 |
Schoonheid zit 'm in de kleinste dingen. Laatst kwam ik Wilfried de Jong
tegen bij een boekenuitreiking te Rotterdam. 't Ging hier om "'t Is zo
weer nacht" van Joyce Roodnat, rond wie zich Jan Wolkers, Rudy Kousbroek
en andere coryfeeën uit het NRC-Handelsblad ophielden. Wilfried en ik, 't
heeft nooit zo geboterd tussen ons. Toen ik, jaren terug, een
talkradiouitzending voor radio Rijnmond presenteerde en de stelling opwierp
"'t Beste wat Rotterdam is overkomen was het bombardement van Mei
'40", stond Wilfried me na afloop op te wachten om de Hitlergroet te
presenteren. Een echte verzetsheld.
Nu ja, ik had veel pijn aan m'n rug, had een vermoeden dat het boek me bevallen
zou (het deed) en liep recht in het Wilfried's ontstelde gezicht: "Jij
hier? Ben jìj hier?"
Er was geen woord ironie bij.
"Ik ben uitgenodigd", mompelde ik:"Als je 't niet erg
vindt..."
Dat vond Wilfried wel, maar hem was niks gevraagd; nix aan te doen.
De pijn in m'n rug vertroebelde veel, maar niet dit; de verbittering dat
crapuul als ondergetekende hier ook mocht verschijnen, Wilfried's gezicht sprak
boekdelen van jaren jaloezie en opgekropte woede: 't Moet nu maar 'ns afgelopen
zijn...
't Schijnt dat Wilfried heel aardige acrobatenkunstjes flikte op het podium. 't
Is jammer dat ie niet kan schrijven en dat z'n meeste vraaggesprekjes voor de
buis in principe oude jongens krentenbrood zijn. Waarom ik dit stukje begin met
Wilfried?
Omdat ik zo genoot van de uitdrukking op z'n gezicht.
Zo geniet ik ook van de flets groene papegaaien uit het Amazonegebied die zich
iedere middag stipt half vijf boven de iepen van Frankendael verzamelen om als
groep naar het Vondelpark te vliegen. Ze passen hier niet, hun roep is bestemd
voor inboorlingen en piranha's en veel te schel voor dit moerasbos. Onaangedaan
zien de reigers toe. Ik niet. Ik hou ervan als het wezensvreemde wint van
authenticiteit. Daarom zou ik alleen honderd jaar geleden de strijd om het
vrouwenkiesrecht steunen.
Een schrijfster zei tegen me: "M'n volgende boek kan nog niet in de
Ik-vorm om mezelf uit te drukken, want ik wil ook in m'n volgende roman een
heer in de hoofdrol, al was 't maar om me te moeten verdiepen in de verschillen
tussen het vrouwelijk en het mannelijk orgasme."
Ik vond dat een goeie reden. Hoe vaak heb ik me niet verdiept in de vrouwelijke
klaarkomst, in mijn dromen een langgerekte schreeuw van hunkering en
aanhankelijkheid..? Vermoedelijk komen vrouwen dieper klaar dan mannen, maar
helemaal zeker is dat niet, want de thermometer van Geluk is nog niet in mij
gestoken.
Vrouwen zijn gek, jawel, maar zou ik ook niet hun helemaal-van-de wereld wensen
als ik op mijn beurt een prinses op het witte paard zou tegenkomen?
En 't ìs een goeie reden om zich beroepshalve in het orgasme van het
andere geslacht te moeten verdiepen. O, kon ik klaarkomen in tranen, trillende
onderbuik, bliksemend naar de hemel!...
Ik zou zweven op vleugels van verbeelding.
Ik zou me geven als een jankende teef.
Ik zou zweren m'n hele leven vrouw te willen zijn.
Ik zou huiveren van genot en ie'dre keer een beetje sterven, nietwaar?
Ook zou ik de alimentatie opbrengen; want wie zorgt er straks voor?

|