 |
Als de hoofdredacteur van De Groene
Amsterdammer van het gezeik af wil wezen, zegt 'ie met zijn beminnelijkste
lachje: "Ik heb veertien duizend abonnees Als ik jou een column geef, zijn
er binnen drie maanden vijfduizend weg. Dat overleeft mijn blad niet!"
En zo is 't maar net.
Of?...
O, IJdelheid der ijdelheden, niets dan ijdelheid.., mocht mijn pennetje zo
geslepen zijn dat ik het dorre hout in ieder abonnementenbestand wegschrijven
kon, ik zou me de koning te rijk voelen... 't Is een aangenaam gevoel steen des
aanstoots van de verstandige lezer te mogen zijn. Maar lezers zo pissig krijgen
dat ze hun jaarlijkse overmaking staken vanwege jou, vanwege jou alleen...
Sommige dromen blijven bedrog.
Toen ik nog bij HP/de Tijd schreef, bleek uit ieder lezersonderzoek dat mijn
naam de bekendste was van de in het blad aanwezige stukjesschrijvers. De
uitgever verspreidde briefkaarten met een portret van mijn persoon -
impressionistisch geschilderd in de stijl van een zekere schilder - en achterop
de wervend bedoelde slagzin: "Iedere week een echte Van Gogh".
De nieuwe hoofdredacteur werd er helemaal zenuwachtig van.
De grote denker Jan Kuitenbrouwer begreep 't evenmin.
Ook nu ik in werkelijk geen enkel tijdschrift nog een stukje kwijt kan en dus
met recht een schreeuwer in de woestijn van Internet ben geworden, volgt
Janneman me op de voet.
Meneer pruttelde laatst in HP/de Tijd dat ik rondwandel als 'wandelende
reclamezuil' voor me Eige. Nederig van huis uit ben ik mij van geen kwaad
bewust, maar misschien heeft 't hiermee te maken dat ìk nooit een
manuscript van twee studentes Nederlands achterover heb gedrukt om onder eigen
naam als "Turbotaal" te
publiceren. 't Heeft toch iets aardigs wanneer de lezer er op vertrouwen kan
dat de ontvouwde inzichten van de auteur zelf afkomstig zijn. Te vrezen valt
dat mijn stem Kuitenbrouwer authentiek voorkomt.
Prijsvraag: in welk werkje van eigen hand leende Jan nìet bij anderen?
Nu ja, men kan niet genoeg onder de indruk zijn van de toorn van een
Kuitenbrouwer en ik zwijg dan ook maar bedremmeld.
Tomas Ross koos columns uit die verschenen op website "De Gezonde
Roker" en in Nieuwe Revu. Teruglezend in dit boekje bloos ik wel eens bij
zoveel stelligheid van onwrikbaar oordeel; Gelijk-hebben is de gruwelijkste
overwinning die een grossier in meningen zichzelf tijdens de oorlog der
ideeën aan kan doen. Hij wordt op een nacht zwetend wakker, badend in
Twijfel.
Hij heeft altijd ongelijk gehad.
De wereld zal hem uitlachen. En terecht...
Sukkel.
Wekelijks nemen tussen de twee en drieduizend lezers de moeite "De Gezonde
Roker" aan te doen. Ik ben zo verzot op het formuleren van m'n eigen
ongerief dat twee of drie er ook genoeg zouden zijn geweest. Pathetisch - net
wat U zegt - maar voor m'n gevoel zou ik stikken als ik niet één
keer per week mezelf zou
kunnen wijs maken dat 't leuk is iets van iets of iemand te vinden.
Een particuliere aanvechting.
Ik tel m'n zegeningen.
Bovenstaande column is de uitgelei van de binnenkort te verschijnen bundel 'De
Gezonde Roker'.
|