 |
"Ben je gek geworden?"
"Hoezo?"
"Je kent 'r tìen dagen!"
"Nou en?"
Verleden week Vrijdag werd ik ten huwelijk gevraagd in een visrestaurant en het
gesprek hierboven ging over de blijde mare dat ik inderdaad "Ja!" heb
gezegd. De meeste mensen reageerden zoals mensen meestal reageren, met een
mengeling van afgunst en achterdocht verpakt in verbazing. Maar, gebiedt de
eerlijkheid te zeggen, niet iedereen kon z'n oren niet geloven.
Kan ik zelf m'n oren geloven?
Jawel, want 't is of de grote scenario-schrijver Hierboven voor
één keer de dobbel-stenen heeft geworpen in mijn voordeel, dat
wil zeggen, zonder onmiddellijk een reeks van rampen en misverstanden aan te
richten. Ik zei "Ja!" tegen een vrouw waarvan ik ook in m'n
nachtmerries hoop dat ze niet liegt als ze zegt dat ze om me geeft. Voor het
overige is de business van het gevoel een hobby voor dichters en dichter ben ik
verre van, dus uit mijn mond geen erupties.De vrouw die mijn echtgenote wordt,
vindt mijn film "Blind Date" gevoelloos, - iets waar ik van peinzen
ging, want die film beschouw ik als m'n minst mislukte. Ze vindt eigenlijk ook
dat ik draaien moet en geen stukjes schrijven ('Jij hebt een vorm gekozen die
je dood betekent', violen huilen nu), hoewel ze amper een film van me gezien
heeft.
Ze noemt mij 'de kleine tiran', maar zulks is uit haar mond geen kwaadaardige
omschrijving. Zittend aan een lange tafel bij een Japanse eetgelegenheid
schatte ze een meisje van dertien dat tegenover ons zat als iemand die haar
vader pijpen moest, waarna Pappa in kwestie - inderdaad een onbestemd Heer -
uit z'n mond liet vallen: "Pàrdon?"
"Da's een compliment!", zei mijn aanstaande. En op dat moment hield
ik heel veel van haar. Een advocaat in een rechtszaak zou terecht weinig heel
laten van dit soort bewijsvoering, maar in de duistere kelder van mijn angsten
en vooroordelen roept iemand: "Recht in de roos, meid!"
Ik vertrouw haar instinct.
't Is met de liefde zo gesteld dat mannen van mijn slag niet veel meer in huis
hebben dan hun stijve pik en wat begerige ogen. Ik maak me over mezelf niet zo
heel veel illusies, waarmee ik bedoel te zeggen dat het leven zonder grote
Liefde mij tot voor kort ook heel wel was. Maar juist een van zijn illusies
beroofde als ik-zei-de-gek dient de pin op z'n neus te krijgen, met als gevolg
dat ik nu, op m'n eenenveertigste, met padvinderachtige onbevangenheid nog
één keer het grote avontuur aanga. Dat is natuurlijk erg
onverstandig van mij, maar je alleen voelen is dat ook, en mocht ons circus -
wat vele Goden verhoeden - volgende week afgelopen zijn, dan hou ik er in ieder
geval een hartstochtelijk verhaal aan over.
Gisteren stond mijn liefste ijsblokjes te gooien naar een meneer die haar
uitschold omdat 'ie haar jarenlang aanbeden heeft. Ze schopt tegen passerende
auto's aan als ze bij me achterop zit in Lieuwe's stoeltje, ze scheldt op
onverantwoorde wijze agressieve exemplaren van de Marokkaanse medemens uit, ze
heeft een tong als een scheermes, is aandachtjunkie en maakt me meestal aan het
lachen. Ze heeft voor alles schijt aan de wereld en ik tel zulke zegeningen.
Soms is ze zo lief dat ze me ontroert tot op het bot, jawel dames en heren, tot
op de plek waarvan ik gedacht had dat ik er eindelijk van verlost zou zijn; m'n
Kwetsbaarheid. Ze is een vrouw zoals ik me een vrouw droom.
Het meeste hiervan flitste in een seconde door me heen voor ik "Ja!"
zei, en me met het schaamrood op de kaken realiseerde dat ik voor haar viel als
een baksteen. Vandaag bracht ze een vleesetende plant voor mijn zoon mee die
was vernoemd naar Sandra Derks.
Er blijft niet veel te wensen over.

|