Antisocialistisch
manifest
door Pamela Hemelrijk
Telkens als ik en plein publique verklaar dat ik
dat ik het socialisme beschouw als een perverse ideologie (dus niet als een op
zichzelf loffelijk en nastrevenswaardig ideaal dat helaas in de praktijk faalt
door tegenwerking van gewetenloze egoïsten, maar als een intrinsiek
onrechtvaardig en immoreel, om niet te zeggen crimineel systeem, dat
onvermijdelijk gedoemd is om uit te draaien op totale zelfdestructie of totale
dictatuur) - ja hoor eens, zo denk ik er nu eenmaal naar eer en geweten over,
en dan kun je daar ook maar beter rond voor uitkomen, zeg ik altijd maar - dan
valt dat in het algemeen nogal slecht.
Gek genoeg worden dan niet alleen de socialisten kwaad; zelfs de VVDers en de
christendemocraten in het gezelschap tonen zich geshockeerd. Zo diep zit het er
bij iedereen in dat socialisme gelijk staat aan rechtvaardigheid,
barmhartigheid, menslievendheid en voorspoed. Zo diep is het in ons
onderbewuste gehamerd dat je een zelfzuchtig monster bent als je bezwaar maakt
tegen gedwongen solidariteit en gedwongen egalitarisme, eenzijdig opgelegd door
een leger zelfbenoemde filantropen die niet met de collectebus rondgaan maar
met een dwangbevel, en zich in ruil daarvoor ook nog eigenmachtig een vet
jaarsalaris toeëigenen uit de opbrengst.
En altijd word je dan blindelings ingedeeld in het kamp van de conservatieven,
de kapitalistische uitbuiters, de verheerlijkers van het verleden, de
voorstanders van het kolonialisme, kortom van de mensen die terugverlangen naar
het feodalisme van voor de Russische revolutie, als het ware. Men vindt dat
kennelijk een vanzelfsprekendheid: als je de ene vorm van terreur afwijst, dan
pleit je dús voor een andere vorm van terreur, in hun ogen. Kennelijk
beschouwen ze zichzelf als onmondige kinderen, die de staat als kleuterleidster
nodig hebben om te overleven. Een wereld zonder terreur en dwang, daar kunnen
ze zich geen voorstelling van maken, en daar verlangen ze ook niet naar. Dat
noemen ze een utopie, en daarmee is voor hen de kous af. Ze missen hun vrijheid
niet eens. Ze zijn geheel gehospitaliseerd.
Het grappige is: ik verfoei het socialisme juist om precies dezelfde reden
waarom ik het feodalisme verfoei. En wel hierom: beide systemen legaliseren dat
de ene bevolkingsgroep wordt leeggemolken uit naam van de andere. Het zijn
loten van dezelfde stam, met dien verstande dat ze elkaars spiegelbeeld zijn:
bij het feodalisme parasiteerde een klein groepje nietsnuttende rijken op een
kolossaal leger produktieve armen; bij het socialisme parasiteert een kolossaal
leger nietnuttende armen op een klein groepje produktieve rijken. Maar die
dwang, die hebben beide systemen gemeen, en ze zijn dan ook beide
onherroepelijk gedoemd om te falen.
Want met dwang en terreur is nog nooit een levensstandaard verhoogd. Nooit is
de welvaart zo explosief gegroeid als juist in die zeldzame gevallen waar de
individuele vrijheid het grootst was, en de dwang van bovenaf het kleinst. Je
kunt het in ieder geschiedenisboek lezen: de legendarische bloei van steden als
Florence, Brugge en Gent in de zeventiende eeuw was te danken aan de opkomst
van een onafhankelijke koopliedenstand, die zich had ontworsteld aan het
feodale systeem dat het vrije verkeer van goederen en diensten tussen vrije
burgers belemmerde. (In dit stadium werpt er altijd wel een sociaal-democraat
triomfantelijk tegen dat de ondernemingsvrijheid in die branche helemaal zo
groot niet was, omdat gilden toen de vrije toegang tot allerlei ambachten
blokkeerden. "Daar heb je helemaal gelijk in", zeg ik dan.
"Zelfs in de Hanzesteden werd het vrije verkeer van goederen en diensten
nog steeds belemmerd door gilden, zij het dan niet half zo rigide als onder het
feodale systeem. De duimschroeven waren niet eens verdwenen; ze waren alleen
maar ietsje losser aangedraaid. En bingo! Dat alleen al had een ongekende
voorspoed tot gevolg. Kan je nagaan hoe spectaculair die welvaart zou zijn
gegroeid zónder gilden! Of wou je soms beweren dat de economische bloei
juist aan de bevoogding van de gilden te dánken was?)
Helaas zijn deze oases in de woestijn van de wereldgeschiedenis dun gezaaid;
het gros van de wereldbevolking heeft nooit zo'n periode gekend. In verreweg de
meeste gevallen werd het stuiptrekkende feodalisme, nog vóór het
helemaal aan zijn eigen uitzuigersmoraal te gronde was gegaan, in
één klap vervangen door een nieuw terreursysteem, namelijk het
Marxisme. En dus begon het systematisch plunderen van de produktieven opnieuw,
ditmaal weliswaar uit naam van de onderklasse in plaats van de bovenlaag, maar
met even desastreuze gevolgen. Want elke samenleving waar meneer A in zijn
onderhoud voorziet door op de zak van meneer B te teren is gedoemd om te
verpauperen. Je zit dan immers met een groep die niets bijdraagt aan de
produktie van goederen en diensten, en alleen maar consumeert. Dit, kan ik u
met de hand op het hart verzekeren, is niet bevorderlijk voor het bruto
nationaal produkt.
Onder de feodalen liet een minderheid van adellijke niksnutten zich op
exorbitante schaal onderhouden door een kolossaal leger zich in het zweet
werkende minimumlijders. Onder het socialisme is het precies andersom: daar
laat een kolossaal leger niet-werkende minimumlijders zich op bescheiden schaal
onderhouden door een minderheid van werkende welgestelden. Maar of het nou de
minderheid is die de meerderheid plundert, of andersom, voor het Bruto
Nationaal Product maakt dat niks uit. Je hoeft waarachtig geen wiskundige te
zijn om dat in te zien.
Die feodalen hebben het volgens mij zo lang kunnen uithouden omdat de
onderklasse die zij exploiteerden wel genoodzaakt was zich in het zweet te
blijven werken, om zelf niet van honger om te komen. Zolang die onderklasse nog
adem had en kinderen kreeg, zo lang waren de aristocraten verzekerd van een
onuitputtelijke bron van inkomsten uit andermans arbeid. Dat wil zeggen: tot ze
met hun kop onder de guillotine werden gelegd natuurlijk.
Het socialisme daarentegen beschikt niet over zo'n onuitputtelijke bron; daar
exploiteert een groeiend leger "zwakkeren" een zienderogen slinkend
contingent "sterkeren". Dat systeem heeft geen guillotine nodig om in
elkaar te storten; het gaat namelijk te werk als een virus dat zijn eigen
gastheer uitroeit. Naarmate de "zwakkeren", daarin gesteund door de
politieke machthebbers, hun eisen steeds verder opschroeven blijven er steeds
minder "sterkeren" over om te plunderen. Elke sterkere die onder die
last bezwijkt voegt zich immers bij het groeiende leger zwakkeren, en slaat
eveneens aan het plunderen. Bovendien: in een samenleving waar je de vruchten
van je eigen arbeid niet zelf mag houden - of althans maar zeer minimaal -
daalt per definitie de animo om te werken. De animo daarentegen om aan het
loket een aalmoes te gaan halen neemt stormachtig toe, vooral als je daarvan,
zoals bij ons, op dezelfde voet kunt leven als je buurman met z'n 40-urige
werkweek.
Zo'n spiraal van geïnstitutionaliseerd kannibalisme kan alleen maar
eindigen in een zwart gat, waarin de kannibalen, bij gebrek aan voldoende
weldoorvoede missionarissen, tenslotte elkaar beginnen te verslinden.
Daar zijn we in dit land al heel dicht bij; zelfs Jan Modaal met z'n 40-urige
werkweek betaalt zich thans scheel om zijn lijntrekkende buurman een modaal
inkomen te bezorgen. Daarnaast moet hij zich ook nog scheel betalen aan de
operakaartjes van de upper ten. Ondanks al het socialistische gewauwel over
"een rechtvaardiger inkomensverdeling" subsidiëren de armen nog
steeds de rijken, net als onder het feodalisme. Alleen hebben ze nu twee
molenstenen om hun nek, want ze moeten niet alleen de hobby's van de rijken
bekostigen, maar ook nog het levensonderhoud van al hun
"uitkeringsgerechtigde" mede-armen. De "tweedeling tussen arm en
rijk", waar de socialisten het zo te kwaad mee hadden, is vervangen door
een nieuwe, die nog veel destructiever is: de tweedeling tussen zwoegers en
lijntrekkers, tussen belastingbetalers en belastingconsumenten.
De groep belastingconsumenten wordt uiteraard steeds groter, omdat behalve de
steuntrekkers ook die honderdduizenden improduktieve ambtenaren daartoe
behoren. En niet alleen vermenigvuldigen die ambtenaren zich als konijnen; ze
spannen zich ook tot het uiterste in om die groep steuntrekkers steeds groter
te maken. Want aan die steuntrekkers ontlenen zij immers hun bestaansrecht. Een
kind kan begrijpen dat dat op een catastrofe uit moet lopen; nu al is in
Nederland de helft van de beroepsbevolking voor zijn inkomen afhankelijk van de
staat, en dat gaat alleen nog maar erger worden. En toch blijft iedereen tegen
beter weten in veinzen dat dit menseneterssysteem op termijn zal leiden tot
voorspoed en geluk voor ons allemaal. Zelfs VVD-ers en CDA-ers schermen
voortdurend met de term "solidariteit". Die is heilig, en er mag niet
aan worden getornd. Terwijl het gewoon een eufemisme is voor afpersing, laten
we wel wezen.
"Oh well", hoorde ik laatst Lady Southwold in de tv-serie Upstairs
Downstairs berustend zeggen, "after all we're all socialists now,
aren't we?" Zo is het maar net, Lady Southwold. We're all socialists, of
we willen of niet. Net als in Cuba. Hoe hebben die Marxistische mafkezen het
toch voor elkaar gekregen dat niemand met ze van mening durft te verschillen?
Nou, door iedereen die met ze van mening verschilt uit te maken voor een
zelfzuchtig monster, een fascist, een extreemrechts gevaar voor de samenleving,
een vergasser van joden, en een tegenstander van rechtvaardigheid,
barmhartigheid, menslievendheid en voorspoed. Deze morele chantage werkt als
een trein; niemand durft meer een mond open te doen.
Laat ik het dan maar eens doen (iemand moet het toch doen, om met de
VARA te spreken): het socialisme is een perverse ideologie omdat zij gebaseerd
is op de zelfopoffering van het individu. De sterkeren hebben de morele plicht
de zwakkeren te onderhouden, daar komt het op neer. Zij moeten offers brengen
voor hun medemens en hun leven in dienst stellen van hun medemens.
Dit kan uiteraard niet worden verwezenlijkt zonder dwang, want de vrijwilligers
staan dan niet in de rij. Er zijn bitter weinig mensen die uit zichzélf
zeggen: "Weet je wat, ik heb het zó goed, ik geef die arme buurman
van me een nieuwe fiat cadeau. Ik kan het best missen, en hij heeft het zo
bitter nodig". Dat soort mensen is dun gezaaid, laten we eerlijk zijn.
Ouders voelen zich niet eens geroepen om hun eigen kinderen te onderhouden als
die eenmaal volwassen zijn, en dat wordt ook door niemand van ze verwacht. Dus
om ze zover te krijgen dat ze levenslang een stuk of drie volwassenen gaan
onderhouden die ze niet eens kénnen, zul je ze moeten dwingen. Ik neem
aan dat we het daarover eens kunnen zijn.
Ga je die dwang uitoefenen, dan zijn de gevolgen met wiskundige precisie te
voorspellen: dan moet je namelijk steeds grotere offers vragen. Het begint met
het in beslag nemen van geld, en de verdeling daarvan onder de armen. Dit vergt
een enorme bureaucratie, die handen vol geld kost en volslagen improductief is.
In plaats van een bijdrage te leveren aan de economie, door handel te drijven
of goederen en diensten te produceren, verdienen honderdduizenden bureaucraten
de kost met het in beslag nemen van geld bij mensen die het bezitten en het
distribueren daarvan onder mensen die geacht worden het nodig te hebben. Zij
ontlenen hun bestaansrecht aan het feit dat zij anderen dwingen om
filantropie te bedrijven.
Dit leidt onvermijdelijk tot verslechtering van de economie. Je kunt niet
zomaar honderdduizenden mensen aan het productieproces onttrekken en ze
daarvoor ook nog vet betalen. Dat merk je aan je Bruto Nationaal Product. Dus
keldert de economie, daar helpt geen moedertjelief aan.
Die verslechtering wordt vervolgens als rechtvaardiging gebruikt om nóg
meer volmachten op te eisen en nog meer offers te vragen: "We dachten dat
we hier genoeg aan hadden om de nooddruft in dit land op te lossen",
leggen die bureaucraten dan uit, "maar dat blijkt niet zo te zijn.
Onderwijs, openbaar vervoer, gezondheidszorg, politie, ze kampen allemaal met
tekorten en de bijstandstrekkers leven nog steeds op de armoedegrens. Om niet
te spreken van de honderdduizenden armen die we recentelijk uit het buitenland
hebben geïmporteerd! Kijk toch eens hoe slecht die eraan toe zijn! Die
zestig procent van uw inkomen die wij u jaarlijks afpersen is niet toereikend!
U moet nog meer offers brengen! O, bent u daar niet toe bereid? Dan bent u een
gewetenloze egoïst. Een minderwaardig mens. Schaam u!
Deze morele chantage is de grote kracht van het socialisme. Bijna niemand durft
op te staan, en tegen Wouter Bos of Jan Marijnissen te zeggen: waar haalt u
eigenlijk het recht vandaan om mij dwingend voor te schrijven hoe ver
mijn zelfopoffering moet gaan? En daar ook nog een honorarium voor op te
eisen? Wie heeft u dat recht gegeven? Bent u God of zo?
Die hele zwakzinnige leer is in strijd met een fundamentele natuurwet, namelijk
het overlevingsinstinct van de mens. Het socialisme heeft geen mensen, maar
lemmingen nodig om haar doelstellingen te verwezenlijken. Het is een
zelfmoord-ideologie. Je hoeft het niet eens in de praktijk te zien mislukken om
zeker te weten dat het met totale zelfvernietiging zal eindigen. Of met totale
dictatuur. Of beide.
Dat is dan ook in alle landen waar het reëel bestaand socialisme het voor
het zeggen had gebeurd. De enige drie die zich nog hebben weten te handhaven
zijn China, Cuba en Noord-Korea, en daar heerst dan ook een absolute dictatuur,
die het feodalisme in wreedheid overtreft.
Sociaaldemocratie is een contradictio in terminis: want socialisme en
democratie zijn volstrekt onverenigbare grootheden. Als we nog een greintje
gezond verstand in ons kop hebben, dan stappen we van die totalitaire
waanideeën af zolang het nog kan. Straks is het misschien te laat.
|