 |
Majesteit!
Als wij de cultus van het Gouden Oor -
de eredienst van commercie en kunstliefhebbers voor mijn achteroom
Vincent - in ogenschouw nemen, valt allereerst op dat de wereld van nu
een zekere dweepzucht aan de dag legt voor de niet-verkopende artiest
van toen. 't Is net of de dames en heren met terugwerkende kracht hun
schuldgevoel voor alle over het hoofd geziene kunstenaars in één
klap goed willen maken. Dat levert kostelijke taferelen op zoals dit
hier, nu U naar iemand moet luisteren wiens enige verdienste hieruit
bestaat dat zijn achternaam dezelfde is als die van het feestvarken
dat met deze nieuwe vleugel in de bloemetjes wordt gezet. Ik denk dat
als Van Gogh de schilder nog zou leven hij dat hele gedoe hier nogal
bespottelijk zou vinden, afgezien nog hiervan dat 'ie van nature
weinig op had met boven-ons-gestelden als U, de staatssecretaris, de
Directeur van het Museum of wat hier verder nog aan gewichtigs
rondloopt. 't Is de ironie van het lot dat uitgerekend Vincent één
van de voornaamste troetelkinderen is geworden van de business van het
Gevoel; een icoon tegen wil en dank.
Als achterneef heb ik altijd met een zekere afkeer kennis genomen van
Vincents humanistische predikingen, zijn bloedend hart in de brieven,
omdat ik geloofde dat iemand die zichzelf zo serieus neemt als hij
deed, minder bevattelijk is voor de knipoog naar zichzelf die het
leven zo veel dragelijker maakt. Maar misschien kan grote kunst alleen
geboren worden uit een zieltje dat zichzelf serieus neemt.
Mijn familie heeft uit de goedheid van haar sociaal-democratische
hart gemeend een verzameling van driehonderd schilderijen en
zeshonderd tekeningen weg te moeten geven aan de Staat der Nederlanden
onder het motto: "Dan heeft iedereen er wat aan, dan kan iedereen
ervan genieten." Een tragisch misverstand, wat mij betreft. De
geschatte waarde van de verzameling is nu zo'n zes miljard gulden, zo
ongeveer wat Uw familie in haar spaarpot heeft, en ik mag mij dus met
recht het laatste slachtoffer van de sociaal-democratie noemen.
Een tragisch misverstand, zei ik net, dat voor mij extra reliëf
krijgt als de jaarlijkse blauwe enveloppen binnenkomen en ik weer geld
moet overmaken, onder andere om de sympathieke poppenkast van Uw
monarchie in stand te houden. Ik begrijp niks van mijn familie, want
per saldo hadden wij hier toch bijeen kunnen zitten als de doekjes in
bruikleen waren gegeven. Nu ja, zo is overal wat en misschien denkt U
nog wel eens aan die dag dat Uw vader en moeder zich onder de
welluidende klanken van het Horst Wessel-lied verloofden, op weg naar
hun eerste dochter.
Waar 't om gaat is dat over schoonheid niet te veel te babbelen valt.
't Is mooi dat deze vleugel er is, want goed voor het toerisme van de
stad Amsterdam. En overigens geloof ik dat U als Majesteit die van
kunst houdt, dadelijk vast met een oprechte glimlach het lint gaat
doorknippen. U bent net zomin te benijden als Vincent was, en daarom
neem ik graag mijn ongeziene petje voor U af.

|