 |
Dames en Heren,
Zoals U en ik hier bij elkaar zitten, bedolven onder voorspoed want afkomstig
van het Rijnlands Lyceum te Wassenaar, valt 't ergste te vrezen; hebt U niks
beters te doen dan zoveel jaar later vrijwillig te gaan luisteren naar twee
patjepeeërs uit de wondere wereld van de publiciteit die hier zijn
uitgenodigd omdat hun naam bekender is dan die van U en die aan U zijn
voorgesteld als de bloem van deze school?
Blijkbaar niet. 't Is een schande.
Laten we proberen met elkaar de avond door te komen. Voordat ik U ga uitleggen
wat ik van de stellingen vind die de organisatoren over het Rijnlands hebben
voorgelegd, zal ik U maar bekennen dat mijn loopbaan op deze school een vrij
faliekante mislukking was. Na de brugklas meteen vertrokken naar de MAVO; te
lui, geen gevoel voor wiskunde en daarbij ook nog, naar het oordeel van een
zekere Mevrouw Wolf, lees- en taalblind. Tel uit je winst.
Drie jaar later kwam ik terug en beleefde de leukste jaren van m'n leven met
een zootje ongeregeld dat bij toeval samengekomen was op de HAVO. Als ik dus
over deze school spreek is dat met een zekere weemoed naar een zomer die nooit
voorbij zou gaan. Het Rijnlands zelf heb ik, op een paar leraren na, altijd een
aanstellerige bedoeling gevonden. Ik weet nog goed dat ik in de aula stond waar
wiskundeleraar Verweij een babbeltje hield ter ere van Aussore, die zojuist
bezweken was aan een hartaanval omdat 'ie dacht dat z'n vrouw tussen trein en
perron stapte. Hoe doe je dat eigenlijk, tussen trein en perron stappen?
Enfin, Verweij beet op zijn lippen en sprak op onheilszwanwre graftoon als
eerste zin: "Een groot orgelkenner is heengegaan... "
Ik keek naar spreker en dacht: 'Wat zal jij opgelucht wezen dat je nu eindelijk
rector kan worden..!'
En zo is 't eigenlijk altijd gebleven, want de wereld hangt van rouwbeklag om
orgelkenners aan elkaar en kinderen mogen niet opgelucht zijn als ze een middag
vrij krijgen omdat die ouwe lul die zich rector noemde Goddank niet tijdens de
vakantie de pijp uitging.
Als ik aan het Rijnlands denk zie ik een schoolplein voor me waar gevulde
meisjes in plooirok Tom Poezen eten. Ze dragen pennyshoes, soms een
parelketting, praten licht geaffecteerd en lonken naar keurig gekapte
jongemannen die op hun elfde al wisten dat hun Pappa heel belangrijk is en
altijd gelijk heeft, en dat ze later in Leiden - "Leie" - zullen gaan
studeren. Iedereen rookt en de conversaties zijn doorspekt met in oren van nu
ouderwets klinkende termen als "Gààf!". Ik heb aan die
meisjes een levenslange fascinatie overgehouden - U mag daar ook een ander
woord voor gebruiken - omdat ik als broekenmans van 14 al peinsde over hoe die
deftige gezichten zich zouden ontladen als er iets liefs gezegd werd.
Bij Harry Mulisch had ik gelezen dat in Wassenaar de aardappel 'de oester van
het volk' wordt genoemd. Zelf had ik die uitdrukking nooit gehoord, maar was
maar al te graag bereid die bewering van de schrijver voor waar aan te nemen.
Ik schaamde me als rijkeluisjongen uit Wassenaar afkomstig te zijn, ik hing
idealen aan die ook nu - vijfentwintig jaar later - zo bespottelijk zijn dat ze
zelfs door verlichtere geesten dan de mijne met enige gêne verdedigd
worden.
Ik meende dat de wereld beter moest worden. 't Is een. hele troost dat U en ik
hier verzameld inmiddels wel beter weten. De wereld kàn niet beter
worden, en dat is maar goed ook, want anders zouden wij onze kinderen niet in
Wassenaar en op het Rijnlands kunnen laten opgroeien. Wij zijn wijs geworden,
om met de schrijver Nescio te spreken, 'stakkerig wijs'.
Ik denk zonder heimwee maar met zekere bewondering terug aan sommige leraren.
Zo opgeblazen was die school niet, of er liepen wel een paar aardige dames en
heren rond die mij, achteraf bezien, de hand boven het hoofd hebben gehouden.
Zo denk ik nog wel eens aan juffrouw Boonstra van Geschiedenis, die ik een
duizendklapper naar het hoofd wierp om de slag bij Nieuwpoort te gedenken en
die mij, toen ik bij haar thuis moest komen om strafregels in te leveren en
zodoende bedolven werd onder een kwijlende viervoeter, met een glimlachje
toevoegde: "Heeft die hond ook 'ns wat aanspraak..."
Ik denk met eerbied aan juffrouw Tamboezer, die op jacht naar ware liefde in
haar eentje de Geheimzinnige Koepel langs de Rijkstraatweg ging bewonen,
denkelijk vanwege de aanspraak 's avonds. Met nog meer eerbied denk. ik aan de
ontzagwekkende Mevrouw Landzaad, die mij bij voorbaat bestraffend als
'jongetje' aansprak. Ik ruik de parfums van Mevrouw Ley. Ik denk aan Bouke Jagt
die verliefd werd op een aardige jongen en daar later een heel boek aan wijdde,
"Het Pijnboomspook".
Grootste afknapper vond ik meneer Van den Berg, leraar Nederlands, die meende
dat Gerard Reve 'een racist' was en die zijn prietpraatjes van progressieve
snit luister bij zette met een Che Guevara-achtige snor waaronder een - altijd
solidair met de arbeidersklasse handgedraaid sjekje van Van Nelle hing.
Meneer Van den Berg was van mening dat ik een te grote mond tegen hem had en
dat mijn aanwezigheid in de klas sowieso van een pestilente windbuilerigheid
was. Hij gaf mij als straf op om het boek "De Sprong der Paarden en de
Zoete -Zee" tien keer over te schrijven. Een echte pedagoog, als U 't mij
vraagt. Ik schreef de auteur een briefje met de vraag of "Uw werk bedoeld
is als strafwerk?"
Ik had een postzegel bijgevoegd natuurlijk en ja hoor, daar kwam zijn kaartje:
"Beste Theo, mijn werk is niet bedoeld als strafwerk. Harry
Mulisch."
Toen ik het kaartje bij meneer Van den Berg inleverde, betrok zijn gezicht en
sprak hij afgemeten: "Volgende keer krijg je Couperus."
"Dan organiseren we een séance", zei ik: "Meneer Couperus
is 't er vast ook niet mee eens..."
Natuurlijk moest ik toen de klas weer uit, en zo was er altijd wat te doen op
het Rijnlands Lyceum. Uw school was toen in ieder geval een verzamelplaats van
Wassenaarse kakkers. Kakkers stonden voor een merkwaardig accent maar ook voor
succes in het leven. Als salonsocialist kon ik me geen betere omgeving wensen
om me tegen af te zetten. Ik werd lid van de PVDA en hing een PSP-affiche voor
het raam van m'n kamer, van een blote dame met koe, waaronder de leuze:
"Ontwapenend.
Mijn moeder kocht m'n zusje om met fl. 2,50 teneinde voor het, raam van haar
kamer, dat net als het mijne op straat uitzag, een affiche van de VVD op te
hangen. Mijn vader hield 't bij DS'70. Als ik aan mijn jeugd in Wassenaar
terugdenk geloof ik, met ogen van nu, dat de zegeningen van een liberaal gezin
ontelbaar zijn. Ik ben geslagen door de gesel der mildheid.
Anders dus dan Boudewijn Büch, die nog altijd misselijk wordt als 'ie door
de Langstraat moet. Anders ook dan Menno Büch, met wie ik onlangs opnames
maakte in diezelfde Langstraat. Menno was verkleed als vrouw en trippelde aan
mijn arm mee. Hij heeft zijn moeder de afgelopen dertig jaar niet gezien of
gesproken, maar de haat in z'n stem toen 'ie me toefluisterde dat 'ie hoopte
Haar niet tegen te komen en dat 'ie Wassenaar nog altijd de zwartste plek van
z'n leven vond sprak boekdelen.
Ik zou niet precies weten wat Wassenaar te verwijten valt. En het
Rijnlands?
Geen idee. Wassenaar heeft mij meegegeven dat ik na vijfentwintig jaar
woonachtig te zijn in Amsterdam er nog altijd niet thuis ben, net zo min als ik
vroeger het gevoel had hier te horen. Die aandrift altijd buitenstaander te
willen zijn is een geschenk dat niet genoeg gekoesterd kaft worden. Als ik Jan
Wiecher van
der Linden tegenkom, makelaar te Amsterdam, die me glunderend vertelt hoe 'ie
als stagiaire naar zijn baas wuifde tijdens een veiling en prompt een huis van
drie ton bleek te hebben gekocht, denk ik niet: "Typisch
Rijnlands...", maar gewoon: "Aardige jongen..."
Als ik Dikkie Pesjaar tegenkom, die ik leerde kennen op datzelfde Rijnlands,
denk ik: "Altijd penoze geweest, altijd penoze gebleven..." .
Ik bedoel maar, je kunt er zo weinig van zeggen over hoe een school naijlt in
een mensenleven. De eerste stelling van de organisatoren luidt: "Je haalt
een Rijnlander er altijd zo uit."
Tsja... Ik herinner me een lief meisje wier moeder kinderpsychiater was en wier
vader Sinterklaas speelde hier op school. Zij sprong voor de trein toen ze
zeventien was. Ik me herinner me een aardige jongen die op kinderen viel,
glunderend aangestaard door zijn gezondere broers wanneer de destijds beroemde
Venz hagelslag commercial op TV kwam, met blije kindertjes onder een paraplu in
een regen van chocoladehagel. Die jongen is jaren later gestikt in z'n eigen
kots.
Is dat typisch 'Rijnlands"?
Ik denk van niet. Toch hebben het meisje en de jongen hier op school
gezeten.
Stelling 2: " Rijnlanders zijn eilanders.
Toen Thom Hoffman nog gewoon Thom Ancion heette, wist 'ie al lang dat er voor
hem geen doorsnee loopbaan naar Rijnlands model was weggelegd. Hij wilde aan
het toneel. Ik maakte m'n eerste film met hem en hij veranderde - uit schaamte
over waarin 'ie terecht was gekomen - z'n naam. Thom trok veel op met een
gymleraar die soms op straat sliep in kennelijke staat en wiens handjes wel
eens wapperden in de richting van een echtgenote. Hij sprak over deze zondaar
op gedempte toon, alsof 't hier iemand betrof die leed aan een ongeneselijke
ziekte. Toen de acteur en ondergetekende later ruzie kregen, stelde ik me wel
eens voor hoe Thom nu even meedogenloos over mij zou fluisteren als toen over
de gymleraar. Ik stuurde Hoffman, aan wie ik nog een schuld had, een emmer
gevuld met vijfduizend gulden aan dubbeltjes en kwartjes, maar niet dan nadat
ik er overheen gepist had en een briefje bij gestoken waarop stond: "Omdat
jij een krentenkakker bent, heb je hier wat om te tellen.."
Mijn producent Gied Jaspars stond er hoofdschuddend bij toen de emmer terug
kwam en ik het geld onder de douche stond schoon te spoelen. Hij zei: "Ik
vind jullie erg Wassenaars
Komen jullie van het Rijnlands Lyceum of
zo..?"
Thom had meer met Herman van Veen, vond de film "Taxidriver" te
gewelddadig en werd vooral gedreven door een mateloze ambitie die hem -
figuurlijk gesproken - over lijken deed gaan. Dat is voor een beginnend acteur
een onontbeerlijke eigenschap. Draufgänger zijn, is dat typisch
Rijnlands?
't Lijkt me niet. Niks 'eilanders' dus.
Stelling 3: "Je hebt als Rijnlander een streepje voor op
anderen."
Van die bewering geloof ik al helemaal niets. 't Schijnt dat er tegenwoordig
bij de Nederlandse Bank iemand werkt die hier vroeger op school ging. "Te
laat m'n jongen", denk ik dan: "Duisenberg en Duitsland weten wel wat
goed voor ons is..."
Als je de oogst bekijkt van types die in, het publiek debat of in de schone
kunsten aantraden en hun sporen verdienden, komt het Rijnlands er als broeiplek
van die elite bekaaid af.
Wij noteren dus Thom Hoffman, die zich tegenwoordig 'kunstenaar' noemt..
Ramses Shaffy heeft hier een jaar doorgebracht. Kan z'n naam niet meer
onthouden. Karin van de Goudoever werd doodgeschoten in Afrika toen zij goede
werken wilde aanrichten. Mark Blaisse verwierf faam door met de verkeerde bril
op Margaret Thatcher te gaan interviewen voor TV en niet heel scherp in de
laten te hebben dat 't hier een dubbelgangster betrof. En dan is er nog Theo
van Gogh, een idioot die met een BH op anti-dating-shows presenteert voor
Veronica, gewapend met een dwerg aan zijn zijde en een koffer vol
clichés om de onmogelijkheid van de liefde uit te schreeuwen. Een
schamele oogst, dames en heren. Het Rijnlands Lyceum heeft opvallend weinig
talent afgeleverd.
Stelling 4: "Het Rijnlands Lyceum; dat nooit meer!"
Als U me vraagt of ik m'n leven niet zou willen overdoen opdat ik dan weer hier
op school zou kunnen gaan, moet het antwoord luiden: "Nee!" Toen er
laatst een reünie was van oud-leerlingen en ik de geur van de aula en het
biologielokaal weer in m'n neus kreeg, dankte ik mijzelf voor altijd verlost te
zijn van leraren, leerlingen en boven-mij-gestelden, van het gevoel bij een
groep te moeten behoren, kortom, rook in één ademzucht weer hoe
fijn 't is genoeg geld te verdienen om tegen de halve wereld een Fuck
You!-vinger te kunnen heffen. 't Is een misverstand dat wie - zoals ik - lijdt
aan een gelukkige jeugd, zijn beste jaren aan het begin situeert. Ik ben
Goddank al heel vroeg de vieze, ouwe man geworden die altijd in me zat en die
ook het Rijnlands Lyceum, met alle goede bedoelingen er nooit uit heeft
gekregen. De plooirokjes gaan omhoog, de plooirokjes gaan omlaag, meneer Van
Gogh kan er geen genoeg van krijgen en dat is allemaal begonnen - of moet je
zeggen 'de schuld van' - het schoolplein van dit Rijnlands Lyceum te Wassenaar.
Ik was al zo dankbaar dat Toon Hermans dood is en nu mag ik ook nog hier, op
deze plaats, aan U uitleggen dat een kind veel vaker in paniek is dan wanneer
je, zoals ik, als zogeheten 'volwassene' een orkaan van voorspoed in de rug
hebt. Was ik maar in m'n penopauze geboren...
Stelling 5: "Het Rijnlands gevoel is iets van voor de oorlog".
Ik herinner mij het Rijnlandse lied dat uit het hoofd geleerd moest worden. 't
Was van voor de oorlog en ik kreeg het erin gestampt omdat ik 't voor straf
tien keer over moest schrijven voor, wie anders, meneer Van den Berg". De
eerste regels luidden: "Wij vormen tezaam de bemanning
aan boord van het Rijnlandse schip
samen zullen wij het wel klaren
omzeilen wij menige klip!.."
Als ik zwaar getafeld heb komen die regels nog weleens boven...
Ach, toen ik in de brugklas zat, waren er nog leraren, zoals meneer Veurman,
die het lied uit hun hoofd kenden. Ik heb van jongs af aan het gevoel gehad dat
ik allang ben overleden, maar dat iemand vergeten is 't me te vertellen; het
enthousiasme van meneer Veurman vond ik wel aandoenlijk, en ik.., ik heb geen
bal gevoeld bij dat lied, en dus evenmin bij dat Rijnlandse gevoel. Er valt een
hoop op dit leven aan te merken, maar niet dat een school krampachtig probeert
de saamhorigheid van vroeger onder haar duizend ettertjes van nu op te wekken.
Toen het Rijnlands vergeefse pogingen deed om die bolleboos Willem Alexander
van Oranje binnen te halen, dacht ik wel even, toen ik 't hoorde: "En
waarom moest ik dan naar de Mavo?" Maar dat is rancune, vermoed ik, en
trouwens, waar gaat 't over? Wij hebben een vorstenhuis dat bestaat uit
prinsessen die met muisjes en bomen praten en zich laten onderpoepen door
dolfijnen; we hebben een koningin die ambassadeurs niet aan tafel laat omdat ze
naast hun wettige echtgenote een vriendin hebben. Zelf strekte Majesteit
jarenlang de lendenen met Laurens-Jan Brinkhorst, U weet wel, het kanon van
D'66; wij kunnen ons zelf nu eenmaal niet feliciteren met de aangeboren goede
smaak van onze vorstin. Is zo'n familie een voorbeeld voor de kinderen van het
Rijnlands?
Onze kroonprins jaagt op tamme zwijnen. Opa was 'in 1930 al lid van de SA en
Oma raakte in de ban van gebedsgenezeressen en dwaalt nu, zo liet ik me onlangs
vertellen door een functionaris van de NCRV - en die kunnen 't weten - en
dwaalt nu door de gangen van het paleis, roepende: "Ik wil neuken! Ik wil
neuken! " Vermoedelijk zou de familie van Oranje met een andere naam langs
geen ballotagecommissie van ook maar de eenvoudigste cricket-club komen en de
vraag is of zo'n erfelijk belaste leerling als Alex wel het goede klasgenootje
zou lijn geweest voor Uw en mijn briljante kind.
't Was natuurlijk heel chique Wassenaars als een telg vait ons geliefde Oranje
op het Rijnlands naar school was gegaan, maar zouden Uw eigen kleine
lievelingen er beter van zijn geworden?
Ik betwijfel 't.
Stelling 6:"Rijnlanders zijn creatiever dan andere leerlingen."
Geen idee. Misschien zijn Rijnlanders van huis uit bekwamer in het ontduiken
van belasting en deals met zwart geld. Wij mogen de voordelen van een opvoeding
onder de vleugels van de elite niet onderschatten. Toen ik net van het
Rijnlands Lyceum af was, beleefde ik het creatiefste moment van mijn leven; ik
nam m'n
eerste LSD trip, en wel in de Efteling, waar de holle,.bolle Gijzen, die toen
nog "Papier hier!" riepen, me gevaarlijk aankeken en me opzogen waar
ik bij stond. Op dat moment kon ik me de lessen kunstgeschiedenis niet
herinneren.
Stelling 7: "Het elitaire gedoe op het Rijnlands staat volledig los van de
realiteit.
Dit nu is een misverstand. Een school kan niet elitair genoeg zijn,. juist in
een land dat er alles aan doet om zoveel mogelijk debielen op te leiden. De
afbraak van het Nederlandse Onderwijs begon zo'n dertig jaar geleden onder
aanvoering van onze toenmalige plaatsgenoot Jos van Kemenade, die een hoop te
babbelen had over 'gelijke kansen' en - ik citeer -'anti-elitair onderwijs' en
die daarom z'n eigen bloedjes op school deed bij volgelingen van Maria
Montessori, U weet wel, de getikte kinderlokster die haar pedagogische
inzichten destijds opdeed in lange gesprekken met Benito Mussolini, de Duce
persoonlijk. De Montessori-school in Wassenaar was hèt schoolvoorbeeld
van hoe prachtig elitair onderwijs kan wezen. Het Rijnlands Lyceum anno heden
is er één van dertien in het dozijn. Ik noem U uit de losse pols
wat mogelijkheden waarmee de school zou kunnen scoren op de groeimarkt van
rijkeluiskinderen.
Ons onderwijssysteem is jongensvijandig, zo blijkt uit vele onderzoeken naar
bijvoorbeeld het Wiskundeonderricht, dat meisjes voortrekt. Ons onderwijs heeft
het lezen afgeschaft, Geschiedenis afgeschaft, de Tweede Kamer
hààt gymnasia en Karen Adelmund plengt haar krokodillentranen
bepaald niet vanwege Wassenaarse kinderen. In plaats van dat het Rijnlands
Lyceum dus werven gaat in het groeisegment van de beter gesitueerden die hun
kroost nog iets van kennis willen meegeven - ver weg sluimert de gedachte dat
kennis macht zou kunnen zijn - in plaats daarvan is het Rijnlands een
onderwijsfabriek van de middenklasse geworden, zeg maar voor de parvenu's in
het Polanenpark, waar, net als elders, de middelmaat aan de macht is en de
pienterste leerlingen worden geterroriseerd.
Mij zult U niet horen, ik verblijf in Amsterdam... Maar zelfs al mocht ik ooit
weer in Wassenaar komen wonen - wat God verhoede - en zou mijn zoon onder
zweepslagen naar school worden gedreven, dan nog koos ik een duurdere, want
meer elitaire opleiding dan die van het Rijnlands. Als ik iets van hier heb
meegekregen is 't de overtuiging dat men juist als predikant van de
nihilistische gemeente zijn zaakjes vooral in de bovenkamer goed voor elkaar
moet hebben.
Ik heb nooit gehockeyd, ik kleedde me verkeerd, ik voelde niets voor een studie
en ben alleen Rechten gaan studeren omdat het vak van echtscheidingsadvocaat me
wel leek, ik was Wassenaars en ook weer niet en Uw Lyceum is in mijn
herinnering een rimpeling over het water, niet meer, niet minder. In mijn
volgende leven zal ik als Wassenaarse del een verhouding beginnen met de rector
van deze school; plooirokje op, plooirokje af. Ook dan zal het Rijnlands Lyceum
in mij geen bijzondere ontroering teweeg brengen.
|