De leraar moet heilig zijn

In Turkije is de leraar heilig, in Nederland is hij zijn gezag kwijt. De gevolgen zijn zichtbaar in het Nederlandse onderwijs. De leraren doen hun uiterste best in een moeilijke situatie, terwijl de rest van de samenleving de andere kant opkijkt.

In een land als Turkije is het leven vrij overzichtelijk: je bent arm of je bent rijk. Als je arm bent, krijg je van kinds af aan ingepeperd dat scholing en opleiding het grote verschil kunnen uitmaken. Het gewone onderwijs is gratis, maar er is een tekort aan universiteiten. Alleen de beste leerlingen worden daar toegelaten. Elk jaar neemt meer dan een miljoen jonge mensen nemen deel aan het landelijke toelatingsexamen. De beste 200.000 krijgen een opleidingsplaats. Voorwaar een survival of the fittest.

Nu is in Turkije bijna alles en iedereen te koop. De ambtenaar, politicus, arts, advocaat of agent regelt je zaakjes voor een paar euro meer of minder. De dienstplicht is af te kopen voor 5000 dollar. Maar voor een plek op de universiteit moet je studeren. Die is niet te koop, ongelooflijk maar waar.

Wél te koop is de opleiding tot aan de toelatingstest van de universiteit. Er zijn openbare middelbare scholen en particuliere scholen. Openbaar onderwijs is gratis. Particuliere scholen kosten veel geld. Je wordt er alleen na een test toegelaten. Toch is aan de poort iedereen gelijk: als je de test met succes aflegt, worden arme kinderen gratis toegelaten.

Talent wordt gekoesterd, geld volgt vanzelf. Mijn achterneefje is razendslim maar arm: hij is met open armen ontvangen op een particuliere middelbare school. Zijn broer is toegelaten aan een prestigieuze universiteit in Istanbul, met internaat. Zij hadden het geluk dat ze slim zijn.
In Turkije weten mensen dat er verschil is tussen arm en rijk. Er is geen middenklasse en er is geen verzorgingsstaat. Zonder werk heb je geen eten. Scholing is de enige weg naar een betere toekomst. Leraren worden gekoesterd: hun wil is wet, aan hun gezag twijfelt niemand. De ouders niet, en zeker niet de scholieren.

De mensen die uit Turkije hierheen zijn gekomen, zijn gewend om te werken. Onze verzorgingsstaat vinden ze waanzin. Wij hebben ze echter geleerd dat het geen waanzin is, maar een 'recht'. Die mensen zijn gebleven, werkloos geraakt, hebben geen Nederlands geleerd en zijn niet geïntegreerd.

Ze zijn gebleven voor de kinderen, zodat die een opleiding kunnen volgen en een goede baan krijgen. Maar hun kinderen zijn tussen wal en schip geraakt. Pubers, waar ze geen greep op hebben, die ze soms niet eens kunnen verstaan, laat staan begrijpen. Kinderen uit achterstandsgezinnen in probleemwijken. Culturele problemen door non-integratie, verkeerde loyaliteit, identiteitsproblemen en psychische problemen. De verwarde pubers van nu zijn de volwassenen van morgen.

Hun ouders willen dat de kinderen naar school gaan, want dan komt het wel goed met ze. In Turkije is een school gewoon een school: het verschil tussen vmbo en gymnasium wordt in de klas gemaakt. Deze ouders kunnen hun kinderen in Nederland niet adviseren, laat staan begeleiden bij de schoolkeuze. Kinderen moeten op hun leraar afgaan. Weinig kinderen denken vooruit. Wie weet op z'n elfde wat hij later wil worden? Leraren doen voorzichtig met een havo- of vwo-advies: vooral niet te veel van een kind eisen. Survival of the fittest? Nee, liever lui dan moe is Neerlands motto. Vmbo is goed genoeg.

Zo loopt het verschil in opleiding en straks in armoede langs etnische lijnen: het merendeel van de vmbo-leerlingen is allochtoon. De meeste kinderen op een stedelijk gymnasium zijn autochtoon. Zestig procent van de jongeren in de grote steden is allochtoon. Een beetje Nederlander doet er alles aan om zijn kind voor een zwarte school te behoeden. Ze kiezen voor de school iets verderop. Desnoods verhuizen ze naar een nog blankere wijk. De vraag is natuurlijk hoe lang dat nog kan. De meerderheid van de grote steden is allochtoon in 2020. Met een nuancering: hoe lang gaan we ze als allochtoon tolereren en de andere kant opkijken? Je kunt niet blijven verhuizen.

Het verbaast me dat dertigers met kindertjes in blanke wijken wel zeggen 'mijn kind gaat niet naar een zwarte school', maar niet bereid zijn de barricaden op te gaan om de allochtonen tot integratie te dwingen. Men blijft onaangepast gedrag door allochtonen tolereren. Het verbaast me dat politici zich ervan afmaken met 'de integratie is mislukt'. Ze gaan verder met het uitkleden van de ziektekostenverzekering of gooien het onderwijs nog meer overhoop. Ik vraag me af hoe lang we nog de ander kant uit kunnen kijken.

Ik verbaas me niet over de moord op Hans van Wieren. Ik verbaas me dat zoiets niet eerder is gebeurd. Het wachten is op een dergelijk incident op een witte school. Wellicht dat we dan allochtonen tot Nederlandse mores gaan dwingen.

Ondertussen heb ik een mateloos respect voor de leraren. Zij zijn de enigen in Nederland die zich inzetten voor de Nederlandse jeugd - die we consequent allochtoon blijven noemen, maar die binnen afzienbare tijd in onze democratie en economie moeten functioneren. Het gezag dat de leraar in Turkije krijgt, ontbeert hij hier volledig. Allochtone jongeren brengen de lossere Nederlandse omgangsvormen tot ver over de tolereerbare grens in de praktijk bij de enige Nederlanders die zij kennen: hun leraren. Desondanks wijden leraren zich vol betrokkenheid aan de vorming van allochtone jongeren. Zij weten dat op hun schouders de taak rust om van deze jongeren betrokken burgers te maken. De rest van de samenleving kijkt de andere kant uit.

Hoe lang laten we de leraren nog in de kou staan?

Ebru Umar

Algemeen Dagblad 17 januari 2004

Vorige column Ebru Umar

Inhoud| D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service