Omtrent de verschijning van de Heilige Maagd

Marc-Marie (3)

"Tsja", zeggen de kenners..", als Marc-Marie niet zoveel interviews had gegeven was dit nooit gebeurd. Waarom heeft 'ie 't zichzelf zo moeilijk gemaakt door zo hoog van de toren te blazen? Waarom niet zonder tamtam het vak geleerd?"
Maar dat is nu juist wat ik zo mooi vind aan de presentator; die prachtige zelfdestructie ten overstaan van heel het volk, er voortdurend nèt naast zittend terwijl de rudimenten van wat 'comedie' schijnt te heten door het staketsel steken. Al dagen spuugt Marc-Marie naar de spiegel en haat zichzelf meer nog dan nodig. 't Zal nooit meer goed komen.
Maar volgend jaar zal 'ie glimlachen om de stemmen die fluisterden: "Misschien kost dit 'm wel z'n hele carrière..."
Ik voel me verbonden met de gevallene omdat ook ik dat magische talent heb om het verkeerde grapje op het verkeerde moment op de verkeerde toon te zeggen, om neer te storten als de meest talentvolle brokkenpiloot die het vaderlandse scherm opluistert, om de schande van je' vrienden te zijn, die hoofdschuddend achter je rug om je ondergang aankondigen, om je vingers te branden aan die door zelfhaat aangedreven overschatting van je povere talent.
Zou er iemand zijn die gewoon van Marc-Marie houdt?
Dan heb ik 't natuurlijk niet over dat tochtige zusje dat in alle interviews opdraaft. 't Zou wel heel schandelijk wezen als de prins die aan Marc-Maries' zijde voortrippelt hem nu zou laten vallen. Gisteren kreeg ik een vriendinnetje aan de lijn wier vader verleden week was overleden. De man met wie ze samenwoonde kreeg nu bedenktijd en bedacht zich dat thans het moment gekomen was om 't vrouwtje te verlaten. Timing is alles.
Ter ere van Sinterklaas wil ik dit jaar een kaft uitgeven waarin de schetsen van vrouwen zoals ik ze vroeger voor Penthouse schreef. Het bundeltje zal heten: "Op de doos (enige relaties met het zwakke geslacht)", met een voorwoord van Michaël Zeeman. 't Zoemt in mijn hoofdje en te vrezen valt dat ik iets onderga dat zou kunnen lijken op gelukkig-zijn.
Hoe moet dat nu?
Denkend aan Marc-Marie schoot mij te binnen een verhaal van Scott Fitzgerald waarin een nieuwkomer in Hollywood op Zondagmiddag dronken wordt op een feestje met sterren en producenten, en zich de volgende morgen realiseert dat ie in zijn mateloze arrogantie een geestig bedoelde conférence ten beste heeft gegeven voor de ogen van de fine fleur van de entertainmentindustrie, die al snel wegschuifelde ("amateur") terwijl hij maar doorraast en steeds meer alleen staat.
Ter vertroosting van Marc-Marie; een paar maanden later is de held van het verhaal helemaal boven Jan, veel geld verdienend, en niemand die nog weet van een pijnlijke vergissing op een zekere Zondagmiddag.
In veel geschreven portretten van de aankomende televisiepersoonlijkheid komt de rol van pappa Huybrechts aan bod, die zijn zoon geen liefde kon geven, geen compliment voor Marc-Maries' voorstelling vooral ook... Een harteloze bal. Onze held heeft 't dus van geen vreemde. Ik ben dol op arrogantie, vooral die welke zich tegen Spreker keert.
Als Marc-Marie verstandig is stopt 'ie onmiddellijk met interviewen. Daarvoor is 'ie nu eenmaal te veel door Zichzelve geobsedeerd. Ik hoop dat 'ie de resterende uitzendingen gebruikt om te beledigen, foute grappen te maken en ontslagen te worden door de KRO, zoals 't hoort.
De hel bestààt.

theo@theovangogh.nl


 
Marc-Marie (2)
 
Marc-Marie (4)