Kampioen nepotisme wordt president in Amsterdam

door Paul Ruijs en Micha Kat

De Raad voor de Rechtspraak, het nieuwe orgaan dat ondermeer verantwoordelijk is voor de benoemingen in de rechterlijke macht, heeft Carla Eradus benoemd tot president van de Rechtbank in Amsterdam, de meest prestigieuze positie die de ZM (zittende magistratuur) in Nederland te vergeven heeft. Deze benoeming wekt grote verbazing in het licht van haar prestaties in haar vorige functie, president van het Hof in Leeuwarden.
Op 14 februari 2002 luidden namelijk veertien raadsheren van dit Hof per brief aan hun president de noodklok over de wijze waarop Eradus de vrouw van Pieter Huisman, medebestuurder van het Hof, benoemd trachtte te krijgen als raadsheer-plaatsvervanger. Deze brief werd door een klokkenluider naar buiten gesmokkeld. In een begeleidend briefje schreef deze: "men kan nu zelf lezen hoe zelfs de rechters twijfelen aan de manier waarop het bestuur van het Hof familie en vriendjes aan een baan helpt'.
In deze brief komen de raadsheren tot de conclusie dat 'hier geen sprake is van een procedure die voldoet aan de daaraan te stellen eisen van openheid, transparantie en onafhankelijkheid'. Uit de brief wordt tevens duidelijk dat er al meerdere benoemingen hebben plaatsgevonden waarbij sprake is van nepotisme. Men schrijft: "De vraag rijst of het wenselijk is dat in een kleine organisatie als de onze steeds meer personen werkzaam zijn die in een zo nauwe betrekking tot elkaar staan, te meer nog waar een der echtelieden werkzaam is in een bestuursfunctie'.
In hoeverre Eradus voor deze uitwassen verantwoordelijk is blijft onduidelijk, maar uit de brief blijkt wel dat zij als voorzitter van het bestuur van het Hof een initiërende rol heeft gespeeld bij de benoeming die de druppel blijkbaar deed overlopen en de raadsheren tot de noodkreet bracht 'wij hopen en vertrouwen dat u er alles aan zult willen doen om de eenheid en de integriteit van dit Hof te bewaken'. Naar aanleiding van deze brief is de gewraakte kandidatuur ingetrokken.
Nooit eerder werd een dergelijk bewijs van nepotisme in de rechterlijke macht naar buiten gebracht. Insiders noemen het dan ook 'verbijsterend' dat juist deze president is benoemd in Amsterdam.
Toen de brief ongeveer een jaar geleden in handen kwam van beide auteurs, wilde aanvankelijk geen krant er aandacht aan besteden. NRC Handelsblad (Frank Kuitenbrouwer) reageerde niet eens, terwijl het AD oordeelde 'dat hier geen sprake was van nieuws daar de benoeming immers niet door ging' (chef nieuws Martijn Bennis). Slechts Trouw toonde belangstelling en bracht een nieuwsbericht op pagina vier.

Paul Ruijs en Micha Kat

 

Mevrouw mr. C.M.T. Eradus
President Gerechtshof Leeuwarden

Leeuwarden, 14 februari 2002

Betreft: Hofvergadering d.d. 22 februari 2002
Agenda punt 3.
Geachte mevrouw Eradus,

Op de agenda voor de hofvergadering op 22 februari 2002 staat bij punt 3:
"Voordracht benoeming raadsheer-plaatsvervangers:
* mevrouw mr. L.P. de Haas, opleidingsplaats
(...)"

Het blijkt hier te gaan om de echtgenote van collega P.W.M. Huisman, lid van het bestuur van dit hof, die wordt voorgedragen voor een opleidingsplaats in de sector civiel, kamer rekesten.

Gelet op de gevoelige materie en ten einde verstoring van interne verhoudingen te voorkomen, richten wij ons tot u. Er zijn immers al meerdere "familie"-verhoudingen binnen het hof. Het lijkt ons dan ook minder gewenst en te pijnlijk voor betrokkenen om in de voltallige hofvergadering hierover een discussie te voeren, zo dit enigszins zou kunnen worden vermeden.

Naar aanleiding van het voorstel hebben wij de volgende opmerkingen en vragen.

Eerst enkele procedurele opmerkingen:
* tot nu toe is bij ons hof- formeel bezien - onbekend het fenomeen opleidingsplaats, althans bij de civiele sector, terwijl de opleidingsfunctie in de andere sectoren wordt gebezigd in situaties waarin kandidaten in beginsel over de benodigde kwalificaties en ervaring beschikken; nadere toelichting over aard, doel en noodzaak ontbreekt; in het concept Personeels- en Formatieplan wordt er niet over gerept;
* in de civiele sector, waar deze opleidingsplaats vrij zou zijn, is daarover tot nu toe geen overleg gevoerd, laat staan enig besluit genomen;
* van externe openstelling voor de werving van kandidaten voor een opleidingsplaats in de civiele sector is geen sprake geweest;
* van het instellen van een sollicitatiecommissie voor de werving van een kandidaat voor een opleidingsplaats in de civiele sector is geen sprake geweest.

Deze punten leiden ons tot de conclusie dat hier geen sprake is van een procedure voor de aantrekking van een eventuele nieuwe toekomstige raadsheer voor ons hof, waarvan gezegd kan worden dat die procedure voldoet aan de daaraan te stellen eisen van openheid, transparantie en onafhankelijkheid.

Voorts merken wij op dat wij nauwelijks bekend zijn met de kwalificaties van de thans voorgedragen opleidingskandidaat.Uit het bijgevoegde c.v. blijkt dat zij voornamelijk strafrechtelijk - in de staande magistratuur - is georiënteerd. Enige civielrechtelijke ervaring komt hierin niet naar voren.
Zonder aan de persoon van de kandidaat enige afbreuk te willen doen, vragen wij ons af of hier "de beste man/vrouw op de juiste plaats" is gevonden.

Tenslotte is er het punt dat de kandidaat de echtgenote is van onze sectorvoorzitter straf. Het is belangrijk voor het aanzien van het hof dat, zowel intern als extern, geen enkele twijfel bestaat dat een ieder hier werkzaam is, alleen en uitsluitend op grond van zijn of haar gebleken capaciteiten en kwaliteiten.

Hierbij rijst voorts de vraag of het als een wenselijke situatie moet worden beschouwd dat in een kleine organisatie als de onze, steeds meer personen werkzaam zijn die in een zo nauwe betrekking tot elkaar staan, te meer nog waar een der echtelieden werkzaam is in een bestuursfunctie.

Wij verzoeken u het ertoe te leiden dat het betreffende voorstel van de agenda voor de vergadering van 22 februari 2002 wordt gehaald. Alvorens enig besluit over dit agendapunt te nemen, zal eerst
1) gesproken moeten worden over het instellen van het instituut opleidingsplaats, althans wat betreft de civiele sector;
2) binnen de civiele sector overleg dienen plaats te vinden over de wijze van invulling daarvan en de kwalificaties waaraan een eventuele kandidaat dient te voldoen;
3) een extern opengestelde werving plaats te vinden;
4) een sollicitatiecommissie volgens de gebruikelijke procedures moeten worden ingesteld.
Hierna kan tot slot de hofvergadering haar mening geven.

Het moge u duidelijk zijn dat wij ons zorgen maken over de gang van zaken. Wij hopen en vertrouwen dat u er alles aan zult willen doen om de eenheid en integriteit van dit hof te bewaken.
Mocht u ondanks al het voorgaande toch het agendapunt in kwestie willen handhaven, dan verzoeken wij u dringend dit te agenderen op een latere vergadering, zodat een principiële en gedegen discussie kan plaatsvinden over de vorenstaande onderwerpen, waarbij wij ons zouden kunnen voorstellen dat - uiteraard in een breder kader – de zienswijze van de Raad voor de Rechtspraak wordt ingewonnen.

Hoogachtend,
R.H. de Bock G. J. Knijp J.R. Meijeringh
K.M.Makkinga C.T.M. Bloem W. Jonkers
J.L. Bax-Stegenga S.H. Wachter F.J. Streppd
R-A- Zuidema F.J.W. Drion R.Ch. Verschuur
H.H.A. Fransen J. Huiskes

PS. Tot nu toe Ontbrak de gelegenheid voor contact over deze brief met de collega's van de strafsector.


Abonneer Nú!

Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service