 |
Aan: Pieter Broertjes, hoofdredacteur van de
Volkskrant
Van: Theo van Gogh
Amsterdam, 4 December 1999
Betreffende: het lijk in Uw kast
Geachte Heer Broertjes,
Gezien Uw doortastende optreden deze week kan ik me voorstellen dat U geen tijd
had om zich te verdiepen in mijn simpele verzoek, twee weken terug, een
ingezonden brief te plaatsen. Wat wilde het geval?
Een medewerkster van Uw katern "Stroom" had een kritisch bedoelde
beschouwinggeschreven over het Veronica TV-programma "Hoe hoort het
eigenlijk?". Ondergetekende en Menno Buch gingen in de gewraakte
aflevering op bezoek bij de redactie van "Opzij" omdat wij antwoord
wilden op de vraag: "Vrouwen aan de macht?"
Ter redactie riep ik vrolijk: "Ik ben voor de vrouwelijke krachten. De
zachte krachten zullen overwinnen."
De niets-vermoedende Volkskrant-lezer mocht uit mijn mond 'mompelend' geciteerd
lezen: "Vrouwen moeten verkracht worden."
Onze geliefde vorstin heeft 't U deze week nog zo helder uitgelegd - "De
leugen regeert" in de vaderlandse kranten - al mocht ik hier aanvankelijk
geen kennis van nemen in Uw kolommen. Enfin, ik stuurde een ingezonden briefje
naar de
Volkskrant waarin ik schreef wat ik werkelijk gezegd had. Wat Uw scribente in
de adelaarsvlucht van haar verbeelding meende te hebben vernomen, doet meer
vermoeden dat we hier te maken hebben met de wens die vader van een gedachte
is. Ik mag in vele harten een lichtje ontsteken.
Drie weken later kwam er een ietwat jolig briefje van Uw medewerkster
MevrouwGnirrep, die namens de Volkskrant meldde dat mijn kattebel niet
geplaatst kon worden, dus: "Volgende keer beter."
Jawel, maar 't betrof hier niet mijn onmisbare oordeel over de Hogesnelheids
lijn, meer een eenvoudig geval van karaktermoord over iets dat ik niet gezegd
had.
Daarover schreef ik U, en daarover heb ik tot op heden niets mogen vernemen.
Mijn verzoek was heel eenvoudig: "Vindt U 't toch niet redelijk dat mijn
briefje alsnog geplaatst wordt?"
U meent blijkbaar van niet.
In Vrij Nederland mocht ik lezen dat Uw redactie al weken zit te wachten op een
VHS-bandje van de betreffende uitzending. Daarmee werd tussen de regels door
gesuggereerd dat ik iets te verbergen zou hebben. Het eigenaardige is dat Uw
medewerkster zo'n twee maanden geleden al de betreffende tape opgestuurd heeft
gekregen van Veronica. Enig doorvragen leert dat Mevrouw het geval kwijt is.
Dat is nu heel verdrietig. Maar, in alle redelijkheid; wat heb ik er eigenlijk
mee te maken? Ik ben natuurlijk geen kenner van Uw dynamische journalistieke
principes, maar mag toch aannemen dat wanneer de Volkskrant Theo van Gogh in de
mond legt dat vrouwen verkracht dienen te worden, Uw wakkere verslaggeefster
gezien de verstrekkendheid van zo'n uitspraak voor één en ander
het bewijs aan haar eind-redacteur voorlegt? Nu ja, ik had al eerder de indruk
dat bij "Stroom" een juiste vermelding van de feiten geen prioriteit
heeft.
Mijn vraag aan U is: wat te doen?
Meent U werkelijk dat ík maar voor het bandje heb te zorgen?
In sommige akelige dictaturen is de aangeklaagde schuldig zolang hij zijn
onschuld niet kan bewijzen, maar in het paradijs dat de Volkskrant voor ons
allen in petto heeft, kan het wegraken van een bandje toch niet als reden
gelden om
iemand van onbesproken reputatie met pek en veren te overladen?
Gezien mijn goede naam hecht ik er waarde aan dat de Volkskrant-lezer kennis
kan nemen wat van wat ik werkelijk gezegd heb. Ik verzocht daarom mijn briefje
te plaatsen. Dat kan dus blijkbaar niet.
Is 't Uw bedoeling dat ik naar de rechter stap om bij kort geding te eisen dat
Uw krant overgaat tot rectificatie en een schadevergoeding van
één gulden, te storten op het Michaël Zeeman-fonds voor
gevallen vrouw'tjes (postgiro 3151174)?
Ik hou niet van rechters en sterke armen om m'n recht te krijgen.
Ik doe liever een beroep op Uw redelijkheid.
Ik vermoed dat zelfs de Volkskrant niet onnozel genoeg is om te verwachten dat
ik het moede hoofd zomaar in de schoot leg. Om met Heere Heeresma te spreken:
"Men kan over mij lopen, maar niet hele marsen."
Of meent U inderdaad dat ik, als gesmade partij, over moet gaan tot de orde van
de dag? Gezien de vorstelijke inzichten die U over de omgang van het journaille
met Majesteit ontvouwde, kan ik me zulks niet voorstellen. Ik ben maar een
eenvoudig onderdaan, en toch...
Maar ik kan me natuurlijk vergissen.
Aangezien de Volkskrant wel bitter weinig moeite heeft genomen om het juiste
citaat te achterhalen, stel ik voor dat U òf rectificeert òf een
schrijven van mijn advocaat tegemoet ziet. Dat laatste zou mij somber stemmen,
want ik meen dat een zichzelf respecterend dagblad correct hoort te citeren, of
't nu Hare Majesteit betreft of mijn persoontje.
Ik heb m'n best gedaan dit akkefietje met een ingezonden brief af te doen, maar
het gebrek aan fatsoen dat bij Uw krant blijkbaar de norm is, noopt me nu iets
meer te vragen. U zult daar alle begrip voor hebben.
Ik blijf bijzonder geïnteresseerd in Uw moedige optredens ten overstaan
van Majesteit en zie vol verwachting uit naar Uw antwoord op mijn tweede
briefje.
Met vriendelijke groet,
Theo van Gogh
|