Toespraakje uitgesproken voor de Socialistische Partij op de bijeenkomst in De Badkuip, Amsterdam, Zondag 25 Mei jl.

Dames & Heren, Kameraden!

Morgenavond is de premiere van de film "Interview" en natuurlijk heb ik Jan Marijnissen een uitnodiging gestuurd, maar niks meer gehoord, lauw loenen... Waar moet dat heen met het socialisme als de geliefde leider al niet meer de moeite neemt om Katja Schuurman te gaan bewonderen om vervolgens voor de camera's te laten merken merken toevallig dus niet van de straat te zijn?
Ik vraag 't mij af.
Enfin, volgens mij ben ik niet gevraagd hier te komen babbelen om de SP een veer in de kont te steken. Vanuit mijn optiek is daar ook geen enkele reden voor, maar dat komt niet omdat ik geen sympathie heb voor jullie' oppositie. Toen de SP nog de splinter was die 't op grond van haar standpunten zou behoren te zijn gebleven - dat wil zeggen, recht in de leer, rigide en doordrenkt van een alles verzengende haat jegens alles en iedereen dat geen beroep hoeft te doen op de Bijstand - toen was er niemand die zo vaak Marijnissen vroeg voor radio en TV om het vetgemeste, zelfvoldane paladijnen van het kapitalisme aan te pakken. Maar de tijden veranderen en jullie zijn nu zelf een onderdeel geworden van de gevestigde orde, al leverde die zwakke laatste verkiezingscampagne niet het aantal zetels op die ik de SP op grond van de onvrede had toegedicht.
Toen de voorbereidingen voor de bevrijding van Irak begonnen, liep de SP voorop in de hetze tegen de Verenigde Staten van Amerika. En, laten we eerlijk zijn, vond in dat kortzichtige standpunt een grote meerderheid onder de Nederlandse bevolking aan haar zijde. Ik hoorde in die dagen door menig SP'er verklaren dat 'het Irakese Volk' bedreigd werd door Bush en dat de zogeheten Vrede bedreigd werd door de Geallieerden.
Nu de massagraven open gaan en de martelkelders van Saddam stilzwijgend hun gruwelijke verhaal vertellen - ik heb 't dan nog niet over de vondsten van lanceerinrichtingen voor biologische wapens - hoor je weinig zelfreflectie in de SP. Jullie' Karel Glastra van Loon bijvoorbeeld, zie je op TV nog steeds verklaren dat de Verenigde Naties de tijd hadden moeten krijgen om hun inspecties voort te zetten en dat de VS oorlogsmisdaden hebben begaan door Irak binnen te trekken.
Nu is 't mooie van een democratie dat Karel natuurlijk het volste recht heeft zich aan te sluiten bij de Vijfde Colonne van de struisvogels voor Vrede; wat mij betreft mag je ook verklaren dat de Holocaust niet heeft plaats gevonden, of dat 't jammer is dat Hitler door de Amerikanen verjaagd werd, want vrije meningsuiting gaat er nu juist over dat ook de meest stuitende opvatting verkondigd mag worden. Wat mij intrigeert is die volstrekt misplaatste morele superioriteit die een Glastra van Loon uitstraalt.
Hij doet me denken aan de vroegere VARA-commentator Karel Roskam die een juichrede uitsprak over 'de bevrijding' van Cambodja; die dag kwam Pol Pot aan de macht. Ik vermoed dat Glastra van Loon in diepste wezen denkt dat Irakezen achterlijke mensen zijn, die zich niet druk maken over een martelkelder of een vergassing meer of minder.
Naar aanleiding van de oorlog was ik laatst samen met Willem Oltmans in Paradiso. Een Irakese jongeman stond op en sprak in onberispelijk Nederlands: "Meneer Oltmans, mijn zusjes zijn vermoord en mijn moeder is verkracht door de Republikeinse Garde. Wat bedoelt U eigenlijk met Amerikaanse 'agressie'? En waarom staat U lachend met Tareq Aziz op de foto?"
Willem verbleekte. Ik snelde hem te hulp door te verklaren dat 'Willem nu eenmaal geil wordt van uniformen', maar dat hielp ook niet erg. Ik ben heel benieuwd wat de vredesmarcheerders van de SP die jongen ten antwoord zouden hebben gegeven. Vermoedelijk dat 't de schuld van de Amerikanen is dat z'n zusjes vermoord werden, 't Is die obscene onnozelheid die jullie zo ongeloofwaardig maakt.
Dat jullie als nuttige idioten voor Saddam zo'n blinde vlek ten toon spreidden, valt alleen te verklaren uit de overweging dat jullie nu eenmaal gelovigen zijn.
Zo heb ik Harry van Bommel op TV uitvoerig de complimenten zien geven aan het Labour-parlementslid George Galloway, die nu ontmaskerd is als iemand die rechtstreeks uit Bagdad betaald werd om voor Saddam te ageren en die zijn partij is uitgegooid.
Toen Theodor Holman en ondergetekende een advertentie voorbereidden voor de voorkant van Het Parool onder het kopje "Laat Saddam zijn karwei afmaken!" en we de lijst van sympathisanten opstelden om deze nobele oproep met een naam te ondersteunen, hadden we naast grote denkers als Jan Mulder, Herman van Veen en Marjon Bloem ook die van Jan Marijnissen in gedachten. Die advertentie mocht niet geplaatst worden, maar dat jullie' geliefde leider in één zucht naast die eerder genoemden aan bod kwam, was niet bedoeld als compliment. Dankzij Bush kan er in Bagdad tegen de Amerikanen gedemonstreerd worden op een manier die niet doet vermoeden dat de Geheime Dienst mee staat te koekeloeren wie of er enthousiast genoeg is. Met haar standpunt heeft de SP zich, net als miljoenen andere gelovigen, aan de zijde van de beulen gesteld. Karel Glastra van Loon denkt dat Irakezen beter af zijn onder een wrede dictator dan onder Amerikaanse bevrijders. Zo te denken is, nogmaals, zijn goed recht. Maar als partij die serieus wenst te worden genomen, zou ik m'n handen niet in het bloed van Saddam willen wassen, 't Ruikt niet aangenaam en als Amerika al een bedreiging zou zijn voor de mensen van Irak, wees dan een volgende keer wat voorzichtiger met voorspellen. Ik heb zowel Marijnissen als Glastra van Loon horen loeien over de honderdduizenden slachtoffers die het Amerikaanse optreden zou opleveren; 't werden er drieduizend, en hoewel dat drieduizend teveel is staan die in geen verhouding tot de apocalyps die de herders van de SP met zoveel gretigheid voorspelden. 't Is grappig dat Marijnissen zijn vroegere verering van de massamoordenaar Mao Tse Tung nu als 'een jeugdzonde' afdoet en prompt weer de foute kant kiest als 't om Saddam gaat. Want dames en heren, kameraden, Bush zou mijn president niet wezen en er valt een hoop terechte kritiek op Amerika te leveren, maar 't staat natuurlijk buiten kijf dat als jullie je' zin had gekregen, de Verenigde Naties nog steeds aan het inspecteren was en de beulen van Saddam hun goede werken nog steeds zouden aanrichten.
Ik spreek daarom de hoop uit dat de Verenigde Naties ook in de SP steeds meer gezien zal worden als de onbeduidende organisatie die 't is, met Lybië als voorzitter van de mensenrechtencommissie. Moge de Pax Americana er voor zorgen dat jullie gelovigen van de SP tot in lengte van jaren in vrijheid de zijde van de Saddam's van deze wereld zullen kunnen kiezen. Ik hoop dat jullie met een schoon geweten zullen blijven terugdenken aan het jaar dat je voor het gifgas van Saddam koos, voor het in-stand-houden van zijn gevangenissen en vóór de obscene onnozelheid die nuttige idioten kenmerkt.
En dan was ik ook nog gevraagd om de volgende spreker aan te kondigen, Rob Oudkerk van de Partij van de Arbeid. Mocht ik, zoals daarnet, al 'ns een kritische kanttekening bij de SP plaatsen, breek me de bek niet open over Rob's partij.
Een jaar geleden werd dankzij bedreigingen uit Marokkaanse kring opvoering van het toneelstuk "Aïsja" onmogelijk gemaakt. Aïsja was de negenjarige bijslaap van de grote Mohammed maar onder regie van de Nederlandse regisseur getransformeerd tot een - geheel politiekcorrect - éénentwintigjarige, want 't zou natuurlijk aanstoot veroorzaken als de Profeet van onze moslimbroeders en -zusters een pedofiele woestijnroos zou blijken te zijn. Enfin, volgens het onnozele troetel allochtoontje Fatima Elatik (PVDA) zou vrijheid van expressie soms moeten buigen voor de gekwetste gevoelens van gelovigen en ze voerde in de Volkskrant mijn persoontje op als iemand die 'misbruik' zou maken van zijn vrije meningsuiting en die, ergo, de mond zou moeten worden gesnoerd.
Op de dag van de verkiezingen plaatste ik een advertentie, alweer op de voorkant van Het Parool, met als tekst: "Waarom zou een toneelstuk niet verboden mogen worden? Stem Fatima Elatik, stem PVDA!"
De rapen waren gaar en de PVDA kondigde bij monde van Sybren Piersma gerechtelijke stappen aan. Een week later nog niets gehoord, en toen maar weer 'ns een advertentie gezet; "Waar blijft dat proces nou?"
Enfin, niets meer op gehoord natuurlijk en een half jaar later was Piersma dood, want Allah is rechtvaardig. De mislukte Vrij Nederland-columnist Hans Maarten van den Brink had Piersma nog wel weten te ontlokken dat het toneelstuk "Aïsja" alsnog zou moeten worden opgevoerd. Ik denk niet dat we het ooit nog te zien zullen krijgen. De PVDA heeft nu eenmaal een kort geheugen.
Dit brengt me bij de volgende anecdote; onlangs vroeg een voorzitter van een deelraad, een PVDA'er, zijn vriend Hadjie Karazèr van de fascistoïde Turkse beweging Milli Görüs, om een toespraak te houden bij de Vier Mei herdenking in De Baarsjes. Wij kunnen 't voor-hen-die-vielen niet breed genoeg zien, nietwaar?
Karazèr herdacht de Turken die vermoord werden in -U-hoort-'t-goed- de Eerste Wereldoorlog. Omdat dankzij de PVDA het geschiedenisonderwijs jaren geleden is afgeschaft, was er nu 'ns niemand die opstond om tegen te werpen dat tijdens de Eerste Wereldoorlog de Turken kogels tekort kwamen, maar er toch in slaagden maar liefst drie en een half miljoen Armeniërs te executeren. Een hele prestatie, waarvan binnen de PVDA natuurlijk nog nooit iemand gehoord heeft.
En dat is tegelijk het probleem binnen die partij; ze zijn niet zo heel erg op de hoogte. Toen Fortuyn opkwam en allerlei vragen stelde waar de PVDA geen antwoord op had, was het meest spirituele wat Rob Oudkerk bedenken kon, het aanduiden van het grote gevaar als Pim F., als was de aangesprokene vanwege zijn lastige vragen een crimineel, die als ongedierte alleen met zijn initialen moest worden aangeduid. De champagne zal dan ook bij deze doortastende wethouder rijkelijk gevloeid hebben, toen het probleempje Fortuyn zes mei verleden jaar vanzelf werd opgelost. In het algemeen mogen wij de PVDA complimenteren met de voorbeeldige wijze waarop zij luistert naar de noden van de mensen die onze geweldige multiculturele samenleving naar verluidt samen opbouwen. Het woord is daarom nu aan de wethouder met het meest nederige ego en meest dienende karakter; Rob O.

Ik dank U voor de gezelligheid,
Theo van Gogh


Beste Theo van Gogh,

Namens mijn man, dr. K.L. Roskam, wil ik u wijzen op een onjuiste vermelding op uw website. U zegt daarin dat mijn man een juichrede hield over 'de bevrijding' van Cambodja; die dag kwam Pol Pot aan de macht. Mijn man heeft dit nooit beweerd. De Vietnam-deskundige bij uitstek, dr. J. Pluvier, heeft destijds duidelijk gemaakt dat hij Pol Pot nooit heeft toegejuicht.

Even checken, Theo, niet zo maar wat brallen,
Annelies Roskam-Wymenga

 


Slijmen of
Schelden?
Schrijf Terug
!
Inhoud | D.C.Lama | U Schreef | Archief | Service