Abel, waar ben je?


Eén van de meer pittoreske anecdotes uit de boezem van de ploeg die Alex van Warmerdam's nieuwe speelfilm "Kleine Teun" hielp vervaardigen, begint op het moment dat hoofdrolspeelster Ariane Schlüter aan haar regisseur vraagt: "Alex, die puistjes op je lip, zijn die besmettelijk?"
Waarop de regisseur antwoordt:"Ik kus m'n eigen kinderen toch ook?"
Volgt een opname waar hun lippen elkaar beroeren. De volgende morgen verschijnt SchlÜter op de set. Paniek breekt uit, want haar mond is in één nacht een put van puisten en zweertjes geworden. Hoe kan dit nu? De rest van de opnamen krijgt de camera een kousje voor de lens om de-mond-als-een-wond-te verzachten wanneer de getroffen actrice in beeld komt. Bij bepaalde aandoeningen schijnt 't zo te wezen dat de puisten in alle hevigheid terugkomen wanneer de drager ervan onder spanning staat, tijdens een premìere bijvoorbeeld. Bovendien is de aandoening levenslang.
Dit alles ware te dragen als het eindresultaat van zo'n "Kleine Teun" een zweer op de ziel van de kijker zou nalaten, want een beetje lijden voor de Kunst siert een actrice. Jammer genoeg is dat niet het geval;"Kleine Teun" is een bloedeloze film en je vraagt je af wat er in Van Warmerdam omgaat sinds "De Noorderlingen".
Ik schrijf zulks met leedwezen, want Van Warmerdam op z'n best is een begenadigd dialoogschrijver en spelregisseur, denkelijk de beste die het land kent.
"Kleine Teun" kerft niet. Meest aanwezige is Annet Malherbe, die een tragische rolmops speelt. Zij kan geen kinderen krijgen en haalt haar echtgenoot over om zich voort te planten in de bijles-juffrouw die hem leert lezen en schrijven.
Natuurlijk verlieft meneer zich en in het machtsspel dat volgt, dreigt Malherbe het onderspit te delven. Uiteindelijk plant Meneer in razernij ontstoken een bijl in de schedel van Mevrouw. De bijles-juffrouw vlucht met de vrucht van hun passie, Teun geheten, naar de grote stad.
Alles staat of valt met de uitvoering van zo'n idee en vooral, geloof ik, of je enige sympathie kunt opbrengen voor de lijdende echtgenote. Dat is niet het geval. Waar de drie aanwezigen in een noodlotsverbond aaneen gesmeed elkaar zouden moeten stuk maken omdat ze niet anders kunnen, opdat ik als toeschouwer met droge lippen en een brok in de keel hun ondergang meemaak, zit je bij "Kleine Teun" naar een merkwaardig bloedeloos geval te kijken.
Van Warmerdam probeert KUNST te bedrijven en dat is, zoals bekend, de ondergang van alle streven. Boven de boerderij waar het drama zich afspeelt, komt nu en dan een vliegtuigje voorbij dat gif spuit. Ook worden we een keer vergast op een point of view uit de lucht, dat zomaar op de stallen afvliegt, denkelijk om naderend onheil aan te kondigen. Prachtige symboliek zonder twijfel en in De Filmkrant zullen ze precies kunnen uitleggen wat hier bedoeld wordt, maar ik als eenvoudige toeschouwer raak niet geamuseerd. Want waarom zijn de karakters in
"Kleine Teun" zo vlak geschreven dat ik nooit geëmotioneerd raak en meeleef?
Waarom krijg ik vooral zo duidelijk onder ogen dat Van Warmerdam's denkwijze een maniertje is geworden?
Het meest aanstootgevende van "Kleine Teun" is z'n braafheid. De film sukkelt voort en wordt maar nooit het slagveld dat de maker beoogde. Misschien onderschat ik de therapeutische waarde voor de regisseur, die zijn vrouw voor de camera om zeep mocht helpen en, voor de camera, geilt op een magerder typ'je.
Maar nu ja...wat heb ìk daar mee te maken? Abel, waar ben je?



INHOUD


U SCHREEF


ARCHIEF

Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!