Gehad: NRC-Handelsblad
Misschien vertekent m'n herinnering, maar voor
m'n gevoel las ik NRC-Handelsblad vanaf m'n twintigste. Een tijdje terug zegde
ik m'n abonnement op die krant op omdat Max Pam er niet meer in mocht
schrijven. Pam is te oud volgens de hoofdredacteur, de krant "verjongt'.
Volgens mij is Pam een van de beste stukjesschrijvers van het land. Wanneer ik
denk aan jongeren als H.J.A. Hofland. Heldering en niet te vergeten Frits
Abrahams, begrijp ik dat argument niet. Komrij is vermoeid, Beerenkamp niet en
waar gaat het eigenlijk over?
Wie er iedere week weer blijk van geeft niet te kunnen schrijven is de
hoofdredacteur. Folkert Jensma heeft zijn plaats in de geschiedenis verworven
door in het eerste hoofdcommentaar dat 'ie zonder vooroverleg schreef, Fortuyn
aan te vallen met het argument dat het een schande voor het land zou wezen als
een premier Pim kransen op de Dam zou mogen leggen tijdens Dodenherdenking.
Ongelukkigerwijs verscheen Jensma's proeve van onafhankelijk denken op de zesde
Mei de dag dat het probleempje Fortuyn vanzelf werd opgelost.
Dat hoofdcommentaar van Jensma onderstreepte voor mij nog 'ns dat Fortuyn de
vragen stelde waar Paars geen antwoord op had. NRC-Handelsblad heeft zich
altijd getooid met de veren van anarcho-liberalisme, maar is al die jaren
natuurlijk de krant van de gevestigde orde geweest. Een krant die zich
permitteert Basje Heijne als grote denker te presenteren voor een katern waarin
volgens de hoofdredacteur 'alles' gezegd mag worden, kan een hoop verweten
worden, maar niet dat ze oppositioneel is. Dan zwijg ik natuurlijk vol
piëteit over dat andere wonder van redeneertrant, Sjoerd de Jong, een
curieuze slippendrager. Nou ja. en als ik een ingewijde mag geloven is Elsbeth
Etty braver geworden sinds ze in de armen van Job Cohen het harmoniemodel
beproeft. Ik las haar altijd op zaterdag, omdat ik haar in zekere zin bewonder
en het meestal met haar oneens ben. Nu is
ze in de krant een veertiendaagse passant die ik soms per ongeluk oversloeg: op
welke dag schrijft ze?
Je leest een krant niet om gelijk te hebben. Als ik me niet vergis heb ik
NRC-Handelsblad zevenentwintig jaar gelezen en het was tot de schrijftafelmoord
op Fortuyn van Jensma op die zesde Mei ondenkbaar dat ik die krant niet zou
lezen.
Misschien versta ik de tekenen des tijds niet meer, maar ik voel me niet thuis
bij een krant die een hoofd redacteur handhaaft die zo'n pijnlijke blunder
maakt.
Ik kan me niet voorstellen dat wanneer de hoofdredacteur van, noem 'ns wat, The
Times een soortgelijk commentaar zou hebben geschreven op de dag dat Het
Verenigd Koninkrijk Blair door een politieke moord zou ontvallen, gehandhaafd
zon worden. Het aanblijven van Jensma is de ultieme trap na aan al die
tienduizenden lezers van NRC-Handelsblad die in ieder geval over een eenmalige
stem op de Goddelijke Kale wilden nadenken. Die lezers lopen nu dan ook weg,
bij duizenden. De cijfers van de oplage zijn voor Jensma rampzalig, ook m
aanmerking genomen dat bijna alle kranten slecht gaan.
Ach. 't is allemaal een kwestie van je genaaid voelen. Hoe dom een
hoofdredacteur ook is, en in Jensma's geval is dat adembenemend, je stapt pas
op als lezer wanneer je het gevoel krijgt niet meer bij de club te horen in de
zin. Toen Hubert Smeets hoofdredacteur van de Groene werd, vond ik 't flauw om
zo'n noodlijdend blaadje m'n abonnementsgeld te ontzeggen. Ik stuurde een
briefje dal ik zou blijven betalen, maar het geval niet meer in de bus wenste
te krijgen. Dat leverde nog een hoop gedonder op.
Bij mij op de zaak liggen 's morgens Trouw, Telegraaf en Volkskrant, sufferdjes
dus die je snel doorbladert. De krant die ik wel aandachtig lees 's morgens is
de Herald Tribune, een krant gevuld met meningen die niet overeenstemmen met de
mijne, maar daarom niet minder lezenswaardig. 's Avonds ploft Het Parool op
de
mat. En dat was dan dat. Nou ja, niet helemaal, want zondag koop ik The
Observer en The Sunday Times, bladen die ieder Nederlands opinieweekblad
wegblazen. Soms lees ik HP/De Tijd. En dat was dat.
Het is een raar gevoel dat NRC-Handelsblad niet meer komt, maar ook een
opluchting. Max Pam las ik altijd: een mengeling van opgewekt cynisme en
achterdocht jegens de boven-ons-gestelden. Hoe kun je als krant zo iemand
wegdoen? Dan moet die krant door mij maar niet meer gelezen worden.
Theo van Gogh

NRC-Handelsblad 1-7-2004
|