 |
't Is in de wereld zo gesteld dat zij die minder kunnen
afgunstig zijn op hen die meer in hun mars hebben. Die jaloezie vermomt zich in
'bewondering'. Hanneke Groenteman, wat voor schat ik haar ook vind, is daarvan
het vleesgeworden voorbeeld, want onderdanig in kruiperige zin, en het mes in
jouw rug blinkt al bescheiden in haar hand.
Niets persoonlijks, Hanneke.
Onlangs werd ik gevraagd door de heer Olivier Wegloop om mijn beste krachten to
wijden aan de firma Boemerang. Ik had nog nooit gehoord van Boemerang, maar
waarom niet?
Voor ik 't wist kreeg ik 'met minzame groet' van Olivier.
Er valt altijd iets goeds te zeggen over een flapdrol op vleug'len van
verbeelding, maar waarom moet uitgerekend ik altijd mild blijven voor onze
minder getalenteerde aanstormende jeugd?
Luister en huiver naar onze correspondentie.
En dan is er ook nog Tanny Dobbelaar van "De Humanist", die mij om
een ontboezeming vroeg, er een kreeg, en vervolgens in klaagzang vervalt over
mijn vermeende gebrek aan analyse. Ook hier die aanstootgevende
zelfverzekerdheid: "Ik verwacht aanstaande maandag 6 november de tweede
versie", enzovoorts. Tanny groet mij 'hartelijk', maar de vraag is of
Mevrouw wel waarlijk hartelijk met mij omgaat. Ik vermoed van niet. Zulks zal
mij uiteraard worst wezen, ik sprak haar nooit maar stel prijs op civiele
omgangsvormen, dus waarom niet?
Wat mij bezwaart is dat zowel bij Meneer als Mevrouw een zekere laatdunkendheid
de boventoon voert, zo van 'dit varkentje zullen wij wel even wassen', 'wij
temmen 'm wel' enzovoorts. Als ik gevraagd word voor een persoonlijke
toelichting op dit of dat, dan gaat hierachter in mijn geval doorgaans geen
deftige analyse schuil omdat die al verborgen zit in mijn hoogst subjectieve
beleving. Naar mijn bescheiden opvatting dient een stukje zó geschreven,
en niet anders.
Ik gaf me bloot, stelde me ketsbaar op, liet iets van meest innerlijke pijn
doorschemeren, en wat kreeg ik als dank?
Analyse.
Mevrouw Dobbelaar weet 't beter, maar schrijft zelf geen stukjes. Wij mij wil
interviewen belt me om een afspraak. Wie mij persoonlijk wil doen klinken
vraagt om een geschreven bijdrage ....maar niet klagen achteraf, als ik mijn
bloedend hart al in de uitverkoop heb gedaan.
't Is zo weinig hoffelijk.
Tot slot; mevrouw Dobbelaar begrijpt maar niet wat 'de nihilistische gemeente'
is. Welnu, Mevrouw en vele anderen, 'de nihilistische gemeente' is het laatste
toevluchtsoord voor diegenen die geen boodschap hebben aan Uw `analyses', voor
diegenen die to kampen hebben met een publiek dat voor driekwart gelovig is
zonder God, voor laat ons zeggen zij die hun mondje opentrekken over het blinde
vooruitgangsgeloof van racistische beroepsnegers als Stephan Sanders, voor
diegenen die laat ons bidden verschoond zullen blijven voor Uw montere toon en
gebabbel, Uw analytisch kwebbelen in humanistische geheimtaal, Uw
aanstootgevende kapsones die iets te hoog gegrepen zijn voor gansjes van uw
kaliber.
Mevrouw, Meneer, U bezorgt mij spit in de rug van het buigen voor de
pygmeeën; waaraan heb ik U verdiend?
Moge de Voorzienigheid ons lieve vaderland behoeden.
|