Het
aardigste TV-programma rondom Broods dood werd gepresenteerd door Theodor
Holman: bevlogen, maar niet pathetisch; geestig, maar niet oneerbiedig.
Atte Jongstra oordeelt in de televisierubriek van NRC-Handelsblad dat de
presentator 'een tragisch halftalent' is. Ik wil niks onaardigs zeggen over
Jongsma. Zijn dichtbundels verkopen nòg minder dan die van Holman. Hij
schenkt de lezer nooit eens een formulering waarvan je denkt: 'Hé!' Dat
kan van Holman niet gezegd worden.
Atte beledigt geen hele volksdelen, schrijft nooit een meesterlijke dialoog
tussen man & vrouw zoals Holman ze achteloos uit z'n mouw kan schudden.
Atte heeft geen ontroerende karakterstudies op z'n naam staan als
'Familiegeest' of 'Hoe ik mijn moeder vermoordde'. Atte belichaamt alles wat
Holman niet verweten kan worden: veilig, voorspelbaar, politiek- en anderszins
correct; kortom een paladijn van de grote saaiheid. Waarom zal Jongsla altijd
gesubsidieerd worden en Holman nooit? Omdat Holman in z'n ene pink meer talent
heeft dan Jongsta in z'n hele loopbaan liet zien. Waarom wordt Holmans talent
niet herkend en bewonderd?
Nooit zal Atte Jongsman mij een brok in de keel bezorgen.
Nooit zal Atte ook maar in de buurt komen van zoiets als een originele
stem.
Nooit een vonk van inspiratie.
Nooit de schok der herkenning.
Nooit dat knagende gevoel: 'Even Atte lezen
'
Vrij leven in het land waar Magriet de Moor als 'literator' geldt, en Jongma
als 'essayist'; en waar Holman altijd ten onrechte beledigd wordt door de
kneusjes van de reservebank.
Je zou er zo maar van het Hilton afspringen. Onzin natuurlijk.
Holman krijgt spit in z'n rug van het buigen voor de pygmeeën.
't Is niet eerlijk.
Theo van Gogh
|