{short description of image}


Aan: het Staatshoofd der Nederlanden
Van: Theo van Gogh




Amsterdam, 7 mei 2000

Majesteit, 0 Majesteit...

Hoe onderdaniger de lakei, hoe ongemakkelijker de bewierookte Vindt U dat in Uw geval burgemeester Deetman nu, met zijn verzoek om arrestatie van een zeventienjarige die de Majesteit geschonden zou hebben, niet een klein beetje te ver is gegaan? Ik bedoel, Majesteit, we zijn toch al niet gezegend als 't om Uw entourage gaat. Een babbelende gloeilamp uit Eindhoven die namens de RVD onderhandelt en de kruipers van de NOS zeven keer laat terugkomen alvorens U bij Maartje van Weeghen Uw monoloog mag afsteken, terwijl het land met het zweet in handen bij gebrek aan noemenswaardigs Uw kapsel gaat zitten bekijken?
Ach, ik zou U zo gunnen dat het geslijm en de strijkages Uwe Majesteit minder zouden treffen. U lijkt mij niet een typje dat graag weersproken zou worden, en gezien de onnozelaars in Uw gevolg en de politici die met knikkende knieën hun opwachting bij U maken, hebt U natuurlijk vaak gelijk. Maar Uw probleem is dat Uw betrekking niet zozeer op de tocht staat als wel een zekere vermoeidheid begint op te roepen bij de doorgaans zo enthousiaste onderdanen.
Nu overdrijf ik; bij een kleine minderheid die zich Republikein noemt. Het probleem is dat er bij het journaille en onder andere vertegenwoordigers van wat zich het denkend deel der natie pretendeert te zijn, enige wrevel, ja, enige scepsis lijkt te ontstaan omtrent Uw functioneren.
Wordt 't geen tijd, Majesteit, om af te treden ten gunste van Uw zoon?
Het koningschap eist nu eenmaal een tol. Laatst vertelde een onverdachte orangist van een christelijke omroep mij dat Uw moeder thans eenzaam door haar vleugel dwaalt, roepende: "Ik wil neuken!, Ik wil neuken!"
Een anecdote zonder leedvermaak.
Nu ook Uw man dassen afdoet en laureaten vergeet hun prijs uit te reiken - beginnende dementie toont zich in decorumverlies - zullen Uw rollende ogen hem niet meer redden uit de dwangbuis van zijn mislukte leven. Zou U niet, Majesteit, uit overwegingen van erbarmen en menselijkheid Uw man in de herfst van zijn leven terzijde staan zoals 't bij ware liefde betaamt?
Mij gaat 't niet aan, daarin hebt U gelijk, 't gaat niemand van ons wat aan hoe U Uw privé-leven denkt te moeten leiden. Maar omdat U nu eenmaal in een glazen huis zit en uit hoofde van Uw functie ieder laat meegluren, denken wij eenvoudige burgers er het onze van. Ik gun U een meer eervolle aftocht dan het gestuntel dat Uwe Majesteit nu ten beste geeft. Vanuit het oogpunt van de monarchie en al diegenen die de erfopvolging willen handhaven, ware te wensen dat er minder Deetmannen kwamen om U ongevraagd te hulp te snellen. Met sommige vrienden, hebt U geen vijand meer nodig.
Uw zoon moge intellectueel geen hoogvlieger zijn, hij heeft iets waarover U niet beschikt: de eenvoud aan zijn kont kleven die de omgang met het gewone volk zo veel makkelijker maakt. Tamme zwijnen jagen. Dochter van de junta verschalken. Babbelen over water. Aardige jongen. Majesteit, geef hem een kans.

Met een plechtige knipoog,
burger Gogh.

Lees ook:
"Aldus" (Wiegman interviewt Van Gogh)
"Het Oranje gevoel".

  Theo van Gogh


Inhoud | Recreatie | U Schreef| Archief | Service
Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug!