Twee
oplichters
"Fahrenheit 9/11" is dé film
van het jaar en zou vooral door iedereen bezocht moeten worden als een
hoogtepunt van propaganda met alle demagogie en misleiding die daarbij hoort.
De film is een genot om over na te kijven.
Het eerste misverstand dat aan Fahrenheit kleeft is bekwaam door Michael Moore,
de maker, in de wereld geholpen: Disney zou de film opeens niet hebben willen
uitbrengen om de familie Bush niet tegen zich in het harnas te jagen. Er is
nooit enige twijfel geweest dat de film in de Verenigde Staten zou worden
uitgebracht. Disney had Moore al een jaar geleden gemeld, in de aanloop van de
verkiezingen geen politiek beladen titels te willen uitbrengen. Vermoedelijk
zou "Fahrenheit 9/11" niet de Gouden Palm in Cannes hebben gekregen
als de jury niet van het voldane gevoel zou zijn doordrongen met haar bekroning
op te staan voor de vrije meningsuiting. Moore is een meesterlijke
manipulator.
Het tweede misverstand is dat Moore geïnteresseerd zou zijn in, ik schrijf
het met hoofdletters, de Waarheid omtrent Irak. Moore is een gelovige en wordt
dus liever niet gehinderd door de feiten. In zijn vorige film, "Bowling
for Columbine", beweerde de maker dat de jongelui die de trekker
overhaalden op die middelbare school eerst naar de bowlingbaan waren geweest;
dat bleek niet het geval. Ook het moment in dezelfde film waarop Moore laat
zien hoe hij als welkomstpremie een geweer krijgt als hij een rekening opent
bij een plattelandsbank, bleek uit de duim gezogen en in scène gezet. Ik
vind dat niet erg, want je gaat naar een Moore om je te laven aan zijn sarcasme
en zwarte gevoel voor humor, dat amusement van de bovenste plank oplevert. Maar
het is wel prettig om te weten waar de maker liegt.
Ook in "Fahrenheit 9/11" wordt een hoop beweerd: bijvoorbeeld over de
vrijgeleide die 142 Saoudi's, waaronder 24 leden van de Bin Laden-familie na
elf september zouden hebben gekregen op voorspraak van Bush. In publicaties als
het rapport van de Senaatscommissie wordt het tegendeel beweerd. Moore kan zo'n
beschuldiging niet staven, denk ik dan.
Heb ik daarin gelijk?
Moore laat de hilarische beelden zien van Bush die op de kleuterschool
voorleest uit "My Pet Goat" als 'ie het nieuws van de tweede aanslag
hoort. Je ziet paniek in z'n ogen. Moore laat dat moment een paar keer
terugkomen en vraagt zich af: "What on earth was hè thinking?"
Besluitelozer kan een President niet overkomen.
Maar met evenveel recht en reden kan je beweren dat Bush het schokkende nieuws
als een heus mens op zich in liet werken en zich daarna ontpopte als een wijze
staatsman die eerst nog even de kleine lievelingen voorleest alvorens zich te
wijden aan het redden van de wereld.
Moore beweert dat Bush de verkiezingen van Gore heeft gestolen en ik vermoed
dat hij gelijk heeft. Maar hij overtuigt mij niet door te suggereren dat Pappa
Bush 'zijn vriendjes' in het Hooggerechtshof zou hebben gebeld om zoonlief op
de troon te hijsen. Alles draait in Moore's gelijk om olie, natuurlijk. Behalve
dat nu nooit 'ns de vraag gesteld wordt of een Bush als perfide olieman niet
veel meer baat zou hebben gehad met een fijne deal die Saddam in het zadel zou
hebben gehouden? Die vraag zou Moore's gelijk ondermijnen en komt daarom
niet.
Moore laat beelden van lachende, spelende kinderen in het Bagdad onder Saddam,
volgen door Amerikaanse raketinslagen. Het is jammer dat de maker in dit
verband niet de moeite heeft genomen om ook opnames te tonen van dankzij Saddam
vergaste Koerdische kinderen. Maar zoveel evenwicht is vermoedelijk teveel
verwacht van een ontketende gelovige. De vraag die zich na afloop van de film
op dringt, luidt: 'Wie is een grotere oplichter, Bush met z'n onvindbare
massavernietigingswapens, of Moore, met z'n aan een even groot gevoel van
morele superioriteit ontsproten rariteitenkabinet van onbewezen
samenzwerinkjes? Mijn instinct zegt de eerste, maar zeker weten doe ik dat
niet.
Theo van Gogh schrijft ook
voor 
|