Geachte heer Jensma,
Het NRC-Handelsblad heeft onzorgvuldig gehandeld door schimmige bronnen
("kennissen") te gebruiken om mij in Uw voorpagina-aankondiging van
het portret in de bijlage van zaterdag 29 maart 2003 op te voeren als:
"arrogant, agressief en onbetrouwbaar". Een portret dat nota bene
uitsluitend is totstandgekomen omdat Uw verslaggeefsters ons schriftelijk
hadden beloofd "het onderwerp te belichten in plaats van een oordeel te
vellen". Zo hadden we het van Uw krant verwacht, Kunt U zich onze boosheid
en teleurstelling voorstellen?
Voorts plaatste u boven het portret een enge populistische kop waarmee U onze
veiligheid in gevaar heeft gebracht Dat nemen wij U bijzonder kwalijk; het
getuigt Uwerzijds van een wel zeer beperkt inschattingsvermogen en
verantwoordelijkheidsgevoel.
Journalistiek gezien staat het portret van mij bol van de feitelijke
onjuistheden over mijn familieleden. Ook verlaagt Uw krant zich tot
stemmingmakerij, verzwijgt zij elementaire onderdelen van antwoorden en haalt
zij bepaalde zaken uit de context van het geheel. Het ergste is nog dat Uw
verslaggeefsters "off the record" opmerkingen weergeven, notabene op
straat gemaakt, nadat het interview al lang ten einde was. Het feit dat Uw
verslaggeefsters zich verschuilen achter: wij wisten niet dat het "off the
record" was, snijdt natuurlijk geen hout.
Wij achten het van belang om u te informeren over de voorgeschiedenis van het
portret.
Nadat mijn familie en één van onze advocaten wekenlang door
Mevrouw Dorine Hermans en Mevrouw Daniela Hooghiemstra telefonisch en
schriftelijk zijn bestookt met verzoeken tot een interview, werd - goed
beschouwd - gedreigd dat anders een portret zou worden geschreven op basis van
allerlei voor mij ongunstige uitlatingen van personen die Uw verslaggeefsters
al zouden hebben gesproken. De boodschap was duidelijk: 'of Uw cliënt - ik
dus - werkt mee aan een portret, of de NRC publiceert wat wij U voorschotelen'.
Journalistieke chantage?
Verbijsterd dat Uw krant zich aldus verlaagde tot het niveau van de
Oranjespreekbuis, De Telegraaf, heb ik geweigerd mee te werken aan een
dergelijk portret. Zulks is beide dames via betreffende raadsman ook
meegedeeld.
Desondanks werd ik wederom telefonisch benaderd door Mevrouw Hooghiemstra.
Behoudens enkele hier niet relevante argumenten mijnerzijds tegen een
interview, was het belangrijkste dat ik haar heb voorgehouden: "U en de
Uwen, maar vooral Uw Hoofdredacteur, kunnen ons helemaal niets garanderen en
beloven omdat Uw persvrijheid uiteindelijk beperkt is".
Op 5 maart 2003 ontving één mijner raadslieden wederom een brief
van Uw medewerksters Hermans en Hooghiemstra. De toonzetting was veel minder
agressief dan de eerste missive, Omdat zij stelden dat zij "ernaar streven
een genuanceerd en menselijk portret te schetsen" en dat ze "met name
geïnteresseerd (zijn) in de vraag: wie zijn Edwin en Margarita, wat willen
ze, wat deden en doen ze.... wat delen ze, waar geloven zij in? Een menselijk
portret dus... wie de personen in deze/nationale - en historisch belangwekkende
- kwestie werkelijk zijn", kwam het ons voor dat deze verslaggeefsters
echt op zoek waren naar de werkelijkheid.
Vervolgens, dit ter onze finale geruststelling dienende, stelde Hermans dat zij
historische onderzoeksmethode(n)" hanteert en dat Hooghiemstra "ook
historica", vele portretten heeft gepubliceerd. Tot slot waren Uw
verslaggeefsters ervan overtuigd dat een met aandacht en zorg geschreven
portret van het stel... de hele kwestie... ten goede zal komen".
Van die 'zorg' bleek daarna weinig. Nadat mijn moeder, mijn zusje en ik
uiteindelijk beloofd hadden medewerking te verlenen aan een portret over mij -
"we schrijven anders toch op wat we willen" (Hermans en Hooghiemstra)
- en onze raadslieden een raamwerk hadden opgesteld waarmee Hermans en
Hooghiemstra toezegden zich te zullen vereenzelvigen, is er een afspraak, op 19
maart 2003, in mijn moeders huis gemaakt.
Ten eerste kwamen de dames maar liefst drie kwartier te laat. Slordig. Ten
tweede liet Mevrouw Hermans weten "vrienden" van mij gesproken te
hebben. Op mijn vraag wie dit dan waren antwoordde zij: "iemand uit je
jeugd, uit je hockeyteam" Toen ik haar vroeg hoe iemand die ik 21 jaar (l)
niet had gezien of gesproken en die toen ook helemaal geen vriend in de zin van
maat of kompaan was, ten tonele gevoerd kon worden als een goede, betrouwbare
bron, moest Mevrouw Hermans mij een antwoord schuldig blijven.
Dit illustreert mijns inziens het niveau van Mevrouw Hermans en doet mij
afvragen wat zij eigenlijk met haar "historische onderzoeksmethode"
bedoelde Was dat oppervlakkige journalistiek of, zoals zij zelf in haar brief
aan mijn raadslieden stelde een "methode waarin een onderwerp van alle
kanten wordt belicht en een verhaal wordt verteld, in plaats van een oordeel
geveld", Gezien haar aanpak en vervolgens Uw voorpaginatekst houd ik het
bij het eerste.
Vervolgens, en volstrekt tegen de afspraak in, hebben beide verslaggeefsters
mijn moeder en mijn zus buiten mijn aanwezigheid (ik moest namelijk naar een
volgende afspraak), aan een spervuur onderworpen van totaal irrelevante vragen
over mijn grootvader en grootmoeder van mijn moeders kant, Ik dacht dat het
over mij zou gaan? Of de De Roy's. Niet dus, Vervolgens gaan de dames zo tekeer
tegen mijn moeder - in haar eigen huis - dat mijn moeder en zus de
verslaggeefsters na meer dan twee uur (een uur was de afspraak) vriendelijk
hebben verzocht het huis te verlaten.
Mijn afspraak met de dames stond hiermee op losse schroeven. Het feit dat
Mevrouw Hermans dacht zich er met excuses per voice-mail op de mobiel van mijn
zus van af kon maken, is ook typerend. Mijn zus heeft haar toen teruggebeld en
haar uitgebreid uitgelegd dat dit geen manier was. Het zal u niet verbazen dat
ik toen nog weinig zin had om de beide dames te woord te staan; maar indachtig
hun beloften betreffende de gedegen en van zorgvuldige aanpak heb ik mij toch
laten overhalen. De excuses voor het gedrag op de avond daarvoor, heb ik
geaccepteerd. Op mijn hoede, zo dacht ik, blijf ik wel. Naar nu blijkt, niet
genoeg.
In het interview heb ik getracht verschillende facetten van mij en mijn leven,
zoals die door Mevrouw Hermans en Mevrouw Hooghiemstra zelf werden aangedragen,
naar eer en geweten te belichten, De meeste van deze facetten, die van
essentiële betekenis waren voor een afgewogen 'portret', ontbreken
volledig in het artikel.
Daarentegen voeren non-issues als "adel" en "Heerenclubs"
vaak de boven- en ondertoon. Waar ik iets 'goeds' doe, zoals vrijwillig met
gehandicapten met vakantie gaan, duiken Uw verslaggeefsters op de adellijke
achtergrond van de vakantie. De adellijke meisjes zijn voor Uw verslaggeefsters
interessant, niet de mensen om wie het gaat en ook niet de reden waarom,
verzorgers voor deze mensen doen wat w doen. Dat zegt namelijk iets over
iemands karakter maar daar waren Uw verslaggeefsters voor dit portret
klaarblijkelijk niet op uit.
Integendeel. Vervolgens wordt er gesteld dat ik, vis-a-vis mijn 'gast' (De
verzorger betaalt gedeeltelijk voor de vakantie. De Maltezers kiezen met grote
zorg jongelui die naast de handicap ook nog sociaal-economisch moeilijk zitten
Derhalve zijn zij onze 'gasten') "obsessief gedrag" demonstreerde.
Pardon? Wat een onzinnige en nare krachtterm.
Te uwer informatie: deze bijzondere MENSEN hebben, tot hun enorme pijn en
frustratie, bijna 24 uur verzorging nodig. Is een van de dames wel eens naar
'Het Dorp' of naar 'Heliomare' geweest om te vragen wat er bij komt kijken om
in nog geen twee weken tijd iemands volledige vertrouwen te winnen omdat jij,
als verzorger, en dat weet de gast heet goed; verantwoordelijk bent om samen de
meest persoonlijke en lichamelijke ongemakken goed, verstandig en liefdevol te
verzachtend. Ook het nemen van deze verantwoordelijkheid zegt iets (positiefs)
over iemands karakter, maar dat dringt kennelijk niet tot de verslaggeefsters
door, Vandaar dat zij - bij gebrek aan luisteren en empathie - beledigende en
onzinnige termen als "obsessief gedrag" gebruiken.
Resumerend: de leugen regeert inderdaad. In meerdere opzichten werkt U daar
zelf aan mee. Had Beatrix toch gelijk toen ze het niet alleen over haarzelf had
maar ook over U?
E.K,W. de Roy van Zuydewijn,
Amsterdam 15 april 2003
|
NBC HANDELSBLAD
Postbus 8987, 3009 TH Rotterdam
Marten Milsweg 6 35, Rotterdam
mr. P. Nicolaï
J,W. Brouwersstraat 21
1071 LH Amsterdam
Rotterdam 23 april 2003
Geachte heer Nicolaï,
In antwoord op uw brief van 15 april laat ik u het volgende weten. Uw bezwaar
tegen het opnemen van de opmerking die uw cliënt "buiten op straat'
maakte; is ons bekend. Naar ik begrijp is daarover met de auteurs onderhandeld,
waarbij zij hebben staande gehouden dat de opmerking 'on the record was'. Op
vrijdag 28 maart liet u de redactie daarop per email weten dat de deelnemers
aan het interview 'akkoord gaan met het gebruik van de door hen .verstrekte
informatie'. In de voorgelegde tekst was de thans door u gewraakte
opmerking
exact opgenomen, zoals die op zaterdag 29 maart in de krant is verschenen, U
sprak overigens toen de verwachting uit dat tekst en foto samen een 'imposante
pagina' zouden vormen, terwijl u bij lezing van het artikel constateerde dat
het liep 'als een trein', Van enig blijvend bezwaar tegen de tekst bij u of uw
cliënten is de redactie toen dus niet gebleken.
Ik ben zo vrij het niet eens te zijn met uw interpretatie van de kop boven het
artikel. De zinsnede 'Schiet maar op mij" is voor meerdere uitleg vatbaar,
waarbij in het dagelijkse spraakgebruik uiteraard de meest voor de hand
liggende uitleg de figuurlijke is. In combinatie met de door uw cliënten
geautoriseerde foto (frontaal, nonchalante pose) drukt de pagina in tekst en
beeld een 'kom maar op/ wie doet me wat'-boodschap uit. Bij elkaar genomen is
dat naar mijn inzicht een acceptabele journalistieke weergave, in een week
waarin de focus óók lag op de uitdagende en confronterende
presentatie van uw cliënten in diverse media. De risico's die uw
cliënt voor zijn veiligheid nam door aldus in de krant naar voren te
treden, komen naar mijn opvatting voor zijn rekening, ik zie dan ook geen
aanleiding om excuses aan te bieden.
Ook ga ik in uw op laatste bezwaar. In het interview komt de volgende zinsnede
voor: Omdat hij vindt dat de media hem ten onrechte hebben afgeschilderd
als crimineel, arrogant en onbetrouwbaar,... '. En: "Volgens
ex-dispuutsgenoten bij het Amsterdamse Studenten Corps was Edwin een arrogante
vechtersbaas die de aanval zag als de beste verdediging. Vriend en vijand
noemen zijn opvliegende natuur een opvallende eigenschap, "hij heeft een
kort lontje", zegt een kennis. Hij kan moeilijk de-escaleren".
Deze uitlatingen zijn in het nieuwsbericht op de voorpagina in de derde kolom
samengevat weergegeven onmiddellijk gevolgd door een reactie van uw
cliënt. Het schrijven van een samenvattend en overigens evenwichtig
nieuwsbericht voor de voorpagina op basis van een groter artikel binnenin is
een normale journalistieke praktijk, zeker indien er nieuwselementen kunnen
worden vermeld. De uitspraak van uw cliënt dal hij geen vertrouwen heeft
in de onafhankelijkheid van de rechters in Den Haag was tot dat moment nog niet
gehoord. Het was een opvallend nieuw element in het tot dan gevestigde beeld
van uw cliënt. Ik kan me voorstellen dat dergelijke uitspraken niet erg
stroken met uw bedoeling het, interview te laten dienen 'als tegenwicht"
tegen verdachtmakingen van uw cliënt. Naar mijn mening zijn vooral de
uitspraken van uw cliënt zelf hieraan debet.
Hoogachtend,
F.E. Jensma
hoofdredacteur
|
| Rond columniste en wapenactiviste
Elsbeth Etty dreigt zich een journalistiek drama af te tekenen. De
opmerking in een van haar columns dat het grote verschil tussen Castro
en Saddam is dat die eerste 'tenminste niet beschikt over
massavernietigingswapens' dreigt haar loopbaan als ethisch geweten van
intellectueel Nederland alsnog te knakken. In haar column van 14 juni
neemt ze met ongekende agressie al die mensen op de hak die haar (ook op de
redactie) steeds vol leedvermaak naroepen 'nog steeds niets gevonden hé,
Elsbeth?' Vervolgens staat ze uitgebreid stil bij allerhande wreedheden
van Saddam om daarmee alsnog een rechtvaardiging te verkrijgen voor het
militaire ingrijpen in een poging zo alsnog 'haar gelijk' te halen. Die laatste
column is, zo melden bronnen bij NRC, volledig verkeerd gevallen. De
kern van de kritiek: Elsbeth raakt steeds meer verstrikt in haar eigen
onzinnigheden en zelfrechtvaardigingen. "De lezer zit absoluut niet te
wachten op een hysterische ex-communiste die haar feiten niet kent noch ook van
zelfkritiek heeft gehoord, maar wel steeds anderen door het slijk haalt".
Een van de bronnen meldt dat Etty, die so wie so haar column volgend
jaar al kwijtraakt, waarschijnlijk nog eerder zal moeten stoppen. "Ik moet
nog zien dat ze terugkeert na deze zomer."
Maar er is meer personele ellende te melden bij Lux et Libertas. Via een
absurde constructie is Oscar Garschagen ondergebracht bij zijn derde
PCM-krant. Op de redactie wordt hij al spottend de 'Leo
Beenhakker' van de journalistiek genoemd, ook omdat het leeuwendeel hem
liever vandaag dan morgen ziet vertrekken naar een obscure krant in
Mexico. Op de buitenlandredactie klinken geluiden dat ze zijn stukken
zullen boycotten (er geen eindredactie op toepassen of er expres fouten in
maken) omdat er geen enkele inspraak is geweest op de benoeming. Een bron:
"Het is nog niet eerder gebeurd dat de krant als noodopvang wordt
misbruikt voor aan lager wal geraakte journalistieke mislukkelingen. Een zwarte
bladzijde in onze geschiedenis en het zoveelste bewijs voor de fatale gevolgen
van het PCM-gedrocht."
Beste Micha., NRC Handelsblad is alweer
Oscars vierde PCM-krant. Hij begon zijn journalistieke carrière bij
Trouw, de krant van Jan Greven, die vele jaren later als directeur Landelijke
Dagbladen van PCM in Oscar een geschikte hoofdredacteur voor het Algemeen
Dagblad zag.
Gr. Carel
mkat2@chello.nl
Uw Lux et Libertas Ombudsman
Micha Kat
|