|
Over de longen
(Toespraakje uitgesproken in De Melkweg ter ere van Wereld-Anti-Rookdag, 31 mei
2004)
Dames en Heren,
Ik wist niet dat er een Wereld-Anti-Rookdag bestond. Maar 't had me niet moeten verwonderen. Er waart een nieuwe tirannie over de wereld, die van de Gezonde Geest in het Gezonde Lichaam. Die gezonde geest uit zich in het lastig vallen van mensen die wel zijn blijven roken met verboden, bepalingen, discriminatie op de werkvloer. Omdat ik wel 'ns films monteer, werk ik regelmatig met dezelfde editor. Laatst kreeg ik van zijn baas te horen dat ik, door te roken, wettelijk gesproken in overtreding ben. Mocht de editor over drie jaar longemfyseem krijgen dan kon 'ie met terugwerkende kracht zijn werkgever alsnog voor de rechter slepen, omdat Theo van Gogh in het voorjaar van 2004 sigaretten rookte in een ruimte die volgens de Wet gevrijwaard dient te zijn van sigarettenrook. Omdat ik goed ben voor de omzet hoefde ik niet te dreigen met vertrek, maar dit voorbeeld geeft wel aan hoe de boven-ons-gestelden proberen druk uit te oefenen en hoe ze
proberen het klimaat voor rokers te verzieken.
De anti-rook-lobby bedient zich van methoden die je ook terugvindt bij anti-globalisten en dierenbeschermers van het soort Volkert van der G. Hun fanatisme dient een hoger doel dan schone lucht; het liefst zagen een reine ziel. Tot wat voor rampen dat voornemen leidt, is terug te vinden in de geschiedenis, die doordrenkt is van bloed vanwege de onuitroeibare behoefte medeburgers een van vreemde smetten vrij innerlijk te bezorgen.
Het voortdurende getreiter van rokers kan alleen verklaard worden uit de behoefte Bovenmens te spelen, dat wil zeggen, zich superieur te wanen aan de afwijkenden die uit arrogantie en verslaving niet bang zijn voor kanker en blijven opsteken. De dood bedreigt ons ieder moment van de dag en als ik voor mezelf spreek moet ik tot de conclusie komen dat het weleenswaar niet verstandig is om
te roken, maar dat ik wel ongezonder dingen heb gedaan en dat ik ook die niet graag had willen missen. Wij rokers gaan gemiddeld vijftien jaar eerder dood dan niet-rokers. Wij komen de samenleving dus minder ten laste, want worden niet dement, hoeven minder lang opgeborgen te worden in bejaardentehuizen en komen in het algemeen de Overheid minder ten laste door tijdig te overlijden. Wij zijn de nieuwe uitgestotenen maar maatschappelijk gesproken een stuk verantwoorder bezig dan niet-rokers. Ook brengen we miljarden op aan accijns, waaruit dan weer anti-rook-campagnes namens de Overheid gevoerd kunnen worden.
De hysterie die niet-rokers aankleeft, komt voort uit de behoefte om te kunnen vertrappen en te vernederen. Rokers zijn toleranter dan niet-rokers. Niet-rokers op drift zijn een loeiende massa die zich gedraagt alsof ze een bedreigde minderheid is, terwijl wij rokers er maar al te zeer van doordrongen zijn geraakt dat de ware haat tegen ons gepredikt wordt door een meerderheid. Tegen de tijd dat ik sterf, over een jaar of twintig dus, zal de laatste sigaret die ik wil opsteken, me uit handen worden genomen door een zorgzame verpleegster. Robbert Jasper Grootveld werd beroemd met zijn Uche-Uche anti-rook-manifestaties bij het Amsterdamse Lieverdje, halverwege de jaren '60. Hij verzette zich tegen het zogeheten 'klootjesvolk' en de sigarettenfabrikanten en werd in samenspraak met De Telegraaf, die hem verontwaardigd telkens weer kiekte voor de Eén, de voorpagina, wereldberoemd in Nederland. Maar de revolutie eet haar kinderen op. Het Uche-Uche van Grootveld is verworden tot de hysterie van de anti-tabak-gelovigen. Binnenkort zal de Melkweg geen subsidie meer krijgen als hier nog gerookt wordt. De vooruitgang is onstuitbaar.
Ik steek er nog eentje op.
Theo Van Gogh |