|
Het Goede en het
Ware
Geschreven voor het Katholiek Nieuwsblad (bekende oase van persvrijheid in de
Nederlandse journalistieke woestijn) van vrijdag 14 juni 2002.
door Pamela Hemelrijk
In het café zat ik te praten met een hele aardige academicus van een
jaar of dertig. Het gesprek ging natuurlijk weer over politiek, en ik zei dat
journalisten tegenwoordig dezelfde minachting ten toon spreiden jegens hun
lezers als politici jegens hun kiezers. En dat de kranten, door hun lezers niet
voor vol aan te zien, bezig zijn in snel tempo hun eigen graf te graven.
Volgens mij dan.
Die aardige academicus zweeg even. Toen zei hij: "Maar laten we nou
eerlijk wezen Pam. De meeste mensen zijn toch ook eigenlijk veel te dom om te
stemmen?"
"Ten eerste", zei ik, "ben ik dat radicaal met je oneens. En ten
tweede: dat iedereen een stem in het kapittel mag hebben zelfs de mensen
die niet op de universiteit zijn geweest dat noem je nou
democratie."
Het was weer even stil. "Misschien", prevelde de academicus toen,
"ben ik dan wel geen voorstander van democratie".
Nu was het mijn beurt om even naar adem te happen. "Daar schrik ik nou
van, van die mededeling", zei ik. "Maar ik waardeer het dat je er zo
rond voor uit komt. Je bent tenminste eerlijk; dat is al heel wat. Weet je aan
wie ik ineens moet denken? Aan David Cohen, een van de voorzitters van de
Joodse Raad. Ook een academicus. Hij bood zichzelf aan om joods Amsterdam te
vertegenwoordigen tijdens de Duitse bezetting. Met fatale gevolgen, zoals je
weet. Cohen vond zichzelf namelijk de aangewezen persoon om die taak op zich te
nemen. Want, zei hij letterlijk, je kon de leiding over het judenviertel toch
zeker niet overlaten aan de bakker en de slager? En die bakkers en slagers maar
vrijwillig op de trein naar Westerbork stappen.
Op dringend advies van de hooggeleerde Cohen. "Om erger te
voorkomen". Tot Cohen tenslotte zelf aan de beurt was om gedeporteerd te
worden. Naar het propagandakamp Theresiënstadt, welteverstaan. Waar je
niet werd vergast, en zelfs vrij behoorlijk te eten kreeg. Hij is dan ook
levend teruggekomen, in tegenstelling tot duizenden bakkers en slagers. Nee,
van de academici van deze wereld moeten we het echt hebben. Ja, je ziet het: ik
kan ook met de Tweede Wereldoorlog schermen als het in mijn kraam te pas komt.
Net als Thom de Graaf en Job Frieszo."
Dat Amsterdam van oudsher een PvdA-bolwerk is, dat wist ik; natuurlijk wist ik
dat. Maar dat ze zo gebrainwashed zijn dat ze nu in de grachtengordel
collectief schande zitten te spreken van Gerard Spong en zijn aanklacht, daar
sta ik toch paf van. Die aanklacht is, zoals u weet, gebaseerd op artikel 137d
Wetboek van Strafrecht (Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrift,
aanzet tot haat tegen, of discriminatie van mensen, of tot gewelddadig optreden
tegen persoon of goed van mensen wegens hun ras, godsdienst, levensovertuiging,
geslacht of hetero- dan wel homoseksuele gerichtheid, wordt gestraft met een
gevangenisstraf van ten hoogste een jaar).
Persoonlijk heb ik het altijd een overbodig artikel gevonden, want ook zonder
137d kun je mensen die het op dit gebied te bont maken juridisch aanpakken. Dan
vervolg je ze gewoon wegens opruiing. Dat is namelijk ook een strafbaar feit.
Dus van mij had dat stukje politiek correcte gelegenheidswetgeving er nooit
hoeven komen. (Van Pim Fortuyn trouwens ook niet; dat was nou juist wat hij
bedoelde toen hij in dat Volkskrant-interview zei dat hij een tegenstander was
van het gebod: gij zult niet discrimineren. De Volkskrant beschuldigde hem er
vervolgens van artikel 1 van de Grondwet ("het fundament van onze westerse
beschaving") te willen opheffen, en dat ging er bij de lezers in als koek.
Maar dit terzijde.)
Maar zolang dat artikel in onze strafwet staat, zou ik toch wel graag zien dat
het ook zonder onderscheid van kracht is voor alle burgers in dit land, zoals
artikel 1 van de grondwet garandeert.
Of is dat teveel gevraagd?
Blijkbaar wel.
Blijkbaar vindt de halve grachtengordel dat artikel 137 wél mag worden
gebruikt om Janmaat te veroordelen (wegens "vol is vol"; hij loopt
nog steeds in zijn proeftijd, en zijn herzieningsverzoek is door het OM
afgewezen; over rechtsongelijkheid gesproken), maar níet om stappen te
nemen tegen pakweg Stefan Sanders, die in Vrij Nederland een rechtstreekse link
legde tussen homoseksualiteit in het algemeen en fascisme in het algemeen
(onder de pakkende titel "FFF", oftewel "Fortuyns
flikkerfascisme"). Het feit alleen al dat Spong in opdracht van
zijn overleden cliënt nota bene - het heeft gewaagd aangifte te doen tegen
een paar politici en journalisten, dat feit vervult de intelligentsia met
walging en verontwaardiging. (Zouden ze in de grachtengordel niet weten dat
elke burger die kennis neemt van een strafbaar feit, verplicht is daarvan
aangifte te doen?) En de rechter krijgt niet eens de kans een oordeel te vellen
over dit meten met twee maten; want het OM vertikt het om de zaak aan de
rechter voor te leggen. Zodat we over deze fundamentele kwestie waarschijnlijk
nooit jurisprudentie zullen krijgen.
"Jij altijd", zei een hoofdredacteur eens tegen me (nadat hij mij met
zoveel woorden had verboden om nog langer over Srebrenica te schrijven).
"Jij altijd met je gezeur over de waarheid, de hele waarheid en niets dan
de waarheid
Da's allemaal goed en wel, maar wij moeten hier een krant
maken, ja?" Datzelfde wijsneuzige gerelativeer hoor ik nu dagelijks om me
heen, en het maakt me wanhopig.
"Maar Pam, in het buitenland is het toch hetzelfde laken een pak?"
"Maar Pam, de strijd om de macht is toch per definítie een smerig
spel?" "Maar Pam, je kunt toch van een politicus niet in ernst
verwáchten dat hij altijd de waarheid spreekt?" "Maar Pam,
ambtelijke corruptie is toch onvermijdelijk en van alle tijden?"
En dan heb ik het nog niet eens over de scholen voor journalistiek, waar
generaties HAVO-scholieren, naast allerlei Marxistiese rimram, stelselmatig
ingepompt hebben gekregen dat "objectiviteit een fictie is".
Nou, dat hebben die leerlingen zich geen twee keer laten zeggen, als u mij
toestaat. Het onderscheid tussen feitelijke verslaggeving en commentaren is in
de doorsnee kwaliteitskrant niet meer terug te vinden, en zeker niet bij de
politieke redacties.
Dat totale objectiviteit een fictie is, dat is een waarheid als een koe. Maar
wie daaraan het recht meent te mogen ontlenen om in het geheel niet meer naar
objectiviteit te streven, die is nou volgens míj bezig het fundament van
onze beschaving te ondermijnen.
Laatst las ik een stuk over de pre-Socratische filosofie. De wijsgeren van
vóór Socrates, vernam ik, hingen nog de overtuiging aan dat het
goede onverbrekelijk verbonden is met het ware; dat die twee niet zonder elkaar
kunnen, en als het ware een heilige twee-eenheid vormden. Socrates heeft die
overtuiging, die toen gemeengoed was, aan het wankelen gebracht met zijn
scherpzinnige interviewtechniek. Ik neem dat Socrates in het geheel niet
kwalijk; d'r is niks op tegen om mensen aan het denken te zetten over zaken
waar ze nog nooit goed over hebben nagedacht. Maar God behoede ons voor de
navolgers: die hebben er een dogma van gemaakt ("niks is helemaal waar, en
zelfs dat niet"), zodat nu de halve grachtengordel ervan overtuigd is dat
stelselmatig bedrog iets is waarmee we moeten leren leven.
"Sjonge", dacht ik, toen ik dat artikel uit had. "Nooit geweten,
maar ik behoor tot de pre-Socratici. Het goede kan voor mij niet bestaan zonder
het ware. Zou ik de laatste der pre-Socratici zijn?"
In de grachtengordel heb ik in elk geval niet veel soortgenoten kunnen vinden,
tot op heden.
Pamela Hemelrijk
|