Rehabilitatie Bram Peper: einde van de
rechtstaat
De reeks gekunstelde pogingen om de gevallen minister van Binnenlandse Zaken
en Overheidsintegriteit Bram Peper te rehabiliteren, bewijzen dat onze
maatschappij zijn zelfreinigende vermogen volstrekt kwijt is. Het zal niet lang
duren, voordat Peper weer een mooi overheidsbaantje krijgt. Ook de over haar
grove leugens in de Ceteco-affaire gestruikelde commissaris van de Koningin
Leemhuis, heeft inmiddels weer een goed betaalde baan bij de overheid. Leugens,
list, bedrog en zelfverrijking zijn al zo oud als de politiek zelf. Ik geloof
niet dat we daar ooit vanaf komen. Vergelijk het met onkruid. Niet zo'n
probleem, als je maar regelmatig schoffelt. Maar doe je dat niet, dan
overgroeit het onkruid alles. In de politiek wordt niet meer geschoffeld. Erger
nog, er wordt zelfs bewust onkruid gezaaid. Uit het boek "Afrekenen met
Peper" van de Parool journalisten Bas Soetenhorst en Michiel Zonneveld,
blijkt dat ook zij zich hebben gevoegd in de schare deelnemers aan de
witwasoperatie van Peper.
In het boek valt te lezen, dat het Openbaar Ministerie op 13 december 2000 een
persbericht heeft uitgegeven, waarin staat dat Peper zich 'vermoedelijk'
meerdere keren schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 359 van het
Wetboek van strafrecht (ambtelijke verduistering). Toch werd er geseponeerd,
omdat het bij bijstands- en fiscale fraude van bedragen lager dan 12.000 gulden
gebruikelijk is, om niet te vervolgen. Meteen na het persbericht van het OM,
riep PvdA-fractievoorzitter Ad Melkert doodleuk, dat het nu toch echt tijd werd
voor eerherstel van zijn partijgenoot Peper. Geen woord van kritiek in het boek
over de manier waarop Peper beneden de 12.000,- fraudenorm wist te komen. Zo
beweerde hij rustig dat zijn handtekening die onder twee dubieuze declaraties
staat, vals is. Of dat zijn privérekeningen 'per ongeluk' door de
gemeente Rotterdam werden betaald. In maart 1991 werd door de gemeente op
Pepers privé rekening fl. 3730,55 gestort wegens de aankoop van nieuwe
pakken. Naar zijn privé rekening werd in totaal een bedrag van fl.
23.500,- overgemaakt, zonder enige nadere uitleg of onderliggende documentatie.
De onophoudelijke reeks gekunstelde pogingen van Peper om aan snoepreisjes op
kosten van de gemeente een zakelijk tintje te geven, vinden iedere keer de
genade van het OM. Altijd weet Peper wel een vriendje te vinden die het voor
hem opneemt, door te verklaren dat ze wel degelijk over iets zakelijks hebben
gesproken op het snoepreisje. Desondanks bleven er bij de accountants van KPMG
grote twijfels bestaan over de functionaliteit van maar liefst 30 van de 41
gemaakte burgemeestersreizen.
Ook voor de uitgaven die Peper deed uit zijn illegale 'burgemeesterspotje' is
meestal geen verantwoording te vinden. Zijn zoon kreeg uit dat potje geld om
een kaartje voor de Rolling Stones te kopen. Maar dat is 'keurig' teruggestort.
En als Pepers dochter op kosten van de gemeente naar Chili mag vliegen, dan is
dat ook helemaal in orde, omdat pa daar met een drankprobleem in het ziekenhuis
ligt. Over de uitgebreide tussenstop van Peper op Curaçao wordt ook niet
moeilijk gedaan, omdat hij daar 'bijkomt van een depressie'. Zo is er voor
ieder ondeugdelijke declaratie een smoes te vinden. In de zomer van 1999 neemt
Peper als minister in strijd met de regels Nelie Kroes mee op dienstreis naar
de Antillen. Ogenblikkelijk staat secretaris-generaal Kuijken op en roept dat
dit zijn verantwoordelijkheid was. Een ambtenaar die verantwoordelijk is voor
het gedrag van zijn minister, dat is staatsrechtelijk gezien toch wel een
gevaarlijke novum. Ook het OM schiet Peper op cruciale momenten te hulp. Zij
concludeert dat de financiële administratie van Rotterdam onder Peper een
chaos was. "De financiële administratie registreerde de uitgaven niet
per bestuurder. Ook de uitgaven per buitenlandse reis werden niet afzonderlijk
geregistreerd en de afschriften van de gemeentelijke creditcards werden niet
afzonderlijk bewaard. Het hoeft geen betoog dat deze omstandigheid complicerend
werkt als het gaat om waarheidsvinding. Immers, niet eenvoudig kon worden
beoordeeld of een uitgave ten onrechte ten laste van de gemeente is gebracht.
Het is de vraag in hoeverre de burgemeester verantwoordelijk kan worden gesteld
voor onjuistheden, onvolkomenheden en lacunes in de gemeentelijke
administratie". Maar voor het indienen van persoonlijke declaraties voor
feestjes, snoepreisjes en partijtjes, blijft de indiener uiteraard altijd zelf
aansprakelijk. Ook als hij burgemeester is.
Ondanks het feit dat Peper zich tijdens het onderzoek als een bestuurlijke
maffioos gedroeg, concluderen de auteurs doodleuk dat vrijwel alle betrokkenen
in de loop van het onderzoek de indruk kregen dat Peper 'het slachtoffer is
geworden van een afrekening'. Zo gooit Peper fors met modder naar de
Rotterdamse rekeningencommissie COR. Onophoudelijk beschuldigt hij deze
commissie van lekken naar de pers. Maar het is nauwelijks voor te stelen dat de
COR op die manier haar eigen ruiten zou ingooien. Totdat de aap uit de mouw
komt, als Peper een brief aan de COR schrijft, om zich over dit vermeende
lekken te beklagen. Hij laat zelf een kopie van deze brief bij het NRC
bezorgen om zich er vervolgens glashard publiekelijk over te beklagen, dat deze
informatie nu ook al weer op straat terecht is gekomen. Maar de minister van
overheidsintegriteit heeft meer trucs. "Dat is ter discretie van een
burgemeester", roept Peper wanneer de accountants lastige vragen stellen.
De accountants zijn volstrekt terecht van mening, dat een bestuurder de
persoonlijke uitgaven die hij ten laste van de gemeenschap brengt, moet kunnen
verantwoorden. Peper deelt die mening niet: 'Als jullie denken dat een uitgave
niet functioneel was, bewijzen jullie dan maar eens dat ik gefraudeerd heb'.
Maar dat bewijs is per definitie niet te leveren. Niet alleen omdat Pepers
voormalige kofferdrager in Rotterdam maar liefst acht vuilniszakken met stukken
weggooit tijdens het onderzoek, maar ook omdat in Pepers college de
"vertrouwensregel" gold. Die hield in, dat collegeleden elkaar geen
lastige vragen stelden over declaraties. En dat het niet nodig was om
declaraties te onderbouwen of de functionaliteit daarvan te vermelden. Op die
manier kunnen politici de hele gemeenschapskas leeghalen zonder daar ooit op
gepakt te kunnen worden. Oud wethouder Nel van de Pol vertelde in de media wat
Peper tegen haar riep, toen zij geen privé reiskosten wilde declareren:
"Je verpest het voor de rest". Schaamteloos bestempelen de auteurs
deze uiterst belastende verklaring tot een 'anekdote'.
In een volgend opiniestuk wil ik aantonen, dat met de affaire Peper ook de
openbaarheid van overheidsinformatie - een van de voornaamste pijlers van onze
democratie- ter ziele is gegaan. Maar liefst twee kortgedingen bij de
arrondissementsrechtbank Alkmaar en een kortgeding en een bodemprocedure bij de
Raad van State heb ik moeten voeren, om Peper te dwingen tot inzage van de
declaraties die hij bij Binnenlandse Zaken heeft ingediend. De auteurs van
"Afrekenen met Peper" blijken zonder ook maar één
juridische procedure te hoeven voeren, inzage te hebben gekregen in uiterst
vertrouwelijke stukken uit het Peper kamp, die volgens de Wet openbaarheid van
bestuur niet eens openbaar zijn. "Het pikzwarte beeld van Peper wordt door
ons boek grijs", aldus de auteurs in een radiouitzending. Deze verkleuring
van de werkelijkheid is kennelijk de prijs die ze hebben moeten betalen om aan
de benodigde informatie voor het boek te komen. Dat het grijze beeld van onze
democratie daardoor pikzwart is geworden, heeft de heren kennelijk niet kunnen
deren.
Dick Berts
|