 |
Van: Theo van Gogh
Aan: Liesbeth Koenen
Amsterdam, 29 Oktober 2000
Geachte Mevrouw Koenen,
Vroeger schreef U nog wel eens een stukje waarin
U ondergetekende en Max Pam opvoerde als onverlaten die bij voortduring platte
grappen maakten over Uw borsten en die U - hoe geestig bedoeld ook - het gevoel
gaven een belaagd meisje te zijn dat niet op haar intellectuele verdienste werd
beoordeeld. Laatst schreef U een soortement oproep
in NRC-Handelsblad waarin U 't voor mijn columnistenschap opnam en dat was heel
aardig; waaraan had ik 't verdiend?
Zoveel grootheid van gebaar moeten incasseren valt mij niet licht. Ik voel me
er ongemakkelijk onder. Nu ja; nog wel bedankt en ik zal er aan denken als ik
volgende weer Uw rijke natuur in ogenschouw neem. Ik schrijf U nu om nog even
uit te leggen hoe dat gaat in Nederland, met onwelgevallige meningen.
Onlangs werd er een column van me afgedrukt in HP/de Tijd, let wel, 'een
éénmalige bijdrage' zoals tijdelijk hoofdredacteur Henk Steenhuis
zich haastte te melden toen ' ie me belde. Op verzoek schreef ik over wat al
dan" niet te ver gaat . En liet niet na te vermelden dat mijn conflict
destijds met Bert Vuijsje, toenmalig hoofdredacteur van HP/de Tijd die mij het
schrijven voor het blad onmogelijk maakte, niet zozeer ging over vrije
meningsuiting, als wel over het verbod van Bert nog langer zijn 'vriend'
Michaël Zeeman op te voeren.
Enfin, de gevolgen waren weer onverwacht en komisch.
De grote denker Jan Kuitenbrouwer deed een week later zijn beklag over m'n
eenmalige aanwezigheid. Mevrouw Beatrijs Ritsema richtte zich in een ingezonden
briefje tot de tijdelijk hoofdredacteur met de opmerking dat 't 'niet chique'
was om mij over Vuijsje te laten schrijven. Blijkbaar is 't wel chique om een
columnist onder valse voorwendselen ("De kloof tussen HP/de Tijd en Van
Gogh is te groot geworden") van zijn plek te beroven.
De grote Bert zelve liet uit Noord-Frankrijk tandenknarsend weten dat 'ie zijn
medewerking aan de maandelijkse HP jazz top-tien voortaan zou staken, een heel
gebaar, want meneer is dol op de gratis CD's die zulks oplevert. "Zal
HP/de Tijd deze klap overleven?", liet ik als reactie noteren. In Trouw
werd gnuivend vermeld dat ik Bert 'een aardappelmesje' in zijn rug zou hebben
gestoken. En in Het Parool werd gniffelend vetslag gedaan van een bijeenkomst
van HP/de Tijd's redactieraad, die zich ernstig had beraden over deze delicate
kwestie. En beroepsneger Stephan Sanders beklaagde zich in de Volkskrant over
mijn tijdelijke aanwezigheid met een verwijzing naar de zaak Padilla, dissident
onder Castro. Ik zou maken dat Padilla voor niets gestorven was.
Da's logisch, hè?
Enfin, ik mocht weer verbaasd toekijken. Verbaasd over de onzindelijke
deftigheid van Kuitenbrouwer en Ritsema die in al hun onbeduidendheid nooit met
censuur te maken zullen krijgen; want wat valt er bij meneer of mevrouw weg te
strepen? En verbaasd ook over alle aandacht die het stukje veroorzaakte. Niet
slecht uit de pen van 'een broddelaar', zoals Kuitenbrouwer mij vlijmscherp
omschreef.
Destijds was mijn naamsbekendheid bij HP/de Tijd-lezers 80%, een nogal hoog
percentage, om niet te zeggen tamelijk ongebruikelijk. Je zou kunnen vinden,
een blad als HP/de Tijd kan nog steeds wel een medewerker gebruiken die de
aandacht trekt. De tijdelijk hoofdredacteur van het blad heeft mij laten weten
een hernieuwde medewerking op prijs te stellen, maar 'voorlopig' rekening te
moeten houden met de gevoelens die ter redactie leven aangaande mijn
persoon'tje. Kortom, dat wordt nooit meer wat en dat is vooral jammer voor de
lezers, want ik kan me gewoon niet voorstellen dat je iedere week uitziet naar
de mening van Janneman of Beatrijs. Nou ja, op het gevaar of rancuneus te
klinken, geloof ik dat mijn stukjes een zenuw raken die vele anderen niet
bereiken. Een kwestie van talent.
In Trouw kwam verleden week
meneer Zeeman, de bekende vrouwenliefhebber, aan het woord. Michaël meende
"We gaan toch niet op muizenjacht?" toen 't over mij ging en bekende
dat 'ie vaak droomt dat ik verdrink in de gracht: "En dan word ik volkomen
bevredigd wakker."
't Gekke is, ik droom nou nooit eens van Zeeman. Hoe zou dat komen? Desgevraagd
vertelde Arjan Visser, die het onderhoud afnam, dat Zeeman hieraan had
toegevoegd: "Muizen stinken. Muizen moeten verdelgd worden". Deze
uitspraak had de kolommen niet gehaald.
Ik bedoel maar, Uw oproep aan onze geweldige hoofdredacteuren om mij U en vele
anderen weer een steen des aanstoots te mogen laten zijn, zal geen gehoor
vinden . Theo van Gogh zal nog lang op de zwarte lijst staan en in zekere zin
is dat een hele eer.
Met dank voor Uw moeite,
|