Wezel
Laatst werd op televisie "In de Schaduw van de Overwinning" vertoond,
het laatste meesterwerk dat Ate de Jong in Nederland draaide alvorens de weg
kwijt te raken in Hollywood en in de Euro-pudding. Met stijgende verbazing zag
ik hoe het leven van Weinreb, toch niet 't minst interessante zou je zeggen,
teruggebracht was tot dat van een schlemielige huisvader die 't ook allemaal
niet kan helpen, het Goebbels-cliché van een onderdanige jood. Iets zegt
me dat Weinreb - de man van de lijsten die mensen zogenaamd zouden vrijwaren
van deportatie, de man die naar eigen zeggen een dubbelspel speelde met de SD,
de man die kleine meisjes betastte alvorens ze naar Westerbork te sturen, de
man wiens familie in de klauwen van de Gestapo verkeerde en die bij mij daarom
de vraag oproept of zijn tegenstanders in de mede door hem veroorzaakte,
grootste polemiek die het vaderland sinds de oorlog gekend heeft, zich niet al
te makkelijk superieur waanden aan deze arme verrader - iets zegt me dat
Weinreb interessanter is dan de sukkel die Edwin de Vries met z'n beperkte
acteertalent van hem maakte.
De Vries tekende ook voor het scenario van "In de Schaduw van de
Overwinning" en was kruiperig genoeg om een veel grotere rol aan die
andere verzetsheld, Gerrit van der Veen, toe te bedelen dan aanvankelijk de
bedoeling was. Dit kwam omdat Jeroen Krabbé Van der Veen zou vertolken
en als prima donna geen genoegen nam met een bijrol.
Je zou kunnen zeggen dat de honderden mensen die verraden werden door Weinreb
en het collectieve schuldgevoel over het werkeloos toezien bij de mensenjacht
naar Nederlandse verhoudingen een iets intelligenter scenario verdienden.
Helaas is Edwin de Vries niet alleen een bijzonder beperkt acteur, zijn
talenten als scenarioschrijver zijn zo mogelijker nog geringer. Edwin legt de
lat niet te hoog voor zichzelf. Wie zich de kitsch van "De Ontdekking van
de Hemel" voor de geest haalt, of de sentimentalismering in "Left
Luggage" van een door z'n gebrek aan
overdrijving nu juist indrukwekkend boek, beseft dat wij Edwin niets kwalijk
kunnen nemen; geen gevoel, niet kunnen nadenken en vooral behept met praatjes
om terecht innerlijke onzekerheid te verhullen.
Spelend als een natte dweil en schrijvend met een hark kwam Edwin eigenlijk 't
beste tot zijn recht als bekkentrekkende potsenmaker in de serie "In de
Vlaamse Pot". Te lachen viel er werkelijk niks, maar je kreeg het gevoel
naar de jaarlijkse klucht van een personeelsvereniging te kijken en dat had, -
met al z'n verschrikkingen - iets rustgevends. In de wetenschap dat juist in de
riolen van de middelmaat dilettanten victorie kraaien, stelde ik me de vraag:
"Wie ben ik om Edwin de Vries per definitie niet leuk te vinden?"
Lachen is een persoonlijk iets en om een intens burgerlijke onderknuppel zich
in het zweet te zien werken teneinde aan de platste verlangens van het gepeupel
en de lachband te voldoen, schenkt ons ongevraagd een blik op de hel, die
bestaat uit een eeuwig durende herhaling van Edwin de Vries' comedies.
Ik ken Edwin al jaren. Toen ik met Renée Fokker "Terug naar
Oegstgeest" maakte en Edwin nog wel 'ns met haar op de doos verkeerde,
kwam ik meneer nog wel 'ns tegen in café Weber, waar ik hem steevast
uitlegde: "Edwin, je kunt niet schrijven, je kunt niet acteren, is er iets
anders wat je wel kunt?"
De Vries kwam dan met "antisemiet!", een wel heel imponerend
antwoord, natuurlijk. Toen ik hem bij de première van "Terug naar
Oegstgeest" zag opduiken, vroeg ik: "Wat kom jij doen bij de
première van een antisemiet?"
"Tóch even kijken!..", sprak Edwin schichtig.
Enfin, ik begreep heel goed dat Edwin's schaduw nooit zelfs maar in de buurt
van een overwinning kon komen, ook al omdat Edwin's Pappa, de acteur Rob de
Vries (bekend van "De Overval") wèl kon acteren en bovendien
Held in het Verzet was geweest. Als ik Edwin op een feestje tegenkwam kon 't
gebeuren dat de brave spontaan een astma-aanval kreeg. Zei ik dan uit
bekommernis voor de patiënt - die duidelijk frisse lucht nodig had -
"Zullen we even naar buiten gaan?", dan werd zulks door Edwin en de
dames om hem heen opgevat als een uitnodiging om te vechten. Edwin kreeg 't
vaak te kwaad in mijn aanwezigheid en dat terwijl ik hem toch zo graag een hart
onder de riem stak.
Toen hij en Mevrouw Van der Ven een publiciteitstournee begonnen omtrent de
dood van hun kind, heb ik lang gewacht om daar nu 'ns een stukje over te
schrijven, want verdriet is ook in ijdelste vorm niet iets wat je je' medemens
gunt, zelfs Edwin de Vries niet, haast ik me hieraan toe te voegen.
Edwin liet her & der bij advocaten van kwaaie zaken informeren of hem
strafvermindering te wachten zou staan indien zou uitkomen dat 'ik opdracht heb
gegeven om hem om te leggen'. Natuurlijk kwam zulks mij ter ore, waarna er weer
een opgewekt stukje verscheen over hoe ik 's nachts bibberend in m'n bedje lag
bij de
gedachte aan de wraak van deze geweldenaar. En overigens wenste ik Meneer en
Mevrouw niets dan goeds. Enfin, men telt als stukjesschrijver zijn
zegeningen.
Nu hoor ik dat onze ongekroonde koning van de gebakken lucht per 1 September
benoemd zal worden als Intendant bij het Fonds. Dat betekent dus dat de
Nederlandse belastingbetaler een apart potje van enkele miljoenen toevertrouwt
aan een functionaris die z'n hele leven bewezen heeft onder kitsch kunst te
verstaan, functionaris bovendien die niet in staat is om het volgende scenario
van Theo van Gogh - dat speciaal om zijn aanwezigheid te eren "In dienst
van de Gestapo" zal heten - op z'n merites te beoordelen.
Van alle brekebenen die de Nederlandse film teisteren is Edwin de Vries
één van de meest in het oog springende. Misschien wil het
Filmfonds met deze benoeming aan de buitenwereld duidelijk maken dat het
Intendantschap niet serieus moet worden genomen. Die opzet is dan gelukt.
Theo van Gogh |