25-7-03
Grote woorden, klein
gevolg
Vooraf de brok in de keel op Schiphol gerepeteerd met Suzan - "En dan zeg
jij: 'Weet je nog wel oudje?'"-, om ter plekke niet met je' mond vol
tanden te staan als we straks elkaar omarmen om alweer voor een jaar afscheid
te nemen en vooral ook, alsjeblieft, niet sentimenteel te worden en te denken
'O, bleef je maar voor altijd hier, tuttebel...'; teneinde dus niet op m'n
lippen te zullen bijten en niet verdrietig te zijn, straks, 'want hoe nu
verder?' en 'Kut, waar ben je nou?', enfin, om die hele santekraam van Vaarwel
waar we ons vrijwillig iedere keer aan onderwierpen voor te zijn, vertelde ik
haar hoe Theodor Holman en ondergetekende twaalf jaar geleden staand in het
bakje van een kraan de Van Eeghenstraat in hobbelden en, gewapend met
TV-camera's, langzaam naar de tweede verdieping stegen van het deftige kantoor
Höcker, Spigt & Doeleman, waar achter het raam toevallig voor zich uit
stond te kijken... Louis van Gasteren.
De beroemde cineast was juist in overleg om Het Parool tot een schadevergoeding
van twee miljoen gulden te dwingen, zouden we achteraf horen, maar ik riep
zomaar: "Hé Louis..! Op zoek naar een nieuw
onderduikadresje..?!"
En vertelde hoe vervolgens de ene fax na de andere van Heer Doeleman bij ID-TV
binnenkwam en hoe dappere Harry de Winter ons vervolgens 'onverantwoordelijk
gedrag' verweet en het fragment acher onze rug om letterlijk in de vuilnisbak
verdween, om vooral maar nooit te kunnen worden uitgezonden.
Suzan huilde van het lachen toen ik de langzaam groter wordende ogen van Van
Gasteren voordeed, onbegrepen verzetsheld die peinzend uit het raam keek,
denkend aan de juwelen van Walter Oettinger in opdracht van het Verzet. Ik deed
voor hoe in de katholieke hemel van Van Gasteren onbegrepen cineasten op jacht
naar vergeving met Anne Frank op schoot de Gestapo bellen om...
"Schrijf dit nou niet op!" zei Suzan en kuste me met haar' tong in de
aanslag alsof niet zij maar ik twaalfduizend kilometer verderop woonde.
"'t Wordt toch tijd dat ik 'ns een pensioen aanvraag bij de stichting
'40-'45!" peinsde ik.
En vroeg me af hoe Van Gasteren zich nu voelde. Ik deed m'n ogen dicht en aan
mij verscheen Volkert, die met een glimlach uitlegde waarom 't in het belang
van 'onze dieren en hun recht' strikt noodzakelijk was geweest om die
milieuambtenaar in de rug te schieten. Hoe legde ik aan Suzan uit dat de
rechters onze hedendaagse verzetsheld deze keer wèl tot herhaling in
staat achtten maar toch dezelfde elfeneenhalf jaar hadden opgelegd?
"Achttien," zei ze: "Achttien jaar."
"Ik hoop dat iemand 'm ophangt in de gevangenis", zei ik.
"Zo mag jij niet denken", zei ze.
O nee?
"Hij heeft toch ook een kind?", zei ze.
Fortuyn niet, dat was een schandelijke flikker. Wie zal Volkert volgende keer
onder schot nemen? Z'n dochter steekt daar vast veel van op.
Ik keek naar Suzan, beet op m'n lippen en wist heel zeker dat ik altijd van
haar, nu ja, eh... Haar' ogen zouden in een politierapport als 'dromerig'
worden omschreven. Ik kon mezelf niet weerhouden en sloeg m'n armen om haar
heen alsof ik haar voor altijd zou kunnen beschermen. Ze maakte zich los en
verdween zonder omkijken door de glazen deuren.
Een droom loste op.
Theo van Gogh
|