Rechtbank Rotterdam
sector Kanton
rep. nr. 455855 VZ VERZ 03-1318
zitting van 31 maart 2003 te 15.00 uur

 
 

VERWEERSCHRIFT

in de zaak van:

Pamela HEMELRIJK
wonende te Amsterdam
verweerster
gemachtigde: Mr O. Hammerstein
te Amsterdam

tegen

de besloten vennootschap
met beperkte aansprakelijkheid
ALGEMEEN DAGBLAD B.V.
gevestigd te Rotterdam
verzoekster
gemachtigde: Mr F.W.G. Ambagtsheer
te Amsterdam


  1. Partijen zijn verder te noemen: "Pamela Hemelrijk" en "AD".

  2. Pamela Hemelrijk heeft kennis genomen van het verzoekschrift dat het AD heeft doen indienen en daarmee van het verzoek om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Zij wenst zich daartegen te verzetten en voert daarvoor het volgende aan:

  3. AD stelt primair dat Pamela Hemelrijk haar een dringende reden zou hebben gegeven om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijke ingang te beëindigen en subsidiair dat er sprake zou zijn van een verandering van omstandigheden die van dien aard is dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve op korte termijn behoort te eindigen.

  4. Primaire vordering zou zijn grondslag vinden in gedragingen van Pamela Hemelrijk bij Nieuwspoort zoals in het verzoekschrift aangeduid.

  5. Subsidiaire grond van de vordering zou zijn dat AD al haar vertrouwen in Pamela Hemelrijk zou zijn ontvallen. Tegen beide grondslagen van de vordering wordt verweer gevoerd.

  6. Het gestelde onder 2 van het verzoekschrift is juist. Pamela Hemelrijk is 56 jaar oud en sedert 1 december 1987 in dienst van het AD(toen de Nederlandse Dagblad Unie B.V.) in de functie van redacteur-verslaggever tegen een salaris van bruto € 4.997,77 per maand te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

  7. Pamela Hemelrijk is in dienst getreden als redacteur en heeft een eigen column in de krant gekregen. Eerst zijn daar twee columns per week van gemaakt en kort geleden is dat weer teruggebracht tot één. Verder heeft Pamela Hemelrijk ook op andere wijze bijgedragen aan de inhoud van de krant.

  8. In de 16 jaar dat Pamela Hemelrijk voor het AD werkt zijn er nooit op- of aanmerkingen geweest omtrent haar kwaliteiten als verslaggever. Deze kwaliteiten staan buiten kijf en als zodanig geniet Pamela Hemelrijk landelijk grote reputatie. Het lange dienstverband en de omvang van haar salaris bevestigen zulks in alle eenvoud. Om de kantonrechter enig idee te geven van haar kwaliteiten, zijn reeds eerder aan de kantonrechter pamfletten toegezonden van haar hand, gebundeld in "Niemands Knecht". De titel van die bundel is ingegeven door een spreuk die het ANP voerde: "Ieders dienaar, niemands knecht". Pamela Hemelrijk heeft daar ook haar eigen devies van gemaakt.

  9. Het geschil tussen partijen is ontstaan door onafhankelijke opstelling van Pamela Hemelrijk met betrekking tot de feiten waarover zij verslag deed. Als columniste had zij bepaald een onafhankelijke visie die zich uitte door een groot wantrouwen tegen alles, gecombineerd met een onverschrokkenheid om feiten aan de kaak te stellen die zij, als waakhond van de samenleving, onder de aandacht van de burgers wilde brengen. Haar gebundelde pamfletten getuigen niet alleen van een kritische kijk op zaken maar tevens van een vooruitziende blik op de ontwikkelingen in de maatschappij.

  10. Dergelijke onverschrokken commentaar op zaken van velerlei aard, roept reactie op, soms ook van de eigen hoofdredactie. Naarmate haar vrijheid verder werd beknot, om onbegrijpelijke redenen, nam de heftigheid van haar reacties jegens de hoofdredacteur toe. Zulks heeft uiteindelijk geleid tot een verstandhouding waarbij de hoofdredacteur vaker publicatie van haar columns ging weigeren maar erger dan dat: zonder overleg ging schrappen en wijzigen van de inhoud daarvan. Dat is in strijd met zijn eigen redactiestatuut.

  11. Opvallend is dat verzoekster zeer veel producties in het geding brengt maar niet de column die volgens eigenstelling van AD ten grondslag ligt aan het primaire verzoek. Als productie 2 brengt Pamela Hemelrijk in het geding "Liasons Dangereuses". Het betreft een zeer raak commentaar op de achtergronden van de Nieuwspoort-Campagneprijs", een prijs die door het gelijknamige perscentrum wordt uitgereikt aan de politieke partij die het beste campagne heeft gevoerd. Pamela Hemelrijk stelt aan de kaak dat de jury voor die prijs enkel bestaat uit leden/aanhangers van de PvdA en het derhalve niet verwonderlijk is dat alleen de PvdA de prijs nog in ontvangst heeft mogen nemen.

  12. De feitelijke toedracht staat in beide pamfletten vermeld. Deel I is gepubliceerd en er de reden van dat Hemelrijk bij de deur van Nieuwspoort werd opgewacht door de directeur zelf. Deel II is ter publicatie aangeboden maar geweigerd omdat Hemelrijk weigerde de laatste zin te schrappen. Pamela Hemelrijk meende dat er sprake was van een zodanige misstand dat het publiek daarover niet onwetend mocht blijven. Dat was de reden dat zij dit pamflet op de site van Theo van Gogh heeft aangeboden, daarmee uiting gevend aan haar onafhankelijkheid als journalist.

  13. De wijze waarop Pamela Hemelrijk deze misstand aan de kaak wilde stellen was feitelijk een vreedzame parodie op het taartincident dat in Nieuwspoort plaats had op 14 maart 2002 toen Pim Fortuyn zijn boek "De puinhopen van paars" daar presenteerde. Vreedzaam omdat zij niet voornemens was met taarten te gooien; haar ludieke actie was ook aangekondigd in de gewraakte column. Het was een parodie omdat de directie van Nieuwspoort, zo nauw betrokken bij het uitreiken van de prijs, destijds de Biologische Taartenbakkers geen strobreed in de weg gelegd had om de toen meest succesvolle campagneleider met taarten te laten bekogelen.

  14. Pikant is dat Hemelrijk is geschorst zonder dat zij gehoord is over de feitelijke toedracht in Nieuwspoort. Men is klakkeloos afgegaan op de lezing van Max de Bok. Hoor en wederhoor is niet toegepast. Ook de redactieraad van het AD, die geacht wordt voor de belangen van Hemelrijk op te komen, is uitsluitend afgegaan op de lezing die de directie van Nieuwspoort heeft gegeven.

  15. Pamela Hemelrijk betwist dat haar handelen in deze het AD reden kan geven om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. De bijzondere aard van de functie die een journalist vervult brengt met zich mee dat de journalist, zolang als de waarheid als leidraad wordt genomen, een grote mate van vrijheid moet worden gegeven om vermeende misstanden aan de kaak te stellen. Daarmee onderscheidt de goede journalist zich van iedere andere professie. En dat betekent dat een (hoofd-)redactie van een krant een conflict over het al dan niet publiceren van een vermeende misstand heeft te tolereren. Alsook dat de gemoederen daarbij verhit zijn geraakt. Dat geldt te meer daar waar het een columnist betreft; deze doet immers niet alleen verslag van feiten maar geeft daarbij uiting aan een mening over die feiten.

  16. Samengevat: wat betreft het taartincident in Nieuwspoort heeft Pamela Hemelrijk zich niet zodanig gedragen dat zij het AD daarmee reden heeft gegeven tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.

  17. Als subsidiaire reden heeft het AD aangegeven dat zij totaal geen vertrouwen meer in Pamela Hemelrijk zou hebben. Pamela Hemelrijk betwist de juistheid van die stelling getuige de standaardbrief die de Hoofdredactie heeft geschreven naar talloze lezers die hun abonnement hebben opgezegd omdat Pamela Hemelrijk was geschorst. Vele lezers beschouwden haar schorsing terecht als een onaanvaardbare belemmering van de vrije meningsuiting.

  18. Hoofdredactie heeft eenieder schriftelijk bericht van de grote kwaliteit van schrijverschap overtuigd te zijn.

  19. Nu er in ieder geval geen sprake kan zijn van een gebrek in vertrouwen van haar schrijverschap, moet Pamela Hemelrijk het er voor houden dat AD bezwaren heeft die te maken hebben met de incidenten rond de moord op Pim Fortuyn van 6 mei 2002 en de houding die zij als redacteur ten opzichte van de krant heeft ingenomen. Het verzoekschrift vangt immers aan met een opsomming van gebeurtenissen uit die tijd.

  20. Het is van algemene bekendheid dat zowel politici als verschillende media aanvankelijk zeer onjuist hebben geoordeeld over de politicus Fortuyn althans het verschijnsel Fortuyn onjuist hebben beoordeeld.

  21. Dat politici en media dat ruimhartig hebben toegegeven maar na de moord is daarvan toch wel voldoende gebleken om dit met stelligheid te beweren. Een van de weinige journalisten die al vroeg over Fortuyn en zijn ideeën heeft geschreven is Pamela Hemelrijk. Daarbij heeft zij van meet af aan aangegeven niet verketterd te willen worden wanneer zij Fortuyn bijviel in zijn ideeen. AD weigerde de column ("I saw a dead man win a fight") op de dag van de verkiezingen te plaatsen omdat het een scheldkanonnade zou zijn. Leg dit pamflet naast het Hoofdartikel dat NRC Handelsblad op 6 mei 2002 publiceerde en stel de vraag dan nog eens, zou ik zeggen. Maar kennelijk was het toen, kort na de begrafenis van Pim Fortuyn, nog te vroeg voor de verwijten die Pamela Hemelrijk met volle overtuiging maakte aan het adres van politici en media. Maar je mag daarover ook van mening verschillen.

  22. Feit is dat Pamela Hemelrijk, ten bewijze van haar onafhankelijkheid, haar pamflet heeft gepubliceerd op het internet.

  23. Anders dan AD stelt maakte ze daarmee geen inbreuk op het Auteursrecht van AD. AD kan geen auteursrecht claimen op columns van Pamela Hemelrijk die zij weigert. Het AD heeft daar immers geen enkel belang bij auteursrecht op werk dat zij niet wenst te publiceren.

  24. Staat ook vast dat Pamela Hemelrijk het pamflet (vanzelfsprekend) eerst heeft aangeboden aan het AD. Het zou pas anders zijn geweest wanneer Pamela Hemelrijk ook pamfletten was gaan schrijven speciaal voor de site van Theo van Gogh en uit een eigen commercieel belang. Zoals het Pamela Hemelrijk ook vrijstond niet gepubliceerde pamfletten toe te voegen aan haar bundel "Niemands Knecht". Met publicatie van haar opinie op het internet heeft Pamela Hemelrijk geen afbreuk gedaan aan het bedrijfsdebiet van het AD en evenmin bijgedragen aan het bedrijfsdebiet van een ander. Ze heeft zichzelf alleen maar geprofileerd en op die wijze indirect bijgedragen aan het AD.

  25. Nietszeggend is de discussie omtrent het memo dat door het AD was uitgegeven over Fortuyn. De datum van de missive, 26 maart 2002, is van dien aard dat het AD per vandaag er trots op mag zijn dat toen 'reeds' tot een dergelijke duidelijke boodschap werd besloten. Het getuigt enkel van inzicht. Iedere goede journalist popelt om de hand op dergelijke instructies te leggen. En er is geen enkele reden om geheimzinnig over deze notitie te doen. Het is in feite een hoofdredactionele vaststelling van feiten met daaraan verbonden conclusie waar niemand zich voor hoeft te schamen. Er staat ook nergens dat deze aanwijzingen vertrouwelijk moeten worden behandeld. Dat Pamela Hemelrijk er verheugd over was dat haar inzichten eindelijk werden gedeeld spreekt voor zich. AD doet het ten onrechte voorkomen dat Pamela Hemelrijk AD schade heeft willen berokkenen door bij openbaarmaking van dit memo betrokken te zijn. Het tegendeel is waar. Zij had reden om trots te zijn op haar Hoofdredactie. Het heeft er natuurlijk alles mee te maken dat de Hoofdredactie zelf nog even moest wennen aan het feit gezonde inzichten te hebben.

  26. Pamela Hemelrijk wijst in dit verband op de brief van de plaatsvervangend Hoofdredacteur Peter de Jonge d.d. 17 mei 2002 waarin deze benadrukt niet er op uit te zijn om Pamela Hemelrijk brodeloos te maken. Anders gezegd: men was beslist niet uit op een ontslag. Het AD had zo veel brieven van lezers ontvangen in de overeen gekomen vakantie van 2002 dat haar terugkeer van vakantie in de "streamer" van de krant (op de voorpagina) werd aangekondigd.

  27. Verder wordt in het geding gebracht de speech die Pierre Vinken heeft gehouden bij de introductie van 'Niemands Knecht" in het vorige jaar. Op die notitie staat ook een blocnote van zijn hand. Pierre Vinken was destijds, toen het AD nog deel uitmaakte van het Elsevierconcern, de hoogste baas van Hemelrijk. Uit die notitie blijkt dat haar rebelsheid ook in het vorig jaar nog werd aangemoedigd. Omdat de vrijheid van meningsuiting het burgerrecht is dat onder journalisten het meeste leeft.

  28. Aan dit alles doet niet af dat Pamela Hemelrijk erkent dat zij als journalist deel uitmaakt van een organisatie en dat haar leiding gegeven wordt door een hoofdredactie en een bestuur van het concern. Maar de rechtspositie van een journalist ten opzichte van haar meerdere onderscheidt zich ten opzichte van een andere werknemer juist door de onafhankelijkheid die de journalist heeft te verdedigen. Dat geldt temeer waar het een columnist betreft die geacht wordt een mening te uiten. Het staat de hoofdredactie van een krant vrij om publicatie te weigeren. De inhoud van een krant komt immers tot stand onder leiding en verantwoordelijkheid van de hoofdredactie. Het staat een hoofdredactie echter niet vrij om een werknemer te beletten zijn mening te uiten. En het siert een krant niet dat zij een werknemer, aangesteld juist op grond van haar rebelsheid, op diezelfde grond ontslag aanzegt.

  29. Pamela Hemelrijk meent voorts dat het ontstaan van het geschil in overwegende mate te wijten is aan de houding van haar werkgever en dat deze derhalve schuld heeft aan de situatie die is ontstaan. Ten onrechte is zij in haar functie geschorst en is daarmee opzettelijk een onomkeerbare situatie gecreëerd. Dat blijkt ook uit het feit dat de gemachtigde van het AD de voorzieningenrechter heeft geschreven tot de dag van behandeling verhinderd te zijn om op een zitting te verschijnen.

  30. Hemelrijk meent dan ook dat de vordering van het AD afgewezen dient te worden bij gebreke van een deugdelijke grondslag.

  31. Meest subsidiair voert Pamela Hemelrijk aan dat zij gedurende 16 jaren verbonden is geweest aan het AD als journalist en de belangrijkste jaren van haar arbeidzame leven ten dienste van die krant heeft gesteld. Als vooraanstaand journalist heeft zij op die wijze zeer bijgedragen aan het succes van die krant. Dan kan een ontbinding van een arbeidsovereenkomst enkel plaats hebben wanneer de werknemer een passende vergoeding wordt aangeboden voor het verlies aan inkomsten. Als Hemelrijk de opstelling van de krant jegens haar in een column had moeten verwoorden dan had zij ongetwijfeld verwezen naar de rechtsverhouding tussen een hoofdredacteur en zijn journalisten bij een krant in de voormalige DDR. Want daar werd iedere journalist destijds ontslagen die niet bereid was de voorgeschreven mening te verkondigen.

  32. Hemelrijk betwist voorts al hetgeen door het AD is gesteld in strijd met het bovenstaande en zij zal haar verweren verder doen toelichten bij gelegenheid van de mondelinge behandeling die is vastgesteld op maandag 31 maart 2003 te 15.00 uur.

    MET CONCLUSIE
  gemachtigde Mr O. Hammerstein

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service