 |
Ik heb geen benul hoe ik m'n eigen website kan
oproepen, wie mij vraagt door te schakelen naar de site van Max Pam kijk ik
radeloos aan en als Michel Korzec mij vanuit Peking terecht verwijt dat ik
nooit 'ns E-mail, bel ik hem en vraag: "Hoe moet dat dan met mijn
aangeboren luiheid?"
Een kwestie van geestelijk autisme. Er blokkeert een chip in mijn bovenkamer
als ik iets met computers doe... Ik kijk naar m'n zoon die in een mij onbekende
geheimtaal kaarten uit het spel Pokomon 'evalueert' en voel me vreemdeling op
de planeet. En zo onbeholpen als ik de uitdagingen van deze grootse nieuwe tijd
tegemoet treedt, zo overbodig en belachelijk komt mijn spiegelbeeld me
voor.
Sinds ik - nu een maand of drie - als koningin van de volière een
21-jarige heb verschalkt, ben ik met recht een ouwe lul. Ik weet dat de Mevrouw
op een goeie dag een jongeman van haar eigen leeftijd zal tegenkomen en mij
glunderend achter zal laten, want dat is rechtvaardigheid. En potsierlijke
mannen van middelbare leeftijd die nog op meisjes jagen, verdienen 't in de
steek te worden gelaten.
Maar gut, wat is 't lekker, zo'n sexy langbenige met wie men vrijt alsof zijn
leven ervan af hangt. O, jonge meisjes, waarom heeft God de vrouw in de
menopauze die voor jullie ligt geschapen als een doorgaans bitter sijsje?
Er was ooit een Heleen, ooit een Hermine, er was een krans van lieverdjes en
als 't aan mij ligt, zal er altijd iets ontluiken aan de borsten van een
zeventienjarige. Ik lees deze regel terug, en voel me - jawel -
belachelijk.
Maar ik schaam me minder in de wetenschap dat het genot mij geschonken door
deze eenentwintigjarige het tederste in me boven brengt. 't Is net of ik weer
mee mag doen aan de samenzwering die Adolescentie heet, dat wil zeggen, het zo
lang mogelijk uitstellen van die gruwelijke stap naar wat genoemd wordt, de
Volwassenheid. Hoe vaak ben ik niet beoogd beledigd met de omschrijving
'beroepspuber' door één van mijn geachte opponenten?
Terechte kwalificatie, die ik draag als een man.
Laatst was ik in een sentimentele bui. Ik at met Tijmen van Grootheest, de
eerste die een Van Gogh een vijf voor tekenen gaf. Dat was op het Rijnlands
Lyceum te Wassenaar, waar meester en ikke hetzelfde meisje met onze ogen
opaten. Dit genot begon voor mij al op de vroege morgen, als ze voorbij kwam
fietsen bij de stoplichten waar ik courant het Vaderland verkocht. Enfin,
iedere Donderdag werden Tijmen, Theo en Anne Berdien dronken in café
"Sport" langs de Rijksstraatweg. En zoals Tijmen zich bekende aan
mijn grote liefde Santje (15), zo nam hij ook de Tempo-Doeloe-hinde AB tot
zich, in een hooiberg. Ik was verlegen en verliefd en mocht haar pas jaren
later voor 't eerst bedienen in de akeligheid van mijn lendenen; op het graf
van een aan leukemie overleden vriendinnetje op begraafplaats de Rijnhof nabij
het Haagse Schouw. Enfin, ik loeide wat op papier en had haar ernstig lief.
Uiteindelijk strandde onze poging tot intieme betrekkingen op een abortus. 't
Was niet duidelijk wie zich vader van deze verpulverde vrucht mocht noemen,
Tijmen of ik, maar ik ging mee naar de NVSH in Zwolle en nog staat op mijn
netvlies de dikke Duitser die mij een knipoog gaf toen zijn vrouwtje opstond in
de wachtkamer om boven onder het mes te gaan.
Anne Berdien; nooit meer gezien.
"Tijmen, zoals we laatst nog 'ns een weekje naar New York zijn gegaan met
Santje, kunnen we ook niet 'ns naar Parijs met AB, goud van oud, zonder klamme
dekens en seksuele toespelingen, maar voor een verblijf in melancholie
gedrenkt. Om mijn jeugd af te sluiten en jouw penopauze van cachet te
voorzien... Ik weet
nog dat m'n kind geboren was, en ik champagne zat te drinken bij De Kort. Voor
me zat Anne Berdien met een minnaar omstrengeld. Ik dacht eerst: "Ik zeg
niks", maar schraapte toch m'n keel en vertelde dat ik zojuist een
troonopvolger had gekregen. Ze keek me aan of ik knoflook had gegeten. Ze
haatte me..."
"Terecht", zei Tijmen.
Nu ja, Van Grootheest mag ik zeer gaarne, juist vanwege zijn cynisme over de
kunst van het leven en vrouwen. Hij belde me drie dagen later: "Ik heb 'r
gesproken, ze voelt een grote afstand tot jou. Er is een kloof tussen jou en
haar..."
"Ach, gut..."
"Ik heb 'r ontmoet. Ze is nog altijd prachtig. En ze is nog steeds niet
klaar met haar studie Medicijnen. Ze werkt in het Slotervaartziekenhuis. Ze
vraagt zich af waarom zij geen kinderen heeft en al haar vriendinnen wel. Ze is
niets veranderd, en dat is geen compliment. Ik heb iets tegen verspilde
levens."
"Geef me dat nummer is."
"Schrijf 'r nou af..."
"Geef dat nummer nou..."
En ja hoor, nog altijd de verrukking van die lijzige stem: "Met Anne
Berdien..."
"Met Theo... Stoor ik?"
"Ik dacht 't wel", zei Anne Berdien.
En legde neer.
Langs deze mij onsympathieke weg vraag ik nu aan de lezer: "Begrijpt U
waarom deze Mevrouw (41 inmiddels) wèl kwaad is op mij en niet op onze
tekenleraar?"
Help mij in mijn duisternis en ik dank U met mijn weemoedigste knipoog.
|