Redactioneel hoofdartikel NRC-Handelsblad 18-12-2003

De burgemeester van Groningen, Wallage, is ontstemd over het optreden van het Tweede-Kamerlid Hirsi Ali van de VVD. Wallage heeft in een persoonlijke brief aan VVD-fractieleider Van Aartsen zijn verontrusting kenbaar gemaakt over uitlatingen van Hirsi Ali. Nu valt er zonder meer het een en ander aan te merken op de gedreven en soms ongefundeerde opvattingen van het Kamerlid. Het staat Wallage uiteraard vrij om van haar uitspraken over de islam en over islamitisch onderwijs te vinden wat hij wil - als burger en als burgemeester. Zo goed als Hirsi Ali het recht heeft haar opvattingen te verkondigen. Maar met de wijze waarop hij reageert, gaat de voormalig fractieleider van de PvdA in de Tweede Kamer over de schreef. Zijn verzoek aan Van Aartsen om maatregelen tegen Hirsi Ali te nemen, waaraan hij bovendien heeft toegevoegd dat hij er geen publiek debat over wil voeren, komt neer op een poging haar de mond te snoeren.

Het bestaan van Allah in twijfel trekken, zoals Hirsi Ali heeft gedaan, is geen inbreuk op de grondrechten - los van de vraag of dat ook verstandig is voor een schoolklas vol islamitische kinderen. Het behoort tot de grondrechten dat burgers hun twijfels aan het bestaan van God in alle openheid mogen verkondigen. Een sociaal-democraat zou zich hierdoor aangesproken moeten voelen. Evenmin kan de opmerking van Hirsi Ali dat islamitisch onderwijs tot segregatie leidt, worden afgedaan als intimidatie van moslimouders. De discussie over de voor- en nadelen van het islamitisch bijzonder onderwijs moet juist niet worden gesmoord door het politieke-correctheidsdenken van de multiculturalistische stroming in de PvdA, die bij voorbaat iedere kritische kanttekening afwijst. De problemen van onderwijs aan kinderen in achterstandssituaties zou Wallage als voormalig staatssecretaris van Onderwijs moeten herkennen.

Wallage gaat helemaal te ver door een vergelijking te trekken met de jodenvervolging in Groningen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bezwaren uiten over islamitisch onderwijs is iets anders dan geweld uitlokken en iedere vergelijking met de holocaust is een gotspe. Dat had Wallage moeten beseffen.



Ingezonden Brief Wallage NRC-Handelsblad 19-12-2003

Wees behoedzaam
Jacques Wallage

Onlangs nam ik in de Groninger synagoge een cd in ontvangst met religieuze liederen. In mijn toespraak stond ik stil bij de uitlatingen die het VVD-Kamerlid Hirsi Ali in het programma Nova had gedaan. Het ging om snerende opmerkingen over de god van de islamieten tegenover jonge kinderen en behoorlijk intimiderende opmerkingen tegenover de ouders van deze kinderen, die, gebruik makend van een grondwettelijk recht, voor een islamitische school hadden gekozen.

Het is evident dat er geen direct verband bestaat tussen het lot dat de joodse gemeenschap tijdens de bezetting heeft getroffen en de wijze waarop tegenwoordig ongegeneerd anti-islam gevoelens geventileerd worden. Een dergelijk verband dat deze krant mij in een hoofdredactioneel artikel van 18 december toedicht, heb ik in mijn toespraak ook niet gelegd.

Ik ben er wel van overtuigd dat onverdraagzaamheid alleen maar meer agressie oproept die vroeger of later tot geweld zal leiden. En, zo voegde ik er in mijn toespraak aan toe, waar onverdraagzaamheid toe kan leiden, hoef ik in deze synagoge niet toe te lichten.

Wie met gezag wil optreden tegen uitwassen, bijvoorbeeld tegen politieke islam-fundamentalisten, tegen aanvallen op joodse Amsterdammers, of tegen gedrag waaruit onvoldoende integratie blijkt (bloedwraak), moet wel de wezenlijke waarden van ons land actief en positief uitdragen. En die moet grondwettelijke vrijheden niet kleineren maar actief verdedigen, respectvol omgaan met vraagstukken van religie en met het recht op eigen cultuur en identiteit.

Nu dreigt - vaak met een beroep op `debat' en `alles moet nu maar eens gezegd worden' - het ene extreme woord het andere uit te lokken. En dat blijft niet bij woorden. Dat gebrek aan behoedzaamheid maakt veel migranten bang. En hen niet alleen.