 |
Er zit een vuiltje aan mijn zolen
het lijkt op jou en heeft bevolen
dat ik een leven lang zal dolen
met mijn taas op hete kolen
jij bent het tikje van de molen
mijn konijn op anabolen
er zit een vuiltje aan mijn zolen
ben jij de dood of gladiolen?
Er zit een vuiltje in mijn oog
bij jou hou ik geen zakdoek droog
en àls ik ooit al tegen jou loog
en àls ik ooit al naar jou spoog
was 't omdat ik jouw leugens woog
de pus van jouw valse lippen zoog
in het doolhof van jouw listen toog
in al jouw valse strikken vloog...
Er zit een vuiltje in mijn kruis
jij bent 't en je voelt als luis
ik woel wat door jouw feestgedruis
en weet meteen; ze is nìet kuis
en naar het testbeeld op de buis
staar jij, liefje, doof voor ruis
jij bent de heks die ik verguis;
er zit een vuiltje in mijn kruis
Of ik bang ben voor de dood?
of ik flikker ben of poot?
of ik moorden zou voor brood?
of ik lucht in aders spoot?
kus jij mij liever naakt of bloot?
ben ìk de redder in jouw nood?
O jij, die nooit je' mondje sloot...
is er leven vòòr de dood?

|