Reünie
Hoe oud ben je nou, klootzak?
Vierenveertig droeve lentes en dan toch nog naar de reünie van het
Rijnlands Lyceum te Wassenaar. Om over de nieuwsgierigheid te beschikken alle
lijken uit de kast nog eens te bezichtigen moet men wel beschikken over een
perverse interesse in het verstrijken van de tijd. Persoonlijk was ik er vijf
jaar geleden ook al bij en mijn grote interesse ligt in parelketting &
plooirok; wij Rijnlanders komen om de vijf jaar samen.
In mijn herinnering golfde het Rijnlands in de tijd dat ik er school ging - zo
rond '75 - van de plooirokjes. Kakkineuze maagden, dat wel, onbereikbaar en
verleidelijk. Noem me een naam en ik ratel zo een biografietje op, al dan niet
verzonnen.
"Irene Karp..."
Fuck, wat een mooi meisje, platinablond en Barbie. In mijn herinnering keek ze
altijd zorgelijk. En verdomd... zij moest haar dagen slijten aan de Côte
d'Azur in totale paniek voor geesten, want verslaafd aan séances.
Wat zou er van haar zijn geworden?
Was ik maar niet zo verlegen geweest. Ik heb er altijd van gedroomd een meisje
uit de villawijk bij een officieel banket met mijn grote teen te mogen vingeren
terwijl wij ons met alle andere Zijne en Hare bekaktheden aan de soep wijdden.
Beschaafd gelach. Getinkel van glazen. Geroezemoes. En tegenover mij
Hélène, die al opgewondener wordt en dadelijk haar orgasme in een
beleefde grimas moet smoren. Jou was ter ore gekomen dat ze een hoop kabaal
maakt, die Hélène, en verder dat ze beschikt over een afgebeten
tepel. 't Is alsof ze rilt van de kou, alsof een briesje haar nekharen beroert
en zij huiverend de ogen sluit, al is 't dan maar voor één
seconde.
En dan nu; de ontluistering, de afbladdering, de spijt om het mislukte
leven.
Het klimmen der jaren toont weinig mededogen met het zwakke geslacht, kijk maar
naar diezelfde Hélène.
En, erger nog, dames dragen nu in 't algemeen vlotte spijkerbroeken, want naar
de geest jong gebleven. Is dan niets heilig meer in Wassenaar?
't Mooiste van reünies is dat je tegen de meisjes van vroeger met een
gevoelige glimlach zeggen kunt: "Ik was altijd verliefd op jou, maar
durfde 't niet te zeggen..."
Natuurlijk is dat maar de halve waarheid, want je wist ook verdomd goed geen
enkele kans te maken en trouwens ook zeer zeker niet voor Haar gevallen te
zijn, maar 't is zo leuk om de uitwerking op Haar gezicht te
zien...verwondering, soms een toefje spijt, meestal grote opluchting 'dat deze
kelk aan mij voorbij is gegaan...'
En daar zijn ook de meisjes van 45, kinderloos gebleven, want onzeker van
zichzelf en helemaal overtuigd van de slechtheid van hun echtgenoot.
Jij bent natuurlijk arrogant genoeg om als enige geen kaartje op te spelden met
je naam en het jaar waarop je van school kwam, want de meesten herkennen jou
maar al te goed, flapdrol. Misschien is jouw interesse wel een
oorlogsverklaring aan al die anderen die in jouw tijd zo niet belangrijker
wàren, dan wel déden, deftiger dan jij die de laatste was van wie
enige opbouwende bijdrage aan het heil der natie verwacht kon worden.
Daar is Elisabeth Vasnunez, het roodharige monster, geen spat veranderd en nog
altijd die malicieuze glimlach: "Jij staat wat minder in de publiciteit de
laatste tijd, hè?"
"Is dat zo?"
"Ja, ik had de indruk..."
En op jouw verzoek doet zo nog eens voor hoe ze je vroeger met een loei in de
klas achtervolgde, alsof jij de enige FC Den Haag-supporter was temidden van al
deze fatsoenlijke kinderen.
Haar stem gaat omlaag en klinkt vervaarlijk Neanderthalig:
"Théo..."
Elisabeth is getrouwd, haar jeugdvriend Henk uit Voorschoten met wie ze al ging
toen ze nog leerling was op dit Lyceum; ze zijn nu bijna dertig jaar samen,
kinderloos en zo te zien heel tevreden met elkaar. Waarom heb jij nooit zo'n
levenslange samenzwering aangekund?
Te lui vermoedelijk, want niet wezenlijk in anderen geïnteresseerd. Jouw
enige troost is dat je de diepe minachting weer proeft die zij - de anderen dus
die wel in orde waren - altijd voor jou hebben gevoeld. Lach ze uit, melaatse,
zij mogen niet meer naar je spugen.
Ernst Cohen, maatje van vroeger: "Ik kwam net Lonie Boogaard tegen. Haar
man heeft bij een ongeluk een dwarslaesie opgelopen, vertelde ze. Toen moest ik
aan jou denken, aan dat opstel wat jij schreef - "Wereld op Wielen"
waarvoor je een één kreeg voor inhoud en een tien voor
stijl. Ik geloof niet dat Lonie er om kon lachen."
Daar is Lonie: "Mijn man haalt nog wel 'ns herinneringen op met
studiegenoten van vroeger hoe ze rolstoelers belachelijk maakten. Dat doen
studenten, hè?"
En ze vertelt over een blonde stoot van de lagere school, Yvette
François, achternicht van Colijn: "Yvette woont nu in Amerika en is
getrouwd met een man met geld. Hij heeft een huis met zwembad, een ranch en
heel, heel veel auto's. Zo rond de Kerst stuurt ze me dan een brief om uit te
leggen hoe blij ze is dat ze weg is uit Nederland en hoeveel geluk ze hier nu
hebben en hoe happy ze is. Ik schrijf nooit terug."
En een schaduw trekt over haar glimlach, alsof ze een teek uittrekt en even
haar wenkbrauwen fronst.
Kon ik m'n leven overdoen, ik was als juffrouw Tamboezer op het Rijnlands
gekomen. Ik zou wonen langs de Rijksstraatweg, op een aangelegde berg in de
Geheimzinnige Koepel, omringd door bomen, mosvelden en schelpengrotten. Ik gaf
Latijn, werd nooit genomen, zelfs niet gekust op m'n spinnenkop, en hoe eenzaam
waren
mijn dagen...
En dan, alsof God bestaat, is er opeens die automonteur uit de Schilderswijk,
die mij wèl wil, ouwe vrijster die ik ben; waaraan heb ik deze
proletarische vlerk verdiend?
Nooit was ik gelukkiger.
Theo van Gogh |