{short description of image}


Toespraakje ter ere van de Vereniging Rijnlanders Wassenaar,
8 juni 2000





Dames en Heren,

Zoals U en ik hier bij elkaar zitten, bedolven onder voorspoed want afkomstig van het Rijnlands Lyceum te Wassenaar, valt 't ergste te vrezen; hebt U niks beters te doen dan zoveel jaar later vrijwillig te gaan luisteren naar twee patjepeeërs uit de wondere wereld van de publiciteit die hier zijn uitgenodigd omdat hun naam bekender is dan die van U en die aan U zijn voorgesteld als de bloem van deze school?
Blijkbaar niet. 't Is een schande.
Laten we proberen met elkaar de avond door te komen. Voordat ik U ga uitleggen wat ik van de stellingen vind die de organisatoren over het Rijnlands hebben voorgelegd, zal ik U maar bekennen dat mijn loopbaan op deze school een vrij faliekante mislukking was. Na de brugklas meteen vertrokken naar de MAVO; te lui, geen gevoel voor wiskunde en daarbij ook nog, naar het oordeel van een zekere Mevrouw Wolf, lees- en taalblind. Tel uit je winst.
Drie jaar later kwam ik terug en beleefde de leukste jaren van m'n leven met een zootje ongeregeld dat bij toeval samengekomen was op de HAVO. Als ik dus over deze school spreek is dat met een zekere weemoed naar een zomer die nooit voorbij zou gaan. Het Rijnlands zelf heb ik, op een paar leraren na, altijd een aanstellerige bedoeling gevonden. Ik weet nog goed dat ik in de aula stond waar wiskundeleraar Verweij een babbeltje hield ter ere van Aussore, die zojuist bezweken was aan een hartaanval omdat 'ie dacht dat z'n vrouw tussen trein en perron stapte. Hoe doe je dat eigenlijk, tussen trein en perron stappen?
Enfin, Verweij beet op zijn lippen en sprak op onheilszwanwre graftoon als eerste zin: "Een groot orgelkenner is heengegaan... "
Ik keek naar spreker en dacht: 'Wat zal jij opgelucht wezen dat je nu eindelijk rector kan worden..!'
En zo is 't eigenlijk altijd gebleven, want de wereld hangt van rouwbeklag om orgelkenners aan elkaar en kinderen mogen niet opgelucht zijn als ze een middag vrij krijgen omdat die ouwe lul die zich rector noemde Goddank niet tijdens de vakantie de pijp uitging.
Als ik aan het Rijnlands denk zie ik een schoolplein voor me waar gevulde meisjes in plooirok Tom Poezen eten. Ze dragen pennyshoes, soms een parelketting, praten licht geaffecteerd en lonken naar keurig gekapte jongemannen die op hun elfde al wisten dat hun Pappa heel belangrijk is en altijd gelijk heeft, en dat ze later in Leiden - "Leie" - zullen gaan studeren. Iedereen rookt en de conversaties zijn doorspekt met in oren van nu ouderwets klinkende termen als "Gààf!". Ik heb aan die meisjes een levenslange fascinatie overgehouden - U mag daar ook een ander woord voor gebruiken - omdat ik als broekenmans van 14 al peinsde over hoe die deftige gezichten zich zouden ontladen als er iets liefs gezegd werd.
Bij Harry Mulisch had ik gelezen dat in Wassenaar de aardappel 'de oester van het volk' wordt genoemd. Zelf had ik die uitdrukking nooit gehoord, maar was maar al te graag bereid die bewering van de schrijver voor waar aan te nemen. Ik schaamde me als rijkeluisjongen uit Wassenaar afkomstig te zijn, ik hing idealen aan die ook nu - vijfentwintig jaar later - zo bespottelijk zijn dat ze zelfs door verlichtere geesten dan de mijne met enige gêne verdedigd worden.
Ik meende dat de wereld beter moest worden. 't Is een. hele troost dat U en ik hier verzameld inmiddels wel beter weten. De wereld kàn niet beter worden, en dat is maar goed ook, want anders zouden wij onze kinderen niet in Wassenaar en op het Rijnlands kunnen laten opgroeien. Wij zijn wijs geworden, om met de schrijver Nescio te spreken, 'stakkerig wijs'.
Ik denk zonder heimwee maar met zekere bewondering terug aan sommige leraren. Zo opgeblazen was die school niet, of er liepen wel een paar aardige dames en heren rond die mij, achteraf bezien, de hand boven het hoofd hebben gehouden. Zo denk ik nog wel eens aan juffrouw Boonstra van Geschiedenis, die ik een duizendklapper naar het hoofd wierp om de slag bij Nieuwpoort te gedenken en die mij, toen ik bij haar thuis moest komen om strafregels in te leveren en zodoende bedolven werd onder een kwijlende viervoeter, met een glimlachje toevoegde: "Heeft die hond ook 'ns wat aanspraak..."
Ik denk met eerbied aan juffrouw Tamboezer, die op jacht naar ware liefde in haar eentje de Geheimzinnige Koepel langs de Rijkstraatweg ging bewonen, denkelijk vanwege de aanspraak 's avonds. Met nog meer eerbied denk. ik aan de ontzagwekkende Mevrouw Landzaad, die mij bij voorbaat bestraffend als 'jongetje' aansprak. Ik ruik de parfums van Mevrouw Ley. Ik denk aan Bouke Jagt die verliefd werd op een aardige jongen en daar later een heel boek aan wijdde, "Het Pijnboomspook".
Grootste afknapper vond ik meneer Van den Berg, leraar Nederlands, die meende dat Gerard Reve 'een racist' was en die zijn prietpraatjes van progressieve snit luister bij zette met een Che Guevara-achtige snor waaronder een - altijd solidair met de arbeidersklasse – handgedraaid sjekje van Van Nelle hing. Meneer Van den Berg was van mening dat ik een te grote mond tegen hem had en dat mijn aanwezigheid in de klas sowieso van een pestilente windbuilerigheid was. Hij gaf mij als straf op om het boek "De Sprong der Paarden en de Zoete -Zee" tien keer over te schrijven. Een echte pedagoog, als U 't mij vraagt. Ik schreef de auteur een briefje met de vraag of "Uw werk bedoeld is als strafwerk?"
Ik had een postzegel bijgevoegd natuurlijk en ja hoor, daar kwam zijn kaartje: "Beste Theo, mijn werk is niet bedoeld als strafwerk. Harry Mulisch."
Toen ik het kaartje bij meneer Van den Berg inleverde, betrok zijn gezicht en sprak hij afgemeten: "Volgende keer krijg je Couperus."
"Dan organiseren we een séance", zei ik: "Meneer Couperus is 't er vast ook niet mee eens..."
Natuurlijk moest ik toen de klas weer uit, en zo was er altijd wat te doen op het Rijnlands Lyceum. Uw school was toen in ieder geval een verzamelplaats van Wassenaarse kakkers. Kakkers stonden voor een merkwaardig accent maar ook voor succes in het leven. Als salonsocialist kon ik me geen betere omgeving wensen om me tegen af te zetten. Ik werd lid van de PVDA en hing een PSP-affiche voor het raam van m'n kamer, van een blote dame met koe, waaronder de leuze: "Ontwapenend.
Mijn moeder kocht m'n zusje om met fl. 2,50 teneinde voor het, raam van haar kamer, dat net als het mijne op straat uitzag, een affiche van de VVD op te hangen. Mijn vader hield 't bij DS'70. Als ik aan mijn jeugd in Wassenaar terugdenk geloof ik, met ogen van nu, dat de zegeningen van een liberaal gezin ontelbaar zijn. Ik ben geslagen door de gesel der mildheid.
Anders dus dan Boudewijn Büch, die nog altijd misselijk wordt als 'ie door de Langstraat moet. Anders ook dan Menno Büch, met wie ik onlangs opnames maakte in diezelfde Langstraat. Menno was verkleed als vrouw en trippelde aan mijn arm mee. Hij heeft zijn moeder de afgelopen dertig jaar niet gezien of gesproken, maar de haat in z'n stem toen 'ie me toefluisterde dat 'ie hoopte Haar niet tegen te komen en dat 'ie Wassenaar nog altijd de zwartste plek van z'n leven vond sprak boekdelen.
Ik zou niet precies weten wat Wassenaar te verwijten valt. En het Rijnlands?
Geen idee. Wassenaar heeft mij meegegeven dat ik na vijfentwintig jaar woonachtig te zijn in Amsterdam er nog altijd niet thuis ben, net zo min als ik vroeger het gevoel had hier te horen. Die aandrift altijd buitenstaander te willen zijn is een geschenk dat niet genoeg gekoesterd kaft worden. Als ik Jan Wiecher van
der Linden tegenkom, makelaar te Amsterdam, die me glunderend vertelt hoe 'ie als stagiaire naar zijn baas wuifde tijdens een veiling en prompt een huis van drie ton bleek te hebben gekocht, denk ik niet: "Typisch Rijnlands...", maar gewoon: "Aardige jongen..."
Als ik Dikkie Pesjaar tegenkom, die ik leerde kennen op datzelfde Rijnlands, denk ik: "Altijd penoze geweest, altijd penoze gebleven..." .
Ik bedoel maar, je kunt er zo weinig van zeggen over hoe een school naijlt in een mensenleven. De eerste stelling van de organisatoren luidt: "Je haalt een Rijnlander er altijd zo uit."
Tsja... Ik herinner me een lief meisje wier moeder kinderpsychiater was en wier vader Sinterklaas speelde hier op school. Zij sprong voor de trein toen ze zeventien was. Ik me herinner me een aardige jongen die op kinderen viel, glunderend aangestaard door zijn gezondere broers wanneer de destijds beroemde Venz hagelslag commercial op TV kwam, met blije kindertjes onder een paraplu in een regen van chocoladehagel. Die jongen is jaren later gestikt in z'n eigen kots.
Is dat typisch 'Rijnlands"?
Ik denk van niet. Toch hebben het meisje en de jongen hier op school gezeten.
Stelling 2: " Rijnlanders zijn eilanders.
Toen Thom Hoffman nog gewoon Thom Ancion heette, wist 'ie al lang dat er voor hem geen doorsnee loopbaan naar Rijnlands model was weggelegd. Hij wilde aan het toneel. Ik maakte m'n eerste film met hem en hij veranderde - uit schaamte over waarin 'ie terecht was gekomen - z'n naam. Thom trok veel op met een gymleraar die soms op straat sliep in kennelijke staat en wiens handjes wel eens wapperden in de richting van een echtgenote. Hij sprak over deze zondaar op gedempte toon, alsof 't hier iemand betrof die leed aan een ongeneselijke ziekte. Toen de acteur en ondergetekende later ruzie kregen, stelde ik me wel eens voor hoe Thom nu even meedogenloos over mij zou fluisteren als toen over de gymleraar. Ik stuurde Hoffman, aan wie ik nog een schuld had, een emmer gevuld met vijfduizend gulden aan dubbeltjes en kwartjes, maar niet dan nadat ik er overheen gepist had en een briefje bij gestoken waarop stond: "Omdat jij een krentenkakker bent, heb je hier wat om te tellen.."
Mijn producent Gied Jaspars stond er hoofdschuddend bij toen de emmer terug kwam en ik het geld onder de douche stond schoon te spoelen. Hij zei: "Ik vind jullie erg Wassenaars… Komen jullie van het Rijnlands Lyceum of zo..?"
Thom had meer met Herman van Veen, vond de film "Taxidriver" te gewelddadig en werd vooral gedreven door een mateloze ambitie die hem - figuurlijk gesproken - over lijken deed gaan. Dat is voor een beginnend acteur een onontbeerlijke eigenschap. Draufgänger zijn, is dat typisch Rijnlands?
't Lijkt me niet. Niks 'eilanders' dus.
Stelling 3: "Je hebt als Rijnlander een streepje voor op anderen."
Van die bewering geloof ik al helemaal niets. 't Schijnt dat er tegenwoordig bij de Nederlandse Bank iemand werkt die hier vroeger op school ging. "Te laat m'n jongen", denk ik dan: "Duisenberg en Duitsland weten wel wat goed voor ons is..."
Als je de oogst bekijkt van types die in, het publiek debat of in de schone kunsten aantraden en hun sporen verdienden, komt het Rijnlands er als broeiplek van die elite bekaaid af.
Wij noteren dus Thom Hoffman, die zich tegenwoordig 'kunstenaar' noemt..
Ramses Shaffy heeft hier een jaar doorgebracht. Kan z'n naam niet meer onthouden. Karin van de Goudoever werd doodgeschoten in Afrika toen zij goede werken wilde aanrichten. Mark Blaisse verwierf faam door met de verkeerde bril op Margaret Thatcher te gaan interviewen voor TV en niet heel scherp in de laten te hebben dat 't hier een dubbelgangster betrof. En dan is er nog Theo van Gogh, een idioot die met een BH op anti-dating-shows presenteert voor Veronica, gewapend met een dwerg aan zijn zijde en een koffer vol clichés om de onmogelijkheid van de liefde uit te schreeuwen. Een schamele oogst, dames en heren. Het Rijnlands Lyceum heeft opvallend weinig talent afgeleverd.
Stelling 4: "Het Rijnlands Lyceum; dat nooit meer!"
Als U me vraagt of ik m'n leven niet zou willen overdoen opdat ik dan weer hier op school zou kunnen gaan, moet het antwoord luiden: "Nee!" Toen er laatst een reünie was van oud-leerlingen en ik de geur van de aula en het biologielokaal weer in m'n neus kreeg, dankte ik mijzelf voor altijd verlost te zijn van leraren, leerlingen en boven-mij-gestelden, van het gevoel bij een groep te moeten behoren, kortom, rook in één ademzucht weer hoe fijn 't is genoeg geld te verdienen om tegen de halve wereld een Fuck You!-vinger te kunnen heffen. 't Is een misverstand dat wie - zoals ik - lijdt aan een gelukkige jeugd, zijn beste jaren aan het begin situeert. Ik ben Goddank al heel vroeg de vieze, ouwe man geworden die altijd in me zat en die ook het Rijnlands Lyceum, met alle goede bedoelingen er nooit uit heeft gekregen. De plooirokjes gaan omhoog, de plooirokjes gaan omlaag, meneer Van Gogh kan er geen genoeg van krijgen en dat is allemaal begonnen - of moet je zeggen 'de schuld van' - het schoolplein van dit Rijnlands Lyceum te Wassenaar. Ik was al zo dankbaar dat Toon Hermans dood is en nu mag ik ook nog hier, op deze plaats, aan U uitleggen dat een kind veel vaker in paniek is dan wanneer je, zoals ik, als zogeheten 'volwassene' een orkaan van voorspoed in de rug hebt. Was ik maar in m'n penopauze geboren...
Stelling 5: "Het Rijnlands gevoel is iets van voor de oorlog".
Ik herinner mij het Rijnlandse lied dat uit het hoofd geleerd moest worden. 't Was van voor de oorlog en ik kreeg het erin gestampt omdat ik 't voor straf tien keer over moest schrijven voor, wie anders, meneer Van den Berg". De eerste regels luidden: "Wij vormen tezaam de bemanning
aan boord van het Rijnlandse schip
samen zullen wij het wel klaren
omzeilen wij menige klip!.."
Als ik zwaar getafeld heb komen die regels nog weleens boven...
Ach, toen ik in de brugklas zat, waren er nog leraren, zoals meneer Veurman, die het lied uit hun hoofd kenden. Ik heb van jongs af aan het gevoel gehad dat ik allang ben overleden, maar dat iemand vergeten is 't me te vertellen; het enthousiasme van meneer Veurman vond ik wel aandoenlijk, en ik.., ik heb geen bal gevoeld bij dat lied, en dus evenmin bij dat Rijnlandse gevoel. Er valt een hoop op dit leven aan te merken, maar niet dat een school krampachtig probeert de saamhorigheid van vroeger onder haar duizend ettertjes van nu op te wekken. Toen het Rijnlands vergeefse pogingen deed om die bolleboos Willem Alexander van Oranje binnen te halen, dacht ik wel even, toen ik 't hoorde: "En waarom moest ik dan naar de Mavo?" Maar dat is rancune, vermoed ik, en trouwens, waar gaat 't over? Wij hebben een vorstenhuis dat bestaat uit prinsessen die met muisjes en bomen praten en zich laten onderpoepen door dolfijnen; we hebben een koningin die ambassadeurs niet aan tafel laat omdat ze naast hun wettige echtgenote een vriendin hebben. Zelf strekte Majesteit jarenlang de lendenen met Laurens-Jan Brinkhorst, U weet wel, het kanon van D'66; wij kunnen ons zelf nu eenmaal niet feliciteren met de aangeboren goede smaak van onze vorstin. Is zo'n familie een voorbeeld voor de kinderen van het Rijnlands?
Onze kroonprins jaagt op tamme zwijnen. Opa was 'in 1930 al lid van de SA en Oma raakte in de ban van gebedsgenezeressen en dwaalt nu, zo liet ik me onlangs vertellen door een functionaris van de NCRV - en die kunnen 't weten - en dwaalt nu door de gangen van het paleis, roepende: "Ik wil neuken! Ik wil neuken! " Vermoedelijk zou de familie van Oranje met een andere naam langs geen ballotagecommissie van ook maar de eenvoudigste cricket-club komen en de vraag is of zo'n erfelijk belaste leerling als Alex wel het goede klasgenootje zou lijn geweest voor Uw en mijn briljante kind.
't Was natuurlijk heel chique Wassenaars als een telg vait ons geliefde Oranje op het Rijnlands naar school was gegaan, maar zouden Uw eigen kleine lievelingen er beter van zijn geworden?
Ik betwijfel 't.
Stelling 6:"Rijnlanders zijn creatiever dan andere leerlingen."
Geen idee. Misschien zijn Rijnlanders van huis uit bekwamer in het ontduiken van belasting en deals met zwart geld. Wij mogen de voordelen van een opvoeding onder de vleugels van de elite niet onderschatten. Toen ik net van het Rijnlands Lyceum af was, beleefde ik het creatiefste moment van mijn leven; ik nam m'n
eerste LSD trip, en wel in de Efteling, waar de holle,.bolle Gijzen, die toen nog "Papier hier!" riepen, me gevaarlijk aankeken en me opzogen waar ik bij stond. Op dat moment kon ik me de lessen kunstgeschiedenis niet herinneren.
Stelling 7: "Het elitaire gedoe op het Rijnlands staat volledig los van de realiteit.
Dit nu is een misverstand. Een school kan niet elitair genoeg zijn,. juist in een land dat er alles aan doet om zoveel mogelijk debielen op te leiden. De afbraak van het Nederlandse Onderwijs begon zo'n dertig jaar geleden onder aanvoering van onze toenmalige plaatsgenoot Jos van Kemenade, die een hoop te babbelen had over 'gelijke kansen' en - ik citeer -'anti-elitair onderwijs' en die daarom z'n eigen bloedjes op school deed bij volgelingen van Maria Montessori, U weet wel, de getikte kinderlokster die haar pedagogische inzichten destijds opdeed in lange gesprekken met Benito Mussolini, de Duce persoonlijk. De Montessori-school in Wassenaar was hèt schoolvoorbeeld van hoe prachtig elitair onderwijs kan wezen. Het Rijnlands Lyceum anno heden is er één van dertien in het dozijn. Ik noem U uit de losse pols wat mogelijkheden waarmee de school zou kunnen scoren op de groeimarkt van rijkeluiskinderen.
Ons onderwijssysteem is jongensvijandig, zo blijkt uit vele onderzoeken naar bijvoorbeeld het Wiskundeonderricht, dat meisjes voortrekt. Ons onderwijs heeft het lezen afgeschaft, Geschiedenis afgeschaft, de Tweede Kamer hààt gymnasia en Karen Adelmund plengt haar krokodillentranen bepaald niet vanwege Wassenaarse kinderen. In plaats van dat het Rijnlands Lyceum dus werven gaat in het groeisegment van de beter gesitueerden die hun kroost nog iets van kennis willen meegeven - ver weg sluimert de gedachte dat kennis macht zou kunnen zijn - in plaats daarvan is het Rijnlands een onderwijsfabriek van de middenklasse geworden, zeg maar voor de parvenu's in het Polanenpark, waar, net als elders, de middelmaat aan de macht is en de pienterste leerlingen worden geterroriseerd.
Mij zult U niet horen, ik verblijf in Amsterdam... Maar zelfs al mocht ik ooit weer in Wassenaar komen wonen - wat God verhoede - en zou mijn zoon onder zweepslagen naar school worden gedreven, dan nog koos ik een duurdere, want meer elitaire opleiding dan die van het Rijnlands. Als ik iets van hier heb meegekregen is 't de overtuiging dat men juist als predikant van de nihilistische gemeente zijn zaakjes vooral in de bovenkamer goed voor elkaar moet hebben.
Ik heb nooit gehockeyd, ik kleedde me verkeerd, ik voelde niets voor een studie en ben alleen Rechten gaan studeren omdat het vak van echtscheidingsadvocaat me wel leek, ik was Wassenaars en ook weer niet en Uw Lyceum is in mijn herinnering een rimpeling over het water, niet meer, niet minder. In mijn volgende leven zal ik als Wassenaarse del een verhouding beginnen met de rector van deze school; plooirokje op, plooirokje af. Ook dan zal het Rijnlands Lyceum in mij geen bijzondere ontroering teweeg brengen.

  Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!