Nachtlicht
column uitgesproken voor het programma Nachtlicht, uitgezonden 13 mei
2002
De laatste keer dat ik Fortuyn sprak, was afgelopen Zondag 23 uur 30. De
Goddelijke Kale vertelde me dat 'ie bang was en ik zei: "Dat ben je
altijd!" Hij vertelde dat 'ie de verkiezingen zou gaan winnen, maar dat
'ie toch een slecht gevoel had. Ik zei lachend dat de Heldendood toch was
waarnaar 'ie altijd had gezocht; hij moest 't beamen, maar gelukkig - achteraf
- lachend. We spraken zo'n twintig minuten en hingen grijnzend op.
't Was een leuke man, en - mag weleens gezegd worden - moedig was 'ie ook, want
hoe je ook denkt over waarvoor 'ie stond, hij daagde de gevestigde orde uit op
een manier die geestig, origineel en bepaald vernietigend was waar 't ging om
praatjes en galmende gewetens. De macht werd afgeschminkt, en gut, dat deed
pijn. Van het deftige NRC-Handelsblad dat op de dag dat 'ie vermoord werd in
z'n hoofdcommentaar beweerde dat een premier Fortuyn die kransen zou leggen op
de Dam een schande zou zijn, tot het talentloze gespartel van de paarse
politici, die Le Pen en het dagboek van Anne Frank nodig hadden om hun gelijk
te halen.
Vandaag zat meneer Melkert met een wit weggetrokken gezicht in de kerk waar
prins Pim zijn laatste voorstelling onderging. De PVDA-voorman had ook al niet
naar de finale van de Uefa-cup gemogen om zijn geliefde Feijenoord te zien
winnen, omdat 'ie de kans liep, zoals mijn zegsman 't uitdrukte, 'gelyncht' te
worden. Je kan je afvragen waarom iemand die zijn politieke tegenstander met Le
Pen vergelijkt, twee weken later op de begrafenis van diezelfde Le Pen aanwezig
is.
Zielig vond ik 't wel. Meneer Melkert moet nu tot vijftien Mei in competitie
met een lijk, en dat is weer 'ns wat anders dan een Haagse SM-kelder.
Op de voorste rij zat premier Kok, die een paar keer ongelooflijk gaapte en die
moest worden aangestoten door Opstelten om op te staan en mee te klappen toen
de aanwezigen uiteindelijk in een ovatie uitbraken. 't Was een genoegen om in
de kerk te zitten en het volstrekte cynisme van Kok en de zijnen in al z'n
gloriete mogen bekijken.
Buiten stonden de verworpenen de aarde over wier heil en zegen de PVDA altijd
zo'n grote mond heeft, "You never walk alone" te zingen. Kok, Borst
en Jorritsma moesten af door de zijdeur, een smadelijke aftocht om
veiligheidsredenen. Waarom hield Kok geen toespraak voor de uitzinnige menigte
buiten, al was 't maar om iets van de gespannen sfeer die de maandenlange
haatcampagne tegen Fortuyn opriep, en die uiteindelijk resulteerde in zijn
dood, weg te nemen. Dat deed Kok niet omdat 'ie met de verkiezingen bezig is,
niet met de woede van de kansarme mensen die Fortuyn als hun held hebben
gekozen.
De kennelijke opluchting waarmee Paars ervan uitgaat dat de dader van de moord
op Fortuyn een eenling is, zou het diepste wantrouwen moeten veroorzaken bij de
jongens en meisjes van de pers. Maar de Nederlandse pers blinkt vooral uit in
het aanschurken bij de macht, niet in machthebbers kritisch volgen. De
moordenaar had één kogel over, gewoonte die alleen professionals
zich eigen maken.
Ik voorspel U dat 't hier niet om één gek gaat, maar om een
complot, hoe paranoïde dat ook klinkt. En ik voorspel U ook dat de lijst
Fortuyn reddeloos ten onder zal gaan aan eigen ambitie. Vanavond al belde
Jeltje van Nieuwenhoven rond om ambitieuze kandidaat kamerleden van Fortuyn nog
voor vijftien Mei tot een televisiedebat te verleiden. Ze staan te trappelen,
zo valt te vrezen, en zullen compleet afgedroogd worden.
Harry Mens huilde in de verwachting - citaat - 'levenslang' te zullen krijgen
van het volk omdat 'ie het verkeerde stemadvies heeft gegeven; Pim's hondjes
blaften toen op Westerveld de kist vanachter een gordijn tevoorschijn kwam. En
heel alleen in een hoekje stond een zwarte jongen te huilen omdat hij, die de
afgelopen negen maanden Pim's minnaar was, nu wel erg alleen op de wereld
bleef.
Is er leven vòòr de dood?
Met Fortuyn leek 't er even op.
Theo van Gogh |