19-02-2004 Trouw
Etty's echoput
door Sylvain Ephimenco
Iedere schoolklas kent wel
het verschijnsel van het strebertje met zijn permanent opgeheven vingertje.
Onuitstaanbare klikspaan, altijd voorin de klas en met in de ogen een blik van
afgunst voor alles wat los en vast zit. Bij publicisten heb je ze ook, die
voetstampende ellebogenwerkers. Mensen als Elsbeth Etty, die veel lucht
verplaatsen maar naar wie bijna niemand meer luistert. Ach, hoor ik vaak
collega's roepen, ik kom allang niet meer door haar houterige proza heen met
grondwettelijke stijloefeningen. Toch.
De column van onze Elsbeth eergisteren in haar NRC Handelsblad, onder de kop
'Virtuele burgeroorlog', is meer dan de moeite waard. Daarin trekt ze fel van
leer tegen journalisten die hun tijd op het verfoeilijke internet verdoen op
zoek naar voortekens van aanstaande 'etnische burgeroorlog.' Met name Trouw
moet het ontgelden, dat volgens haar 'vulgaire campagnejournalistiek' bedrijft.
Voorbeelden? De weerzinwekkende columns van de Turkse internet-columnist ErTan
die Letter en Geest onlangs publiceerde en waarvan ze Jaffe Vink (!) verdenkt
die zelf te hebben geschreven. Ja, ja, oude CPN'ers blijven tot aan het graf
met stalinistische denkbeelden vol sidderende complottheorieën vervuld.
Maar ook ik -joepie!- sta in de krant. Kameraad Etty vindt in de NRC dat ik met
het afstruinen van 'louche sites' als Maroc.nl van Trouw een 'echoput van de
islamitische jihad' hebt gemaakt. Nu vind ik dit bijna een compliment. Met
onthullingen over de antisemitische rapgroep NAG, de fundi Farid A. die
VVD-Kamerlid Wilders bedreigde en de daverende ruzie binnen de AEL heb ik wel
mooi een paar kamervragen en justitieonderzoeken gescoord.
Op dat laatste voorbeeld wil ik nu even terugkomen. In juni vorig jaar scheef
ik verschillende columns over de openbare ruzie die Abou Jahjah en zijn
AEL-dissidenten via moslimse fora op internet uitvochten. Prompt werd ik door
NRC Handelsblad gebeld. Ze vonden mijn stukjes geweldig, maar konden niet zo
gauw hun weg op internet vinden. Of ik voor meneer Lux en Libertas, de
concurrent dus, even een pagina vol wilde schieten? Dat vond ik niet netjes
voor Trouw en ik weigerde. Wel beloofde ik aan de NRC mijn know how kosteloos
en collegiaal ter beschikking te stellen. Volgde, gedurende enkele dagen, een
intensieve mail- en telefoontjeswisseling. Op 5 juli vorig jaar publiceerde de
NRC een paginagroot artikel onder de kop 'Dreigen en zwijgen' die grotendeels
mijn bevindingen overnam. Op die dag stonk het naar 'vulgaire
campagnejournalistiek' in de krant van Etty. Ze rook niets en protesteerde ook
niet bij haar hoofdredactie. Toch stond het stuk op pagina 27, vlak boven de
zaterdagcolumn van onze rooie furie. Ze hoefde maar even naar boven te kijken
en te luisteren om de ordinaire echoput van de islamitische Jihad waar te
nemen.
|