Toen ik voor mijn TV verzonk in overpeinzingen over het verscheiden van
Juliana, zag ik in het NOS Journaal opeens allemaal opnames van
krantenredacties. Het mooiste beeld was zonder twijfel dat van Pieter
'Bernhard' Broertjes die driftig zat te telefoneren om zijn 'Juliana-special'
op tijd af te krijgen voor zijn naar royalty-nieuws hunkerende achterban.
Zweetdruppels parelden op 's mans voorhoofd bij deze bijkans bovenmenselijke
journalistieke uitdaging. Twee keer zette Broertjes zichzelf recent in de
spotlights van de moderne topjournalistiek: eerst met die Bernhard-brief van
louter leugens, en vervolgens met zijn 'special' over Jaan. Pietertje krijgt de
smaak te pakken! Wat moet dat wel niet worden daar op de Volkskrant als Bernie
zelf de pijp uitgaat? Een week lang drie gratis edities per dag, op 5000 punten
in Nederland verspreid?
Enfin, temidden van al dit fraais schoot me opeens een curieus verhaal te
binnen dat me ooit is verteld door een NRC-kunstredactrice in het kader van
mijn activiteiten als Lux et Libertas Ombudsman. Ze zei: "Weet je dat we
hier al jaren een necrootje hebben klaarliggen voor A.F.Th? Deze opgeblazen
cholestrol-clusterbom kan immers elk moment in elkaar zakken en rochelend de
laatste adem uitblazen. Bij het Cultureel Supplement kunnen we dan direct en
alert reageren. "In feite is het logisch dat een belangrijke en op
cultureel gebied zelfs leidende en trendsettende krant zich voorbereidt op de
naderende dood van de meest eminente auteur van de Nederlandse letteren, zeker
als deze er zelf werkelijk alles aan doet om de eeuwige jachtvelden zo snel als
mogelijk te betreden, zoals zich wekelijks opzichtig klemzuipen in café
De Zwart op het Spui in Amsterdam. Maar om die necrologie nu al klaar te hebben
liggen, is dat niet wat potsierlijk? Zou dat er niet op kunnen duiden, dat ze
bij NRC als het ware zitten te wachten op de dood van A.F.Th? Dat ze met andere
woorden een stille hoop koesteren nimmer meer te worden geconfronteerd met de
meer dan vuistdikke producties van A.F.Th. die steeds weer 'briljant' genoemd
moeten worden?
Mijn gedachten dwaalden af naar een ontroerende passage in Paustovskij. Daarin
lezen we hoe de leerlingen van een gymnasium in Kiev reageren als ze horen dat
de 'grote Tolstoj' is overleden. Het ging zo: een speciale boodschapper ging de
klassen af en fluisterde iets in het oor van de docent. Deze trok vervolgens
'krijtwit weg' en deed met snikkende en overslaande stem kond ten overstaan van
de leerlingen van de desastreuze ramp die de natie had getroffen. Hierop
stroomden alle klaslokalen spontaan leeg, leerlingen vielen elkaar huilend om
de hals op het schoolplein, de straten van de binnenstad raakten spoedig
verstopt, want ook kantoren stroomden leeg en een ieder had dezelfde woorden op
de brandende lippen: TOLSTOJ IS DOOD! Nog altijd zegt men in Rusland tegen
elkaar; waar was uw betovergrootvader toen hij hoorde dat Tolstoj was
overleden?
Iets dergelijks, of neen, iets nog veel indrukwekkenders moeten we verwachten
als A.F.Th. ons verlaat. Zoals de wenende Russen in Kiev troost zochten in de
drank en elkaar hun favoriete zinnen reciteerden uit Anna Karenina en Oorlog en
Vrede, zo zal onze jeugd met de hoofden tegen de muren beukend reciteren uit De
Movo Tapes, het boek dat 'alles anders maakte'. Net als in Rusland de
geboortedag van Tolstoj zal de geboortedag van A.F.Th. in ons land tot in de
verre toekomst een 'bezinningsmoment' zijn waarop we ons zullen (moeten)
afvragen wat nu eigenlijk precies het verschil is tussen 'wereldlitteratuur'
van het niveau Tolstoj en A.F.Th. en de schrijfsels van opgeblazen nietskunners
die zich via hun status als 'mediaclown' (net als de keizer met zijn beroemde
nieuwe kleren) hebben kunnen omhangen met een waan van kunde en succes. En net
als de familie van Tolstoj in Rusland (nog altijd) een 'ambassadeursfunctie'
bekleedt voor het werk van de vergoddelijkte stamvader, zo zal ook A.F.Th.'s
lieftallige vrouw Mirjam Rotenstreich (een gigantisch en ontluikend literair
talent!) zich als een leeuwin werpen op de onschatbaar waardevolle litteraire
en intellectuele erfenis van haar geniale echtgenoot en vanuit een ijlings
opgerichte A.F.Th.-Foundation zorg dragen voor ontluikend literair supertalent.
De bewijzen voor de genialiteit van A.F.Th. zijn te talrijk om ze allemaal in
het bestek van een enkele bijdrage uit de doeken te kunnen doen. Daarom zal ik
een serie stukken wijden aan het monumentale schrijverschap van A.F.Th. Mijn
doel hierbij is het volgende: ik wil elk risico uitsluiten dat A.F.Th.
onverhoopt toch nog buiten de canon van onze grootste schrijvers zal vallen,
dat onze kindskinderen niet zullen leren: Multatuli, Couperus, Vestdijk, Reve,
Hermans, Mulisch, A.F.Th. A.F.Th. moet en zal de geschiedenis ingaan als
onvervreemdbaar element in deze reeks!! Daarvoor zal ik knokken!!
Nu kan ik wel vast onthullen wat de reden is van de beroemde en ook omstreden
'pseudo-mystificatie' van de auteursnaam tot 'A.F.Th.', een reden waaruit de
genialiteit van deze oer-scribent eens te meer blijkt. Het masterplan is
namelijk om later 'Th.' te laten vallen en nog later 'F' zodat dan alleen nog
de 'A' overblijft, de beginletter van het alfabet, de bron van
waaruit alles begint. Slechts deze aanduiding van zijn auteurschap op zijn
boeken ('A'), zo heeft de schrijver zich terecht gerealiseerd, doet recht aan
zijn 'bronfunctie' van innovator en inspirator binnen de wereldlitteratuur.
Maar de allerbelangrijkste reden voor zijn genialiteit is natuurlijk dat
iedereen zijn boeken bladzijde voor bladzijde verslindt en maar niet raakt
uitgepraat over de schokkende en baanbrekende inhoud. Werkelijk, je kunt bijna
nergens meer komen zonder het complete oeuvre van A.F.Th. paraat te hebben, je
telt niet meer mee, bent een zielepoot, een outcast, een nobody! Juist ook
hierom kan A.F.Th. als geen ander tegen kritiek, zo hij die al ooit krijgt: met
een brede en zelfverzekerde glimlach verheft hij zich boven welk kritisch
geluid dan ook, in het volle en natuurlijke besef van zijn eigen grootheid.
Tot zover een eerste globale kennismaking met A.F.Th. We gaan hem volgen. We
gaan de grond kussen waarop hij loopt. Lang leve 'onze' Tolstoj! Wie nog leuke
verhalen weet over A.F.Th. die zijn grootsheid onderstrepen en bevestigen,
wendde zich tot schrijver dezes, mkat2@chello.nl. Ik zie de bundeling van
A.F.Th.-stukken reeds schitteren in 's lands boekhandels!!
Micha Kat
|