| 4-10-2004
Herinneringen aan de
slachtofferopvang na de El Al-ramp
Na de Bijlmervliegramp in oktober 1992
trad de overheid volgens de enquêtecommissie 'gefragmenteerd' en
'inflexibel' op en sloot zich af voor 'signalen uit de samenleving'. Over
blunders in de opvang van gedupeerden: twee keer raakte een namenlijst zoek,
Surinamers probeerden weer eens te hosselen en mensenredders ontpopten zich tot
terroristen.
Een kwartier nadat de Boeing van El Al is
neergestort, gooit Bijlmerbewoonster Karin Moor de deuren van de collectieve
ruimten op de begane grond van de flat Grubbehoeve open en ontsteekt alle
lichten. Meteen na 7 uur 's avonds stroomt ontmoetingsruimte de Blauwe Zaal,
recht tegenover de getroffen flat Groeneveen-Klein Kruitberg, vol ontredderde
mensen. Ook vrijwilligers geven acte de présence. Buren komen dekens
brengen, anderen komen binnen met verdwaasde bewoners van de getroffen flats.
Er wordt thee en koffie gezet, Karin Moor plundert de sigarettenkluis van
flatcafé de Nachtegaal en zet de rokertjes in whiskeyglazen.
De groep groeit aan tot ongeveer tachtig personen. Moor, welzijnswerker bij BZO
(later werd dit het inmiddels failliete Alcides, nu heet het stichting Welzijn
Zuidoost), legt een lijst aan met de belangrijkste gegevens van de
overlevenden: naam, huisnummer in Klein-Kruitberg of Groeneveen, aantal
huisgenoten en degenen die worden gemist. Als vanzelf geeft het spontaan
gevormde vrijwilligersteam haar de verantwoordelijkheid. "Maar ik had geen
rampenplan", zegt de gedoodverfde coördinator.
Af en toe beginnen zich vermiste personen te melden. Moor: "De een was
gelukkig, de ander verdrietig; de emoties waren zeer sterk." In paniek
komt een hoogzwangere vrouw binnen die haar kindje niet langer voelt bewegen.
De ambulances blijken in de file te staan bij de afrit van de Groesbeekdreef,
wachtend op de gewonden die niet komen. Het duurt zó lang dat twee
vrijwilligers aanstalten maken om de vrouw zelf naar het AMC te brengen. Dan
arriveren er plotseling drie ziekenauto's.
Blunder Ed. van Thijn
In het nabijgelegen kerkgebouw in Ganzenhoef (nu is dat hele gebied
gesloopt en herbouwd) blijken ook mensen te worden opgevangen. Karin Moor
verneemt van een medewerker dat het stadsdeel in het Bijlmer Sportcentrum,
anderhalve kilometer verderop, opvang biedt aan mensen die hun huis zijn
kwijtgeraakt. Op de Bijlmerdreef staat een bus die de slachtoffer naar de
sporthal zal vervoeren. In groepjes worden zij door vrijwilligers naar de bus
gebracht. De niet direct getroffenen blijven achter in de Blauwe Zaal. Het zal
een lange nacht worden. Inmiddels heeft Karin Moor aan de hand van een
genummerd gevelraster van Groeneveen en Klein-Kruitberg globaal berekend welke
woningen helemaal zijn verdwenen en welke onherstelbaar beschadigd zijn, in
totaal een driehoek van ongeveer 80 flats.
Vlak voor 2 uur 's nachts komt een jonge man de Blauwe Zaal binnen, totaal
overstuur, want hij meent zeker te weten dat zijn moeder, zusje en kleine
broertje zijn gedood door de Boeing. Moor vergezelt hem naar de brandende flat;
een agent staat toe dat ze achter het inmiddels aangebrachte plastic lint gaan
kijken. Het uur der waarheid breekt aan voor de jongen: zijn verwanten zijn
dood.
Het valt Moor op dat de brandweerlieden en politie-agenten die de bewoners naar
buiten begeleiden zelf behoorlijk over hun toeren zijn. Ze schreeuwen haar toe
dat ze moet 'oprotten'. Er zijn al snel na de inslag geruchten over plunderaars
gaan circuleren. Buurtbewoners mogen niet meehelpen. Ook zij komen dan maar
naar de Blauwe Zaal, waar de vrijwilligers steeds meer 'soorten' mensen
verwelkomen. "Iedereen troostte elkaar," vertelt Moor, "ook
slachtoffers. De taalbarrière telde niet." Pas later, in het
Bijlmer Sportcentrum, zullen de culturele verschillen een rol gaan spelen.
De volgende morgen gaat Karin Moor naar het Bijlmer Sportcentrum om te kijken
of zich al bekenden hebben gemeld. Er liggen mensen op veldbedden met militaire
dekens. Het Leger des Heils brengt koffie, thee en broodjes rond.
Deelraadsdelen lopen door elkaar heen. Stadsdeelwethouder Helen Burleson vraagt
Moor om haar namenlijst, want het coördinatieteam is nog niet aan
registratie toegekomen. Wel zijn in de sporthal vellen papier opgehangen waarop
mensen boodschappen over vermiste personen kunnen schrijven. De volgende morgen
vraagt Burleson haar nóg een keer om de lijst, want het aan het
stadsdeel overhandigde exemplaar is zoekgeraakt.
Van overal zijn familieleden toegestroomd. Maandagmiddag gaat Moor naar de
persconferentie op het stadsdeelkantoor. Minister Maij-Weggen kijkt bedrukt.
Burgemeester Van Thijn, volgens het gemeentelijke rampennplan de baas over de
voorlichting, zegt dat er vermoedelijk "enkele honderden" personen
zijn omgekomen. Moor, boos: "Je moet niet willen schatten op zo'n moment.
Je weet immers alleen welke huisnummers zijn getroffen, maar niet wie er thuis
of op bezoek waren." Volgens Moor heeft die blunder veel onrust
veroorzaakt bij de nabestaanden en buurtbewoners. Onrust die uiteindelijk, toen
het aantal doden definitief werd vastgesteld op 43, veranderde in geschoktheid
toen Van Thijn ook nog eens tactloos op het Journaal meedeelde dat het aantal
slachtoffers "meeviel".
Strijd om de slachtoffers
Elke dag gaat Karin Moor om 9 uur naar het Bijlmersportcentrum om te
helpen, 's middags om vier uur gooit ze kinderhuiskamer de Roze Panter in
Grubbehoeve open en daarna, voor de volwassenen, de Blauwe Zaal, tot 3 uur 's
nachts. Die week blijft ze haar eigen registratielijst bijhouden. In de
sporthal werken raadslieden en wethouders keihard. Vooral de inzet van
deelraadsvoorzitter Ronald Janssen (PvdA), Helen Burleson (idem) en, in het
bijzonder, de jeugdige wethouder Erik van de Burg (VVD) vallen Moor op:
"Erik troostte mensen met heel zijn hart en regelde tegelijk heel
efficiënt allerlei zaken." Wie ze die week in elk geval niet ziet, is
deelraadslid Yvonne Paulis-Olf (inmiddels Wolthuis-Olf), die in het verhoor aan
de parlementaire commissie meedeelde dat ook zij zich slachtoffer voelt. Ook de
eveneens, over zijn complottheorieën, gehoorde Groeneveenbewoner en
beroepsslachtoffer André Bos ontbreekt.
De woendag na de ramp verandert de sfeer.
Karin Moor: "Er barstte een strijd om de slachtoffers los." Het
stadsdeel maakt bekend dat organisaties een vergoeding kunnen krijgen voor de
gemaakte opvangkosten. Onmiddellijk werpt de Afro-Surinaamse organisatie Kwakoe
zich op namens alle creolen en Ghanezen. In het Bijlmer Sportcentrum worden
informatietafels ingericht door woningcorporatie Nieuw Amsterdam (nu Rochdale),
de Sociale Dienst, verzekeringmaatschappijen én een aantal etnische
zelforganisaties. Iedereen wordt geacht zich bij z'n eigen ras te melden.
Groeneveenbewoner Mohammed, die tegenover de parlementaire
enquêtecommissie verklaarde dat Nederlanders als eersten werden geholpen
en dat allochtonen achterbleven, heeft volgens Karin Moor feitelijk helemaal
gelijk: "Maar als Egyptenaar stond hij hoe dan ook alleen. Er woonde ook
een Duitser in de getroffen flat, maar die losse individuen vielen allemaal
buiten de boot omdat er geen landenorganisatie voor hen was. Wat meneer
Mohammed niet begrijpt, is dat hier een eenvoudige verklaring voor is:
Nederlanders hebben, omdat ze hier geboren zijn, een breder netwerk, dat ook
terstond in actie komt. Nederlanders weten de weg, die hoeven niet te worden
gepamperd."
Zelfverrijking Surinaamse zaakwaarnemers
Niettemin houdt Moor stadsdeel Zuidoost verantwoordelijk voor de klacht van
de Egyptenaar: "Het stadsdeel had de opvang nooit langs etnische
scheidslijnen mogen organiseren. Dat en de 'pamper'-cultuur maakte dat
allochtonen juist van de wal in de sloot werden geholpen. Etnische
zelforganisaties werden een overbodige tussenlaag. Ze kochten direct laptops,
faxen en draagbare telefoons en declareerden die bij het stadsdeel; ze
verrijkten zichzelf aan de ellende van anderen."
Tot Moors diepe teleurstelling greep niemand van het coördinatieteam in:
"Het is een schadelijk misverstand dat opvang van rampslachtoffers het
beste kan gebeuren door zaakwaarnemers met dezelfde cultuur. Het heeft slechts
geleid tot cliëntelisme."
Kwakoe neemt de creolen en Ghanezen al snel mee naar het eigen gebouw bij de
flat Frissenstein. Echter, als blijkt dat de leiders hun hoge declaraties bij
lange na niet vergoed krijgen, gooit Kwakoe het bijltje er bij neer en stuurt
de slachtoffers zonder pardon terug naar het Bijlmer Sportcentrum.
Karin Moor vindt dat het stadsdeel een stokje had moeten steken voor dit gesol
met mensen: "De opvang van mensen na een ramp is een een gemeenschapstaak.
De neiging bij alles in etnische hokjes te denken is een ernstige weeffout in
Zuidoost."
Ze hoopt dat de parlementaire enquêtecommissie oud-deelraadsvoorzitter
Ronald Jansssen (PvdA) hierover stevig aan de tand zal voelen (maar dat is niet
gebeurd, weten we nu). Daarnaast verwijt ze Janssen dat hij de bevolking jaren
lang heeft wijsgemaakt dat er niets aan de hand was met de lading en het
verarmd uranium: "Hij hing het regeringsstandpunt aan, dat nu onder vuur
ligt omdat de bewijzen over wat er in het vliegtuig zat niet rond te krijgen
waren. Van een lokaal bestuurder mag je verwachten dat hij kritischer
is."
Doorgedraaide mensenredders
Op de dag dat Van Thijn de namen van de overledenen zal bekendmaken, worden
er extra bedden en dranghekken geplaatst in de sporthal. Daardoor wordt de
spanning volgens Moor tot ontoelaatbare hoogten opgevoerd. De aankondiging
wordt telkens uitgesteld. Om half zes is het eindelijk zo ver. "Inmiddels
was iedereen over de rooie," vertelt Moor. Na de bekendmaking ontvangen
allen een nauwelijks leesbare kopie van de dodenlijst.
In de (inmiddels gesloopte) flat Gerenstein is de onder het lokale welzijn
ressorterende EG-buurtvereniging gehuisvest. De coördinatrice, haar
verloofde, een vriendin en een banenpooler van het buurthuis doen aldaar een
poging om slachtoffers zonder verblijfsvergunning op te vangen. Ze vermoeden
niet zonder reden dat veel illegalen het niet aandurven om zich open en bloot
bij het Bijlmer Sportcentrum te vervoegen.
Moor treft in Gerenstein ruim 30 personen aan, die dag en nacht opeen gepakt
zitten in een veel te kleine ruimte. Er is geen wasgelegenheid; de illegalen
slapen op geleende matrassen. Het Leger des Heils brengt maaltijden. Medische
zorg aan gewonden en geestelijk getraumatiseerden wordt geboden door de
betrokkenen te begeleiden naar De Witte Jas, een eerste-hulppost voor
onverzekerde stadsbewoners in het centrum van Amsterdam - op flinke afstand van
de Bijlmer.
"Die vier mensen waren zó doorgedraaid dat ze op de stoel van het
maatschappelijk werk, de psycholoog én de advocaat tegelijk gingen
zitten!" zegt Moor hoofdschuddend. "Pure zelfoverschatting."
(De banenpooler is nog jarenlang doorgegaan met het helpen van een groep
illegale Ghanezen aan verblijfsvergunningen en scholing, ten koste van zijn
eigen gezondheid.)
Het viertal in Gerenstein houdt dossiers bij van de aanwezige illegalen. Moor:
"Ze beloofden hen dat zij een verblijfsvergunning voor hen zouden regelen.
Daarmee gingen ze volstrekt buiten hun boekje, bovendien maakten ze die mensen
afhankelijk van hun hulp."
In de vierde week wordt de situatie onhoudbaar. Karin Moor constateert dat de
vriendin van de coördinator de leiding ter plaatse naar zich heeft
toegetrokken. Ze spreekt haar collega aan op haar professionele
verantwoordelijkheid: "Laat dit over aan degenen die hiervoor zijn
opgeleid, de mensen hier moeten dringend naar een betere plek. Dit is
onmenselijk."
Niet haar collega, maar de 'leidinggevende' vrijwilligster geeft schuimbekkend
antwoord en slaat Karin Moor over een bureau. Juist op dat ogenblik komt een
Ghanese man het kantoor binnen die zijn dossier opeist; hij wil naar een echte
advocaat. De man probeert het dossier uit de handen van de vrijwilligster te
trekken, wordt van achteren vastgehouden door de banenpooler en rukt zich los.
Maar de - zeer zwaarlijvige - vrijwilligster bespringt hem en en gaat bovenop
hem zitten. Geholpen worden zál hij, de in hun eer gekrenkte
mensenredders bieden hem geen enkele vrije keus.
Van Thijn blundert alweer
Karin Moor rapporteert de geschiedenis aan haar manager, maar die geeft te
kennen dat hij "er niets mee kan." Intussen is in Gerenstein schurft
uitgebroken. Ook daar kan de manager niks mee. De GG&GD doekt de
illegalenopvang op. Moor: "Ik verwijt het mijn werkgever en het
stadsdeelbestuur dat ze hun verantwoordelijkheid niet wilden nemen voor deze
misstanden. Ons personeel heeft geen enkele nazorg gekregen. De
welzijnsorganisatie zat niet in het officiële hulpcircuit, maar
individuele medewerkers hebben wel degelijk een rol gespeeld in de opvang.
Nuttig of verkeerd, maar het hakte er wel in."
Oud-burgemeester Van Thijn is volgens Karin Moor nogmaals buiten zijn boekje
gegaan toen hij een week na de ramp de illegalen uit de rampflats een generaal
pardon beloofde: "Ondoordacht en volstrekt onverantwoordelijk. Hier zie je
hoe goede bedoelingen kunnen ontsporen. Die maandagmorgen stonden er meteen 800
mensen in de rij voor het Amsterdamse Bevolkingsregister, ze waren van heinde
en ver gekomen. De opvang, met inbegrip van de bejegening van illegalen, moet
aan de orde komen in de parlementaire enquêtecommissie."
Dat is, zo kunnen we achteraf vaststellen op
http://www.sdnl.nl/verjans.htm en http://www.sdnl.nl/verthij.htm niet echt gebeurd.
Bernadette de Wit
Het auteursrecht voor bovenstaand verhaal berust bij Bernadette
de Wit. Het is licht bewerkt (geactualiseerd) en verscheen eerder, in
februari 1999, in De Groene Amsterdammer, tijdens de verhoren voor de
parlementaire enquête over de El Al-ramp.
|