18-08-2003
Omtrent Willem
Wij leven in een duistere wereld; geiteneukers gaan naar huis om een mes te
halen, bedreigen een agent, worden begrijpelijkerwijze dood geschoten en
vervolgens loeit het gepeupel "Moordenaar!". Hoe onschuldig hiermee
vergeleken waren de dagen dat ik nog optrok met Willem van Ekeren, wiens
Bach/Bukovski-CD verleden week op
deze site werd aangeprezen.
Eerst even over die
CD; Van Ekeren's stem wordt in NRC-Handelsblad met die van Tom Waits
vergeleken, en dat nu lijkt mij overdreven. Je krijgt meer het gevoel naar
iemand te luisteren die ijverig in de weer is het Engels juist uit te spreken
en die overigens iets huildruilerigs in de vocalen legt. Onaangenaam is dat
niet. Dit gezegd hebbende - het geval is niet in de eerste plaats het
aanprijzen waard wegens de naar de keel springende vertolking - haast ik mij te
verklaren dat de combinatie van zang, tekst en muziek wel degelijk iets
bedwelmends heeft.
Ik blijf er naar luisteren.
Of 't de combinatie is van zulke ongelijke grootheden - Bach's verstilde
schoonheid en Bukowski's luidruchtige wanhoop -, weet ik niet, maar 't klinkt
of de twee voor elkaar gemaakt zijn en dat is de verdienste van Van Ekeren, die
't als eerste hoorde. Deze pianist/zanger heeft een half leven geprobeerd zijn
oor voor het onverwachte te verdoven als barpianist in café 'De
Posthoorn' op het Haagse Voorhout en als toetsenist bij Fay Lovsky, Mevrouw
Liefziek, die begin jaren '80 tot floppen gedoemde plaatjes maakte.
Als ik hem later al sprak, kwam doorgaans een verbitterde, ietwat jaloerse
kankeraar in de bijstand tot me. Daar werd ik zenuwachtig van, want als iemand
ooit door mij bewonderd was als de jongen die alles had om 't helemaal te
maken, was 't deze meneer, met wie ik ongenadig placht door te zakken, uit
zeilen ging en ouwehoerde over het leven. Hij was niet, zoals ik, verlegen, hij
versierde meisjes in hoog tempo, hij deed wel 'ns aan LSD en bleek in alles
doortastender.
Terugziend blijft Van Ekeren het grootste talent dat in het Wassenaar van mijn
jonge jaren rondliep.
Ik schrijf dit op zonder ironie en verwonder me nog altijd over hoe
mensenlevens gaan. Hij was een mooie jongen, getapt bij de meisjes en van plan
zoiets romantisch te worden als componist. Toegelaten voor piano tot het
Conservatorium slaagde hij er als brokkenpiloot eerste klas uiteraard in bij
een ongeluk op een motorfiets de pezen van z'n vingers te beschadigen. Dat was
zonde, want 'Wim' had 't; de brille, de uitstraling en het zelfvertrouwen.
In werkelijkheid was de jongen met de grote bek natuurlijk iemand die met God
worstelde, bijzonder onzeker was en vooral z'n grote liefde miste, Patricia,
die hem na een jaar of wat gedumpt had. Dit schepsel was zo mooi dat ze, als ik
peins over toen, zinnebeeld mag zijn van onze Wassenaarse jeugd, van een zomer
die nooit voorbij zou gaan.
Een tijdje terug kwam ik haar zomaar tegen op straat en ze was een stuk minder
arrogant geworden, noem 't 'nederiger'; twee kinderen, zojuist kanker
overwonnen en ernstig gelukkig. En nog altijd die onwaarschijnlijke,
adembenemende glimlach , die in één keer de poorten van de hemel
open doet.
'Denk jij nog wel 'ns aan Wim?', vroeg ik.
Ze straalde: 'Nee!'
En ze legde uit dat ze veel om hem gegeven had, maar 't ging niet, enfin, zo'n
verhaal dat aan heel veel jeugdliefdes kleeft. Ik vertelde haar nog altijd
spijt te hebben dat ik hem niet had kunnen overtuigen de hoofdrol in
'Lüger' te spelen, die hem letterlijk op het lijf geschreven was. Hij
wilde niet, want was bang voor spookbeelden in z'n hoofd als 'ie de rol zou
spelen van een psychopaat die een debiele miljonairsdochter ontvoert om er
achter ter komen dat haar' vader weigert losgeld te betalen.
Wim maakte zich ook zorgen over wat z'n moeder van zo'n rol zou denken; hij
werd burgerlijker en onzekerder met de dag, verteerd door schuld & boete,
met aanvallen van gelovigheid in Iets die afgewisseld werden door oprispingen
van cynisme, die lucht gaven aan zijn pikzwarte gevoel voor humor.
Zo kreeg uiteindelijk Tom Ancion de rol, die zich uit schaamte voor de film
Thom Hoffman zou gaan noemen. 'Luger' zou beter zijn geworden met Wim, omdat
Wim Wim was, een ongrijpbare.
Met Wim was ik een nacht in de weer om de tribunes van het plaatselijke zwembad
in het water te deponeren. Of we togen op klaarlichte dag naar Roermond om in
te breken teneinde Wim's electrische piano terug te halen, die gekocht was door
ene meneer Jansen zonder te betalen. Ik liet een briefje achter met
aanmerkingen op het burgerlijke interieur en nog zie ik ons over straat
sjouwen. Waarom deed je zulke onzin?
Omdat 't leuk was.
Toen we elkaar al jaren niet meer zagen, bleef ik denken dat 't aardig zou
wezen om 'ns een LP samen te maken. En zo gebeurde 't, uiteindelijk: 'Een
Verdeeld Genoegen', waarvoor Wim de muziek maakte en me op piano begeleidde.
Die stem van mij is naar alle maatstaven een verschrikking en de teksten
rijmen, laten we 't daar maar op houden. Maar de melodieën... sommige
neurie ik ze nog, want ze zijn hartverscheurend lyrisch, getikt, geestig op het
geloei bedacht en altijd zo dat je vermoedt naar iets teders te luisteren. Ze
klinken in alles zoals Van Ekeren
in z'n beste jaren - als ik zo arrogant mag zijn - de wereld aan z'n voeten
legde. In de verfilming 'Een Dagje Naar Het Strand' zijn ze nog in volle glorie
te horen; geven de scènes de kwetsbaarheid die ze behoeven, dragen in al
hun
eenvoud een wereld van melancholie in zich, zijn om te huilen zo mooi.
Ik vraag me nog wel 'ns af waarom Wim niet wereldberoemd is geworden. Waarom
geen distributeur 'Bach-Bukowski' wilde. Waarom soms de meest getalenteerden
onder ons hun halve leven tegen de schaduw aan moeten boksen van de belofte die
ze eens waren. En ik zal in Van Ekeren's weemoed blijven geloven tot de dag dat
ik de oven van het crematorium inschuif.
Nog is Polen niet verloren.
Theo van Gogh
|