De stilte na het gekwebbel
(Enige kanttekeningen bij HM van den Brink)
In de week voor de moord op Fortuyn werd mijn persoontje in Vrij Nederland
aangevallen door Hans Maarten van den Brink, zich noemend columnist. Nu ja,
'aangevallen', ik mocht lezen dat ik 'eindelijk weer ééns de
krant' had gehaald door op de dag van de gemeenteraadsverkiezingen op de
voorpagina van Het Parool te
adverteren met: "Waarom zou een toneelstuk niet verboden mogen worden?
Stem PVDA.
Stem Fatima Elatik."
Volgens Van den Brink was ik er op uit om 'samen met Fortuyn' de kloof tussen
allochtoon en autochtoon-Nederland te verdiepen, al was ik inderdaad niet de
enige die zich afvroeg waarom het toneelstuk "Aïsja" niet zou
mogen worden opgevoerd als het gevoelens van islamitische gelovigen kwetste.
Van den Brink ondervroeg Sybren Piersma, doortastend denker en tot voor kort
fractie-voorzitter van de hoofdstedelijke gemeeteraadsfractie van die partij,
't Was een genoegen om uit de mond van Piersma te lezen: "Wij zijn met z'n
allen rondom Fatima gaan staan."
Daarmee werd gesuggereerd, geheel in de stijl van het overspannen W0 II-jargon
van die partij, dat juffrouw Elatik door ondergetekende in de media achtervolgd
werd. Het tegendeel was waar; juffrouw Elatik had, naar aanleiding van het
verbieden van het toneelstuk, in de Volkskrant verklaard dat mensen als Theo
van Gogh ook
verboden zouden moeten worden en had als troetelallochtoon waarlijk meer
toegang tot de media dan ik-zei-de-gek.
't Was jammer dat Van den Brink niet de moeite had genomen één en
ander vooraf uit te zoeken, maar vermoedelijk zijn 't niet zozeer de feiten die
er toe doen wanneer men voor Vrij Nederland werkt. Van den Brink is te laf om
zich voor censuur uit te spreken en zoekt tegelijkertijd de instemming van
degenen die het
vrije woord willen verbieden.
Ze hadden bij de PVDA niet meer kunnen nadenken over opvoering van
"Aïsja" maar nu en hier durfde Piersma Van Den Brink wel toe te
zeggen dat het gewraakte toneelstuk dit najaar alsnog zou worden opgevoerd, in
het Muziektheater. De columnist informeerde nog of de partij juridische stappen
tegen me zou ondernemen, maar volgens Piersma was daar - 'na rijp beraad' -
vanaf gezien. 't Is altijd grappig om een columnist te lezen die er op
aandringt dat iemand die ook gebruik maakt van zijn recht op vrije
meningsuiting, voor de rechter gesleept dient te worden. Wat zou er toch met
Hans Maarten gebeurd zijn?
En in gedachten ging ik terug naar de zomer van '85, toen Van den Brink mij
ondervroeg voor het Cultureel Supplement van NRC-Handelsblad over de verfilming
van "Een Dagje Naar Het Strand". En ik verwijlde weer rond '90, toen
Van Den Brink trouwde, en ik met Mathijs van Nieuwkerk zijn bruiloft
bezocht.
Van Nieuwkerk: "Ik mag 'm niet, maar zijn vrouw is bevriend met mijn
vrouw.
Ik mocht 'm wel, en verklaarde zulks.
Enfin nu informeerde ik bij VN of ik een stukje terug mocht schrijven; dat
mocht - uiteraard - niet. En toen werd Fortuyn neergeschoten en brak er een
oorverdovende stilte uit rondom het toneelstuk. En tot op de dag van vandaag
hebben wij er bij HM Van den Brink niets meer over mogen lezen.
Ik weet nog goed dat ik HM op tv ondervroeg over zijn eerste boekje, dat meen
ik "De Matador" heette, en dat in het laatste hoofdstuk een
persoonsverwisseling kent. "Jij bent de enige die 't is opgevallen",
sprak de schrijver.
En ik herinner me Lisa Blaushild, scenarioschrijfster, die een diepe haat
jegens Van Den Brink's echtgenote had opgevat;"Jinke houdt van seksuele
spelletjes waarbij ze wordt aangereden bij het oversteken van een zebrapad en
altijd iets breekt."
Ik moest lachen om Lisa en vond 't een romantische gedachte.
En ik dacht aan Hans Maarten als directeur televisie van de VPRO, een
autistische brokkenpiloot die ruzie maakte met Jiskefet, Robbie Muntz van het
scherm haalde, "Quidam, Quidam" liet maken voor twaalf miljoen.
Kortom, er waarlijk niets van bakte. Maar die - en dat is in zekere zin wel
degelijk talent met z'n natuurlijke arrogantie voor hele volksstammen
van VN nog steeds als 'deskundige' doorgaat.
Van den Brink behoort tot de mensen die door Fortuyn gewogen zijn en te licht
bevonden, dat wil zeggen, onmiddellijk door het ijs zakten toen er voor 't
eerst sinds 1940 een zweem van onafhankelijk denken werd gevraagd.
Sukkeltje.
Ik vind 't vervelend om ongunstig te schrijven over iemand met wie ik vroeger
vriendschappelijk om ging en beperk me daarom tot de constatering dat wie
nalezen wil hoe kwispelstaartend journalisten in Nederland het achterwerk van
de Gevestigde Orde likken, kennis neme van HM 's stukjes in VN.
't Is niet anders.
Theo van Gogh
|