Aantoonbare leugens in NRC
Handelsblad Juridische nieuwsmanipulatie: de
praktijk
Het lijkt bijna te mooi om waar te zijn, maar het weekeind na mijn onthulling
over de verwevenheid van de top van NRC Handelsblad (Huygen en
Kuitenbrouwer) met de juridische elite van ons land gaf de krant een
verbluffend staaltje weg van waartoe deze verwevenheid kan leiden als het gaat
om het manipuleren van de lezer en het herschrijven van de geschiedenis. En het
delicate is dat de leugens van de krant in dit geval aantoonbaar zijn dankzij
het boek van NOVA-journalist Siem Eikelenboom, De
Genetische Vingerafdruk (Veen, 2000). Wat speelt er?
Redacteuren Claudia Kammer en Joke Mat brachten op 24 mei een
verhaal op de drie met als kop Hoe rechters blindvaren op de
getuige-deskundige. Ik citeer de eerste alinea, de cruciale woorden zijn
gecursiveerd:
"Na prof. W. Wagenaar is de gynaecoloog prof. T. Eskes misschien wel de
bekendste getuige-deskundige van Nederland. Hij was het die in 1995
getuigde dat de vermeende daders in de 'Puttense moordzaak' tijdens hun
verkrachting het sperma van een onbekende derde uit de schede van het
slachtoffer naar haar bovenbeen konden hebben 'gesleept'. Zo kon de
rechtbank hen schuldig verklaren hoewel hun DNA niet overeenkwam met dat
van het aangetroffen sperma. Bij de herziening van de zaak vorig jaar verwierp
Eskes zijn eigen 'sleeptheorie' weer op grond van informatie uit het
sectierapport waarover hij nog niet eerder had beschikt."
Deze passage, waarde lezers, staat zo stampvol leugens dat ik niet kan ontkomen
aan stapsgewijze uitleg, vooral ook omdat de materie niet eenvoudig is. De
bedoeling van al deze manipulaties is echter duidelijk genoeg: NRC
schuift de gehele schuld voor het falen van het OM in de Puttense
moordzaak in de schoenen van een oude, inmiddels gepensioneerde vrouwenarts.
Een stukje service richting OM. We zien 'het parket aan de Marten
Meesweg' opnieuw in actie, thans onder leiding van de hulpofficieren
Kammer en Mat. Maar nu even concentratie. Lezers!
- Foutief en malicieus is de nadruk dat de
sleeptheorie zou zijn bedacht door Eskes ('zijn eigen sleeptheorie'). De
waarheid: de sleeptheorie is bedacht door het OM. Dit blijkt nota bene
ondermeer uit een interview dat NRC-redacteur Oostveen had met
Eskes op 28 juni 2001. Eskes hierin: "Ik kreeg vragen in de
trant van: kan sperma worden versleept tijdens een tweede coitus? Ik antwoordde
dat dat in algemene termen natuurlijk kan, ja." Uit het boek van
Eikelenboom (blz. 18) blijkt voorts dat Eskes bij de bewuste
verklaring is misleid door de rechercheurs die hem de cruciale details over de
situatie waarin Christel Ambrosius is aangetroffen en over de toestand
van het sperma onthielden.
- Kammer en Mat leggen er veel nadruk
op dat de rechter tot de fatale veroordelingen kon komen omdat hij was misleid
door de absurde verklaring van Eskes ('hij was het die'; 'zo kon de
rechtbank hen schuldig verklaren'.) De waarheid zoals beschreven door
Eikelenboom is, dat de gynaecoloog reeds op 27 juni 1995 volledig
terugkwam op de 'sleeptheorie'. Op bladzijde 23: "Op een van de eerste
zittingsdagen [van de beroepsfase voor het Hof in Arnhem, MK] 27
juni, is achter gesloten deuren dan al de vrouwenarts Eskes gehoord. Pas na
afloop van de zaak wordt duidelijk dat hij is teruggekomen op zijn eerdere
uitlatingen waarop Justitie de sleeptheorie heeft gebaseerd. Pas in de
rechtszaal verneemt de gynaecoloog dat het aangetroffen sperma van een
gelei-achtige substantie was ter grootte van een muntstuk. Dat duidt op vers
sperma, heel wat anders dan de 'sporen sperma' waarover de rechercheurs het met
hem hadden gehad. Eskes verklaart dan ook dat het op
Christel Ambrosius gevonden sperma vers was en van niemand anders
kon zijn dan van de verkrachter. Hij zal dit later herhalen in het tv-programma
van Peter R. de Vries. De bewering van de hulpofficieren
Kammer en Mat dat Eskes pas op zijn theorie terugkwam bij
de herziening in 2002 is dus een leugen. Ondanks het feit dat Eskes zijn
eigen theorie dus verwierp, hield het OM eraan vast. Mede hierdoor (en
dus niet door de theorie van Eskes, zoals Kammer en Mat
schrijven) heeft het Hof beide verdachten veroordeeld tot tien jaar
gevangenisstraf. De raadsheren voelden echter ook wel aan dat het niet goed zat
met die sleeptheorie, want (Eikelenboom) 'opmerkelijk genoeg wordt in
het arrest met geen woord gerept over het DNA-bewijs'.
- Zou het nu zo kunnen zijn dat hier geen
sprake is van een malicieus complot, maar gewoon van journalistieke
slordigheid? Nee. Navraag bij Mat resulteerde immers in een email die ze
mij op 24 mei stuurde. Hierin schrijft ze: 'Dat Eskes is misleid door de
politie lijkt me evident'. Hiermee geeft Mat aan dat ze weet hoe de zaak
werkelijk zit. Desalniettemin beschuldigt ze in haar artikel willens en wetens
de bejaarde gynaecoloog van falen resulterend in tienjarige opsluiting van twee
onschuldige burgers. Anders gesteld: ze doet een poging het OM vrij te
pleiten.
- Is het toevallig dat Mat het
OM vrijpleit? Nee. Want in het magazine M (april) schreef
diezelfde Mat een propaganda-achtige reportage over het parket van
Den Bosch waar ze een week mocht meelopen, zonder twijfel na een
wurgcontract te hebben ondertekend met het Parket-Generaal inhoudende
dat ze de rest van haar carrière propaganda moet bedrijven voor het
'ministerie van vervolging' zoals het OM door veel advocaten wordt
genoemd. Uit deze reportage citeerde ik reeds eerder enkele verbluffend
onjuiste en propagandistische passages, in mijn stuk NRC selecteert
rechters.
- Is het weer toevallig dat NRC
toestemming krijgt een week in de keuken te mogen kijken van het Parket
in Den Bosch? Nee, want Huygen en Kuitenbrouwer hebben
korte lijntjes met de Raad voor de Rechtspraak, hun werkgever inzake hun
activiteiten voor de Commissie Aantrekken Leden Rechterlijke Macht, de
baas waarvan ook weer door Mat werd geïnterviewd zonder ook een
zweem van kritische vraagstelling. En zoals we weten bestaat de rechterlijke
macht in ons land niet alleen uit de ZM, maar ook uit het OM.
Deze uitgebreide uitleg was even
noodzakelijk, lezers, om u stap voor stap te laten zien hoe Lux et
Libertas zijn lezers misleidt en manipuleert ter meerdere eer en glorie van
de gevestigde orde. Bedenk daarbij dat de Puttense moorzaak het grootste
trauma is uit de geschiedenis van het OM dat er alles aan gelegen is
zoveel mogelijk schuld af te schuiven.
Het blijft tenslotte verbijsterend dat Huygen noch Kuitenbrouwer
bereid is openheid van zaken te geven over hun rechterswerk. Ik heb zelf wat
informatie ingewonnen bij de Raad voor de Rechtspraak. Uit de antwoorden
op mijn vragen van mevrouw A. Pouw blijkt dat de leden van de
Commissie 'per 2002 worden benoemd door de Raad voor de Rechtspraak op
voordracht van het dagelijks bestuur van de Commissie'. Een pijnlijke
constatering: de commissie selecteert haar eigen leden.
Beide commentatoren moeten voorts 'eens per vier a zes weken' opdraven 'voor
een selectievergadering die ca. vier uur duurt'. Hiervoor ontvangen de leden
'een vacantiegeld van 85 Euro en een reiskostenvergoeding per middag'. De
Commissie neemt journalisten op omdat 'het uitgangspunt een breed
samengestelde commissie is waarin naast vertegenwoordigers uit de RM ook
andere relevante beroepsgroepen (advocatuur, wetenschap, overheid,
bedrijfsleven) zijn vertegenwoordigd. Aangezien ook de media als zodanig kan
worden beschouwd, is een vertegenwoordiger uit deze sector in de
Commissie voor de hand liggend'. Hierbij moet echter worden aangetekend
dat alle leden van de commissie behalve Huygen werkzaam zijn juridische
functies en dat de uitleg van de commissie van 'de media' nogal beperkt is:
alleen NRC Handelsblad wordt eronder verstaan.
Wat zijn tot slot eigenlijk de criteria op grond waarvan iemand geschikt wordt
bevonden als rechter? Hierop geeft de Raad het volgende antwoord:
"De gesprekken hebben ieder een eigen agenda. Deels komen er onderwerpen
van algemene aard aan de orde en deels worden ook speciale vaardigheden
getoetst zoals besluitvaardigheid, sociabiliteit, zelfstandigheid,
etc."
Puur formeel was mijn bewering dat Kuitenbrouwer voor Huygen in
de Commissie zat overigens onjuist. Kuitenbrouwer zat namelijk in
een andere commissie, de RAIO-selectiecommissie. Die doet exact
hetzelfde werk, maar dan niet voor 'zij-instromers' maar voor beginnende leden
van de rechterlijke macht die kiezen voor de RAIO-opleiding die zowel
voorbereidt op een functie binnen de ZM als binnen het OM.
Daarnaast blijken in het verleden ook enkele niet-NRC-journalisten tot
deze hoge en eervolle posten zijn geroepen: begin jaren tachtig zat ene An
Salomonson in de Commissie Aantrekken en Ageeth Scherphuis
(ex-Vrij Nederland, nu ???) maakte er tot twee jaar geleden deel van
uit. In de RAIO-commissie heeft tenslotte ooit zitting gehad de
freelancer Jeanne Doomen, maar die was dan ook getrouwd met de inmiddels
overleden hoofdofficier van justitie Lodewijk de Beaufort. Dit is zo'n
beetje het complete beeld. Moet nog worden geconstateerd dat alleen de
politiek-correcte journalisten worden uitverkoren? Waarom wel Scherphuis
en Huygen, maar geen Kees Lunshof of Peter R. de Vries?
Uit het leven van een Lux et
Libertas-ombudsman
Op de fraaie zomeravond voor Hemelvaart zag ik politiek redacteur
Raymond van den Boogaard zitten op het terras van café De
Zwart aan het Amsterdamse Spui. Een uitgelezen moment voor uw
ombudsman eens een goed gesprek aan te knopen, temeer daar het ook tot mijn
takenpakket behoort loslopende redacteuren bemoedigend toe te spreken dan wel
te voorzien van aanwijzingen en tips. Van den Boogaard reageerde
paniekerig, maar toen hij zag dat er voor hem op het overvolle terras geen
ontkomen aan was zei hij 'dag Misja'. Hij verkeerde in stadium vier op
de schaal van Korsakov dankzij excessieve consumptie van wat hij noemde
'spritzers': een mengsel van witte wijn en Spa rood.
Van den Boogaard is een authentiek journalist met een delicate mengeling
van distinctie en verlopenheid, arrogantie en zelfspot: ik heb hem altijd graag
gemogen. Zo liep hij over van bewondering voor Marjon van Royen en
beschreef de krant als 'een eilandenrijk'. Nu weten de fanatieke
LL-lezers wellicht dat ik ooit een mailtje heb gepubliceerd van een
lezer die zijn abonnement op NRC had opgezegd wegens een ontmoeting met
Van den Boogaart in 1983 in een lift in Moskou. Dus ik vroeg de
voormalige Rusland-correspondent wat hij dan wel in die lift in 1983 aan
het doen was en met wie. Van den Boogaart was op de hoogte van de
liftkwestie, had 'ervan gehoord', al zij hij nadrukkelijk mijn
LL-stukken niet te lezen. Vervolgens sprak hij de memorabele woorden
'dat er zeker ook mensen zijn die dankzij ontmoetingen met hem in liften juist
een abonnement op de krant genomen hebben' en dat dit mogelijke verlies van een
abonnee 'naar zijn beste weten hierdoor zeker gecompenseerd werd'.
Groots.
Toen namen we even wat Haagse politiek door. Ik tipte hem eens het
doopceel te lichten van minister Peijs, maar daar had de in stemmig pak
gestoken policy watcher ('ik kom nooit in Nieuwspoort, behalve
gister') weinig oren naar. Wel zei hij iets over de man van Peijs die
een commissariaat heeft neergelegd. Dat doopceel van die man, daar waren ze met
de Haagse redactie wel erg druk mee. Kwestie van prioriteiten stellen, toch?
Toen stapte ik op. De volgende dag ontving ik van de redacteur het volgende
mailtje:
Amsterdam, 29 mei
Beste Kat,
gisteren zette u zich ongevraagd aan mijn tafeltje bij café De Zwart, en
deelde mee dat u regelmatig bijdragen over onze krant op het internet plaatst.
Omdat de inhoud daarvan mij slechts bij geruchte bekend was, heb ik er daar
vervolgens een paar van gelezen.
Wellicht kan aan sommige de charme van de provocatie niet worden ontzegd. Maar
mijn persoonlijke conclusie luidt dat uw stukken van een zodanig redeloze
kwaadaardigheid getuigen, dat herhaling van sociale conversatie tussen ons niet
voor de hand ligt. Ik mag u dus vriendelijk verzoeken in Café de Zwart,
en elders, een ander tafeltje op te zoeken.
Groet,
Raymond van den Boogaard
De angsthazen van het
Parool
Op maandag 26 mei was uw LL-ombudsman te gast in het
Parool-theater waar hij onder leiding van Robbie Muntz de ware
aard van NRC Handelsblad aan het massaal toegestroomde publiek mocht
onthullen. Het enthousiasme voor de voorstelling werd echter niet gedeeld door
de mensen van Het Parool.
Paul Arnoldussen maakte me reeds direct bij binnenkomst duidelijk dat
hij het niet eens was met mijn uitnodiging en het 'niet chique' vond dat
'NRC hier even op de korrel zou worden genomen'.
Op dat moment had ik nog geen woord gesproken. Eerder was het Muntz en
mij al opgevallen dat Het Parool deze avond - dat was nog nooit eerder
voorgekomen - niet in de krant had aangekondigd.
Opmerkelijk was dat de Parool-mensen weinig te melden hadden op de
inhoud van mijn verhaal, waarin ik ondermeer inging op het dubieuze
journalistieke werk van Joke Mat en Claudia Kammer zoals
hierboven uiteengezet. De volgende dag zou Het Parool zoals altijd een
recensie brengen van het in hun eigen theater gebodene. Ik woon in
Rotterdam en kon Het Parool moeilijk krijgen, maar Muntz
belde me de volgende dag op: "Micha, het is ongelofelijk! Geen
woord!"
mkat2@chello.nl
Uw Lux et Libertas Ombudsman
Micha Kat
|