{short description of image}


Failliet!



Vandaag had ik een ervaring die me te zelden overkomt; alle bankpasjes blokkeerden. Deze vrucht van een onbetamelijke levenswandel kan alleen op juiste waarde worden geschat door een vleesgeworden product van Wassenaarse decadentie en in de veilige wetenschap dat er wel weer geld zal komen, dat wil zeggen, werk dat
betaalt. Ik zeg eetafspraken af met de mededeling 'm'n geld is op' en in de wantrouwige stilte die dan valt, hoor ik de waarheid triomfen kraaien. Ik ben, kortom, van God los.
Deurwaarders, enige dwangbevelen en klagende vrije ondernemers aan de lijn, m'n liefje wat wil je nog meer? Ik geloof niet dat ik 't ooit zo bont heb gemaakt als Martin Bril, die volgens de overlevering een tonnetje schuld maakte bij de coke-dealer en daarom nu als vertegenwoordiger van de Algehele Onthouding grijnzend naar zondaren kijkt als ondergetekende. Ik fiets, lever flessen in om een pakje sigaretten te kunnen kopen, kortom, ik ben net Marie Aontoinette die over het hongerend gepeupel dat om brood schreeuwde, opmerkte: "Waarom eten ze dan geen cake?"
Wat me ook monter stemt is dat het geld is uitgegeven aan een documentaire en een CD, nutteloze uitgaven misschien, maar je beleeft er zoveel aardigheid aan. En overigens... ach, gezien m'n maandsalaris ben ik over een maand of drie weer boven Jan.
En verder?
Nou, ik beleefde veel plezier aan een opname van "Het Laatste Oor" die ging over Jules Croiset, U weet wel... Aan Jules is het boekenweekgeschenk gewijd dit jaar.
Ik mag me graag herinneren hoe ik niet lang na de zogeheten Affaire met Adriaan Venema brasserie Van Baerle bezocht om te lunchen. Mevrouw Croiset zwaaide er de scepter en, een blik werpend op de letterlijk lege zaak, betoonde zich een toegewijd echtgenote: "We zitten vol..."
"Is er niet één tafeltje over?" vroeg ik bedeesd.
"Voor jullie niet," zei Mevrouw Croiset.
"Voor joden verboden", grijnsde ik en dat was natuurlijk een heel onbehoorlijke opmerking. Daar gingen we, Venema en ik, afgetroefd door iemand die meer van liefde begreep dan wij.
Altijd weer krijg ik dat dankbare gevoel in me dat ik lééf wanneer Theodor Holman Jules nadoet, die uitlegt hoe er een hakenkruis op zijn borst is gekrast. 't Is om te huilen van het lachen, niet vanwege de grootheidswaanzinnige patiënt die ons ongevraagd op deze solovoorstelling tracteerde, maar vooral vanwege de deftige reacties van de 'herlevend fascisme' vorsers van de 4 Mei-industrie, die er in mijn herinnering knap teleurgesteld over waren dat Jules alles uit zijn duim had gezogen.
Nou ja, zo leuk zal 't U wel niet zijn bij gebleven.
Ik heb me ingeschreven voor een cursus handleeskunde, niet zozeer omdat ik erin geloof, maar meer omdat ik altijd geil word van vrouwen die zonder hocus-pocus een hand lezen. Wat is 't niet leuk om, kaf van koren scheidend, het ware inzicht op waarde te kunnen schatten. Luisterend naar een dame die jou de maat neemt op grond van zoiets dubieus als een levenslijn, komt de ware intimiteit als een dwangbuis boven tafel, omstrengelend, omsingelend, onafwendbaar. Hoe getikt moet men zijn om zoiets te kunnen ménen? Zou ik nòg geschifter zijn dan Jules Croiset? Mìjn moeder zat niet eens bij de NSB...

  Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!