| Ik heb op een bijeenkomst van Abou Jaja
in Den Haag inderdaad met een nogal opgewonden mevrouw gesproken die voor de
website van Theo van Gogh schrijft. Ik heb getracht haar wat te kalmeren. Zij
heeft bij dat gesprek geen aantekeningen gemaakt. Zij citeert uit het hoofd en
daarmee dus onzorgvuldig en onjuist. Verder wil ik u adviseren slechts
amusementswaarde te hechten aan wat er op de website van Van Gogh staat.
Met vriendelijke groet,
Willem Lust
SCHRIJVEN
Soms vraag ik mij af of Theodor Holman
de enige man in Nederland is die de essentie van het leven wekelijks in minder
dan 1000 woordjes kan beschrijven. De enige die mij bevestigt in mijn
overtuiging dat ik niet gek ben. Die het leven zonder opsmuk en vol gekneusde
verwachtingen ondergaat. En die het credo 'hoop doet leven, leven is lijden' in
ieder geval in zijn columns vol verve uitdraagt.
Voor de goede orde: ik ken meneer Holman niet persoonlijk. Ja ik heb hem twee
keer de hand mogen schudden maar zoals het dan gaat met mensen die ik hoog heb
zitten, klap ik totaal dicht, heb nul tekst en maak een verpletterende
nietszeggende indruk. Op zich prima, want de volgende keer is een blanco
herkansing... Ja, wie mij, de bijdehante vrouw met goddelijke glimlach volledig
op d'r bek wil laten gaan, moet mij in een ruimte plaatsen met Robbie Williams,
Beau van Erven Dorens (ook al eens jammerlijk de hand mogen schudden) en
inderdaad Theodor Holman.
Theodor Holman is de man die het voor elkaar krijgt mij uit het niets te doen
huilen. Huilen? De lage waterstand van de rivieren zou acuut verholpen zijn als
ik zijn stukjes achterelkaar zou lezen. De herkenning van ellende is zo groot
dat het een pure opluchting is om te ervaren dat je niet alleen staat in je
wereldbeleving. Ik moet ook eerlijk zeggen dat ik zijn stukken niet wekelijks
lees, puur en alleen omdat ik dat geestelijk niet aankan.
Zijn stukje 'Verliefd' hangt op mijn prikbord, als herinnering aan nooit
voltooide verwachtingen en uitgebleven emotioneel betere tijden. Zijn stukje
'Managen' ligt naast mijn laptop, als herinnering aan de materiële en
financiële zekerheid die dat vak wél, maar het schrijversvak
vooralsnog niet zal bieden. Beide stukjes moet ik inlijsten ter bevestiging van
de doelloosheid van het bestaan.
'Verliefd' spreekt voor zich, maar 'Managen' maakt de romantica in mij ruw
wakker. Meneer Holman verhaalt lekker feitelijk hoe hij tijdens zijn vakantie
zijn pen links heeft laten liggen en is gaan 'managen'. Om indruk te maken op
haar. Pardon, op Haar. En hoewel Holman een excellente manager is (ipse dixit),
hij overtreft niet alleen zichzelf maar ook zijn professionele concurrenten,
die waarschijnlijk hun managersbaan tijdens hun vakantie niet voor het
columnistenschap inruilen, ziet Zij hem niet staan.
Wat een drama. Zijn pen gelaten voor wat 'ie was, zijn hart en andere
lichaamsdelen naar Italië gevolgd en zij prefereert de mediterrane
Adonissen. Vrouwen. Hoe herkenbaar dan ook, je zou ons wat doen...
'Waarom ben ik eigenlijk schrijver geworden? Carrière misgelopen.
Miskend schrijver geworden.' Holman overpeinst zijn leven. Dit is het ultieme
déjà vu. Want waarom ben ík ook al weer gaan schrijven? Om
indruk te maken op hem. Hem. Een waterval stort zich uit mijn ogen.
Van huis uit ben ik manager. Die af en toe 'ns een gepeperd memootje naar haar
toenmalige directie schreef, waar dan weer heisa over ontstond. 'Eloquent Ebru,
maar niet effectief. Ellebogen en kwaadsprekerij, daarmee kom je er wel, maar
tekstuele toestanden doe je maar ergens anders.' Niet ten onrechte omschrijft
Holman een manager als 'proleet, slim en slijmbal zijn'. Boekenkasten zijn vol
geschreven over managers, management en managen maar Holman heeft er slecht
drie woordjes voor nodig. Au.
Ik had ook het boekje 'Hoe word ik een Rat' moeten lezen. Dan was mijn
managerscarrière geheid beter gegaan. Maar nee hoor, ik ben gaan
schrijven. Ik moest zo nodig indruk maken op Hem. De blonde god, die zelf zijn
pen regelmatig als fileermes gebruikt.
En lukt het, dat indruk maken? Nee natuurlijk niet!
Het laatste wat een schrijvende blonde god wil, is een schrijvende godin. Zeker
niet als die godin van huis uit manager is en het schrijven 'erbij doet'.
Vooral niet als dat 'erbij doen' binnen een halfjaar tot stukjes in de
landelijke pers leidt, en de overige media erboven op springen. En met name
niet als een grote uitgever interesse toont voor een boek over het 'erbij
doen'. Het laatste wat een schrijvende blonde god wil, hoe talentvol hij zelf
ook is, is een concurrent.
'Jij gaat wel snel hè?' overpeinsde hij aan de telefoon. Geen 'GOEHOED,
LEUK! GEWELDIG' of 'ik ben trots op je.' Nee. 'Hoeveel columns heb je in
godsnaam geschreven?' klonk het. Mannen.
'De blonde god is jaloers', laat een wederzijdse kennis mij voor alle
duidelijkheid weten. Juist ja. 'Een slechte eigenschap maar wel menselijk',
wordt daar nog fijntjes aan toegevoegd. Nee dat geeft de burger moed. Mijn laat
geopenbaarde schrijfambitie, een doorgeschoten vorm van bezigheidstherapie,
schiet zijn doel duidelijk voorbij. Mannen zijn zulke losers. Misschien moet ik
weer fulltime managen. Proleet, slim en slijmbal zijn, dan was die promotie
vast niet aan mij voorbijgegaan. Maar nee, ik moest zo nodig schrijven. Indruk
op Hem maken. Met als gevolg dat ik genegeerd word. Mannen die een eigen huis,
auto, carrière en creditcard niet trekken, die kende ik al. En negeerde
ik al. Maar een man die mij m'n schrijfplezier misgunt, had ik niet kunnen
voorzien.
Dus de essentie van het leven? Ik weet het niet. Echt niet. Maar ik ben blij
dat ik mij in het eveneens miskende gezelschap van Theodor Holman weet. Ik weet
wel dat er meer is dan 'managen'. Het Parool moet blijven. Ik hoop dat de
abonneeservice mij snel weer eens belt met een niet te versmaden aanbod. Of
Theodor. Verandering van spijs etc, etc, etc...
Ebru Umar
ebruutje@hotmail.com
Vorige column Ebru Umar
|