Virtuele burgeroorlog
Elsbeth Etty
Op internet geldt: anything goes. Het is een
schitterende vrijplaats, de culminatie van; de democratisering in de media,
maar ook, en daar moeten we mee leren leven, "een speeltuin voor
bedriegers, halvegaren, pornografen, lasteraars, bovendien een sociale
werkplaats voor geflipte journalisten en een medium dat zich leent voor
manipulatie en falsificatie.
Zo heeft de journaliste Bernadette de Wit, voorheen
onder meer columniste van de Volkskrant, op internet een rubriek. De
Gouden Tondeuse, waar men landverraders kan voordragen voor virtueel
kaalscheren. Wie gaan wij deze keer eens (spreekwoordelijk) kaalscheren?
Wie verraadt z'n eigen land? Wie heult met achterlijkheid of maakt misbruik van
de Nederlandse rechtsstaat om zijn allochtone achterlijkheid hier in te
voeren?"
Wegens 'heulen met de vijand' werd de hoofdredacteur
van het NOS-journaal, Hans Laroes (in het echt ooit neergestoken door een gek
die hem van de televisie kende) afgebeeld met kaalgeschoren hoofd. Ook stemde
Bernadette de Wit in met het interactieve voorstel om Volkskrant columnist
Marcel van Dam na het kaalscheren virtueel te verzuipen in de
Middellandse Zee". Lijkt me een goed plan, Van Dam is toch al een
mummie."
Eveneens als landverraadster voorgedragen: schrijfster
Hella Haasse, omdat zij had gezegd dat autochtonen begrip moeten tonen
voor nieuwkomers", wat blijkbaar neerkomt op collaboratie met de
"allochtone bezetter". Hella Haasse als moffenhoer- anything
goes. Het is onverstandig en zelfs onmogelijk om te reageren op alle onzin
op internet, maar hier zien wij een interessant grijs gebied ontstaan tussen
polemische journalistiek en digitale haatcampagnes.
De journalistiek is, net als de samenleving die
ze weerspiegelt, in transitie", concludeert medlahistoricus Huub Wijfjes
in zijn vorige week verschenen boek Journalistiek in Nederland 1850-2000.
Onafhankelijkheid, objectiviteit, zorgvuldig taalgebruik,
afstandelijkheid en geëngageerd waarheidsstreven hebben duidelijk aan
belang ingeboet. Interactiviteit, beeldbaarheid, vrijblijvend engagement,
tijdelijke emotionele binding en snel wisselende persoonlijke keuzes zijn juist
belangrijker geworden. In die dynamische, postmoderne cultuur staan
betrouwbaarheid, geloofwaardigheid en verantwoordelijkheid weliswaar onder
druk, maar het is toch niet te verwachten dat ze als kernwaarden snel en
volledig opgegeven zullen worden."
Ik kan me hier volledig in vinden. Het is al een
gemeenplaats dat internet een peilloze oceaan vol informatie bevat, maar
tegelijk voor journalisten een uiterst gevaarlijke bron is. Een bekend
voorbeeld levert de Amerikaanse roddeljournalist Matt Drudge, die op internet
het bestaan van de bevlekte jurk van Monica Lewinsky wereldkundig maakte en nu
weer een minnares van presidentskandidaat Kerry ten tonele voert. Het
Lewinski-verhaal bleek te kloppen. Maar serieuze media namen het over zonder
eigen mogelijkheden tot verificatie. Wie had het ingestoken?
Internet betekent dat de journalistiek hogere eisen dan
ooit moet stellen aan de weging en selectie van informatie en vooral aan de
transparantie van bronnen. De lezer moet weten van wie een verhaal afkomstig
is. Namens wie spreekt de bron, hoe komt hij aan zijn kennis, betreft het een
deskundige of een buitenstaander? Om geloofwaardig te zijn, is identificatie
van de bronnen nodig - naam, functie, betrokkenheid bij het onderwerp - en als
het onvermijdelijk is de anonimiteit van bronnen te beschermen, onderwerpen
serieuze media zich aan interne regels die de betrouwbaarheid van de informatie
moeten waarborgen.
Indien het niet om feitelijke beweringen, maar om
meningen gaat, is identificatie van de bron minstens zo belangrijk: hoe
representatief is een mening, welke belangen en oogmerken zitten er achter?
Het meest acute risico is het ontstaan van
contaminatie, een vorm van journalistieke vervuiling. Ik gaf de door een
'echte' journaliste gehanteerde 'Gouden Tondeuse' al als voorbeeld.
Zorgwekkender is de manier waarop het dagblad Trouw internet als bron gebruikt.
Op 31 januari vulde die krant de volledige voorpagina van de bijlage Letter
& Geest met een aantal op het web aangetroffen schrijfsels van 'de Turkse
columnist ErTaN'. Daarachter leek zich een soort allochtone Goebbels te
verschuilen.
Over de verdachte van de moord op leraar Hans van
Wieren aan het Haagse Terra-college had ErTaN bijvoorbeeld geschreven:
Murat, ik hou van je! Je kon mijn broertje zijn. Wat jij deed is niet
jouw schuld, jongen, het is de schuld van deze verrotte maatschappij waar wij
helaas in leven. De geniepige streken van de zogenaamde tolerante Nederlanders
ken ik als geen ander, broeder. Ze halen je het bloed van ónder je
nagels vandaan en wel op een zeer achterbakse manier. Wie krijgt uiteindelijk
toch de schuld, ja onze cultuur, die zou niet deugen, terwijl het hun cultuur
is die tot op het bot verrot is."
Trouw identificeerde de auteur als de Turkse student
Serkan Asuk, maar dit bleek een valse naam te zijn. De echte naam is inmiddels
wél bekend bij de redactie, werd later in een rectificatie gemeld.
Echter niet bij de lezers. Wie zegt mij dat het niet de redacteur van Letter
& Geest Jaffe Vink zelf was? Maar dit terzijde: mij gaat het om de
vraag waarom een serieus te nemen medium, dat een reputatie heeft hoog te
houden, een pagina zou willen wijden aan de gestoorde verbale uitspattingen van
een anonymus?
Uiteraard om de lezers te tonen hoe gevaarlijk 'de
vijand' is. Onder het voorwendsel informatie te geven over wat zich op internet
afspeelt, bedrijft Trouw vulgaire campagnejournalistiek. Een treffende
bevestiging van de door Wijfjes getypeerde postmoderne dynamiek, die de
betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van de journalistiek onder druk zet.
Het voorbeeld staat niet op zichzelf. Ook in Trouw
voert columnist Sylvain Ephimenco, bij wie het geëngageerde
waarheidsstreven heeft plaatsgemaakt voor het vrijblijvende engagement, een
onophoudelijke polemiek met allerlei obscure islamitische websites. Wat hij
daar aantreft bevestigt zonder mankeren dat islamitische immigranten onze
cultuur bedreigen. Toen ik dit hier en daar op internet las", heet
het dan. Soms noemt hij sites, Maghreb-online en Marokko.nl, maar het
voortdurend gebruik van dat soort suspecte, louche bronnen - die moeten
bewijzen dat de etnische burgeroorlog voor de deur staat - getuigt niet van
kritische, selectieve, journalistieke vermogens. Vink en Ephimenco maken van
Trouw een echoput van de islamitische jihad.
Elsbeth Etty
NRC-Handelsblad 17-02-2004
|