Achttienhonderd woorden
De uitgever van "Allah weet het
beter" had het manuscript van dat boekje gestuurd naar de redactie van
HP/de Tijd. Torn Kellerhuis, Chef Cultuur aldaaro, had het 'diagonaal gelezen',
zei de meeste stukjes al te kennen en opteerde voor
"Top Tien", een opgewekte
opsomming van de tien belangrijkste dames in mijn leven, zogenaamd geschreven
op verzoek van TV-producent Reinout Oerlemans.
Kellerhuis is een sympathieke valse nicht die, net als ik, houdt van een frisse
neus en een slokje en die goede verkoopcijfers zag in een streamer "Van
Gogh en de vrouw'tjes", of zoiets. Ik wil iedereen altijd graag ter wille
zijn maar 't knaagde in mij dat "Allah weet het beter", compleet met
statieportret van ondergetekende met theedoek op het hoofd, niet veel te maken
heeft met een stukje dat vooral luchtig de benen neemt met het onvermogen van
de auteur. Ik wilde iets anders als voorpublicatie, iets politiekers dat de
lading beter dekte.
Kellerhuis zag er niks in.
Steenhuis was ook aanwezig en vertelde dat zijn adjunct, Gerard Mulder,
Belfast-achtige taferelen voorziet in Amsterdam. Waarop ik voorstelde:
"Zal ik een stukje schrijven over Amsterdam over twee jaar, waarbij zowel
een synagoge als een moskee getroffen zijn door een aanslag?"
Enfin, na enig heen en weer gepalaver werd aldus besloten. Verleden week
Dinsdag leverde ik de reportage van de toekomst in. Kellerhuis vond dat er te
weinig data in stonden en wie weet had 'ie daar gelijk in, dus die schreef ik
erbij, met als premisse dat Mevrouw Fatima Elatik in 2006 mee zou doen aan de
eerste burgemeestersverkiezingen. Haar deelname en vermoedelijke winst werd als
een voldongen feit gepresenteerd.
Steenhuis zat te slempen bij Boudewijn van Houten in Maastricht en was pas
vrijdagmorgen present om mijn vlijt tot zich te nemen. "Dit had ik niet
voor ogen", zei Henk, en dat was natuurlijk zijn goede recht. Wat dan
wel?
Een meer apocalyptische reportage waarbij de slangen van brandweerlieden werden
doorgesneden, hielp ik Henk, en naar zijn opvatting vooral minder 'analyse' en
meer verbeelding.
Tsja...
't Vervelende van uit de duim gezogen Toekomst-reportages is vooral dat ze bij
publicatie al verouderd lijken, zo van: "Zeven uur dertig, Job Cohen,
burgemeester, wordt opgepiept bij Judith Belinfante; er is iets met de
moskee..." Enzovoorts. Je wordt er zo slaperig van, want alle moeite om
naar het leven te tekenen, kan nooit op tegen die ene absurde
bijzonderheid.
Ik had binnen een dag de gevraagde achttienhonderd woorden geleverd, waarbij ik
dus bedoel, achttienhonderd woorden voor een zuigerig stuk, dat tot discussie
zou oproepen. Volgens Kellerhuis, die zich naar eigen zeggen 'rot' had gelachen
en 't inmiddels een 'fantastisch' stuk vond, zou er ter redactie zeker gedonder
komen, maar leuk! Dit was dus voor de Hoofdredacteur vrijdagmorgen eindelijk
tijd had gevonden mijn geval te lezen.
Steenhuis vroeg of ik niet naar kantoor kon komen om door hem en de Adjunct
ingelicht te worden over wat ze nu eigenlijk wilden; een stuk van acht
bladzijden liefst. Ik zou daar zeker aardigheid in hebben gehad, ware 't niet
dat ik weinig zie in het gemak van de grote reportage die uitlegt, uitlegt.
Mijn bijdrage is geschreven alsof de lezer al op de hoogte is van de
verschrikkelijke gebeurtenissen en legt vervolgens bloot hoe het heden wortelt
in het verleden van 2000 tot 2003. Steenhuis had bovendien gestipuleerd dat 't
achttienhonderd woorden moesten wezen, geen tweeduizend. Zijn idee nu besloeg
vele woorden meer.
Enfin, ik ga dus niet roepen dat ik 'gecensureerd' ben, laat ons zeggen dat ons
artistieke meningsverschil Steenhuis goed uitkwam. Wanneer men als
hoofdredacteur schrikt van de geest die men zelf uit de fles heeft gelaten, is
't in het algemeen maar beter zich te beroepen op verschillen van opvatting
over de vorm.
Dat 'ie "Dit is het begin" niet afdrukt is jammer voor mij, die
publiciteit zoekt voor zijn bundel en jammer voor de lezer van HP/de Tijd, die
een paar grappen en vooral ook een voorspelling met een knipoog mist.
Wie heeft gelijk?
Oordeel zelf.
Theo van Gogh
|
Dit is het
begin
Dat 't tot 4 April 2006 geduurd heeft voordat de eerste Amsterdamse moskee in
brand is gestoken, mag met recht een wonder heten. Met welk moskeebestuur zal
onze geweldige burgemeester nu weer aan tafel gaan? Vermoedelijk heeft Cohen
ook deze keer geen idee met wie hij praat - een paar jaar terug werd de wakkere
burgervader voor joker gezet door een paar zich voor de gelegenheid
'bestuurder' noemende buitenstaanders die het vuile werk opknapten namens de
baarden die in de coulissen aanzetten tot terrorisme -, maar 't zou flauw zijn
hem dat uitgerekend nu, op dit zwarte moment voor de stad, alsnog na te dragen.
De Arrahmane-moskee in de Pijp staat er geblakerd bij, alsof Allah een zwarte
vinger uitsteekt naar alle ongelovigen die zullen branden in de hel.
Burgemeester heeft te maken met een Amsterdam dat tot op het bot verdeeld is
over de vraag wie verantwoordelijk moet worden gesteld voor deze
oorlogsverklaring. Tot vandaag, drie dagen na de brand, heeft niemand de eer
opgeëist. Waar zijn de neonazi's als je ze nodig hebt?
Er is iets mis gegaan met het sprookje van Multi-Culti dat Cohen al jaren door
de strot van autochtone Amsterdammers probeert te krijgen. Burgemeester heeft
ongewild een tijdbom ontstoken die zich niet meer laat stoppen; de ontketende
autochtoon.
Veel gevoel voor verhoudingen toonde Cohen ook deze keer niet. 't Galmt
natuurlijk plechtig op zo'n persconferentie - "Ik schaam me Amsterdammer
te zijn" -, maar op straat viel eerder opluchting te bespeuren. Bij het
als propagandabuis van de gemeente fungerende AT5 kwamen voor de gelegenheid
zowaar ook burgers aan bod die zich helemaal niet schaamden Amsterdammer te
zijn.
Je kreeg de indruk dat niet alleen de heffe des volks zich verheugde. Ook
autochtonen van het zogeheten denkend deel der natie keken bezorgd, maar
klonken verraderlijk opgewekt. Ik noteerde: "Dit is het begin!" en
"Ze hebben er zelf om gevraagd..".
Zulke uitspraken zouden nog niet zo heel lang geleden nooit voor de camera zijn
gedaan. Wat is er veranderd?
Het antwoord op die vraag werd onbedoeld gegeven door Rob Oudkerk, die Cohen
flankeerde en hem met rollende ogen probeerde te overtreffen: "Ik ben bang
dat 't niet bij deze Kristallnacht zal blijven.."
Mooi gesproken, wethouder.
Maar te vrezen valt voor Oudkerk dat veel kiezers nog niet vergeten zijn dat
'kut-Marokkanen' uit zijn koker kwam. Dat is zielig, want hij zal van die term
nooit meer verlost raken. En dat terwijl Oudkerk zo graag de geschiedenis was
ingegaan met "Pim F.", de als criminaliserend bedoelde omschrijving
van Fortuyn.
"Pim F." kwam tevoorschijn in de campagne van 2002, toen de grote
vertolker van de onlustgevoelens waarover miljoenen kleine luyden niet hardop
mochten praten, de vragen stelde waarop Melkert, De Graaf en al die andere
grote denkers van Paars geen antwoord hadden. Mede dankzij de hetze die Oudkerk
en de PvdA voerden, werd het probleem Fortuyn, zoals bekend, vanzelf opgelost.
Duitsers hebben een mooie term voor het gegniffel dat bij Links viel te
beluisteren toen de grootste oppositie-leider die het land gekend heeft,
omgelegd was: "Klammheimliche Freude".
De meest obscene trap na aan het lijk van Pim was vervat in het eerste vonnis
dat geveld werd over zijn moordenaar. Mede namens een PvdA-rechter die er zich
altijd op had laten voorstaan 'een activistisch verleden' te hebben, werd
geoordeeld dat 'de democratie' niet in gevaar was gekomen.
Voor NRC-Handelsblad-columniste Elsbeth Etty, die zich in de CPN jarenlang
verdiept had in hoe ware democratie functioneert, was dit vonnis hèt
bewijs van de glorie die 'onafhankelijke rechtsspraak' met zich brengt.
Volgens Elsbeth was er hooguit sprake geweest van 'een harde campagne' en toen
in hoger beroep werd geoordeeld dat 'de democratie' wel degelijk 'in het hart'
geraakt was, zweeg Mevrouw teleurgesteld.
Het Micky Mouse-vonnis dat Volkert uiteindelijk elf jaar achter tralies zou
brengen, benadrukte eens temeer dat alle gebabbel over 'het hart van de
democratie' niet heel zwaar woog. Als de rechters rechtvaardig waren geweest,
hadden ze Van der G. vrijgesproken op grond van het ongeschreven geloofsartikel
van de tirannenmoord. Volkert had nu eenmaal gedaan waarom de meeste
tegenstanders van Fortuyn, Melkert en Oudkerk voorop, vroegen.
De schaduw van die moord bleef ook in Amsterdam over het zogeheten
'democratisch proces' hangen, al was 't maar omdat eens temeer duidelijk werd
dat wie hardop durfde twijfelen aan de zegeningen van Cohen's veel bezongen
multiculturele samenleving, een probleem had. LPF-miljonairs verloren dankzij
Duco Stadig (Pvda) en Cohen grote opdrachten in het vastgoed. Marokkanen zongen
"Hamas! Hamas!, alle joden aan het gas!", terwijl gelovigen met een
keppeltje zich haastig uit de voeten maakten.
Natuurlijk veroordeelde Cohen zulke uitlatingen voor de vorm, maar hij deed
niets tegen het algehele klimaat van intimidatie dat door de Berber sprekende
inboorlingen was geschapen. Blanke autochtonen werden bang, en met reden.
Dat een kneus als Janmaat ooit veroordeeld was voor "Vol is vol" kon
nog als een pittoreske aberratie worden afgedaan; de verkeerd begrepen idealen
van de jaren '60 die hun tol eisten.
Maar de gemeente Amsterdam hield een traditie van mallotigheid in stand.
Of 't nu Van Thijn was die WF Hermans de toegang tot de stad ontzegde vanwege
een lezingentournee door Zuid Afrika, of Cohen die bij dodenherdenking 2003
autochtoon Amsterdam verweet niet open te staan voor de Ander, het bestuur van
de stad zaaide consequent een klimaat van haat en verdachtmakingen jegens
autochtone andersdenkenden.
Kansarme autochtone Amsterdammers kwamen bij de gemeente minder snel in
aanmerking voor een baan dan hun allochtone medeburgers. Op scholen kon de
Holocaust niet meer onderwezen worden - Oudkerk en Cohen verklaarden heel
dapper 'desnoods' zelf voor de klas te gaan staan om de Marokkaanse lievelingen
te bekeren van de dwalingen huns weegs, maar dat werd alom gezien als een
machteloos gebaar van bestuurders die hun hand overspeelden. Marokkaanse
kleuters bleken in grote meerderheid thuis te hebben geleerd dat het Kwaad een
kromme neus draagt.
Homoseksuele leraren konden niet meer voor hun geaardheid uitkomen.
't Was natuurlijk ongelukkig dat Cohen nog niet klaar was op die vierde Mei of
Marokkaanse medeburgers liepen te voetballen met de kransen 'voor hen die
vielen'. Maar een burgemeester die 't nodig had gevonden om na de aanslag op
het World Trade Center met de pet in de hand op bezoek te gaan bij een moskee
met de boodschap "Wij zijn blij dat jullie er zijn!", zal zich over
die voetballers niet verbaasd hebben.
Tot op de Veluwe vierden Marokkanen toen feest om die meer dan tweeduizend
Amerikaanse slachtoffers. 't Leek alsof deze burgemeester door juist te buigen
en te zwijgen, Westerse normen en waarden als een klein beetje tolerantie voor
andere opvattingen en het recht om niet in een Opperwezen te geloven, voorgoed
had afgezworen. Het echte conflict smeulde tussen Middeleeuwers en mensen van
nu. Uit verkeerd begrepen eigenbelang - en dat van zijn partij - stond Cohen
aan de kant van de agressors; de vraag is of burgemeester dat zelf in de gaten
had?
De paniek van een mislukte bestuurder die een groot deel van de autochtone
minderheid in zijn stad van zich vervreemd had, uitte zich in gestuntel en een
tikkeltje te grote gebaren.
Aan tafel met het verkeerde moskee-bestuur.
Niet durven uitspreken dat opvoering van het door fundamentalistische terreur
nooit op de planken gebrachte toneelstuk "Aïsja" juist in een
multiculturele samenleving wel gezien zou moeten kunnen worden.
Altijd bereid om 'jullie' - autochtone burgers - de les te lezen en 'hullie' -
het allochtone gepeupel dat telkens loeit om 'respect', maar nooit 'respect'
heeft voor andersdenkenden - de hand boven het hoofd te houden.
Toen in Amsterdam-West een min of meer debiel meisje van twaalf door een groep
Marokkaanse jongens verkracht werd en in brand gestoken, probeerde de
PvdA-voorzitster van de deelraad dit ongelukkige voorval uit de pers te houden
'om spanningen te voorkomen'.
Cohen uitte wat rituele bezorgdheid en ging over tot de orde van de dag.
De stad zag een aardige maar wankelende man die zijn principes - zo die ooit
tot zijn bagage hadden behoord - uit angst bij het vuilnis had gezet. In zijn
rol als burgervader belichaamde hij in alle lompheid de travestie waartoe de
idealen van de jaren '60 van de vorige eeuw zijn verworden. Een handige
ontwijker, dat wel, en in zekere zin charismatisch.
Aardige man.
Wilde vooral ook aardig gevonden worden; vooral dat.
Vermoedelijk is de overgrote meerderheid van Amsterdam's islamitische gelovigen
verdraagzaam en geneigd tot redelijkheid. Maar de agressieve minderheid van
imam's en de laarzen die marcheerden om de Vijfde Colonne van Allah's
geitenneukers macht op straat te geven, droeg er niet toe bij dat liberale
moslims een tegengeluid lieten horen; die keken wel uit. Paniekerig daagde
Cohen hen uit deel te nemen aan het debat. De stilte van het graf werd zijn
deel.
Troeteldoos Fatima Elatik verdedigde namens de PvdA het onmogelijk maken van
"Aïsja" met een beroep op het koor der gekwetsten, dat de
Profeet niet wil zien opgevoerd als een pedofiel die negenjarige meisjes naar
de woestijn ontvoerde.
Elatik - welbespraakte PR-machine die haar hoofddoekje ten voorbeeld stelt aan
al die suf geslagen, dom gehouden, geen Nederlands sprekende Marokkaanse
bruiden, als waren de versierselen van hun onderdrukking iets om 'rebels' mee
te pronken -, Fatima dus is niet voor niets kandidaat van Cohen's partij bij de
komende, eerste heuse burgemeestersverkiezing van de stad.
Die zal ze winnen.
De blanke middenklasse wacht Elatik - "Jullie moeten er maar aan wennen
dat wij er zijn. En wij gaan niet meer weg." - niet af en vertrekt
massaal.
Cohen heeft al die jaren - in de woorden van zijn partijgenoot Felix Rottenberg
- 'laf & lui' toegekeken en niets gedaan. Een bange man die partijgenoot
Oudkerk vermoedelijk doet denken aan diens Opa, die ook zo redderde in de
Joodse Raad.
Het verbazende is dat Cohen niet te maken had met een overmacht aan nazi's,
maar met een zich steeds arroganter gedragende minderheid van Middeleeuwers,
die zijn tolerantie als zwakte uitleggen. Met Cohen heeft de PvdA Amsterdam
overgeleverd aan gelovigen die vrouwen haten, joden haten, homo's haten, en dat
alles met een voortdurend beroep op hun Opperwezen, een wrede God die in andere
landen kinderen als zelfmoordcommando de straat opstuurt. En anders dan Cohen
ons wil doen geloven is die Allah gevaarlijker dan de Heer van de
fundamentalisten in
Staphorst.
Op 7 April 2004 ontplofte een bom in de Amsterdamse Kihilath Jaakov-synagoge.
De daders van die aanslag zijn - uiteraard - nooit gevonden, maar niemand heeft
de indruk dat Cohen serieus overwoog de moordenaars in moslimkring te zoeken,
ondanks de vrome maar luidkeelse bijval van imam's in de moskeeën.
Cohen was te slap om - toen 't nog kon - een serieus onderzoek te gelasten naar
mogelijke Al-Quada-invloed onder Amsterdamse moslims. Nu de nieuwe orde
aanstaande is, zal dat zeker niet veranderen.
Toen haar moskee in brand stond, was Elatik er zo als de kippen bij op AT5 ,
dat je als kijker bijna vermoedde dat Mevrouw het gebouw persoonlijk had
aangestoken om haar partij voor eens en altijd de winst te bezorgen, bij deze
verkiezingen; een waar Godsgeschenk, of moet ik zeggen, een door Saoudisch geld
geïnspireerd presentje van Allah?
Elatik ligt nu, 15 Mei, met nog vijf dagen te gaan voor de gang naar de
stembus, een straatlengte voor in de peilingen en incasseert zo het loon van de
angst. Een bijna niet zichtbare burgeroorlog is begonnen. Haar komst als
burgemeester zal het conflict verdiepen en doen escaleren.
Amsterdam begint steeds meer te lijken op het Belfast van begin jaren '70 in de
vorige eeuw; de eerste geweldsexplosie is al geweest maar het ergste moet nog
komen. En tussen de gelovigen kwam 't nooit meer goed.
In zoverre gaat die vergelijking niet op dat in Noord Ierland het gelijk van de
ene groep religieuze fanaten werd bevochten op dat van de andere. In Amsterdam
gaat het gevecht - want laat U zich geen zand in de ogen strooien, dát
is 't - tussen dwepers die geen benul hebben van de scheiding tussen Kerk &
Staat en hun natuurlijke slachtoffers, wij dus, de minderheid, die ons niet
kunnen voorstellen dat de fanatieke islam een serieus te nemen tegenstander is.
De islam van de muzelman die er alles aan zal doen om Amsterdam van vreemde
smetten vrij te maken.
Toen Cohen nog de portefeuille van vluchtelingenzaken beheerde - voor de blijde
dag dus dat hij namens zijn partij als toekomstig premier werd voorgesteld die
geen vraag van de kiezer mocht beantwoorden - liet hij op gemeenschapskosten
een hagiografie schrijven over de wijze beslissingen door hem als
staatssecretaris genomen. Het proces wegens ontvreemding van gemeenschapsgeld
daarover loopt nog steeds; maar de ene na de andere rechter heeft hem sinds
2004 in het ongelijk
gesteld.
Zijn imago als zogeheten 'integer' bestuurder heeft er bij de traditionele
PvdA-aanhang niet onder geleden. Dat is knap en stempelt hem tot een
Tevlon-don; naast 'laf & lui' dus ook leep. Elatik zal even behendig willen
opereren.
Maar nu brandt de stad, want wie zaait zal oogsten.
Theo van Gogh
|