Het
gevecht
Op uitnodiging van Heleen van Rooyen bevond ik me Zondagavond in gezelschap van
mijn zoon te Rotterdam, in de Ahoy-hal, om een paar live op SBS uit te zenden
bokspartijen tussen bekende Nederlanders bij te wonen. Speciaal voor de
gelegenheid had ik mijn Sopranos-jas aangetrokken, een stemmig maar smakeloos
geval.
Ik droeg een zonnebril, net als Lieuwe, die z'n Bulls-jasje aan
had. Ik rookte een grote sigaar.
De eerste partij ging tussen Ratelband, Le grand Emile, die zich voor de
gelegenheid "Rattlesnake" noemde, en zanger Dries Roelvink, 'voor al
Uw feesten en partijen'. Ratelband weerde zich kranig, maar werd weggetikt,
helaas, hoewel wij bewondering mogen hebben voor iemand die op z'n
zevenenvijftigste nog zo door de ring gaat. Toen de boksers aan elkaar werden
voorgesteld, had Emile ter intimidatie een spiegeltje bij zich dat 'ie voor het
gezicht van zijn opponent hield: "Kijk jij maar 'ns goed in de
spiegel...", sprak Rattlesnake dreigend. Onze gratis verkregen kaartjes
kostten officieel 150 Euro per stuk; de skyboxen rondom waren dan ook gevuld
met de heffe des volks, of, onvriendelijker gezegd, penose. Toen de familie
Tokki binnen kwam ging er een schok van herkenning door de zaal en het luidste
gejuich betrof telkens weer dit geslacht van aso's die door het scherm tot
onsterfelijkheid zijn geroepen.
TV-presentator Ton van Rooyen was wel heel erg steen des aanstoots
voor het gepeupel; ik geloof niet dat ik iemand een avond lang zo luid heb
horen uitfluiten . Na afloop was de presentator aangeslagen en moest worden
getroost door zijn echtgenote. Ik vond Ton daarom niet kinderachtig, want
zoveel samengebalde haat hoor je niet vaak. Er werd trouwens meer gevochten in
de zaal dan in de ring en keer op keer zag je de opgewekte Neanderthalers van
de bewakingsdienst vechtenden scheidden. Naast me zat Rudy Koopmans, niet te
verwarren met Rudy Lubbers, die een veel tragischer leven heeft geleid.
Koopmans vond ik aardig, vooral toen 'ie met een brede glimlach tegen me zei:
"Volgende keer ga jij met Paul de Leeuw, dan train ik jou." De hel
kent vele verschijningsvormen; ik zag het voor me, weggetikt worden door iemand
die niet rookt.
Voor de camera verklaarde ik al paffend hier te zijn gekomen voor
'De Gelukkige Huisvrouw' die mijns inziens haar tegenstrever - een mij
onbekende presentatrice - 'in de derde ronde knock out' zou slaan. Heleen kwam
huppelend op, op de klanken van "Staying Alive" geloof ik. Ze sloeg
fanatiek, maar was geen partij, want haar vuisten maaiden vooral door de lucht.
Koopmans vertelde dat niets zo mooi is als boksen en keek met heimwee op zijn
loopbaan terug. Hij vertelde hoe een Italiaanse juryvoorzitter hier in
hetzelfde Ahoy hem eens de overwinning had ontstolen door de volgende dag
doodleuk te verklaren dat de punten verkeerd waren geteld zodat Koopmans'
opponent, een Italiaan natuurlijk, alsnog de titel greep. Hij vertelde dat
boksen dood is in Nederland omdat de sport vooral beoefend wordt door
Surinamers en Marokkanen. 'En daar komt geen Nederlander voor kijken'. Boksen
in Nederland wordt alleen nog wat volgens Koopmans, als er een Nederlandse
bokser opstaat die over techniek en een K. O. beschikt.
Mijn zoon genoot inmiddels meer van de echte partijen, tussen een dame en een
heer, en tussen twee free-fighters, waarvan de een de ander plat had na dertig
seconden. Ik vroeg me af of de heer een erectie kreeg toen de dame hem
omstrengeld hield met haar dijen. Het geteisem in de sky-boxen vermaakte zich
intussen met kreeft en champagne, als decadenten die hun afkomst met alle geld
van de wereld maar niet konden wegdrinken. Ik bewonderde intussen de gouden
kettingen van Mevrouw Hoes, de nieuwe geliefde van Ratelband.
Ook raakte ik in druk gesprek met ene dame die ik hier de hinde van
Suriname zal noemen, een schoonheid wier ronde vormen mij aanspraken maar die
zelf klaagde over haar scheiding en bijbehorende ellende, die haar
drieëntwintig kilo extra hadden opgeleverd. Ik vertelde haar dat ze sexy
was en vrouwelijk en wierp een steelse blik op haar romige armen. Blijkbaar
hadden de TV-camera's mij in het oog, want prompt kwam er een SMS'je binnen van
haar ex, die haar als 'een kuthoer' omschreef, 'met al je' vriendjes' en:
"Zeik niet langer aan m'n kop over alimentatie." Ik had haar wel in
m'n armen willen nemen om haar te troosten, maar naast me zat m'n zoon en ginds
stonden de camera's. Van Rooyen zei na het verloren gevecht: "Verliezen is
óók heel leuk hoor!" Haar sportiviteit vond weinig weerklank
in de steeds kolkender zaal, waar het volk van Rome 't liefst christenen zag
verscheurd. Victor Reinier uit "Baantjer" moest 't opnemen tegen Hugo
Metsers de Derde, die vooraf een grote mond had: "Ik verpletter hem."
Niets was minder waar. Reinier bleef slaan en sloeg de grote mond tegenover hem
in de eerste ronde al een bloedneus.
Metsers III schold en wilde doorvechten toen de scheidsrechter
ingreep en de partij voor hem verloren verklaarde. Ook na afloop overheerste
bitterheid bij de verslagene. Alle Bekende Nederlanders kregen
zeveneneenhalfduizend Euro de man, een schijntje voor de vele weken training en
het afzien vooraf. Maar hoe zoet smaakte niet de overwinning en hoe opgelucht
waren allen dat het gedoe voorbij was. Het was net echt, maar niet heus. En
toch had ik bewondering voor de dames en heren, die iets deden waar ik niet gek
genoeg voor ben. Ik bleef me verdiepen in mijn buurvrouw en liet haar naar de
ex SMS'en: "Theo zegt, denk ook 'ns aan de kinderen." Begeerte had
mij aangeraakt en met de plechtige woorden: "Ik zou jou zó gelukkig
kunnen maken", verliet ik het pand.
Mijn zoon en ik hadden een geweldige avond. Na afloop werd er buiten nog
geschoten, maar dat schijnt routine te zijn bij dit soort gelegenheden. Dankzij
het afschaffen van het onderwijs is de onderklasse van Nederland een
cliché van de meute geworden, angstaanjagend, dom en vijandig. Ik had
weer veel opgestoken.
Theo van Gogh
|