 |

Afgelopen Zondag stierf Roos - negen maanden
oud - aan epilepsie. Ik ben altijd geneigd om de sentimenten van de
Labradorliefhebber in mezelf met de grootst mogelijke scepsis te bezien, maar
toen we haar achterlieten in een kooi in de Spoedkliniek voor dieren op de
Weesperzijde, overviel me een groot gevoel van naderend onheil.
Half twee s' nachts kwam het telefoontje - 'dood' - en toog ik, naar het huis
van de moeder van m'n kind om het nieuws te delen. Het vaderschap heeft me wel
eens indringender toegelachen. M'n zoon schreeuwde z'n longen uit van verdriet.

Toen 't die Zondagmiddag opeens mis was ge aan met onze liefste hond van de
wereld - achteruit lopen, zwaaien met de kop, zwarte spuug - probeerde ik een
taxi aan te houden op straat. Dat lukte natuurlijk niet. Twee taxi's stopten,
zagen m'n hond en gaven plankgas, want een beetje chauffeur wil geen viezigheid
op z'n achterbank. Toen hield ik een politiewagen aan.
"Dat doen we nooit", zeiden de agenten.
"Maar nu wel", zei ik, en met loeiende sirene en zwaailicht scheurden
we naar de kliniek. Roos sprong tegen het raam en tegen het dak van de auto op.
Ze was in paniek en - lach me uit - m'n hart brak.
Op m'n netvlies staat nog steeds de kleine jongen die lachend "
Roos!", "Roos!" roepend achter zijn hondje aanrent, dat zwaaiend
met kop en staart en een pantoffel in haar bek voor hem uitloopt. Ik had Roos
gekocht ter ere van Lieuwe's achtste verjaardag. Hij zat op Vlieland met zijn
moeder, haar vriend Dirk en diens kinderen. Ik wilde persé op tijd zijn
voor Lieuwe's verjaardag, dat wil zeggen, aanwezig zijn als 'ie wakker werd. De
reguliere veerboot komt pas rond twaalven aan op het eiland, dus had ik een
rubberen speedboot met chauffeur gehuurd om ons in een uur over te varen. Roos
keek ongeïntimideerd naar de grijze watermassa rondom ons. Haar oren
flapperden in de wind. 't Was een lief gezicht en 't gaf iets van
samen-de-hele-wereld-wel-aankunnen. Ik geloof niet dat ik m'n zoon ooit zo blij
heb gezien, toen 'ie haar in zijn armen sloot.

"Jij mag de naam geven..."
"Mirinde"
"Da's te lang..."
"Roos!
Dood is onbegrijpelijk, bij mensen en hondjes. Ik hoor mezelf nog aan m'n zoon
uitleggen dat Roos geen leven zou hebben gehad met die steeds vaker
terugkerende toevallen en dat ze nu gelukkig is op de Eeuwige Jachtvelden. Ik
zie hem Roos strelen en zand in het graf scheppen en hoor mezelf zeggen:
"Bij het leven hoort de Dood." En ik hoor de flauwekul in m'n oren
galmen.
't Is mij bekend; in Afrika heerst honger, in Amerika leven mensen op straat,
in Azië worden opposanten opgesloten. Wat is, vergeleken bij dat onrecht,
nu helemaal de te vroege dood van een hondje dat een goed leven heeft
gehad?
Maar voor m'n zoon, die met Roos praatte, knuffelde en leefde, was 't of van de
ene op de andere dag z'n hart werd uitgerukt.
En ik..?
Ik stond er machteloos bij.
"Bij het leven hoort de Dood", jawel, maar waarom zo onrechtvaardig
de ene wel en de andere niet? Gelovigen hebben de oplossing van de hemel of de
hel gevonden maar wie durft die onzin aan zijn kind te verkopen. Moslims
beschouwen honden als onrein en schopten Roos daarom 't liefst. De man met de
zeis dobbelt wat en laat kleine kinderen in tranen achter.
't Is allemaal duivels bedacht.

|