Uw Lux et Libertas Ombudsman

"Alles wat Kat schrijft is je reinste flauwekul. Pure kwaadsprekerij."
Volkert Jensma, hoofdredacteur NRC Handelsblad, in HP/de Tijd


"Micha Kat? Heb ik wel eens van gehoord, ja. Het schijnt dat hij appeltjes met ons wil schillen."
Henk Hofland, commentator en oud-hoofdredacteur van NRC Handelsblad in HP/de Tijd


"Ik vind dat Kat eerst zijn eigen 'facts moet checken' voor hij ze opschrijft en verspreidt."
Gijsbert van Es, adjunct-hoofdredacteur NRC Handelsblad, in De Journalist


"Kat is notoir onbetrouwbaar*
Mr. Maarten Huygen, commentator NRC-Handelsblad en lid van de commissie aantrekken leden rechterlijke macht, op www.netkwesties.nl


"Over Kat haal ik mijn schouders op. Ik reageer niet tenzij journalisten denken dat het waar is wat hij schrijft. In de praktijk blijken dat doorgaans HP de Tijd, VN, Volkskrant en Business News Radio te zijn, die allemaal media-achterklaprubrieken moeten vullen. Inmiddels is het iedereen wel duidelijk hoe die stukjes moeten worden gewogen: als haatdragende verzinsels."
Folkert Jensma, hoofdredacteur NRC Handelsblad, op www.netkwesties.nl


Hoe NRC meehelpt in de strijd tegen De Roy
LUX ET LIBERTAS ALERT

Hoe NRC meehelpt in de strijd tegen De Roy
Bij De Roy van Zuydewijn gelden journalistieke principes niet meer

Niet alleen de Telegraaf trekt alle registers open om Edwin De Roy van Zuydewijn te vernietigen. Ook het zogenaamd beschaafde en onpartijdige NRC Handelsblad kent zijn 'maatschappelijke verantwoordelijkheid' op dit punt, zij het dat Lux et Libertas nog achterbakser te werk gaat dan de krant van wakker Nederland die tenminste openlijk partij kiest. Het chanteren van hun target, het schofferen van de familie en het schenden van cruciale afspraken: het is slechts een greep uit het repertoire waarmee de dames Hooghiemstra en Hermans deze klus te lijf gingen. Dit alles blijkt uit een brief van De Roy aan Jensma van 15 april waarop De Gezonde Roker de hand heeft weten te leggen. In deze brief wordt uitgebreid ingegaan op de gang van zaken rond het interview dat NRC Handelsblad met De Roy had en dat leidde tot een dubbele publicatie (voorpagina en Zaterdags Bijvoegsel) op 29 maart.
Als NRC een minister interviewt of een captain of industry gaat geen zee te hoog om overeenstemming te bereiken over de uiteindelijke tekst. Maar in dit geval werd geen inzage gegeven in de uiteindelijke tekst en neemt Jensma in zijn brief aan advocaat Nicolaï voor de zoveelste keer zijn toevlucht tot laffe leugens. Maar wat maakt het uit? Het is maar De Roy. Wat kan hij uitrichten tegen het machtige NRC Handelsblad? Journalistieke ethiek en de bombastische gedragsregels die de krant op internet heeft gezet worden zonder blikken of blozen overboord gezet als de krant wordt geroepen de maatschappelijke status quo te verdedigen. Wanneer opent dit land zich eens de ogen voor de werkelijke werkwijze van NRC Handelsblad?

 

Geachte heer Jensma,

Het NRC-Handelsblad heeft onzorgvuldig gehandeld door schimmige bronnen ("kennissen") te gebruiken om mij in Uw voorpagina-aankondiging van het portret in de bijlage van zaterdag 29 maart 2003 op te voeren als: "arrogant, agressief en onbetrouwbaar". Een portret dat nota bene uitsluitend is totstandgekomen omdat Uw verslaggeefsters ons schriftelijk hadden beloofd "het onderwerp te belichten in plaats van een oordeel te vellen". Zo hadden we het van Uw krant verwacht, Kunt U zich onze boosheid en teleurstelling voorstellen?
Voorts plaatste u boven het portret een enge populistische kop waarmee U onze veiligheid in gevaar heeft gebracht Dat nemen wij U bijzonder kwalijk; het getuigt Uwerzijds van een wel zeer beperkt inschattingsvermogen en verantwoordelijkheidsgevoel.

Journalistiek gezien staat het portret van mij bol van de feitelijke onjuistheden over mijn familieleden. Ook verlaagt Uw krant zich tot stemmingmakerij, verzwijgt zij elementaire onderdelen van antwoorden en haalt zij bepaalde zaken uit de context van het geheel. Het ergste is nog dat Uw verslaggeefsters "off the record" opmerkingen weergeven, notabene op straat gemaakt, nadat het interview al lang ten einde was. Het feit dat Uw verslaggeefsters zich verschuilen achter: wij wisten niet dat het "off the record" was, snijdt natuurlijk geen hout.
Wij achten het van belang om u te informeren over de voorgeschiedenis van het portret.

Nadat mijn familie en één van onze advocaten wekenlang door Mevrouw Dorine Hermans en Mevrouw Daniela Hooghiemstra telefonisch en schriftelijk zijn bestookt met verzoeken tot een interview, werd - goed beschouwd - gedreigd dat anders een portret zou worden geschreven op basis van allerlei voor mij ongunstige uitlatingen van personen die Uw verslaggeefsters al zouden hebben gesproken. De boodschap was duidelijk: 'of Uw cliënt - ik dus - werkt mee aan een portret, of de NRC publiceert wat wij U voorschotelen'. Journalistieke chantage?

Verbijsterd dat Uw krant zich aldus verlaagde tot het niveau van de Oranjespreekbuis, De Telegraaf, heb ik geweigerd mee te werken aan een dergelijk portret. Zulks is beide dames via betreffende raadsman ook meegedeeld.
Desondanks werd ik wederom telefonisch benaderd door Mevrouw Hooghiemstra. Behoudens enkele hier niet relevante argumenten mijnerzijds tegen een interview, was het belangrijkste dat ik haar heb voorgehouden: "U en de Uwen, maar vooral Uw Hoofdredacteur, kunnen ons helemaal niets garanderen en beloven omdat Uw persvrijheid uiteindelijk beperkt is".

Op 5 maart 2003 ontving één mijner raadslieden wederom een brief van Uw medewerksters Hermans en Hooghiemstra. De toonzetting was veel minder agressief dan de eerste missive, Omdat zij stelden dat zij "ernaar streven een genuanceerd en menselijk portret te schetsen" en dat ze "met name geïnteresseerd (zijn) in de vraag: wie zijn Edwin en Margarita, wat willen ze, wat deden en doen ze.... wat delen ze, waar geloven zij in? Een menselijk portret dus... wie de personen in deze/nationale - en historisch belangwekkende - kwestie werkelijk zijn", kwam het ons voor dat deze verslaggeefsters echt op zoek waren naar de werkelijkheid.
Vervolgens, dit ter onze finale geruststelling dienende, stelde Hermans dat zij historische onderzoeksmethode(n)" hanteert en dat Hooghiemstra "ook historica", vele portretten heeft gepubliceerd. Tot slot waren Uw verslaggeefsters ervan overtuigd dat een met aandacht en zorg geschreven portret van het stel... de hele kwestie... ten goede zal komen".

Van die 'zorg' bleek daarna weinig. Nadat mijn moeder, mijn zusje en ik uiteindelijk beloofd hadden medewerking te verlenen aan een portret over mij - "we schrijven anders toch op wat we willen" (Hermans en Hooghiemstra) - en onze raadslieden een raamwerk hadden opgesteld waarmee Hermans en Hooghiemstra toezegden zich te zullen vereenzelvigen, is er een afspraak, op 19 maart 2003, in mijn moeders huis gemaakt.

Ten eerste kwamen de dames maar liefst drie kwartier te laat. Slordig. Ten tweede liet Mevrouw Hermans weten "vrienden" van mij gesproken te hebben. Op mijn vraag wie dit dan waren antwoordde zij: "iemand uit je jeugd, uit je hockeyteam" Toen ik haar vroeg hoe iemand die ik 21 jaar (l) niet had gezien of gesproken en die toen ook helemaal geen vriend in de zin van maat of kompaan was, ten tonele gevoerd kon worden als een goede, betrouwbare bron, moest Mevrouw Hermans mij een antwoord schuldig blijven.

Dit illustreert mijns inziens het niveau van Mevrouw Hermans en doet mij afvragen wat zij eigenlijk met haar "historische onderzoeksmethode" bedoelde Was dat oppervlakkige journalistiek of, zoals zij zelf in haar brief aan mijn raadslieden stelde een "methode waarin een onderwerp van alle kanten wordt belicht en een verhaal wordt verteld, in plaats van een oordeel geveld", Gezien haar aanpak en vervolgens Uw voorpaginatekst houd ik het bij het eerste.

Vervolgens, en volstrekt tegen de afspraak in, hebben beide verslaggeefsters mijn moeder en mijn zus buiten mijn aanwezigheid (ik moest namelijk naar een volgende afspraak), aan een spervuur onderworpen van totaal irrelevante vragen over mijn grootvader en grootmoeder van mijn moeders kant, Ik dacht dat het over mij zou gaan? Of de De Roy's. Niet dus, Vervolgens gaan de dames zo tekeer tegen mijn moeder - in haar eigen huis - dat mijn moeder en zus de verslaggeefsters na meer dan twee uur (een uur was de afspraak) vriendelijk hebben verzocht het huis te verlaten.

Mijn afspraak met de dames stond hiermee op losse schroeven. Het feit dat Mevrouw Hermans dacht zich er met excuses per voice-mail op de mobiel van mijn zus van af kon maken, is ook typerend. Mijn zus heeft haar toen teruggebeld en haar uitgebreid uitgelegd dat dit geen manier was. Het zal u niet verbazen dat ik toen nog weinig zin had om de beide dames te woord te staan; maar indachtig hun beloften betreffende de gedegen en van zorgvuldige aanpak heb ik mij toch laten overhalen. De excuses voor het gedrag op de avond daarvoor, heb ik geaccepteerd. Op mijn hoede, zo dacht ik, blijf ik wel. Naar nu blijkt, niet genoeg.

In het interview heb ik getracht verschillende facetten van mij en mijn leven, zoals die door Mevrouw Hermans en Mevrouw Hooghiemstra zelf werden aangedragen, naar eer en geweten te belichten, De meeste van deze facetten, die van essentiële betekenis waren voor een afgewogen 'portret', ontbreken volledig in het artikel.

Daarentegen voeren non-issues als "adel" en "Heerenclubs" vaak de boven- en ondertoon. Waar ik iets 'goeds' doe, zoals vrijwillig met gehandicapten met vakantie gaan, duiken Uw verslaggeefsters op de adellijke achtergrond van de vakantie. De adellijke meisjes zijn voor Uw verslaggeefsters interessant, niet de mensen om wie het gaat en ook niet de reden waarom, verzorgers voor deze mensen doen wat w doen. Dat zegt namelijk iets over iemands karakter maar daar waren Uw verslaggeefsters voor dit portret klaarblijkelijk niet op uit.

Integendeel. Vervolgens wordt er gesteld dat ik, vis-a-vis mijn 'gast' (De verzorger betaalt gedeeltelijk voor de vakantie. De Maltezers kiezen met grote zorg jongelui die naast de handicap ook nog sociaal-economisch moeilijk zitten Derhalve zijn zij onze 'gasten') "obsessief gedrag" demonstreerde. Pardon? Wat een onzinnige en nare krachtterm.

Te uwer informatie: deze bijzondere MENSEN hebben, tot hun enorme pijn en frustratie, bijna 24 uur verzorging nodig. Is een van de dames wel eens naar 'Het Dorp' of naar 'Heliomare' geweest om te vragen wat er bij komt kijken om in nog geen twee weken tijd iemands volledige vertrouwen te winnen omdat jij, als verzorger, en dat weet de gast heet goed; verantwoordelijk bent om samen de meest persoonlijke en lichamelijke ongemakken goed, verstandig en liefdevol te verzachtend. Ook het nemen van deze verantwoordelijkheid zegt iets (positiefs) over iemands karakter, maar dat dringt kennelijk niet tot de verslaggeefsters door, Vandaar dat zij - bij gebrek aan luisteren en empathie - beledigende en onzinnige termen als "obsessief gedrag" gebruiken.

Resumerend: de leugen regeert inderdaad. In meerdere opzichten werkt U daar zelf aan mee. Had Beatrix toch gelijk toen ze het niet alleen over haarzelf had maar ook over U?

E.K,W. de Roy van Zuydewijn,
Amsterdam 15 april 2003

 


NBC HANDELSBLAD
Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam
Marten Milsweg 6 35, Rotterdam


mr. P. Nicolaï
J,W. Brouwersstraat 21
1071 LH Amsterdam

Rotterdam 23 april 2003
Geachte heer Nicolaï,

In antwoord op uw brief van 15 april laat ik u het volgende weten. Uw bezwaar tegen het opnemen van de opmerking die uw cliënt "buiten op straat' maakte; is ons bekend. Naar ik begrijp is daarover met de auteurs onderhandeld, waarbij zij hebben staande gehouden dat de opmerking 'on the record was'. Op vrijdag 28 maart liet u de redactie daarop per email weten dat de deelnemers aan het interview 'akkoord gaan met het gebruik van de door hen .verstrekte informatie'. In de voorgelegde tekst was de thans door u gewraakte opmerking
exact opgenomen, zoals die op zaterdag 29 maart in de krant is verschenen, U sprak overigens toen de verwachting uit dat tekst en foto samen een 'imposante pagina' zouden vormen, terwijl u bij lezing van het artikel constateerde dat het liep 'als een trein', Van enig blijvend bezwaar tegen de tekst bij u of uw cliënten is de redactie toen dus niet gebleken.

Ik ben zo vrij het niet eens te zijn met uw interpretatie van de kop boven het artikel. De zinsnede 'Schiet maar op mij" is voor meerdere uitleg vatbaar, waarbij in het dagelijkse spraakgebruik uiteraard de meest voor de hand liggende uitleg de figuurlijke is. In combinatie met de door uw cliënten geautoriseerde foto (frontaal, nonchalante pose) drukt de pagina in tekst en beeld een 'kom maar op/ wie doet me wat'-boodschap uit. Bij elkaar genomen is dat naar mijn inzicht een acceptabele journalistieke weergave, in een week waarin de focus óók lag op de uitdagende en confronterende presentatie van uw cliënten in diverse media. De risico's die uw cliënt voor zijn veiligheid nam door aldus in de krant naar voren te treden, komen naar mijn opvatting voor zijn rekening, ik zie dan ook geen aanleiding om excuses aan te bieden.

Ook ga ik in uw op laatste bezwaar. In het interview komt de volgende zinsnede voor: „Omdat hij vindt dat de media hem ten onrechte hebben afgeschilderd als crimineel, arrogant en onbetrouwbaar,... '. En: "Volgens ex-dispuutsgenoten bij het Amsterdamse Studenten Corps was Edwin een arrogante vechtersbaas die de aanval zag als de beste verdediging. Vriend en vijand noemen zijn opvliegende natuur een opvallende eigenschap, "hij heeft een kort lontje", zegt een kennis. „Hij kan moeilijk de-escaleren". Deze uitlatingen zijn in het nieuwsbericht op de voorpagina in de derde kolom samengevat weergegeven onmiddellijk gevolgd door een reactie van uw cliënt. Het schrijven van een samenvattend en overigens evenwichtig nieuwsbericht voor de voorpagina op basis van een groter artikel binnenin is een normale journalistieke praktijk, zeker indien er nieuwselementen kunnen worden vermeld. De uitspraak van uw cliënt dal hij geen vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de rechters in Den Haag was tot dat moment nog niet gehoord. Het was een opvallend nieuw element in het tot dan gevestigde beeld van uw cliënt. Ik kan me voorstellen dat dergelijke uitspraken niet erg stroken met uw bedoeling het, interview te laten dienen 'als tegenwicht" tegen verdachtmakingen van uw cliënt. Naar mijn mening zijn vooral de uitspraken van uw cliënt zelf hieraan debet.

Hoogachtend,
F.E. Jensma
hoofdredacteur

 

Garschagen geboycot en Elsbeth 'massavernietigingswapens' Etty waarschijnlijk eerder weg

 

Rond columniste en wapenactiviste Elsbeth Etty dreigt zich een journalistiek drama af te tekenen. De opmerking in een van haar columns dat het grote verschil tussen Castro en Saddam is dat die eerste 'tenminste niet beschikt over massavernietigingswapens' dreigt haar loopbaan als ethisch geweten van intellectueel Nederland alsnog te knakken. In haar column van 14 juni neemt ze met ongekende agressie al die mensen op de hak die haar (ook op de redactie) steeds vol leedvermaak naroepen 'nog steeds niets gevonden hé, Elsbeth?' Vervolgens staat ze uitgebreid stil bij allerhande wreedheden van Saddam om daarmee alsnog een rechtvaardiging te verkrijgen voor het militaire ingrijpen in een poging zo alsnog 'haar gelijk' te halen. Die laatste column is, zo melden bronnen bij NRC, volledig verkeerd gevallen. De kern van de kritiek: Elsbeth raakt steeds meer verstrikt in haar eigen onzinnigheden en zelfrechtvaardigingen. "De lezer zit absoluut niet te wachten op een hysterische ex-communiste die haar feiten niet kent noch ook van zelfkritiek heeft gehoord, maar wel steeds anderen door het slijk haalt". Een van de bronnen meldt dat Etty, die so wie so haar column volgend jaar al kwijtraakt, waarschijnlijk nog eerder zal moeten stoppen. "Ik moet nog zien dat ze terugkeert na deze zomer."

Maar er is meer personele ellende te melden bij Lux et Libertas. Via een absurde constructie is Oscar Garschagen ondergebracht bij zijn derde PCM-krant. Op de redactie wordt hij al spottend de 'Leo Beenhakker' van de journalistiek genoemd, ook omdat het leeuwendeel hem liever vandaag dan morgen ziet vertrekken naar een obscure krant in Mexico. Op de buitenlandredactie klinken geluiden dat ze zijn stukken zullen boycotten (er geen eindredactie op toepassen of er expres fouten in maken) omdat er geen enkele inspraak is geweest op de benoeming. Een bron: "Het is nog niet eerder gebeurd dat de krant als noodopvang wordt misbruikt voor aan lager wal geraakte journalistieke mislukkelingen. Een zwarte bladzijde in onze geschiedenis en het zoveelste bewijs voor de fatale gevolgen van het PCM-gedrocht."

Beste Micha., NRC Handelsblad is alweer Oscars vierde PCM-krant. Hij begon zijn journalistieke carrière bij Trouw, de krant van Jan Greven, die vele jaren later als directeur Landelijke Dagbladen van PCM in Oscar een geschikte hoofdredacteur voor het Algemeen Dagblad zag.

Gr. Carel

mkat2@chello.nl

Uw Lux et Libertas Ombudsman


Micha Kat



Vorige stuk van
Uw Lux et Libertas Ombusman


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud| D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service