Verslag van een bokswedstrijd
Een evaluatie van de Algemene Politieke Beschouwingen
[alleen voor intern LPF-gebruik]
Inleiding
Vorige week is het eerste volledige parlementaire jaar voor de LPF-fractie
geopend met de Troonrede en de Algemene Politieke Beschouwingen. Het optreden
van fractieleider Harry Wijnschenk rechtvaardigt daarbij een eerste evaluatie
onder het motto wat ging er goed en wat kan beter.
Centraal bij een goede evaluatie staat dat deze niet door de personen in
kwestie gedaan moet worden, maar door mensen die goed op de hoogte zijn van de
ins en outs maar wel op enige afstand staan. De voorgestane open cultuur waarin
zeer gehecht wordt aan pro-actieve medewerkers moet een dergelijke evaluatie
ook mogelijk maken. Dit stuk is afkomstig van de beleidsmedewerkers en de
ambtelijke werkgroep.
Deze evaluatie beschrijft en becommentarieert het hele traject van
voorbereiding van de Algemene Politieke Beschouwingen tot en met de
daadwerkelijke debatten. Daarbij probeert het lessen te trekken voor de
toekomst. De verantwoordelijkheid of de lessen daadwerkelijk getrokken worden
ligt bij de fractie.
Voorbereiding
De eerste voorbereidingen beginnen halverwege augustus met de oprichting
van een ambtelijke werkgroep. Dit gebeurt op initiatief van de
fractieondersteuning zelf. Achteraf wordt de oprichting door de nieuw gekozen
fractieleider van goedkeuring voorzien. Verscheidene fractieleden blijken
gedurende het proces echter niet op de hoogte te zijn van het bestaan van de
ambtelijke werkgroep.
In een drietal sessies worden het verkiezingsprogramma van de LPF, het
strategisch akkoord en de debatten naar aanleiding van het strategisch akkoord
en de regeringsverklaring uitgeplozen. Een en ander resulteert in een overzicht
van wat de LPF wilde bereiken, wat zij wist te verwezenlijken en wat de reactie
van de overige partijen (met name linkse oppositie) hierop was. Het
eindresultaat wordt aan de fractieleider aangeboden met het verzoek tot verdere
aansturing.
Binnen de fractie krijgt Theo de Graaf de taak om het ambtelijk document te
verspreiden onder de voorzitters van de verschillende commissies. Het is aan de
voorzitters om het ambtelijk document aan te vullen, aan te passen of van ander
commentaar te voorzien. Het ambtelijke document wordt daarmee tot politiek
document opgewaardeerd en kan als basis dienen voor de algemene politieke
beschouwingen.
In het politieke traject dat vervolgens volgt, speelt Harry Wijnschenk de
sleutelrol. Op verzoek van de fractie wordt een tijdspad uitgezet op weg naar
de Algemene Politieke Beschouwingen. In dit tijdspad krijgen bewindslieden de
mogelijkheid om relatief vroeg de input te leveren voor het LPF-verhaal. Voor
de fractieleden is de maandag na het onder embargo vrijgeven van alle
begrotingen de cruciale dag. Zij kunnen van het weekend gebruik maken om de
stukken goed te lezen en met een LPF-standpunt te komen. In een extra
fractiebijeenkomst op maandag worden alle stukken verzameld en besproken waarna
op prinsjesdag een speechwriter er één geheel zal maken.
Daarnaast wordt er een ambtelijke werkgroepje opgericht dat zich op twee taken
dient te concentreren: het maken van een uitgebreide factsheet om de
basiskennis van de fractievoorzitter aan te vullen en de verdediging van de
fractievoorzitter voor te bereiden en te ondersteunen. Afgesproken is dat de
secretarissen Palm en Eerdmans bij het debat de liaison tussen Wijnschenk en
ambtelijke ondersteuning zijn.
In werkelijkheid wordt het afgesproken traject in zijn geheel niet gevolgd. De
schrijver van de speech, Ferry Hoogendijk, heeft de tweede versie van de
toespraak al op woensdagavond 11 september gereed. De bijdragen van de
ministers zijn in de speech nog niet verwerkt als op donderdag Harry Wijnschenk
de speech voordraagt aan de medewerkers. Bij die voordracht leest hij de speech
zelf ook voor het eerst. De speech wordt met een lauw applaus ontvangen en er
volgt een eerste serie van kritische opmerkingen. Achteraf zwelt de kritiek nog
verder aan met kwalificaties als weinig inspirerend, niet inhoudelijk, een
speech voor een campagne en niet voor de APB, en te kort (ong. 12 minuten
met een spreektijd van 35 minuten). Daarbij is de lengte van het betoog
niet het probleem, maar wel het niet gebruiken van de tijd voor het neerzetten
van een LPF-visie.
Dezelfde avond draagt Harry Wijnschenk de speech ook voor bij het
Bewindspersonen-overleg. Tijdens dit overleg is er ook zeer uitgebreide,
inhoudelijke kritiek op de speech. De speech wordt deels aangepast aan de
punten van kritiek en een aantal zinsnedes uit de ministeriële bijdragen
worden opgenomen in de speech. Dit geldt overigens niet voor de aangeleverde
teksten van verscheidene kamerleden.
Al met al loopt het versienummer op tot nummer 7. Het is deze speech die
voorgedragen wordt aan de fractie op maandagmiddag. Ook de fractie is beperkt
enthousiast over de speech, Wijnschenk wordt gewezen op de mogelijkheden die
hij biedt aan de oppositie door te pleiten voor een herstel van de
spaarloonregeling zonder met een deugdelijke dekking te komen. Een wijziging
van dat pleidooi is door de publiciteit op zondagmiddag richting de Telegraaf
niet meer mogelijk.
De positie van de ambtelijke werkgroep is ook niet helemaal duidelijk. Zij
blijkt niet de enige te zijn die bezig is met het produceren van een factsheet,
de inner circle rond Wijnschenk blijkt hetzelfde te doen. Bovendien blijft
onduidelijk wat precies van hen verwacht wordt bij het opbouwen van de
verdediging. Afhankelijk van het moment verandert dit van het organiseren van
een real-time verdediging, tot het enkel produceren van een repliek voor de
tweede termijn. Ook over de inhoud hiervan wordt getwijfeld
wil de
fractievoorzitter nu slechts krantenknipsels om zijn gelijk aan te tonen of een
uitgeschreven verhaal? Over het aanspreekpunt is in ieder geval grote
verwarring, naast Palm en Eerdmans worden Stuger en Hoogendijk ineens ook
aanspreekpunten voor Harry tijdens het debat.
Tenslotte is er een curieus verzoek aan het presidium. Harry Wijnschenk wil
zijn betoog ondersteunen met een powerpointpresentatie. Het verzoek wordt
gehonoreerd op voorwaarde dat de LPF zelf voor een beamer zorgt. Een geschikte
beamer blijkt echter te duur en het idee vindt geen doorgang. Het idee zelf is
overigens nooit officieel in de fractie besproken.
Prinsjesdag
Op prinsjesdag blijkt de fractievoorzitter nog steeds niet te bezitten over
bondige samenvattingen van de standpunten van de LPF over de voorstellen van de
regering. Een medewerker van de afdeling voorlichting wordt er op uitgestuurd
om deze alsnog te verzamelen. Dit heeft slechts beperkt succes.
De reactie van Harry Wijnschenk in het drie minuten televisie-interview na de
Troonrede is ijzersterk. Hij stelt een troonrede gehoord te hebben die door Pim
Fortuyn geschreven kon zijn. Heinsbroek herhaalt dit later 'spontaan' en
daarmee is een succesvolle claim op de Troonrede gelegd. Het CDA moet hierop
reageren en blijkt dat lastig te vinden. De VVD wordt hier niet eens naar
gevraagd. De enige die het feestje van Wijnschenk probeert te verstoren is
Teeven van Leefbaar Nederland. Hij stelt in een enkele oneliner dat hij
inderdaad een LPF-analyse van de problemen hoorde, maar dat de oplossingen van
Fortuyn in geen velden of wegen te bekennen waren.
Naast het televisie-interview is er ook een kort interview bij Radio 1. Daar
wordt een eerste reactie gevraagd aan Wijnschenk en Rosenmöller naar
aanleiding van het niet noemen van de moord op Pim Fortuyn. Rosenmöller
heeft zich hier erg aan gestoord, maar volgens Wijnschenk moet vooruit gekeken
worden. Het is naar zijn mening een terechte keuze Fortuyn niet te noemen.
Algemene politieke beschouwingen dag 1
De eerste dag van de algemene politieke beschouwingen beginnen in lichte
paniek. Diverse Q&A's over allerlei onderwerpen moeten op het laatste
moment nog geschreven worden, iets dat maar in beperkte zin blijkt te lukken.
Een communicatiestoring tussen ambtelijke werkgroep en fractie is hier debet
aan.
Het debat begint met een betoog van Jeltje van Nieuwenhoven van de PvdA,
dé partij waar Fortuyn altijd fel tegen ageerde. Die rol wordt nu
overgenomen door de enige minister die in diens ogen deugde
Gerrit Zalm.
De VVD-er Zalm weet, dankzij gedegen voorbereiding, genadeloos bloot te leggen
dat het gewenste grotere begrotingstekort volledig in strijd is met het
verkiezingsprogramma van de Partij van de Arbeid. Daar staat immers in dat
juist bij een tegenvallende economische groei het begrotingsevenwicht behouden
moest blijven. Harry Wijnschenk interrumpeert gedurende het hele betoog niet.
Na de PvdA volgen voor de lunch nog betogen van het CDA en GroenLinks. Ook
tijdens deze betogen ontstaan levendige woordenwisselingen met
fractievoorzitters van VVD, PvdA, Christenunie, SGP, Leefbaar Nederland, D66 en
de SP. Wijnschenk onthoudt zich opnieuw van ook maar enig commentaar, hij moet
slechts hard lachen als Rosenmöller zegt dat hij nog nooit zoveel
kinderziektes in een partij heeft gezien als bij de LPF.
De Maidenspeech
Harry Wijnschenk mag het middagdeel openen en doet dat met een speech die
qua inhoud en lengte anders is dan die van de andere partijen. Het inleidende
deel is sterk in de zin dat het krachtig neerzet dat de LPF voort is gekomen
uit de boze burger. Vervolgens wordt er een interessante keuze gemaakt die
weinigen tot op heden durven te maken: de afweging tussen het private genot en
het publieke genot, waarbij gekozen wordt voor het publieke genot. Een goed
functionerende overheid kost nu eenmaal geld is de stelling. Deze overheid moet
niet betuttelen, maar beschermen en wel op de punten van veiligheid,
Nederlandse cultuur en gezondheidszorg. Het speerpunt onderwijs wordt niet
genoemd.
Met betrekking tot de veiligheid worden de volgende concrete verzoeken gedaan:
invoeren van harde doelstellingen voor politie en justitie; het vervolgen van
alle misdadige activiteiten, inclusief diefstallen van onder de 150 euro;
veroordeelden mogen niet meer worden heengezonden, dan maar twee op
één cel; invoering van een voetbalwet; hard optreden tegen geweld
in openbaar vervoer;
De Nederlandse cultuur moet beschermd worden door de discussie over het
vreemdelingen-beleid voluit aan te gaan. Velen zien nog steeds niet dat de
kraan moet worden dichtgedraaid voordat de problemen opgelost kunnen worden.
Restrictief toelatingsbeleid is noodzakelijk omdat de 2e en
3e generatie allochtonen, die wel ingeburgerd
zijn, lijden onder de economische gelukszoekers. Criminele illegalen moeten
direct worden uitgezet, maar de LPF wil graag van de regering weten welke
middelen zij heeft. Legale migranten moeten zich aan Nederland aanpassen, echte
vluchtelingen zijn wel welkom.
De politieke keuze die de LPF maakt op het gebied van de gezondheidszorg is die
van marktwerking door de zorgverzekeraars. Zij moeten dat risicodragend gaan
doen, daarnaast moet de minister de regels in de zorg te lijf gaan.
Om Nederland economisch weer sterk te maken is volgens de LPF de trits
goedkoper, veiliger en gezonder noodzakelijk. Nederland mag niet te duur worden
(loonmatiging), in een veilig land wordt sneller geïnvesteerd en het
probleem van de WAO moet goed aangepakt worden.
Het goedkoper maken van Nederland moet naast loonmatiging gebeuren door het
kwartje van Kok in 2003 al terug te geven en door ook de werkgeverslasten in
dat jaar met een miljard euro te verlagen. Deze verlichting staat nu voor later
gepland en moet dus ook naar voren gehaald worden. Op die manier kan de
economie een extra impuls krijgen. Deze lastenverlichtingen kunnen gedekt
worden door specifieke lastenverzwaringen óf (indien mogelijk) een
oplopend tekort.
Het spaarloon of een variant hierop moet volgens de LPF behouden blijven. De
verlofknip van de regering is geen goed alternatief, het alternatieve voorstel
van het CDA (de levensloopregeling) aangevuld met de wensen van de LPF wel.
De maidenspeech eindigt met burgers te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid.
Niet alle problemen worden veroorzaakt door de overheid en kunnen dus ook niet
opgelost worden door diezelfde overheid. Tegelijkertijd is regeren een
werkwoord en moet niet alles opgelost worden met commissies, moeten ministers
proefballonnen op kunnen laten en is herstel van de waarden en normen
noodzakelijk.
Interrupties
De eerste interruptie is van Teeven en gaat over de realiseerbaarheid van
de plannen. Deze interruptie doorstaat Wijnschenk vrij eenvoudig.
De tweede interruptie is van Rosenmöller. Hij vraagt Wijnschenk of hij hem
wil steunen in het noemen van een keihard opsporingspercentage door het
kabinet. Wijnschenk vindt het een goed idee om hier om te vragen.
De derde interruptie is van Van Nieuwenhoven. Zij wil weten of het probleem van
de WAO opgelost kan worden zonder de hulp van de sociale partners. Op eigen
initiatief antwoordt Wijnschenk dat de LPF een groot voorstander is van het
poldermodel. Het probleem moet met zijn allen opgelost worden, dus met de
sociale partners. Een akkoord met werkgevers en werknemers over de WAO heeft
zijn grote voorkeur.
Rosenmöller vraagt in de vierde interruptie naar de belofte van de LPF
voor koopkrachtbehoud. Die wordt met de regeringsplannen niet gehandhaafd.
Wijnschenk antwoordt dat hij dit een onderwerp vindt voor de algemene
financiële beschouwingen en dat de fractie hier nog geen mening over
heeft. Dit is immers een debat op hoofdlijnen, iets waar Rosenmöller het
niet mee eens is. Koopkrachtplaatjes zijn voor minima hoofdlijnen, drie weken
wachten kan dus gewoon niet. Een antwoord krijgt Rosenmöller echter niet,
tot een hoop boze telefoontjes bij het fractiesecretariaat leidt het wel.
Rosenmöller verwijt tot slot Wijnschenk dat de LPF niet doet wat zij
gezegd heeft.
Verhagen deelt in reactie op de vraag van Wijnschenk aan de regering of het
Strategisch Akkoord een dictaat is mede dat het een akkoord is tussen drie
fracties. Zij bepalen dus of het al dan niet een dictaat is.
Uiteraard is er opnieuw kritiek van D66 op het opgeven van het referendum.
Wijnschenk meldt dat in het spel van de onderhandelingen dit punt is
gesneuveld. Zorg, onderwijs en veiligheid zijn naar zijn mening de speerpunten
van zijn partij. Volgens Giskes geldt dát voor alle politieke partijen
in Nederland.
De laatste serie interrupties gaat over de normen en waarden. Een sterke
opmerking van Wijnschenk is dat handhaving ervan in evenwicht moet
zijn
én snelheidsovertredingen bestraffen én kleine
diefstallen. Op de vraag of er een commissie voor normen en waarden moet komen
heeft hij in eerste instantie geen antwoord en verschuilt zich vervolgens
achter het wijze oordeel van de minister-president. Rosenmöller komt
vervolgens terug op de vraag hoe je een serieus debat over normen en waarden
kunt voeren op het moment dat een minister stel de snelheidsovertredingen tot
10 km te gedogen. Hij vindt dat de fractie de minister dan moet terugfluiten.
Wijnschenk reageert als volgt: "Zoals ik zojuist al tegen de vorige
vragensteller zei, gaat het om de totale cirkel. Het geheel moet voor de burger
in balans zijn. Het gaat erom dat je in dit land draagvlak creëert. Daar
ging de discussie over." Op de reactie dat dit geen alibi mag zijn,
reageert Wijnschenk: "Ik ben het met u eens dat je de cirkel rond moet
maken. Je moet kijken of het in balans is en draagvlak heeft bij de gemiddelde
burger." Vervolgens ontpopt zich een discussie over cirkels, zonder begin
of einde, waardoor je eindeloos achter elkaar aan het rennen bent. Wijnschenk
is hierin het meest gevat door Rosenmöller er fijntjes op te wijzen dat
hij al een aantal jaren achter feiten loopt.
Na de felicitatieschorsing volgen nog de SP, VVD, D66, ChristenUnie, SGP en
Leefbaar Nederland. Bij het verhaal van Marijnissen, die onder andere met
rechtstreekse kritiek komt op de LPF is Wijnschenk niet in de zaal aanwezig.
Een repliek is niet mogelijk, er is op dat moment gekozen voor een
televisie-interview.
De enige korte interruptie door Wijnschenk vindt plaats als Giskes begint over
het referendum. Hij stelt dat op 15 mei de kiezer toch duidelijk had gesproken,
waarop Giskes antwoordt dat dat verkiezingen waren en geen referendum.
Referenda moeten juist mensen de mogelijkheid bieden om vaker hun stem te laten
horen. Op dat antwoord reageert Wijnschenk niet.
Na afloop van de eerste termijn van de kamer verspreiden de kamerleden zich
over de restaurants van Den Haag zonder eerst gestructureerd de eerste termijn
te beschouwen. Het hele debat staat op band en het is op zijn minst verstandig
de inbreng van Wijnschenk kort te evalueren met het oog op de volgende dag. De
volgende ochtend negen uur staat wel een fractievergadering op de agenda.
Algemene politieke beschouwingen dag 2
Dag twee begint met een fractievergadering, maar lang niet iedereen blijkt
hiervan op de hoogte te zijn. Negen kamerleden zijn als gevolg hiervan afwezig.
In de vergadering wordt de speech voor de tweede termijn voorgedragen en wordt
gesproken over mogelijke moties. Met name de motie over het verbieden van
reclame door Holland Casino roept weerstand op.
De speech komt vervolgens bij de ambtelijke werkgroep terecht en zij lezen dat
de LPF voornemens is de verlofknip te schrappen om het kwartje van Kok een jaar
eerder te kunnen teruggeven. Dit leidt tot groot alarm, want in de Telegraaf
van maandag en in het eerste deel van de algemene beschouwingen is iets heel
anders gezegd. De verlofknip moest worden uitgebreid tot de levensloopregeling
van het CDA of het spaarloon moest behouden blijven. De ingehuurde speechwriter
wijst Wijnschenk en Hoogendijk er zelf op, de vaste medewerkers mobiliseren hun
kamerleden om het voorstel tegen te houden. De beleidsmedewerker financiën
ontdekt bovendien dat er een gat van zo'n driehonderd miljoen euro in het plan
zit. Tijdens overleg in de wandelgangen maakt van As nogmaals aan Palm en
Hoogendijk duidelijk dat de plannen in tegenspraak zijn met eerdere voorstellen
én ongedekt zijn.
De eerste termijn van de minister-president
Rond half elf begint de minister-president aan het antwoord van de
regering. Daarbij zijn ruim honderd pagina's met antwoorden gevoegd op vragen
van het parlement gesteld tijdens de eerste termijn. De medewerkers krijgen
opdracht de vragen door te werken op zoek naar eventuele bijdragen voor het
debat.
Slechts een beperkt aantal vragen blijkt gesteld door Wijnschenk. Op het
verzoek alle misdrijven te vervolgen antwoordt de regering dat door de tekorten
prioriteiten gesteld moeten worden. Op het vervolgen van diefstallen onder de
150 euro wordt gesteld dat hiervoor een transactiebevoegdheid bij het Openbaar
Ministerie ligt. Het verzoek om een voetbalwet wordt afgehouden omdat
aanscherping van verschillende zaken op korte termijn voldoende is. De zorgen
over de WAO worden gedeeld, maar de plannen ter oplossing worden in eerste
helft van 2003 voorgelegd aan de kamer.
Het verhaal van de minister-president is een uitgebreid betoog en het voert
hier te ver om het volledig te beschrijven. Aan de hand van de inbreng van
Wijnschenk in eerste termijn is wel iets te zeggen over de effectiviteit van
die inbreng.
Op het punt van veiligheid wordt er inderdaad serieus werk gemaakt van twee
gevangen op één cel en in het integrale veiligheidsplan komen
duidelijke afspraken te staan. Wijnschenk verzoekt de regering om met
gedifferentieerde oplossingstargets te komen, een verzoek waar de
minister-president graag aan wil voldoen. Op het punt van het afdoen van
diefstallen onder de 150 euro met transacties wil Giskes weten of de LPF zich
daarin kan vinden. Harry antwoordt hierop bevestigend. Wijnschenk zelf wil van
de minister-president weten of er nu wel of geen voetbalwet komt. De
minister-president laat weten dat het strafrecht al meer dan voldoende
mogelijkheden biedt, maar dat de handhaving strakker moet zijn. Een voetbalwet
komt er dus niet. Over de veiligheid in het openbaar vervoer zegt de
minister-president niets expliciet en Harry Wijnschenk wil daarom graag weten
of de minister-president iets gaat doen aan de onveiligheid, of er een apart
beleidsplan voor komt. De minister-president kan hier bevestigend op antwoorden
in de zin dat het een onderdeel is van een aanvalsplan sociale veiligheid.
Het thema beschermen van de Nederlandse cultuur door een restrictief
toelatingsbeleid wordt in die zin niet opgepikt door de minister-president. Wel
wordt de nadruk gelegd op een stevige en strenge inburgering als voorwaarde
voor verblijfsvergunningen. Er komt een integraal veiligheidsplan waarin ook de
problematiek van de criminele illegalen behandeld zal worden, maar over het
uitzetten van criminele illegalen wordt verder niet gesproken. Harry Wijnschenk
stelt hier ook geen verdere vragen over.
Op het punt van zorg is er geen verschil tussen wat Wijnschenk in eerste
termijn stelde en wat de regering van plan is. Wel meldt Wijnschenk aan
Rosenmöller in een interruptie dat als het ziekteverzuim met 2% afneemt de
wachtlijsten zijn opgelost. Rosenmöller is van die cijfers op de hoogte,
maar stelt dat er daarmee nog geen oplossing is om het ziekteverzuim naar
beneden te krijgen. Ruim nadat de discussie over de nominale
ziektenkostenpremie is afgerond, er zijn al verschillende andere onderwerpen
aan bod geweest, wil Harry Wijnschenk van de minister-president weten of deze
bereid is de stijging van de nominale ziektenkostenpremies te compenseren.
Balkenende antwoordt vriendelijk dat wij die discussie al gehad hebben.
Van de trits goedkoper, veiliger en gezonder voor een economisch sterk
Nederland is alleen het punt van loonmatiging terug te vinden in het debat.
Over eerdere teruggave van het kwartje of het versnellen van lagere
werkgeverslasten wordt in het geheel niet gesproken. Wijnschenk vraagt hier ook
niet naar.
Tot slot het punt van de verlofknip, spaarloonregeling of levensloopregeling.
De minister-president gaat uitgebreid op dit onderwerp in zonder direct het CDA
en de LPF haar zin te geven. Verhagen mengt zich wel in de discussie,
Wijnschenk niet.
Naast deze inbreng heeft Harry Wijnschenk nog één bijdrage aan
dit deel van het debat. Alle bijdragen zijn trouwens ná de lunchpauze.
In de lunchpauze probeert de ambtelijk secretaris in opdracht van Harry snel
nog iets te organiseren met bijdragen van medewerkers zodat Harry ook deel kan
nemen aan het debat. De medewerkers maken duidelijk dat in de snelheid van het
debat hij inhoudelijk afhankelijk is van de kamerleden en dat het werk van de
medewerkers gericht is op de tweede termijn. De contactpersoon van de werkgroep
wordt door Wijnschenk, Palm en Eerdmans gedurende deze dag enkele malen
uitgefoeterd vanwege het gebrek aan input vanuit de werkgroep op de
schriftelijke antwoorden van de regering. Dit is vanuit politiek oogpunt maar
ten dele terecht. Het is niet in het belang van de LPF om andere partijen extra
exposure te geven door het de regering op punten van anderen nog eens lastig te
maken.
In de discussie tussen Giskes en de minister-president over het verdwijnen van
het referendum meldt Wijnschenk dat Nederland inmiddels een gekozen
burgemeester heeft en er een onderzoek loopt naar een ander kiesstelsel. Van
der Vlies vraagt zich af of wij eigenlijk al een gekozen burgemeester hebben,
maar de andere partijen brengen Wijnschenk niet in problemen.
Tweede termijn
Ter voorbereiding op de tweede termijn van de kamer is er een schorsing van
twee uur. In deze schorsing vindt er een fractievergadering plaats. Opnieuw
wordt er gesproken over de in te dienen moties. Als Winny de Jong vraagt om
inzage in de moties krijgt zij te horen dat ze ze maar zelf moet gaan
kopiëren. Janssen van Raaij wil graag weten of het mogelijk is de moties
te amenderen. Dit blijkt niet mogelijk, waarop Janssen van Raaij de
fractievergadering verlaat. Het verhaal over het gebruiken van de verlofknip
voor teruggave van het kwartje van Kok blijft gehandhaafd. Op vragen van Mat
Herben naar de relatie tussen verlofknip en levensloopregeling moet Harry een
antwoord schuldig blijven.
De eerste bijdrage aan de tweede termijn van Harry Wijnschenk is deelname aan
een interruptiedebatje over het Kwartje van Kok. In dit debatje stelt hij eerst
de vraag of het teruggeven van het kwartje ook een idee was van een
PvdA-minister. Verhagen reageert met de stelling dat het ingevoerd is door Kok,
waarop Van Nieuwenhoven zegt dat dit onder Lubbers 3 gebeurde. Heel slim
antwoordt Wijnschenk dat de partijen daarmee twee kansen hebben gehad om het
aan de burger terug te geven.
De tweede bijdrage is een passieve door het ondersteunen van de motie van
Verhagen over uitbreiding van de verlofknip tot een levensloopregeling. Daarna
volgt een kamerbreed gesteunde motie van Verhagen om niet te bezuinigen op
slachtofferhulp, en een coalitiemotie van opnieuw Verhagen om het lidmaatschap
van terroristische organisaties strafbaar te stellen.
Tijdens de bijdrage van Rosenmöller interrumpeert Wijnschenk met de
mededeling dat alles wat Rosenmöller de afgelopen jaren gedaan heeft toch
echt verspilde moeite is. Het kost bomen en kostbare tijd van ambtenaren.
Rosenmöller werpt tegen dat Wijnschenk de vijf blaadjes tegenbegroting
eerst eens moet lezen zodat hij uit kan rekenen hoeveel bomen er voor dit
voorstel gekapt zijn. Wijnschenk reageert hierop met de woorden: "Als u
het goed vindt, regeren wij dan intussen het land." Rosenmöller wijst
hem terecht want kamerleden controleren de regering, zij regeren niet zelf.
Rosenmöller dient naar aanleiding van een interruptie in de eerste termijn
de volgende motie in met het verzoek om steun van de LPF: "De Kamer,
gehoord de beraadslaging, overwegende dat het gemiddelde opsporingspercentage
van 15 procent van een bedroevend laag niveau is; overwegende dat het kabinet
op concrete doelstellingen dient te worden gecontroleerd; verzoekt de regering,
in het veiligheidsplan dat op 11 oktober wordt gepresenteerd, het
ophelderingspercentage te verdubbelen, gedifferentieerd naar verschillende
delicten, als concrete doelstelling vast te leggen en daarbij aan te geven
hoe en op welke termijn dit wordt verwezenlijkt, en gaat over tot de orde van
de dag." Harry Wijnschenk reageert niet op deze motie.
Een motie van Groenlinks om de bezuinigingen op de Raad van de
kinderbescherming ongedaan te maken wordt kamerbreed, dus ook door de LPF,
ondersteund.
De tweede termijn van Harry Wijnschenk begint met het verzoek om alsnog een
motie van mevrouw van Nieuwenhoven te ondersteunen. Dit verzoek wordt
gehonoreerd. Vervolgens worden twee zaken uit de eerste termijn gecorrigeerd.
In de eerste plaats komt Wijnschenk met een eigen interpretatie van het
poldermodel. De LPF is tegen een systeem waar iedereen achter elkaar aanloopt
en in consensus beslissingen worden genomen. De regering moet haar eigen
beslissingen nemen en niet met een consensusmodel werken. Op de vraag van Van
Nieuwenhoven of de LPF nog wel steeds achter het vinden van een oplossing van
de WAO door overheid, werkgevers en werknemers staat, beantwoordt hij dat hij
dat nog steeds vindt zolang de regering de beslissingen maar neemt.
Daarnaast wordt het koopkrachtverhaal nader uitgelegd. Wijnschenk geeft toe dat
de LPF eerst voor behoud van de koopkracht was, maar door de verslechterende
omstandigheden noodgedwongen haar opvattingen moet veranderen. Hij is daarbij
van mening dat hij moed toont door op een eerder standpunt terug te komen.
Daarnaast wijst hij op een reële loonstijging tussen 1996 en 2002 van 7
procent. Een stapje terug hoeft dus geen ramp te zijn, mits minima als
65-plussers met alleen een AOW-uitkering niet in moeilijkheden komen.
Rosenmöller interrumpeert op dit betoog door te stellen dat voor dit soort
koerswijzigingen geen moed nodig is. Volgens hem is dat zeer gebruikelijk in de
Haagse cultuur. De LPF doet niet wat zij zegt, maar volgens Wijnschenk passen
wij ons aan de wijzigende omstandigheden aan. Hierop reageert Rosenmöller
met de opmerking dat de beloftes van de LPF weinig waard zijn, en daarmee oude
politiek is. Giskes wil vervolgens weten wat het verschil is tussen "dit
soort moed en kiezersbedrog". Wijnschenk antwoordt: "Als ik u dat
moet uitleggen, kan ik beter ophouden." "Dat is een goed idee",
repliceert Giskes.
Vervolgens gaat Wijnschenk in op de bedreigingen aan politici en Ayaan Hirsi
Ali. De vrijheid van meningsuiting zonder bedreigingen is voor de LPF een goed
recht. Harry is de enige die hier over durft te beginnen en het is dan ook
doodstil in de vergaderzaal en op de publieke tribune.
Daarna gaat Wijnschenk in op de moeilijke keuze van moeten bezuinigen en nieuw
beleid ontwikkelen, iets dat oppositiepartijen niet hoeven te doen. Hij vertelt
de oppositie dat er wel degelijk in zorg en veiligheid wordt geïnvesteerd.
Op het punt van de veiligheid dient hij vervolgens een door Verhagen en Zalm
gesteunde motie in om blauw meer zichtbaar te krijgen zonder dat dit extra geld
hoeft te kosten. Dit wil hij bereiken door het inzetten van
eenpersoonssurveillance en marechaussee.
Rosenmöller interrumpeert opnieuw met de vraag of de LPF de eerder
ingediende motie over het verdubbelen van een opsporingspercentage wil
ondersteunen. Wijnschenk wil Rosen-möller hier niet in volgen, hij wil de
voorstellen van de regering afwachten en de regering houden aan de daarin
gestelde targets.
Van der Vlies vraagt vervolgens naar de motie zojuist ingediend door
Wijnschenk. Hij wil weten of de LPF de voorstellen van de regering op dit punt
te weinig ambitieus vindt. Van der Vlies denkt van wel, anders dien je zo'n
motie niet in. Concreet wil Van der Vlies weten of er nog een schepje bovenop
moet. Het antwoord van Wijnschenk luidt: "Uw vraag is of wij die motie
steunen of niet? Wat is precies uw vraag, want het is zo'n verhaal?" Van
der Vlies herhaalt zijn vraag of het te weinig ambitieus is en het heldere
antwoord van Wijnschenk luidt: "Wij vragen nadrukkelijk om een inschatting
van het kabinet op dat gebied. Er zal dus een advies komen van het kabinet. Wij
kunnen dan overwegen of wij dat steunen of niet." De spraakverwarring zet
zich nog even voort: Van der Vlies: "Er is vanmiddag natuurlijk het een en
ander toegezegd, althans er is inzicht gegeven. Dat is genoeg of te
weinig." Wijnschenk: "Een tipje van de sluier, zei u." Van der
Vlies: "Is het genoeg of te weinig?" en tot slot Wijnschenk:
"Wij willen graag op onze motie een totaalantwoord hebben. Dan zullen wij
oordelen of het te veel of te weinig is."
Een debat met Giskes ontwikkelt zich hierna waarin zij vraagt waarom de LPF
haar voorstel van 65 miljoen extra voor veiligheid niet steunt. Zij neemt
hierbij expliciet aan dat Wijnschenk haar tegenbegroting bestudeerd heeft.
Wijnschenk kiest voor de afspraken in het regeerakkoord en stelt dat de 165
miljoen extra voorlopig voldoende is, maar dat als er extra ruimte komt dat
besteed moet worden aan veiligheid. De laatste bijdrage van Giskes op dit punt
luidt: "Alles wat u zegt over "wij willen meer voor veiligheid",
is een praatje voor de vaak." Dit ontkent Wijnschenk, alleen voor extra
financiering kijkt hij naar het kabinet. Zalm redt hem vervolgens door te
melden dat hij samen met Verhagen en Wijnschenk een motie in zal dienen om de
uitgaven voor de veiligheid met 130 miljoen te verhogen.
Hierna richt de aandacht van Wijnschenk zich op de gokverslaafden van
Nederland, op dit ogenblik een groep van 5000 mensen. Deze mensen worden
aangemoedigd om te gokken door reclame en dat moet volgens de LPF veranderen.
Letterlijk zegt hij: "De Lijst Pim Fortuyn-fractie wil daarom dat wordt
opgetreden tegen de aanmoediging van gokverslaafden, want zo kun je reclame
gerust typeren." De motie die hij hiervoor indient, luidt: De Kamer,
gehoord de beraadslaging. overwegende dat de overheid een voorbeeldfunctie
vervult ten aanzien van waarden en normen; voorts overwegende dat dit ook geldt
ten aanzien van de rol van de overheid met betrekking tot het voorkomen van
gokverslaving; van mening dat de overheid een speciale verantwoordelijkheid
heeft met betrekking tot de kansspelen; verzoekt de regering, voor de
behandeling van de begroting van Justitie expliciet aan te geven op welke wijze
het voorkomen van gokverslaving door respectievelijke kansspelorganisaties in
de praktijk wordt uitgevoerd, en gaat over tot de orde van de dag. De motie
wordt ondersteund door Zalm en Verhagen.
Van Dijke wil vervolgens weten waarom de LPF niet direct een aantal casino's
sluit. Beter de put dempen dan het kalf te laten verdrinken. Casino's voorzien
echter ook in een behoefte van mensen en moeten daarom niet gesloten worden
luidt de reactie van Wijnschenk. Volgens Van Dijke is het een eerste stap, maar
moeten meerdere stappen gezet worden. Wijnschenk wil dat echter niet waarop Van
Dijke stelt dat Wijnschenk voor halfslachtige maatregelen is. Volgens
Wijnschenk is dit de eerste stap en afhankelijk van of dit helpt, zijn
vervolgstappen mogelijk. Welke vervolgstappen dit zijn wordt in het midden
gelaten.
Het laatste onderdeel van het betoog van Wijnschenk is zijn voorstel om het
kwartje van Kok in 2003 terug te geven en dit te financieren uit het niet
invoeren van de verlofknip. Over de spaarloonregeling stelt hij echter eerst:
"De kiezers hebben recht op een andere manier van regeren, met andere
economische en maatschappelijke keuzes. De afschaffing van de
werknemersspaarregeling, het bekende spaarloon, is zo'n keuze."
Rosenmöller reageert onmiddellijk door te stellen dat er vijf
verlofknippen nodig zijn om het teruggeven van het kwartje te financieren.
Wijnschenk reageert: "Hoe komt u daarbij?". Rosenmöller vertelt
Wijnschenk dat het teruggeven van het Kwartje 500 miljoen euro kost en dat het
schrappen van de verlofknip maar 200 miljoen oplevert. Wijnschenk reageert door
te stellen dat het kwartje niet per se op 1 januari teruggegeven hoeft te
worden. Dit kan ook best op 1 augustus om een en ander zo dekkend te krijgen.
Volgens Rosenmöller is het voorstel daarmee met driekwart gereduceerd.
Rosenmöller wil van Wijnschenk weten of hij nog een motie indient op dit
punt. Wijnschenk zegt hierop: "Wij vragen het kabinet nadrukkelijk of het
met dit voorstel akkoord kan gaan. Als dat nodig is, zullen wij in derde
termijn tot het indienen van een motie overgaan."
Nu volgt een letterlijke weergave van de reacties van Verhagen en Zalm op dit
voorstel. Verhagen: "Ik dacht even dat ik een grappenmaker tegen was
gekomen. Gisteren gaf de heer Wijnschenk overigens ook buitengewoon spitse
reacties, maar dit soort grappen kan natuurlijk niet. De heer Wijnschenk heeft
de motie van collega Zalm en mij over de levensloopregeling ondertekend. Daarin
worden de gelden die bestemd zijn voor een levensloopbeleid, nadrukkelijk
ingezet. Het geld dat nu voor de verlofknip is gebruikt, is daarbij inbegrepen.
Hij kan dit geld natuurlijk geen tweede keer uitgeven. Ik vind hem buitengewoon
creatief, maar ook hij kan een kwartje niet twee keer uitgeven."
Wijnschenk: "Volgens mij staat de verlofknip los van de
levensloopregeling." Verhagen: "Dan had u het plan dat ik u maandag
heb toegestuurd, toch even moeten lezen."
Zalm: "De fractie van de VVD staat hier veel hartelijker tegenover dan de
fractie van het CDA. Van de heer Verhagen heb ik begrepen dat zij het
teruggeven van het kwartje van Kok maar niks vindt. Wij vinden dat wel goed.
Wij staan daar van harte achter." Wijnschenk: "Dank u wel."
Zalm: "Wij hadden wel afgesproken om dat in 2004 te doen. Laten wij het
dan ook maar doen zoals wij het hebben afgesproken."
Hiermee is de tweede termijn van Harry Wijnschenk ten einde. In de tweede
termijn van de kamer blijkt de LPF nog een paar moties van de VVD te
ondersteunen.
In de tweede termijn van de regering antwoordt op het voorstel van Wijnschenk
betreffende het kwartje van Kok. Ik citeer de minister-president: "De heer
Wijnschenk heeft gevraagd of dit kabinet het kwartje van Kok een jaar eerder,
namelijk in 2003, zou willen teruggeven. Dat zou moeten worden betaald uit het
niet doorgaan van de verlofknip. Ik stel vast dat het voorstel van de heer
Wijnschenk haaks staat op de mede door hem ondertekende motie-Verhagen. Voor
het kabinet geldt bovenal dat in het Strategisch akkoord de lastenverlichtingen
in nadrukkelijk afgesproken evenwicht zijn opgenomen. Het voorstel van de heer
Wijnschenk is hiermee strijdig; het kabinet kan om veel redenen, maar vooral om
deze reden, hierin niet meegaan. Dat had de heer Wijnschenk waarschijnlijk al
verwacht, maar het was te proberen." Rosenmöller wil vervolgens weten
van Wijnschenk of hij met een motie komt, in te dienen in de derde termijn.
Wijnschenk antwoordt dat de fractie hier van af ziet.
De LPF komt verder in de tweede termijn niet meer aan bod, behalve dan dat de
regering met de ingediende moties kan instemmen. De vijf belangrijkste
fractieleden, inclusief de fractievoorzitter, hebben dan al enige tijd de kamer
verlaten voor overleg en een optreden in Den Haag Vandaag waar Wijnschenk
erkent het geld twee keer te hebben uitgegeven. Naar zijn mening ligt het
probleem in de ingewikkeldheid van de verschillende regelingen.
Aan het einde van de tweede termijn wordt opnieuw geschorst. In deze schorsing
vindt fractieoverleg plaats over de ingediende moties. Ondanks een toezegging
van Hoogendijk aan Marijnissen over het steunen van het instellen van een
parlementair onderzoek naar het integratiebeleid van de afgelopen decennia,
kiest de fractie er voor om deze motie toch niet te ondersteunen. Alle andere
partijen, inclusief de coalitiepartijen, steunen de motie wel. Het niet steunen
gebeurt op advies van de ambtenaren van Nawijn die vinden dat zij het al druk
genoeg hebben, Nawijn zelf is vóór de motie. Janssen van Raaij
maakt bezwaar tegen dit standpunt en zal bij de uiteindelijke stemmingen als
enige LPF-er vóór de motie stemmen.
Curieus is verder dat de volgende motie ook niet wordt ondersteund: "De
Kamer, gehoord de beraadslaging, overwegende dat ruim 30 miljoen mensen in
Afrika met het HIV-virus zijn besmet en dat slechts een fractie van hen toegang
heeft tot de noodzakelijke medicijnen; overwegende dat dagelijks ongeveer 8000
mensen aan aids sterven, terwijl dat onnodig is, omdat generieke medicijnen
tegen relatief lage kosten (circa 30 euro per maand per persoon) beschikbaar
zijn, maar hoofdzakelijk wegens organisatorische en logistieke redenen niet bij
de patiënten terechtkomen; verzoekt de regering, in aanvulling op de
lopende aidsprojecten het initiatief te nemen om voorzieningen te treffen dat
in elk Afrikaans land ten zuiden van de Sahara (Afrikaanse) werknemers van
Nederlandse ambassades en hun naaste familieleden, zo mogelijk in samenwerking
met ambassades van andere Europese landen, non-gouvernementele organisaties met
hun lokale vertakkingen, getest en, indien nodig, tegen HIV/aids behandeld
worden, en gaat over tot de orde van de dag." Deze motie is van Giskes en
wordt verder door het hele parlement ondersteund.
Evaluatie
De Algemene Politieke Beschouwingen en haar voorbereidingen zijn in een
elftal pagina's beschreven en licht becommentarieerd. De daadwerkelijke
evaluatie zal in de komende twee pagina's gebeuren met als uitdrukkelijk doel
lessen te trekken voor de toekomst. Ik wil dat hier nogmaals herhalen. Niet
alle fouten en foutjes hebben politieke of electorale consequenties, maar hoe
beter dit spel gespeeld wordt, hoe beter onze uitgangspositie.
De voorbereidingen een afgeschermde bokser in een chaotische
omgeving?
De sleutel voor een goede prestatie bij de Algemene Politieke Beschouwingen
ligt in een juiste organisatie van de voorbereidingen. Het primaat hiervoor
ligt bij Harry Wijnschenk als fractievoorzitter, Ferry Hoogendijk als de
Politiekadviseur binnen het bestuur en Theo de Graaf als verantwoordelijke voor
de organisatie. Zij moeten in algemene lijnen fractieleden en medewerkers
aansturen op de inbreng die zij denken nodig te hebben voor de twee speeches en
de verschillende interrupties.
Een dergelijke organisatie heeft volledig ontbroken en op het moment dat er een
formele keuze voor een organisatie was gemaakt, werd deze door de
initiatiefnemers zelf met voeten getreden. Ondanks het feit dat de ambtelijke
ondersteuning redelijk op tijd begonnen is met de voorbereidingen, werd door de
direct verantwoordelijken geen echte keuze gemaakt. Hierdoor ontstonden ad hoc
besluiten die vaak in tegenspraak met elkaar waren.
De vraag moet ook gesteld worden waarom Harry Wijnschenk feitelijk alleen
bouwde op de input van Hoogendijk. Het is voor niemand mogelijk om over alles
een uitgebreide visie te hebben en dat was ook de tekortkoming van de speech
voor de eerste termijn. Het was een veel te algemeen verhaal, waarbij men zich
kan afvragen of de hoofdlijnen van het regerings-beleid eigenlijk wel gelezen
zijn. De belangrijkste speech van het jaar hoort niet door één
persoon geschreven te worden, maar gedragen te worden door de hele fractie.
Bovendien had de fractie en de ambtelijke werkgroep weken eerder al met Harry
moeten gaan sparren. Daarbij hadden de hoofdpunten van de speech eerder
diepgaand op haar consequenties moeten beoordeeld. De angst voor het lekken van
de speech is begrijpelijk, maar dit mag een goede voorbereiding niet in de weg
staan.
Prinsjesdag smart!
Het mediaoptreden op Prinsjesdag verloopt goed, ook dat van de verscheidene
ministers. Verbazingwekkend is alleen dat wij het niet erg vinden dat Pim
Fortuyn niet genoemd is in de Troonrede en Paul Rosenmöller dit wel erg
vindt. Janssen van Raaij wijst Wijnschenk hier tot drie keer toe op en zegt dat
de speech op dit punt aangevuld moet worden zonder dat dit gebeurt. De
opmerking op vrijdagavond bij Barend en Van Dorp dat het jammer is dat Pim niet
in de Troonrede genoemd is, is mosterd na de maaltijd.
Eerste termijn van het parlement Waar is de bokser?
De eerste dag van de Algemene Beschouwingen kenmerken zich voor de LPF in
één interruptie en een maidenspeech.
De maidenspeech is onvolledig, deels in strijd met de visie van Pim en spreekt
zich op een belangrijk punt tegen. Alle elementen zal ik nader toelichten.
Op het moment dat je als LPF zegt dat de belangrijkste punten van de LPF zorg,
onderwijs en veiligheid zijn, kan je het onderwijs niet afdoen met
één quote waarin je zegt dat onderwijs geven aan grote klassen
lastiger is dan aan kleine klassen. In relatie tot de integratie had de LPF ook
hier een goede visie neer moeten zetten.
Als je voorstellen doet tot lastenverlichting en je wilt dit gedekt laten zijn,
dan moet je ook concreet aangeven op welke punten je de lasten gaat verhogen.
Nu bleef de cheque ongedekt en nam niemand eigenlijk de moeite om de cheque te
innen.
De oproep om de lonen te matigen is in lijn met het regeringsbeleid maar
vermoedelijk in strijd met wat Pim hierover gezegd heeft. Leo P. Feilloos
verwoordde het feilloos door te stellen dat het niet gaat om de prijs van een
product maar om de kwaliteit van een product. Voor hoge kwaliteit kan je een
hogere prijs vragen
een glazen tafel van Leen Bakker is nu eenmaal ook
goedkoper dan een glazen tafel van Jan des Bouvrie.
Tot slot kent de speech een inhoudelijke tegenspraak die wel behoorlijk
fundamenteel is. In het begin van de speech zegt Wijnschenk: "Wij hebben
een gemiddeld bruto-jaarinkomen van 37.000 euro per huishouden. 39% van onze
volwassenen gaat tenminste twee keer per jaar op vakantie. Geen geld voor
verbeteringen? Natuurlijk is er wel geld. Politiek is nu eenmaal kiezen. Wij
moeten andere prioriteiten stellen en het geld aan die zaken uitgeven waardoor
Nederland van alleen maar een rijk en welvarend land weer een aangenaam land
wordt, een land waarin wij niet alleen maar keurig onze staatsschuld aflossen
en trots kunnen zijn op onze naar verhouding lage werkloosheidscijfers, maar
een land waarin een overheid functioneert die de burger niet op tal van
terreinen in de steek laat."
Op het moment dat je zegt dat je die andere prioriteiten moet stellen, dan kan
je niet tien minuten later beweren dat het teruggeven van het kwartje van Kok
van wezenlijk belang is. Sterker, dan moet je beweren dat het kwartje van Kok
geïnvesteerd moet worden in de samenleving en dus niet teruggegeven moet
worden.
Gedurende zijn betoog wordt Wijnschenk enkele malen geïnterrumpeerd. Naast
een paar sterke replieken, laat hij ook enkele steken vallen. Het zijn van
voorstander van het poldermodel, de partij is zo'n beetje opgericht als
tegenreactie op dit model, en geen uitspraken willen doen over de
koopkrachtplaatjes zijn niet goed. Het is dan ook verstandig en moedig dat hier
in tweede termijn op teruggekomen wordt.
Op het punt van de waarden en normen zal Wijnschenk toch nog eens uit moeten
leggen wat hij bedoelde met: "Zoals ik zojuist al tegen de vorige
vragensteller zei, gaat het om de totale cirkel. Het geheel moet voor de burger
in balans zijn. Het gaat erom dat je in dit land draagvlak creëert. Daar
ging de discussie over." en "Ik ben het met u eens dat je de cirkel
rond moet maken. Je moet kijken of het in balans is en draagvlak heeft bij de
gemiddelde burger."
De eerste en enige interruptie toont voor het eerst een gebrek aan van
staatsrechtelijke kennis bij Harry Wijnschenk. Giskes heeft helemaal gelijk dat
verkiezingen geen referenda zijn. Bij referenda moet je ja of nee zeggen tegen
een concreet voorstel, bij verkiezingen kan je kiezen uit tien tot twintig
partijen.
Al met al doemt de vraag op waar onze bokser de eerste termijn toch was?
Misschien had een en ander toch beter voorbereid moeten worden.
Eerste termijn van de regering does the LPF really matter?
Het principe van de Algemene Politieke Beschouwingen is vrij eenvoudig. De
regering presenteert in "De hoofdlijnen van het regeringsbeleid" de
hoofdlijnen van het beleid voor 2003 en vat dit in de Troonrede nog eens verder
samen. Het parlement mag daar in de eerste termijn dan op reageren, waarna de
regering hier weer op reageert.
Essentieel hierbij is dat fracties wel inhoudelijk reageren op die hoofdlijnen,
doen zij dit niet dan kan de regering hen verder negeren. Dat is feitelijk wat
er bij de LPF gebeurd is als gevolg van het te algemene verhaal in haar eerste
termijn. Er is dan ook geen aanleiding voor de fractievoorzitter om de
minister-president te interrumperen. Iets dat ook maar beperkt gebeurde.
Het interrumperen had echter wel vaker kunnen gebeuren omdat de
minister-president twee belangrijke bijdragen van de LPF negeert. In de eerste
plaats de idee dat de Nederlandse cultuur beschermd dient te worden door een
restrictief migratiebeleid en in de tweede plaats het belangrijke voorstel
omtrent de werkgeverslasten en het kwartje van Kok. Een goede voorbereiding in
de vorm van een lijstje met de wensen van de LPF gedaan in de eerste termijn
had hierbij zeker geholpen. Aan de hand van zo'n puntenlijstje én het
betoog van de minister-president had Harry Wijnschenk zich pro-actiever kunnen
opstellen. Hier lag een speciale verantwoording bij Ferry Hoogendijk als
politiek souffleur.
Op het punt van transacties om diefstallen van onder de 150 euro af te doen,
kroop Wijnschenk wel heel erg makkelijk aan tegen de visie van de
minister-president. Dit staat in schril contrast met de grote woorden uit de
speech van een dag eerder.
De andere keren dat Harry Wijnschenk interrumpeerde deed hij dit met weinig
relevante opmerkingen. Feiten als daling van ziekteverzuim met 2 procent leidt
tot verdwijnen van de wachtlijsten dragen niet bij aan het debat. Deze kennis
is bij iedereen in de kamer inmiddels wel bekend. Een tweede punt is opnieuw
een gebrek aan kennis over het Nederlandse staatsrecht. In Nederland wordt de
burgemeester officieel benoemd door de Kroon en in het Strategisch Akkoord is
besloten dit te veranderen in een gekozen burgemeester. Hiervoor is een
grondwetsherziening noodzakelijk en daarvoor moet de kamer tezijnertijd
ontbonden worden. Pas over vier jaar zal de bevolking dus daadwerkelijk een
burgemeester kunnen kiezen, tenminste als er niet gebeurt wat er nu met het
referendum gebeurd is. Daarbij komt dat de politieke invloed van de
burgemeester in de gemeente nihil is. Het is daarmee niet verstandig dit te
presenteren als een triomf voor de versterking van de democratie.
- Tweede termijn Hoe de bokser zichzelf knock-out sloeg?
De tweede termijn van de LPF zal vooral herinnerd worden door het voorstel
om het kwartje van Kok te bekostigen met de verlofknip. Alle waarschuwingen de
hele dag en van diverse kanten ten spijt werd deze onnodige blunder toch
gemaakt. Een organisatie die openstaat voor waarschuwingen is in het vervolg
verstandiger.
De speech in de tweede termijn ging gelukkig over meer, maar was geen logisch
vervolg op de speech in de eerste termijn. Voor een effectieve bijdrage in het
debat is dat echter wel noodzakelijk. Het waren feitelijk twee verschillende
speeches waarbij essentiële onderwerpen verdwenen waren en andere ervoor
in de plaats gekomen. Een reactie op het antwoord van Balkenende was het in
ieder geval helemaal niet. In dat opzicht was de aanwezigheid van de fractie
tijdens het antwoord van Balkenende niet nodig geweest en had de tijd nuttiger
besteed kunnen worden.
Het verhaal over de gokverslaafden was bijvoorbeeld interessant, maar kwam echt
uit de lucht vallen. De motie was vervolgens een bijzonder slap aftreksel van
wat de kern van het betoog was. Het enige dat nu gaat gebeuren is dat de
regering bij de begroting van Justitie aan gaat geven hoe gokinstanties omgaan
met de verslavingszorg. VVD en CDA hebben op dit punt op zeer effectieve wijze
een serieus en oprecht voorstel van de LPF onschadelijk gemaakt.
Het punt van de koopkrachtplaatjes werd trouwens effectief gerepareerd, dat
gold niet helemaal voor het poldermodel. Omdat de kans reëel is dat hier
nog vaker op terug gekomen wordt is een strak gedefinieerd antwoord van ons op
dit punt verstandig.
Wijnschenk maakt het zich onnodig moeilijk in het debat met Giskes over de 65
miljoen extra voor veiligheid. Ruim van te voren is al binnen de coalitie
afgestemd dat de VVD met een motie zal komen om 130 miljoen extra hier voor uit
te trekken. In de eerste termijn heeft de VVD zelfs 140 miljoen gevraagd.
Zonder problemen had Wijnschenk hier melding van kunnen maken en daarmee het
debat kunnen afkappen. Nu werd hij in een hoek gedrukt en moest hij gered
worden door Zalm.
De geplaatste interrupties richting Rosenmöller zijn op zich wel te
begrijpen, maar op de lange termijn en deels ook fundamenteel niet verstandig.
In de eerste plaats is namelijk de kans altijd aanwezig dat de LPF op termijn
ook een keer in de oppositie komt. In die positie willen wij dan ook graag
serieus genomen worden. Bovendien is er een fundamenteel bezwaar te maken:
opmerkingen en ideeën van de oppositie zijn altijd relevant voor een land
waarin het recht op vrije meningsuiting centraal staat. Alleen door van
gedachten te wisselen kunnen eigen gedachten ontwikkeld en gescherpt worden. En
om eerlijk te zijn, Pim Fortuyn is jaren een roepende in de woestijn geweest.
Als hij geluisterd had naar mensen die toen zeiden dat het irrelevant was wat
hij deed, dan had de LPF nu niet bestaan.
Stemmingen Niet alleen daden, ook woorden!
Het laatste deel van de Algemene Beschouwingen bestond uit moties en ook
daar gebeurde iets vreemds. De motie die vol stond van de symboliek op het punt
van erkenning van de door Fortuyn aangekaarte problemen rond integratie werd
met uitzondering van Janssen van Raaij niet gesteund door de LPF. Deze
parlementaire commissie zal de geschiedenis ingaan als de catharsis van links
op het punt van integratie en de LPF vindt de motie niet nodig.
De volgende keer dat de LPF als enige tegenstemt, is het verstandig om een
stemverklaring af te leggen. Dan wordt duidelijk waarom de LPF voor een bepaald
standpunt gekozen heeft. Het is trouwens altijd mogelijk na afloop een
stemverklaring af te leggen.
Politiek is niet alleen het opstropen van de mouwen, maar ook management by
speech. Pim Fortuyn zag dat trouwens ook als zijn primaire taak wanneer hij de
nieuwe minister-president was geworden.
Algemene Politieke Beschouwingen 2003 een advies
Volgend jaar vinden er opnieuw Algemene Politieke Beschouwingen plaats en
krijgt Harry Wijnschenk een herkansing. Op basis van deze evaluatie en de
daarop volgende discussie moet het mogelijk zijn om de LPF dan wel neer te
zetten als de tweede politieke beweging van Nederland. Als de beweging die het
anders doet, zich niet aanpast aan de heersende politieke cultuur.
De beleidsambtenaren willen in ieder geval de volgende adviezen meegeven voor
volgend jaar:
ü maak voor de
volgende keer nog vóór het zomerreces een strak draaiboek met
duidelijke taken en tijdspaden
ü begin
eerder met de speech op basis van issues geleverd vanuit de fractie
ü de
fractievoorzitter moet tijdens de debatten direct aanspreekbaar zijn door
specialisten in fractie en ondersteuning
ü laat
moties en voorstellen doorrekenen door beleidsmedewerkers
ü
verwerk de schriftelijke antwoorden van de regering en de moties die je steunt
in de speech van de tweede termijn
ü dien
moties in naar aanleiding van je speech in eerste termijn
ü laat
je moties niet (her-)schrijven door coalitiepartijen, gebeurt andersom ook
niet
ü laat
de ingediende moties door andere partijen direct becommentariëren door
beleidsmedewerkers en fractiespecialisten
ü stem
het al dan niet steunen van deze moties vervolgens goed af in een
fractievergadering na de tweede termijn
ü bereid
stemverklaringen voor van moties die je juist niet of juist wel wilt
steunen
|