![]() | ||||
Rudy weet 't beter. | ||||
Een paar dagen voor de Kerst werd 't mij duidelijk; Rudy Kagie zou genadeloos gaan toeslaan. Toen ik nog voor Nieuwe Revu schreef had ik hem weleens opgevoerd als 'onze zeker niet babbelzieke collega'. En grappig genoeg bleek Kagie dan altijd opvallend goed geïnformeerd. Hij vertelde bijvoorbeeld over de ruzie tussen Joop van Tijn en Rinus Ferdinandusse, die begon toen de laatste was aangezocht als bemiddelaar tussen redactie en de eerste. Het voetvolk wilde af van z'n leugenachtige hoofdredacteur en stelde Ferdinandusse voor als tussenpaus. Van Tijn mocht wat betreft de redactie voor altijd met vakantie. Joop's slokdarm zou die bede pas een paar maanden later verhoren. Die ruzie liep zo hoog op dat Rinus uiteindelijk geen reden meer zag op Joop's begrafenis aanwezig te zijn; het klinkende slotakkoord van een vriendschap die veertig jaar had geduurd. Ik krijg altijd vochtige ogen als ik van zulke ouwe-mannen-oorlogen hoor. Geef Kagie een slokje en hij emmert café Zwart vol: "Joop is net op tijd overleden. Wij hadden 't helemaal gehad met Joop." En nu dan zou de gevreesde verslaggever dus komen met een aan mijn persoontje gewijd, 'vernietigend portret'. "Bloed aan de paal", zoals de auteur zelf verkondigde aan de toog. Rudy had schoon genoeg van mij. Hij zou mijn dubieuze karakter beschrijven, mijn rattigheid en bovenal de onbetrouwbaarheid die mijn naam geen goed heeft gedaan bij coryfeeën als Thom Hoffman en de heer Kuitenbrouwer. Ik deed geen oog meer dicht; zou mijn grote geheim publiekelijk aan de schandpaal worden genageld? Des te groter de teleurstelling toen ik Kagie las. (Mooie foto van me trouwens, niet verstandig om iemand zo'n melancholiek portret te gunnen als je hem onsympathiek wil doen overkomen.) Ik begrijp niet waarom mijn geachte opponenten, of ze nu Niemöller of Kagie heten, altijd tandenknarsen van woede als ik ter sprake kom. Als lezer wens ik een oel geschreven, dodelijk geestig en daardoor verdelgend portret lezen van Theo van Gogh, die nog dagen na verschijning van Vrij Nederland niet op straat durft. In plaats daarvan moest de lezer vernemen dat hij 'onbetrouwbaar' is, dat vrouwen bij hem weglopen, dat hij kinderachtig blijft, dat zijn grappen niet leuk zijn, dat hij 'omstreden' was, is en zal wezen en dat hij, last but not least, 'geen vriend' overhoudt. Ik kon wel lezen dat Rudy z'n best had gedaan en je moet de poging altijd waarderen... Maar dit geroddel was niet smakelijk, hooguit moraliserend. Zou er één VN-lezer zijn die nìet z'n schouders ophaalde? Zelfs Olga Zuiderhoek - geen liefhebster van mijn publicitaire omgang met de dames en heren - schreef na lezing van Kagie's aanklacht een kaartje met; "Je was zeker wel heel tevreden met dat stuk in VN?!" Ik was er vooral slaperig van. Hermine Landvreugd:"Kagie belde me met het verzoek te reageren op wat jij zoal over me vertelt. Ik zei dat jij erin gespecialiseerd bent om iedereen belachelijk te maken, dus ook mij."Kom nou Hermine!", begon 'ie, met stemverheffing. Ik zei dat ik geen zin had om te reageren. Hij begreep er niks van. Hij zat trouwens met de handen in z'n haar; niemand wilde wat vertellen, of 't was positief voor jou. Dat 'ie me uiteindelijk heeft geciteerd als zou ik niet in God geloven, om aan te geven hoe onbetrouwbaar jij bent wanneer je me als bruidje van Jezus neerzet, neem ik hem hoogst kwalijk. Ik geloof heel erg in God." Helaas wel. Landvreugd:"Toen het stuk gepubliceerd was, heeft 'ie me gebeld en gesmeekt om geen ingezonden brief te sturen. 'Het geval Van Gogh' was niet overal ter redactie even goed gevallen, om 't voorzichtig uit te drukken. Kagie sprak ook met Jan Harinkx, die bij me op bezoek was." Harinkx de bekende fabulant? Landvreugd:"Of Jan mij ervan wilde overtuigen dat ik niet moest inzenden.'Ik ben nu tweeënvijftig', zei Rudy:'Ik weet niet waar ik nog naartoe kan.' En hij beloofde Jan dat 'ie, als ik zwijgen zou, stukken zou mogen schrijven voor VN, onder een andere naam. Rudy huilde bijna:'Ik was dronken en zat in tijdnood. Ik had Theo natuurlijk veel harder moeten aanpakken.'" Theo werd er moedeloos van; wat is die Kagie voor een klungel? Ik belde de redactie van Vrij Nederland en vroeg meneer te spreken. 't Bleek dat deze doortastende verslaggever een Geheim nummer heeft. Toen zelfs Janneman Kuitenbrouwer in Het Parool ging klagen verkeerd geciteerd te zijn inzake Van Gogh, vroeg ik me af:"Zou Rudy misschien een Geheim Nummer hebben omdat 'ie vanwege een jeugd-trauma dwangmatig verkeerd citeert?" Enfin, één telefoontje en het Geheime Nummer leidde naar meneer's voice-mail. Ik bedankte Rudy voor de moeite, want wie uit Wassenaar komt weet zijn caddy te waarderen. De ingezonden brief die mejuffrouw Landvreugd naar VN stuurde werd niet geplaatst. Theodor Holman, ook verkeerd geciteerd en van alles in de mond gelegd, schreef ook een ingezonden brief naar Vrij Nederland. "Amsterdam 31 December 1997 Geachte redactie, Het portret dat de heer Kagie schetst over Theo van Gogh is verre van juist:
de waarheid is veel erger. Met vriendelijke groeten: | ||||
| Slijmen of Schelden? Schrijf Terug! | ||||