Wij, Harm Groenwold en Wilhelmus Theodorus Albertus Jongbloed,
respectievelijk inspecteur- en brigadier-rechercheur van de regiopolitie
Amsterdam/Amstelland, dienstdoende aan het derde district, bureau
Warmoesstraat, afdeling Recherche, verklaren het volgende:
Op donderdag 1 1 november 1999, omstreeks 12:00 uur, hoorden wij, in het
politiebureau Warmoesstraat te Amsterdam, een man als verdachte, die opgaf te
zijn:
|
geboren te Den Haag, 23 juli 1957, wonende Pythagorasstraat
133-1, 1098GA Amsterdam, telefoonnummer 0206948965, faxnummer 6923890.
Nadat hem was medegedeeld, dat hij niet tot antwoorden verplicht was,
verklaarde hij het volgende:
"Ik ben bereid een verklaring af te leggen. Ik ben wel eens eerder met de
politie in aanraking geweest. Dat was voor een zaak waarvan Sonja Barend
aangifte heeft gedaan naar aanleiding van vermeend antisemitisme mijnerzijds.
Vrijspraak is pas na negeneneenhalf jaar gevolgd. Mijn vermeend antisemitisme
is uitgebreid op de voorpagina's geweest. Rectificatie heeft natuurlijk zoals
gebruikelijk op pagina 7 links onderaan
plaatsgevonden. Ik heb die hele affaire als een soort georganiseerde terreur
van overheidswege ervaren. Officier van justitie Mijnssen wilde over mijn rug
carrière maken. Maar de Grote Scenarioschrijver hierboven is
rechtvaardig. Onlangs overleed de heer Mijnssen tot mijn grote vreugde en kon
ik een column aan hem wijden onder de titel:
"Laat duizend champagnekurken
knallen!"
Jullie vertellen mij waarover jij mij wilt horen. Ik vraag mij af waarom
katholieken in dit land vrijuit, en terecht, beledigd mogen worden, en
Islamieten niet? Persoonlijk ben ik predikant van de nihilistisch gemeente en
beschouw ieder geloof als een aberratie.
Er is niets dan kwaads uit geloof voortgekomen, of het nu Christendom is of
Islam. Ik beschouw de Islam, althans de fundamentalistische variant daarvan als
het grootste gevaar, dat ons hier in het vrij westen bedreigd. De middeleeuws
aandoende haat tegen gelijkberechtiging van vrouwen, vrijheid van
meningsuiting, of tolerantie van andersdenkenden, hoort tot het treurigste
bezinksel dat uit de riolen van de menselijk geest is voortgekomen.
Naar mijn opvatting mogen zowel God als Allah beledigd worden. Ik heb mij van
die dankbare taak vaak en met veel verve gekwijt op de televisie. Dat er een
groep Marokkanen is in Amsterdam, die zich uit in pure minachting voor het land
waarin zij opgroeien, geeft mij alle recht hen te beledigen. Een echte
belediging was trouwens "varkensneuker" geweest. Nu beperk ik mij tot
de feiten. Uw vraag of ik dan alle Morakkanen moet beledigen, moet ik
ontkennende beantwoorden. Ik val de fundamentalisten aan; niet mijn Marokkaanse
buurvrouw. U toont mij een stukje "getiteld "Leve de Islam." Dat
is een stuk van mijn hand, gepubliceerd in de H P de Tijd.
De Koran is in mijn ogen een verachtelijk geschrift, dat voornamelijk uit
strafbepalingen bestaat voor alles wat afwijkt van de onverdraagzame
Allah-norm; flikkers, overspelige vrouwen en joden.
De Koran is geschreven door vermoedelijk geitenneukers aan wier innerlijke
beschaving ik mij niet wens te spiegelen. De Marokkaanse minderheid in ons land
is zoals bekend een van de minst aangepaste groepen als het gaat om integratie.
Een aardig voorbeeld zijn de perikelen op het August Allebeplein. Een ander
voorbeeld; bij mij op de hoek werd de fietsenmaker neergestoken door een
Marokkaan, die vond dat de reparatie te lang duurde. Jij zegt mij, dat ik het
gedrag van een eenling projecteer op de groep. Veertig procent van de
jeugdcriminaliteit is Marokkaans. Dat heb ik niet bedacht dat zijn cijfers van
de overheid. Het is dus heel relevant om de identiteit van een moordenaar
bekend te maken, zoals ik in dit geval gedaan heb op de radio.
Waar het om gaat is dat je in dit land iedereen mag beledigen, behalve
Islamitische gelovigen en al helemaal geen Marokkanen, want dat zijn blijkbaar
kasplantjes. Als alle mensen gelijk zijn, geldt de wet ook voor iedereen en
dient er geen uitzondering te worden gemaakt voor de zo geheten kwetsbare
minderheidsgroepen. Ik bepleit de absolute vrijheid van het woord, omdat dat
het enige is, dat ons redt van een jungle die liet recht van de sterkste onder
ander in Marokko zo'n inhumane uitwerking geeft.
Tot slot natuurlijk beschouw ik niet iedere Marokkaan als mijn natuurlijke
vijand. Zo zie ik wel iedere fundamentalist, van welk geloof ook.
U toont mij een stukje met de titel "Fuck Off". Ook dit stuk is van
mijn hand. Het is gepubliceerd op het Internet. Ik ben getroffen door de in
Nederland verblijvende Marokkaanse fundamentalisten, die onze decadente
westerse vrijheden als een gesel van Allah moeten ondergaan. Dit stukje is door
mij uit louter menslievendheid geschreven. Ik hoop ermee mijn Marokkaanse
broeders en zusters een hart onder de riem te hebben gestoken.
In mijn columns bedien ik mij, zoals wel vaker in columns gebeurt, van
hyperbolen, dat wil zeggen ik gebruik het stijlmiddel van de literaire
overdrijving. Niettemin was mijn omschrijving van de profeet als geitenneuker
uit Mekka recht uit mijn hart. Zo heb ik ook Jezus omschreven als "die
rotte vis van "Nazareth". Dat proces loopt nu bij het Europese Hof.
Het stemt dankbaar, dat ik U lieden van de straat mag houden.
Gaarne ontving ik het adres van degene die een klacht tegen mij heeft
ingediend. Ik wil ook graag weten wie de personen zijn die in de artikel 12
procedure hebben besloten dat toch tot vervolging moet worden overgegaan. Ik
wil dat omdat ik vind dat de oorlog der ideeën in het openbaar moet worden
uitgevochten, niet met het zwaard, maar met de pen. Ik veracht de anonieme
aangeefcultuur en de gedachtenpolitie die de anti-discriminatie-meldpunten
bevolken op kosten van de Nederlandse belastingbetaler. Ik verheug mij nu al op
de publicitaire begeleiding, die de anonieme klagers tegen mij zullen gaan
ondervinden.
Nadat ik mijn verklaring heb doorgelezen, verklaar ik daarbij te volharden en
onderteken ik deze.
|