Onlangs verschenen in de VARA-gids, na als inleiding bij Theodor
Holman’s novelle “Interview” door de uitgever geweigerd
te zijn.
Jij bent de as die naar honing smaakt.
En zo kon 't gebeuren dat op 17 december 2002 Hans Teeuwen meldde: "Er
moet een film komen met Katja waarin zìj verleid wordt. En 't moet
gebeuren tijdens een interview dat uit de hand loopt..."
Iets aan de opwinding in zijn stem vertelde mij dat we hier met Een Goed
Idee van doen hadden. Met 'Katja' werd bedoeld de actrice over wie het
vaderland maar niet uitgekakeld raakt, Katja met de dekselse tieten, het
monster van Goede Tijden/Slechte Tijden, in levenden lijve een warmbloedig,
in diepste wezen naar liefde hunkerend sex-symbool, dat de natie telkens
weer in verwarring brengt èn fascineert.
Met wie zou de oorlog tussen man & vrouw beter in volle glorie uit
kunnen barsten; voor welk slagveld zou je anders naar de bioscoop willen?
Ik telde m'n zegeningen:"Goed idee! Bel Theo Holman..."
Even later hing Holman aan de lijn:"Ik krijg net Hans Teeuwen die
me vertelt dat er een film komt met Katja. Wanneer moet het script af?"
"Liefst zo gauw mogelijk. Pierre Bokma wordt de tegenspeler. Er moeten
drie wisselingen van de macht in tussen Katja en Pierre. En uiteindelijk
wint zij."
"Heb je Katja en Pierre al gevraagd?"
"Ze mogen blij zijn dat ze mee doen. Toch?"
't Trof dat Holman een hekel heeft aan Kerst. Voor Teeuwen en ik er erg
in hadden zat de schrijver op Vlieland. Tien dagen later was het scenario
van "Interview" klaar. Ik nam de telefoon ter hand, legde de
acteurs uit dat ze dé uitdaging van hun loopbaan tegemoet gingen
en liet mijn partner in crime, Gijs van de Westelaken, weten:"Het
geval gaat twee ton kosten. In guldens."
Geen geld, vond die. En hoewel ik in mijn optimisme het opblazen van een
DVD-productie naar 35 mm-film niet had meegerekend, gingen we zeker draaien.
Zo ging 't, want met minder geld koop je vrijheid. En vrijheid, dames
en heren, kan alleen gedijen bij de innerlijke noodzaak iets moois te
willen maken, iets wat voor de maker wezenlijk is om uit te drukken, desnoods
tegen de klippen op. De kick om beide acteurs hun eerste overtuigende
vertolking voor een camera te bezorgen, had wat mij betreft ook een miljoen
(guldens) mogen kosten. Het water liep me in de mond bij het komende gevecht
tussen dé representant van het deftige toneel en dé vertegenwoordigster
van de soap; ik kon niet wachten.
Als ik nu m'n ogen dicht doe, begrijp ik nog niet waarom de grote Scenarioschrijver
Hierboven me zo genadig is geweest en kan alleen maar m'n handjes dichtknijpen
met zulke gedreven acteurs te hebben mogen werken. Twee sterren, naar
Nederlandse verhoudingen, zonder enige kapsones en met een bewonderenswaardig
vermogen om kwetsbaar te zijn. Zonder dat laatste - de gave om zonder
woorden aan een ander te laten zien dat de ergste van alle pijnen die
van het innerlijk is - komt geen acteur als echt van het doek.
De close-up werd in 1915 uitgevonden voor de film "Birth of a Nation"
- een loflied op de Ku Klux Klan met als neger geschminkte blanken dat
prompt een grote hit werd - en sindsdien is toneel gelukkig overbodig.
Maar keerzijde blijft wèl dat je als toeschouwer minder nep en
minder namaak pikt; alles moet 'ècht' zijn. Echt te lijken terwijl
iedere rol voor een camera van namaak aan elkaar hangt, is aan maar heel
weinigen gegeven.
Hoe Schuurman zich staande hield temidden van de flauwekul die het scenario
van "De oesters van Nam Ké" haar voorschreef, bewees
voor mij eens temeer dat ze veel instinct - en dus talent - had. En Bokma,
die als geen ander schittert op de planken, zag ik altijd maar weer zwemmen
voor de camera. Die hield niet van hem, en hij niet van de camera; hoe
kwam dat nu?
Eigen roem stinkt en ik kan U wel aanpraten dat "Interview"
zus of zo is, maar dat maakt U zelf wel uit. Waar 't hier om gaat is dat
Holman op aangeven van Teeuwen een scenario schreef waarvan ìk
er in ieder geval te weinig tegen kom. Holman en ondergetekende delen
één obsessie; we denken dat iedereen liegt, wijzelf voorop.
Brokkenpiloten in de liefde maar vooral ook narcisten in het uitventen
van ons grote Ongeluk, zijn we typisch vertegenwoordigers van een tussengeneratie.
Nooit echt aan de bak gekomen, vermoeide penopauzes inmiddels en vooral
niet in staat ons zelf geheel serieus te nemen. Aan dat levensgevoel zijn
veel voordelen verbonden, te beginnen met een zekere woede over hoe de
dingen en mensen in elkaar zitten.
Holman is de meest onderschatte schrijver van het land en dat komt omdat
'ie het feilloze vermogen heeft de verkeerde grap op het verkeerde moment
te maken. Hij schrijft altijd over echte mensen en dat is in de vaderlandse
literaire ambiance natuurlijk bij voorbaat verdacht.
Hij schrijft niet over, zoals meneer Van Dis. En hij schrijft niet met
een hark, zoals mevrouw De Moor. Bovendien was 'ie vóór
de oorlog in Irak en heeft nog (vergeefse) pogingen ondernomen om
een advertentie op de voorpagina van Het Parool te krijgen:"Laat
Saddam zijn karwei afmaken!". Waaronder dan de namen van zulke grote
denkers als Jan Mulder, Herman van Veen en Marjon Bloem.
Een bedenkelijk karakter, kortom.
Wanneer Holman in al hun snijdende eenvoud de dialogen schrijft voor een
dertiendelige VPRO-televisie-reeks als "Ware Liefde", waarvan
comédienne Sanne Wallis De Vries op eigen verzoek aan één
aflevering mee mocht krabbelen, hoor je het schepsel vervolgens bij diezelfde
omroep in het programma R.A.M. beweren:"Ik heb "Ware Liefde"
samen met Theodor Holman geschreven."
Ondervrager Pieter Bouwman, het loensende ongeluk van Hilversum, zal dan
nooit 'ns zeggen:"Dat is toch niet zo?" Integendeel, als luisje
van de reservebank dient men zijn werkgever in Bouwman's geval zo goed
mogelijk door zich vooraf vooral niet te informeren en lastige vragen
te vermijden. Liever nog wat radelozer in de camera gekoekeloerd, onderwijl
als een analfabeet begripvol knikkend en voort kwispelen maar weer, een
grootse toekomst als onderkruiper tegemoet. Onnodig te zeggen dat Wallis
de Vries de vervolgopdracht kreeg, Holman niet. Holman is niet deftig
genoeg. Hij is bovendien in staat om vrouwen van vlees en bloed neer te
zetten en mensen te laten praten alsof 't echte mensen zijn, dat wil zeggen,
overtuigend in hun radeloosheid en paniek om een verloren leven. Holman
is een romanticus die, net als bij mijn persoontje, zijn brandstof als
maker put uit de onmogelijkheid van de Liefde. 't Zal wel aan onze moeders
liggen.
Vanuit Holman's carrièreperspectief nog schadelijker, is zijn vermogen
om lezers en kijkers aan het lachen te maken. Hoeveel Nederlandse scenarioschrijvers
kunnen dat? Zijn humor is gitzwart en verblijdt ons bovendien met een
gaandeweg steeds aanstekelijker wordende opgewektheid om meest vreselijke
zaken. De enige aanvulling die ik me voor het scenario van "Interview"
veroorloofde, was één zin, uit Katja's mond aan het adres
aan Pierre:"Volgens mij ben jij nooit in Joegoslavië geweest!".
Waarna ondervrager haar letterlijk naar de keel grijpt.
In de film claimt verslaggever Pierre in de Balkan getuige te zijn geweest
van allerhande misdaden tegen de menselijkheid.'t Leek mij aardig om meneer's
gruwelijke anekdotes over weggesneden foetussen die over de post bij een
medeminnaar bezorgd worden en over door een handgranaat veroorzaakte kinderlijkjes
benevens een eigen, verdronken koter, van een vraagteken te voorzien.
Als alles gelogen is, waarom dan het oorlogstrauma van Pierre ook niet?
Holman schrijft zo omdat 'ie niet anders kàn. Volgens mij levert
die mengeling van sadisme en mededogen altijd iets echts op, iets wat
je ontroert of in ieder geval inzicht geeft. Naar mijn opvatting is er
geen groter avontuur dan het verlangen dat mannen en vrouwen altijd weer
naar elkaar toe drijft, hoe bitter vanuit hun loopgraven het gif van de
afkeer ook smaakt. Holman maakt gecompliceerde mensen die vechtend tegen
elkaar tot het uiterste gaan; waarom zou je als kijker of acteur met minder
genoegen nemen?
Als je Bas Heijne heet zoek je een regisseur uit als Leonard Frank, U
weet wel, mislukte Feldwebel van de gedachtepolitie, die samen met de
riooljodelaar van Charlerois - een acteur wiens naam ik hier niet zal
noemen - vooraan stond om opvoering van "Het Vuil, de Stad &
de Dood" onmogelijk te maken.
Als je Bas Heijne heet geef je overal tobberige vraaggesprekken over hoe
zwaar 't was om het toneelstuk "Van Gogh" te schrijven; te schijterig
natuurlijk om die Theo nu 'ns aan te vallen, maar wel veel gebabbel over
'het kunstenaarsschap'. En altijd weer zwaar gesubsidieerd, hoewel jouw
onbeholpen dialogen acteurs voor joker zetten - acteurs die in onmacht
het décor in de weg staan tijdens die pijnlijke première.
Als je Bas Heijne heet hang je de morgen ná het debacle met overslaande
stem aan de lijn:"Leonard had mij moeten waarschuwen. Jùllie
hadden mij moeten waarschuwen!”
Zuchtend horen de acteurs hem aan; hoe beperkt kun je zijn als schrijver?
Geen pygmee corrupter dan Bas Heijne. Geen verbeelding poverder dan die
van Bas Heijne, dreunend op zijn 7-mijlslaarzen.
Geen kalende dreumes die 't hoger in de bol heeft dan een dilettant in
't diepst van zijn mislukking; Basje niet kunnen schrijven, Basje niet
kunnen denken, Basje niet kunnen voelen. 't Is wat veel. Holman weet dat
een saaie film altíjd zijn schuld is; daarom schrijft 'ie of z'n
leven ervan afhangt. Zulk engagement is ongebruikelijk in de zichzelf
feliciterende gemeenschap van de Heijne's. 't Is altijd een fijn gezicht
als mensen 't met zichzelf getroffen hebben. Was Holman maar ‘verstandiger’.
Holman zal nooit de erkenning krijgen die hem als scenarioschrijver en
romancier toekomt. Hij hangt dan ook niet huilend aan de lijn als U "Interview"
een kut-film vindt. Hij zal z'n schouders ophalen en het volgende scenario
- even treurig, even geestig, even goed geschreven - uit z'n mouw proberen
te schudden. Want hij moet zo nodig.
Voor hem buig ik dus, met een knipoog, maar toch...voor deze ene keer
mag 't, meneer Holman. En nog veel pech en tegenspoed in de liefde toegewenst,
want Uw geluk is wel 't lààtste waar wij in de bioscoop
op zitten wachten.
Theo van Gogh |