Open brief aan Hans Verploeg, Bernadette
de Wit en Micha Kat
Beste Hans, Bernadette en Micha,
Als collega NVJ-lid wil ik reageren op jullie schitterende en onthullende
briefwisseling op De Gezonde Roker. Ik zou het zeer betreuren, als de NVJ door
de opzegging van Bernadette en Micha, in een klap bijna al zijn kritische leden
kwijt zou raken. Daarnaast kan ik mij niet vinden in de aanleiding en in het
moment van hun opzegging. Als er ooit een moment is geweest om als journalist
je lidmaatschap van de NVJ op te zeggen, dan was het, toen de NVJ Algemeen
Dagblad columniste Pamela Hemelrijk door het ijs liet zakken, toen zij er
volstrekt ten onrechte door het AD werd uitgeflikkerd. Als freelance journalist
die regelmatig voor het AD schreef, heb ik over deze zaak gecorrespondeerd met
de hoofdredactie van het AD. Die correspondentie houd ik vertrouwelijk, op een
zin van mijzelf na: "Geen mooiere steunbetuiging, dat het glasgerinkel van
het ingooien van je eigen ruiten". Want het valt als freelancer natuurlijk
niet mee om zo'n belangrijke opdrachtgever aan te vallen. Zelden is er in
Nederlandse rechtspraak zo'n scherp vonnis gewezen als in de zaak Hemelrijk.
Een aanslag op de persvrijheid, oordeelde de rechter. Ik was dat maar ten dele
met hem eens, want hoe kun je een aanslag plegen op iets dat niet meer
bestaat?? Het feit dat een voor de Nederlandse democratie zo schadelijke
affaire als de zaak Hemelrijk, nauwelijks aandacht heeft gekregen in de media,
die daarover op hun kop hadden moeten staan, bewijst dat het gedaan is met de
persvrijheid in dit land en met de solidariteit onder journalisten. Het meest
onthullende aan jullie briefwisseling op De Gezonde Roker, is voor mij dan ook
het feit dat Hans Verploeg helemaal niet ingaat op jullie terechte
beschuldigingen aan het adres van de NVJ over de zaak Hemelrijk. Ik wil
Verploeg dan ook dringend uitnodigen, om dat alsnog te doen. Zonder daarbij
overigens meteen te dreigen met het opzeggen van mijn lidmaatschap, want ik
houd niet zo van discussies waarbij meteen het mes op tafel wordt gelegd. Wat
dat betreft scoren de Wit en Kat bij mij wat minpunten.
Beste Bernadette en Micha, ik vind het jammer dat jullie zo'n aanstoot hebben
genomen aan het feit dat de website van de NVJ jullie tot 'andersdenkenden'
heeft bestempeld. Daar hebben jullie heel veel minpunten mee gescoord. Wat een
blessing, want het respect dat ik voor jullie vakmanschap en zeldzaam
onafhankelijke geesten heb, is grenzenloos. En de minpunten helpen mij om
jullie weer tot normale menselijke proporties terug te brengen.
'Andersdenkenden', wat een geuzennaam heeft de NVJ jullie toegedicht in een
wereld van grijze gehaktjournalisten die een baantje hebben en die het geen
moer kan schelen of deze wereld naar zijn kloten gaat of niet en die geen poot
uitsteken als een belangrijke collega ten onrechte aan mootjes wordt gehakt.
Verder vind ik, dat jullie, die aan de lopende band anderen voor rotte vis
uitmaken, zelf ook tegen een stootje moeten kunnen. Bovendien zie ik het als de
taak van iedere journalist om op te komen voor het vrije woord. Zo hard vallen
over één enkel jullie onwelgevallig woord past daar niet bij. En
het past al helemaal niet bij het formaat dat jullie normaal gesproken
hebben.
Graag wil ik nog even terugkomen op de steun die de NVJ al dan niet verleent
aan kritische leden die in de problemen zijn geraakt. Zelf heb ik daar ook
ervaring mee opgedaan. Destijds weigerde minister van Defensie Joris Voorhoeve,
die tijdens de Srebrenica enquête eindelijk als leugenaar en lafaard door
de mand viel, om nog met de grootste vakbond van defensiepersoneel VBM-NOV te
praten, zolang ik er niet uitgeflikkerd werd als columnist bij het bondsblad
Trivizier. Dit vanwege mijn achteraf volkomen juist gebleken commentaar op het
afschuwelijke AP-23 mijnendrama, de zogenaamde zaak Spijkers-Ovaa. Spijkers en
Ovaa hebben inmiddels niet alleen een extreem hoge schadevergoeding ontvangen
van de staat, ze zijn heel recent ook ridder in de Orde van Oranje-Nassau
geworden. Iets dat Spijkers trouwens heeft weten af te dwingen. "Hoe vecht
men zich met een zwaard in een besloten Nederlandse ridderorde", beslist
een artikel waard. De aanslag die Voorhoeve op de persvrijheid pleegde, ging
zelfs zo ver, dat defensie openlijk dreigde om de financiële steun die de
defensievakbond kreeg, in te trekken. Het hoofdbestuur van de VBM-NOV onder
leiding van Jan Golsteijn hield zijn rug kaarsrecht, maar dat lag toen heel
lastig bij de twijfelende leden van deze nogal behoudende en gezagsgetrouwe
vakbond. Op dat moment was ik als reserve-officier van het Korps Mariniers
trouwens ook lid van de VBM-NOV, die tevens mijn grootste opdrachtgever is. De
toenmalige NVJ voorzitter Ron Abram werd door Jan Golsteijn uitgenodigd om onze
jaarvergadering toe te spreken over mijn aanvaring met Voorhoeve. Een
meesterzet, waar Joris Voorhoeve zo zenuwachtig van werd, dat hij Ron Abram
ogenblikkelijk voor een gesprek uitnodigde. Hoe graag ik Ron Abram als mens ook
bleek te mogen, zijn speech viel mij bitter tegen. Zijn conclusie was, dat
hetgeen ik geschreven had absoluut door de beugel kon, maar Abram weigerde om
het wangedrag van Voorhoeve een aanslag op de persvrijheid te noemen, terwijl
daar in redelijkheid op geen enkele manier aan te twijfelen viel. Maar de
toespraak van Abram had wel het gewenste effect. Mijn positie binnen de VBM-NOV
was daarna sterker dan ooit te voren en tot op de dag van vandaag worden mijn
kritische columns gepubliceerd. Was het glas van de NVJ steun nou half vol of
half leeg? Naarmate ik het vakbondswereldje van binnenuit beter leerde kennen,
kreeg ik steeds meer begrip voor de opstelling van Ron Abram. Het grootste
probleem waar iedere bondsbestuurder mee worstelt, is hoe men de bond bij
elkaar houdt. Want in die eendracht zit hem de kracht van iedere vakbond. Door
het innemen van scherpe stellingen verlies je bijna al je leden. Als Pamela,
Bernadette, Micha en ik het hoofdbestuur van de NVJ zouden vormen, dan zouden
we het vrijwel altijd eens zijn en overal scherpe stellingen kunnen innemen.
Alleen zouden we binnen de kortste keren gemarginaliseerd zijn tot een bond van
4 leden, die daardoor geen enkele vuist meer kon maken. In de huidige NVJ, die
voornamelijk uit ingeslapen sukkels bestaat, is het al heel wat om uitsluitend
tot 'andersdenkend' bestempeld te worden, terwijl het overgrote deel van de
leden jullie als oproerkraaiers ziet. Wat dat betreft zie ik voor jullie zelfs
reden om Hans Verploeg een bedankbriefje te sturen. Ook al wil ik daarbij
meteen aantekenen, dat de kreet van Hans Verploeg "Windmolens bevecht de
NVJ niet voor u", mij het ergste doet vrezen over het perceptie vermogen
van Verploeg met betrekking tot hetgeen er in onze samenleving aan de hand
is.
Bij Micha Kat heb ik altijd het dubbele gevoel, verdomme rem hem af, want hij
vliegt in zijn enthousiasme uit de bocht en het gevoel, verdomme maak deze man
hoofdredacteur van het NRC, want dat zou een positieve revolutie veroorzaken in
deze krakend vastlopende samenleving. Journalisten als Pamela Hemelrijk,
Bernadette de Wit en Micha Kat zijn onmisbaar voor de NVJ. Nu zijn het nog
oproerkraaiers, maar straks gidsen die de weg kunnen wijzen uit het onmetelijk
diepe dal waarin met name de Nederlandse dagbladpers terecht is gekomen. Ook al
zien de kranten hun oplagen op een schrikbarende manier dalen, ze hebben geen
flauw benul hoe dat nou komt. Heel simpel, omdat er niks meer in staat, behalve
wat afgezaagde berichten die de 'pluriforme' pers eendrachtig uit de ANP
bestanden zuigt. De Nederlandse journalistiek plakt van duistere
commerciële belangen, vriendjespolitiek, gemakzucht en naïveteit aan
elkaar. En vooral van de dodelijke mix van deze vier troebele factoren.
Geleidelijk aan beginnen de lezers dat door te krijgen. En dat verzin ik niet
zelf. Iedere hoofdredacteur die de moeite zou hebben genomen, om de briefjes te
lezen die waren gehecht aan bossen bloemen op de diverse Pim Fortuyn
herdenkingen, zou zich wezenloos geschrokken zijn over de toekomst van zijn
krant. Eens zal Pamela Hemelrijk een glorieuze terugkeer beleven als
hoofdredacteur van het Algemeen Dagblad, ook al zal het AD tegen die tijd qua
oplage nog maar een marginaal blaadje zijn, dat alleen zijn aller domste
abonnees heeft weten te behouden. Gek genoeg heeft de NVJ met haar ingeslapen
leden aan Pamela, Bernadette en Micha ook nog wat te bieden. De sterkste
eigenschappen van ieder mens hangen nauw samen met zijn zwakste. Tegenover de
ongekende moed en het ongekende vakmanschap van deze journalisten staat wel
eens een gebrek aan zorgvuldigheid en een gebrek aan het besef dat zelfs het
scherpste individuele brein ontoereikend is om de complexe werkelijkheid te
kunnen bevatten. Een beetje afgeremd worden door wat NVJ sukkels is dan nog
helemaal niet zo gek.
Bernadette en Micha blijf lid ! Laten we de NVJ niet slopen, maar vanuit een
positieve grondhouding van binnenuit gaan verbouwen.
Dick Berts
mail naar Dick Berts
|