnist per ommegaande diende op te stappen bij het Rotterdamse
sufferdje.
De Winter's citaat in de Berliner Morgenpost luidde: 'dat ze - Juliana - zo
seniel is dat ze denkt dat ze een labrador is'.
Duizenden Rotterdammers eisten vervolgens De Winter's ontslag - Rotterdam is nu
eenmaal ten diepste wezen een provinciegat voor rancuneuze kleinburgers - de
columnist vertrok en de Ombudsman geeft het Oranjegepeupel gelijk.
Geniet even mee: "Ook al was de bijdrage van Léon de Winter niet in
het AD verschenen, hij was wèl columnist van deze krant toen zijn
beledigende uitlatingen over prinses Juliana in Duitsland werden gepubliceerd.
En of het nu helemaal eerlijk is of niet, het is wel begrijpelijk dat deze
krant er mede op werd aangesproken. Er kan geen misverstand over bestaan: de
onnodig grievende opmerkingen over de verzwakte geestesgesteldheid van de
hoogbejaarde prinses waren ook voor het Algemeen Dagblad niet acceptabel. Die
afwijzing heeft niets te maken met het vrije woord, wel met alledaags fatsoen
en respect voor oudere mensen, die niet meer de volledige controle hebben over
hun eigen gedachten. De journalistieke obstructie van De Winter was goed voor
'rood'. Daar kun je voor de tribune een vertoning van maken, maar geruisloos
door de zijdeur laten vertrekken is misschien een wel zo beschaafde
optie."
In die laatste zinssnede refereert de Ombudsman aan het zogenaamd ongedwongen
vertrek van De Winter: "Hij wil zich de komende tijd vooral concentreren
op de afronding van een nieuwe roman en het schrijven van een theaterstuk. En
na alle commotie maar even geen columns meer."
't Verbaast me niet dat De Winter principeloos en zonder stennis het AD verlost
heeft van zijn aanwezigheid, maar dat neemt niet weg dat 'ie het volste recht
had zijn kwalificatie van Oma wereldkundig te maken. Natuurlijk buigt het AD
bij de minste rimpeling van haar lezers; ik geloof niet dat er in Nederland een
karakterlozer dagblad bestaat. De hypocrisie die de Ombudsman ten toon spreidt
- zich namens zijn werkgever op de borst slaan wegens betoonde tolerantie en
tegelijkertijd censuur verdedigend - is van een ongekende schaamteloosheid.
Geen krant verliest zoveel lezers als juist het Algemeen Dagblad - waar de
denkenden bij tienduizenden weglopen - en dat heeft, vermoed ik, alles te maken
met het tot kotsens toe beleden soort van fatsoen van deze functionaris.
Dat ik 't bij mijn oude dag moet opnemen voor de vrije meningsuiting van iemand
die in het verleden op alle mogelijke manieren geprobeerd heeft de uitoefening
van dat recht voor mijn persoontje onmogelijk te maken, doet eens temeer
beseffen hoe belangrijk juist het één en ondeelbare van de vrije
meningsuiting is, alsook het recht op belediging.
De Winter had nooit tot vertrek mogen worden gedwongen vanwege zijn opvatting,
al heeft 'ie de jubelende schop na van zijn Ombudsman vast aan eigen slapheid
te danken.
Ik geef toe, 't is een beklemmende ervaring, maar ik betrap me er de laatste
tijd vaker op meneer's meningen te delen, zoals bijvoorbeeld in het grote
Satan-debat dat zich in NRC-Handelsblad afspeelde en zijn taxaties terzake het
Islamitische gevaar. Misschien word ik oud, misschien is 't de gesel de
mildheid alsook het besef dat De Winter's pogingen mij te demoniseren als
Eeuwige Anti-Semiet en ander fraais, nooit gelukt zijn. Juist de rechten van
zijn bitterste vijand dient men met overgave te verdedigen.
Moge het Algemeen Dagblad de onnozelste Oranjeklanten tot in lengte van dagen
ter wille zijn en zichzelf belachelijk maken als voorbeeld van hoe de
treurigste Koos Takken uit de provincie buigen. Voorts spreek ik de hoop uit
dat meneer De Winter tegen onze kwaadaardige Kroonprins zal blijven schrijven.
Theo van Gogh |