Marcus de Rechtvaardige
 

Je schrijft met de achterkant van een hark een bespreking van een film waarvan je de regisseur om jou moverende redenen een lul vindt. Vervolgens laat je, om zulks nog eens te benadrukken, een foto van die meneer op de voorpagina van je failliete sufferdje plaatsen, waarna er nog eentje volgt naast de recensie zelve.
Een week later zie je je eigen telefoonnummer terug op de voorpagina van je krant, waar de wakkere verzetsstrijders niet de moeite hebben genomen het nummer van de Baby-Blue-Info-lijn te checken.
Je vrouw wordt gebeld. En nog eens. En nog eens.
Kon jij die kut-film maar uitleggen aan de bellers; niet gaan, nooit meer gaan naar een film van Van Gogh.
't Liefst verdelgde je hem voor altijd. En je herinnert je weer hoe je diezelfde rat gevraagd had om een necrologie te schrijven over Gerard Thoolen, die iets minder gunstig uitviel voor de overledene dan jij verwacht had. Dus voegde je toen eigener beweging en zonder overleg toe: "Gerard kon ons ook de tranen in de ogen brengen van ontroering."
Tot op Thoolens' begrafenis werd die necrologie besproken, door wenende broers die de kist droegen en Pieter Verhoeff toesnikten: "Jij kon toch wel met hem werken?
Aan jou heeft 't niet gelegen.
Jij werkt voor een krant die onderdanige vraaggesprekken afdrukt met Big Willem, gnuivend opgeschreven bedreigingen aan mensen als Freek de Jonge. Alweer gaat Het Parool voor in de strijd.
Aan jou heeft 't niet gelegen. Jij bent het Fatsoen zelve. Jammer dat je niet schrijven kunt, net als die andere sucker bij jullie redactie, Jos van den Burg. Maar de rancune van wie toe moet kijken is een gloeiende motor, natuurlijk. Mark Moorman, tweederangs. Jammer dat Wanda Reisel jou aanviel in de Volkskrant, uitgerekend jouw bespreking van Baby Blue.
Aan jou heeft 't niet gelegen.

Theo van Gogh

 

de Volkskrant 01-02-2001

Baby Blue

Scène: Man en vrouw komen thuis na een avondje bioscoop . Ze hebben een Hitchcockfilm gezien. Loom nog nagenietend, legt de vrouw haar benylonkousde voeten op het lage salontafeltje, de man roept uit de keuken: `Honey, jij ook een biertje?' `Mmmm.' De man trekt de deur van de ijskast open, aarzelt en haalt er bedachtzaam twee biertjes uit. Dan vraagt hij zich ineens of hoe die en die persoon in de film nou kon weten dat het slachtoffer daar en daar zou zijn, en dat met die bus...
`Iceboxlogic' noemde Hitch dat. Hij bracht in zijn scenario's bepaalde elementen van de thriller zo in dat de situatie gevoed wordt en spannender wordt. Pas achteraf, op het moment dat je thuis je ijskast opentrekt, besef je dat Hitch je onder valse voorwendsels in het verhaal heeft weten te houden. Het werkte op het moment zelf en nu komt het bedrog aan het licht, maar - what the heck - het werkte toch?
Theo van Goghs nieuwste film Baby Blue, een scenario van de hand van thrillerauteur Tomas Ross, levert uiteenlopende recensies op: 'Meer slim dan spannend' schrijft Pieter van Lierop voor de Geassocieerde Pers Diensten (o.a. Utrechts Nieuwsblad, De Limburger, Haarlems Dagblad. Samen landelijk 2,3 miljoen lezers). 'Nodeloos ingewikkeld of knap ingenieus?', vraagt Ab Zagt zich in het Algemeen Dagblad af. Peter van Bueren, filmnestor van de Volkskrant, had graag naar aanleiding van het begin van de film meer gecompliceerde erotiek bij Van Gogh gezien en noemt het feit dat hij ineens in een thriller met moord en doodslag beland is 'een teleurstelling'. Ja, haal je de koekoek, Peter.
Hans Beerekamp (NRC Handelsblad) vindt dat `agent-provocateur' Van Gogh met Baby Blue 'een forse stap in de goede richting heeft gedaan'. Zijn kritiek is (als enige) precies en analytisch: . . . de gecompliceerde scenarioverwikkelingen, waarvan geen enkele in een recensie vermeld zou mogen worden, stellen hoge eisen aan het puzzelvermogen van de toeschouwer.' En: `De enige fout van Van Gogh en Ross is dat ze bij het zwaluwstaarten hun publiek overschatten (. . . ) De kunst van het genre is om de kijker steeds één stap, niet vijf stappen voor to blijven.' Zwaluwstaarten. Mooi.
Maar voor Mark Moorman (Het Parool) werkt het allemaal niet: 'Het hang- en sluitwerk moet in orde zijn en als dit niet het geval is, moeten we worden meegesleept door een bijzondere atmosfeer of door intrigerende personages. Maar Baby Blue, zonder al te veel weg te geven, schiet tekort op alle fronten.' Daarna volgen bij Moorman in plaats van onderbouwing eigenlijk alleen illustraties van zijn persoonlijke irritatie, losse flodders.
Hier moet me dan iets van het hart. Hoewel het voorstelbaar is dat een criticus 'ook maar een mens met emoties is', vind ik dat hij zich, in tegenstelling tot een gewone bezoeker, niet alleen door diezelfde emoties mag laten leiden. Een criticus is namelijk geen gewone bezoeker, doordat hij tien films per week ziet, doordat hij persmapinformatie heeft over de makers en het werkproces et cetera.
De ogen van de criticus kijken anders, minder onbevangen, minder lui, minder moe, minder willing, minder `een avondje uit'. En zo hoort het ook, een criticus moet een baken in de nacht te zijn. Dus ben ik van mening dat een criticus niet zomaar `zijn gevoel' op het papier mag kwakken. Het is uiterst verleidelijk, vooral na het zien van iets van slechte of matige kwaliteit, om met de maker of het werk de vloer aan te vegen, maar het is ook al te gemakkelijk en daarom zou er een verbod op moeten zitten: een criticus zou maar drie keer per jaar zijn persoonlijke, zware irritatie mogen neerschrijven in een recensie. En elke keen zou hij moeten afwegen of dit inderdaad het werk is waarbij hij zich volledig zou willen laten gaan. Zijn de drie keer om, dan is zijn kans op ongenuanceerde kritiek voor dat seizoen bekeken en moet hij tot het volgende wachten. Goodbye.

Wanda Reisel

terug naar de Inhoud